Van dat pokkenweer, waarin je geen hond buiten laat. Regen, gemengd met een kille, harde wind. Je moet wel bezeten van de sport zijn, als je daarin uren gaat trainen. Reinier Honig, inmiddels 36 jaar zit daar niet mee. Drijfnat thuis gekomen, klinkt de hij positief zoals altijd. Waarom iemand van die leeftijd daar nog trek in heeft? Simpel, hij vindt het leuk. De man heeft nog steeds courage, en geniet iedere dag weer van zijn sport. En wie zijn wij dan wel om daar iets over te zeggen..?
Honig vorige maand nog actief in het Midden-Amerikaanse Costa Rica waar hij op de deelnemerslijst stond van de ronde van Costa Rica. Een etappekoers over tien dagen met beklimmingen tot drieduizend meter. Volgens Honig, professional met dertien dienstjaren, was het de leukste koers waar hij ooit van start ging. Met winst in de tweede etappe en vierde in het eindklassement was de Noord-Hollander geen meerijder. Reinier Honig bekijkt het ieder jaar, en zolang zijn lijf goed blijft, plakt hij weer een seizoen aan vast. Goed gaat het nog steeds. Vooral met stayeren, zijn belangrijkste stiel.
Koersen achter de motor is en blijft zijn hoofddoel. Honig behoort tot de stayerstop. Afgelopen zomer werd hij Europees stayerskampioen. De verse kampioen is geen veelvraat, en is met weinig te tevreden. Met minimale sponsorondersteuning wist hij het ieder seizoen uit te zingen. Met zijn Europese titel diende ook spontaan, een schaar sponsors zich aan.
Vooral uit z’n vriendenkring, zoals Laurens ten Dam, Niki Terpstra en Woutje Poels, die hem financieel ondersteunen. Zoals het bij een kampioenschap hoort zijn daar ook de contracten. Met het Europese kampioenshirt aan, reed de Noord-Hollander meer dan twintig stayerskoersen vooral in Duitsland.
Samen met gangmaker René Kos richting Duitse wielerbanen. Waar Honig, zestig kilometer voor de plaats van bestemming, uit de auto stapt, om vervolgens op z’n wegfiets richting stadion, zich warm te rijden.
Dan is het komende dinsdag 21 januari, het nationale stayerskampioenschap. Gehouden in het Alkmaars Sportpaleis, en inmiddels een vaste traditie. Een kampioenschap waar Reinier Honig dé favoriet is. Of het voor de Europese kampioen een kwestie is van even een nieuwe kampioenstrui ophalen? Dat valt nog te bezien. Voor het publiek te hopen dat het komende kampioenschap het zelfde scenario krijgt als in 2017, De laatste was van begin tot eind bloedspannend. Zie filmpje..
Nationaal stayerskampioenschap. Dinsdag 21 januari, aanvang voorprogramma 19.30 uur. Toegang 3 euro. Locatie Sportpaleis van Alkmaar.
Vierentwintig lange uren, jakkeren achter een dernymotor. Dat is een garantie voor een plekje reserveren op de hartbewaking. Een aanslag op de gezondheid. Helemáál voor een man van vierenzestig jaar. Waar ga je aan beginnen? Maar wat kan Maas van Beek dat allemaal schelen. Ondanks alle waarschuwingen doet die toch waar hij zin in heeft. Of dat wél zo verstandig is…?
Overigens, Maas’ aanval op dat etmaalrecord is niet uniek. Wel nee! In 1906 werd dat al eens geflikt. Om precies te zijn in het Parijse Velodrome d’ Hiver. Waar op twaalf maart van dat jaar, het startschot viel voor een stayerskoers over een vierentwintig uur. Deelnemers, Henry Contenet, Emile Bouhours en Thuur Vanderstuyft. Winnaar werd de toen als stokoud beschouwde, zesendertigjarige Bouhours.
‘Wie bang leeft, gaat ook bang dood’. Leg dat spreekwoord maar eens uit aan iemand die vier keer bungelde aan de randen van een vers gedolven graf. Bobby Walthour kreeg zijn bedenkingen aan de levensgevaarlijke Duitse wielerbanen. Van z’n laatste vijf Duitse stayerskoersen was Bobby, – negentig kilometer in het uur, – vier keer gevallen.
De Treptowwielerbaan. De kleinste wielerpiste van Berlijn. Maar wél de gevaarlijkste. Ter plekke aanwezige schrijvers van horrorverhalen, knikte begrijpend. Munitie voor gruwelverhalen lag voor het oprapen. Eén blik was al genoeg om te huiveren. Want het perfecte decor van verschraalde, afbladderende, reclameborden. Een versleten, betonnen wielerbaan, met een zwart spoor van gemorste olie en resten van afschilferende banden. Desolate tribunes, waar tussen de houten banken vandaan, kale bomen uit groeiden. Neerdwarrelende bladeren op de baan, gaf een onheilspellende meerwaarde. Alsof de stayerskoersen op Treptow al niet gevaarlijk genoeg waren.
De Treptowbaan had meer slachtoffers. Als onbekende soldaten op het slagveld ‘Treptow’, sneuvelden ook de stayers Max Hansen, en Willy Hamann, die respectievelijk in 1913 én 1914, op Berlijns eigenste horrorwielerbaan, verongelukte.
De overeenkomsten zijn er zeker. Twee mooie charismatische jongens. Vedettes van de wielersport. En daar hield meteen de vergelijking op. Waar Tom Dumolin, met een knieblessure zich voor maanden ziek meldde, daar ging Thaddy Robl, zwaar gewond, ijzerenheinig door. Thaddy, afkomstig uit München, waar een pot schuimende Franciscanerbier nooit ver weg is, en waar de borsten van de kelnerinnen, als extra verrassing, zomaar uit hun laag uitgesneden dirndljurk kunnen ontsnappen. Robl, tweevoudig wereldkampioen stayeren achter zware motoren, – een sport die zich voornamelijk, afspeelde op de Boulevard der Waanzin, – aan de start van het Gouden Wiel van Maagdenburg: tegenstanders, Emile Bouhours en Alfred Gornemann.
Zondagavond twintig augustus 1922, een prachtige windstille zomeravond. Zo’n lome avond waar tienduizenden Amsterdammers ontspannen op de tribunes zaten van het Amsterdam Stadion. De laatste, geopend in 1914, en gelegen tegenover het huidige Olympisch Stadion. Op de houten, demontabele wielerbaan, met dwarsgelegen latten, een stayerskoers over honderd kilometer. Aan het vertrek de oude Piet Dickentman, gegangmaakt door Stan Ceurremans, Cor Blekemolen achter gangmaker Thomas Ullrich, Jan Snoek met gangmaker Roos, en Koos Storm gegangmaakt door Walter Hesslich.De omstandige waren perfect voor een snelle en spannende race. Die uiteindelijke veranderde in pure horror. De prelude hiervoor gaf de Haagse stayer Jan Snoek, die in een inhaalduel met Cor Blekemolen was verwikkeld. Blekemolen sloeg de aanval af, waarbij beiden stayers de rol los moesten laten gaan. Voor gangmaker Thomas Ullrich het sein om even om te kijken.
Een begrafenis is pas een begrafenis als er aan het graf gesproken wordt. Ook bij Chris Orlemans, waar onder meer generaal-majoor Tonnet het woord voerde. Chris Orlemans was vijf jaar lang zijn ‘paardenoppasser’ geweest.
Magere Hein, mét zeis als gangmaker. Met achter zijn motor een jochie op een stayersfietsje, begeleidt door de Doodsengel. Horror op een ansichtkaart. Altijd leuk om zo’n kaartje in je brievenbus te vinden. Op 15 september 1905 verongelukte, tijdens het Europees kampioenschap Willy Schmitter dodelijk. Amper was de kist met zijn lijk in het graf gedaald, of de drukpersen van uitgeverij Martin, in Leipzig, draaide op volle toeren.
De Europese wielerbanen anno 1901, waar een lullig, ééncilinder gangmaakmotortje zijn opwachting maakte. Een motor die amper de zestig kilometer aan tikte. Of dat evengoed een veilige snelheid was? Nee! Dat de gangmaker, vér achter zijn achterwiel zat, was al bloedlink. Spontane zenuwtrekjes had de renner moeten krijgen bij het feit dat vóór op het stuur, een blok ijzer was geplaatst om de motor in evenwicht te houden.
Een jaar later raasde de Franse stayer Charles Brécy achter Bertin, toen de voorvork diens motor brak. Charles Brécy werd 31 jaar. Met Jean Bertin liep het trouwens ook niet prettig af. In 1912 knutselde de Parijzenaar een vliegtuigje in elkaar. Of Bertin, op het moment van neerstorten dacht aan Dangla en Brécy is niet zéker. Wél dat Bertin 35 jaar werd.
Pioniers waren het. Jongens, zonder énig benul van gevaar of veiligheid. Voor dat ze dát besefte, waren al tientallen van hen dodelijk verongelukt. Dat stayers tijdens de Belle Epoque regelmatig langs een vers gedolven graf scheerden, laat bijgevoegde foto van George Leander, onbedoeld zien.
Van al zijn collega’s kreeg hij felicitaties. Ook van de jongens, vers uit de ronde van Frankrijk gekomen. Tijdens de ronde van Boxmeer, het eerste criterium na de Tour, had Reinier Honig niet te klagen over gebrek aan belangstelling. Twee dagen eerder greep Honig de Europese stayerstitel. Dat zijn wielercollega’s, actief als wegrenner, daarvan op de hoogte waren vond hij verrassend. Waarmee de sociale media zich weer eens had bewezen. Terwijl de Tour zijn laatste week inging was Honig samen met gangmaker Jos Pronk in het Noord-Italiaanse Pordenone, neer gestreken.