Geitenmelk of EPO?

Schrijver dezes mag dan wel oud zijn, maar weet nog steeds  hoe het spel gespeeld wordt. Dat de Keniaanse marathonloper Sabastian Sawe – tijdens de afgelopen marathon van Londen – het wereldrecord marathon verbeterde op een bordje gefermenteerde pap, weg gespoeld met een kom verse geitenmelk, daar heeft hij zo zijn bedenkingen over.

Twijfels veroorzaakt door de equipage van Sawe. Want die roepen vlak na de finish, iets té hard  dat hun jongen helemaal ‘schoon’ is. Cijfers weer spreken dat. Veertig procent van op dope betrapte sporters zijn Keniaanse lange afstandslopers, ik bedoel maar…

Dat de rennende jongens en meisjes van de Keniaanse hoogvlaktes   inmiddels de geneugten van de lokale apotheek hebben ontdekt, is dus wel duidelijk. Enfin onder de kreet dat je van een ezel geen renpaard kan maken heeft  Sabastian evengoed de voordeel van de twijfel.

Want Keniaanse marathonlopers-  mét of zonder preparatie –  gaan hard, héél hard.  Stuyfssportverhalen kan dat bevestigen. Tijdens de laatste tien versies van de Amsterdamse marathon heeft hij kilometers lang de kopgroep gevolgd, weliswaar op een mountainbike maar toch.

En wie  deze renners met eigen ogen in actie ziet, is een bevoorrecht mens, want de snelheid, het gemak en de souplesse van deze jongens gaat de verbeelding vér voor bij.

En nu het toch over hardlopen gaat, laten we dan ook maar even een greep uit het archief van deze blog doen. En dan kom je uit bij ene Kenneth Mc Arthur een marathonloper uit Zuid-Afrika.

Kenneth geeft een kras in de geschiedenis van de Olympische Spelen door in 1912  broekenschijtend en kotsend, als winnaar over de streep te komen. Of Kenneth geprepareerd was..? God zal het weten…

Hyalurozuur

De datum zes februari is té toevallig om daar iets achter te zoeken. Want  6  februari aanstaande gaan de Olympische Winterspelen in Milaan en  Cortina  d’ Ampezzo los . En laat nou op deze datum exact negentig jaar geleden, ook de Winterspelen een aanvang nemen.

De Olympische Winterspelen van 1936  gehouden in  Garmisch-Partenkirchen  op een boogscheut gelegen van de Berghof in Berchtesgaden, de buitenplaats van de Führer aller Duitsers, die trouwens ook de opening van deze Winterolympiade verricht.   

De aankondiging van de Spelen van 1936  waarvoor de organisatie Duitsland  heeft dicht geplakt met posters, voorzien van een afbeelding van de ultieme Arische Man, die hongerig en hooghartig naar het oosten loert. Wat sneeuw, vorst, bittere kou en ijs betreft, kwam deze in de hel van Stalingrad en de ijzige toendra’s van Rusland ruimschoots aan  z’n trekken…

En dan de aankomende Winterspelen, wat voer is voor het volk. Ook voor schrijver dezes, die met grote belangstelling uitkijkt naar het schansspringen, want daar schijnt door de springers dope gebruikt te worden. En dan niet van die ouwerwetse boerenjongensdope uit een ampul, maar dope in de onderbroek. Raar maar waar.

Want skispringers schijnen de ‘snikkel’ op te pompen met hyalurozuur,  wat hen een aerodynamisch voordeel zou opleveren, waardoor ze verder kunnen vliegen…

Je moet er maar niet aan te denken aan hét moment als de spuit in het huwelijks gereedschap wordt gestoken.  Of er behalve de sportonderdelen ook nog een  overeenkomst is met de Nazi-Spelen van 1936?

Jazeker, want de Amerikaanse  immigratiedienst ICE stuurt een ploeg agenten richting Milaan en Cortina  d’ Ampezzo om de Amerikaanse atleten te beschermen. Ergens in de Hel staat Heinrich Müller de vroegere beruchte hoofd van de Gestapo, begrijpend te knikken…

Bron onder meer: Olympia 1936 uitgegeven in 1936,

Woutje

Een Lamborghini  als hét statussymbool voor proleten en andere gladjakkers, om maar even een open deur in te trappen. Is dit een  vooroordeel? Natuurlijk niet want ga dan maar eens op een zaterdagmiddag door Amsterdam-Zuid wandelen, het liefst in de buurt van de PC. Hooftstraat, en je begrijpt het.  Dat Matthieu van der Poel in een Lamborghini op de koers verschijnt is niet alleen een middelvinger opsteken naar z’n supporters, maar doet ook het image van een leuke onbevangen sportjongen  in één klap aan diggelen vallen.  Bij een volkssport als wielrennen hoort dat joch gewoon in een Polo of anders in een Golfje te rijden. Enfin heeft zijn vader niet in kunnen grijpen..? 

Topsporters en zogenaamde ‘sterren’ in een sportauto, een opmaat voor naderend ellende.  Want hoe kwam James Dean ook alweer aan z’n end? Of Hugo Koblet ooit een begenadigd wielrenner? En werd Tiger Woods na een ritje in zijn bolide niet wakker op de intensievecare  met een lijf verpakt in gips?

Maar even terug naar de cros’  van Maasmechelen en Hoogerheide van afgelopen weekend,  loodzware modderbaden  waarin Matje onbevangen en speels door de prut en slijk dartelde. Raar maar op één of andere manier kon ik daar niet meer van genieten want telkens zie ik dat beeld van die patserige sportauto, waarmee ook die ene gewetensvraag opdoemt: blijf ik fan van MvdP of gaan m’n sympathieën voortaan richting Wout van Aert?  

Ach gossie Woutje hoe deze na een zware koers of modderige cross zijn zoontje in z’n armen neemt en knuffelt is meer dan aandoenlijk. Van Aert bij wie de pech aan z’n magere rennerskont is geplakt. Je moet als Hollander toch een hart van steen hebben om niet met Woutje mee te lijden na zijn vreselijke valpartijen in Dwars door Vlaanderen en daarna in de ronde van Spanje.

Dan is er volgende week het wereldkampioenschap veldrijden. Tsjesis, een opmaat voor een innerlijke tweestrijd, want waar gaan dan m’n sympathieën aar toe? Mattieu of Woutje? Terzijde in wat voor auto rijdt Woutje eigenlijk..?

Dorpsbraderie

Urenlang dat oubollige langebaanschaatsen op de televisie is folklore in optima forma. Langebaanschaatsen past daarom naadloos in het rijtje ringsteken of koekhappen op de dorpsbraderie. Godzijdank is er een ontsnapping naar  de Vlaamse veldritten waarvoor Eurosport en de BRT niet genoeg geprezen kan worden. De veldrit als onvervalst topsportspektakel  samengevat in een uur.

Koersen  in het land van Pieter Breughel waarbij sommigen van die Vlaamse crossers voor altijd in m’n hart zijn gesloten. Vooral dat kleine kereltje ene Eli Yserbit als de volmaakte Vlaamse kleistoemper. En geen kwaad woord over Eli want dat hij  tijdens de veldrit van Beringen voor het oog van miljoenen kijkers op het wiel van de eveneens gevallen collega crosser Ryan Kamp  staat te stampen, maakt hem alleen maar heroïscher. Eli zit nergens mee, en buiten dat eigen schuld dikke bult voor Kamp, moet die Eli maar niet in de weg fietsen.

En dan is er ook nog de koers voor dames wat staat voor afgetrainde meiden koersend  op het randje van het betamelijke met prachtige finales zoals tijdens de cros gehouden in het Vlaamse Baal. Ooit was dat anders. Stuyfssportverhalen weet nog heel goed hoe het er vijftig jaar geleden aan toe ging.  Dat zijn barre herinneringen aan pronte derrieres op een racezadeltje, die stumperend en stakkerend door de velden ploegen. Tijden die gelukkig achter ons zijn met dank aan Puck Pieterse, Marianne Vos,  Fem van Empel, Lucinda Brands en Ceylin Alvarado om paar een paar namen te noemen.

De veldrit met zijn bizarre kantjes. Zoals Le criterium de cyclo-cross gehouden in de winter van 1931 op het monument De Buzenval ergens in de buurt van Parijs. Het Monument de Buzenval als herinnering aan een bloederige slachtpartij tijdens de Frans-Duitse oorlog. Dat de heuvel ook  een begraafplaats is voor honderden gevallen soldaten maakte de organisatie niets uit. De kreet ‘de dood of de gladiolen’ was ieder geval niet ver weg

Bron onder meer: Le Miroir des Sports jaargang 1931.

Kees’ erotische hart

Kees heeft het liefst vrouwen voor zijn ezel. Een schildersezel wel te verstaan. Dat schilder Kees van Dongen een vrouwenliefhebber is, is duidelijk. Maar dan wel van het aantrekkelijke jonge soort en het liefst naakt. Voor Kees is de vrouw ‘het mooiste landschap’, vooral in de ‘Eva uitvoering’. Tsja, zo kun je het ook bekijken…

In Parijs hebben de meiden geen preutse, calvinistische vooroordelen, en dwarrelen onbekommerd en onbeschaamd  uit de kleren: Kees mét kwast en palet in de aanslag. Dat Kees van Dongen begin twintigste eeuw Nederland voor gezien houd en afreist naar de Lichtstad zal wel een van dé redenen zijn. Enfin Kees haalt in Parijs zijn erotische hart op, met ongetwijfeld als hoogtepunt in de fifties toen Brigit Bardot voor zijn ezel stond. Of Kees daar erotische dromen van over had gehouden is niet duidelijk.  Even een economisch feitje: tien jaar geleden brengt Kees’ schilderij ‘De Zigeunerin’ bij Christie in Londen acht miljoen euro op. Tot zover Kees van Dongen en de naakte meiden. Want Kees’ inspiratie  ligt ook elders. Zoals bij het boksen.

Hoogstwaarschijnlijk in 1914 schildert hij bijgaande schilderij van twee sparrende boksers. Waarvan de rechtse pugilist ene Arthur Cravan is, een interessant figuur. Cravan  een bokser van niks, bezit andere kwaliteiten.  De man is schrijver, dichter, kunstenaar, én provocateur van kunst. Cravan geeft daar  provocerende, anarchistische lezingen over, die vaak ontaard in dronken vechtpartijen.

Om dienstplicht te ontlopen  vlucht hij in 1914 uit Parijs.  Tijdens een tussenstop in Barcelona ergens in april 1916 daagt Cravan de daar aanwezige voormalige wereldkampioen Jack Johnson uit om geld in te zamelen voor de overtocht naar de Verenigde Staten. Posters vóór de wedstrijd prijzen  Cravan aan als Europees kampioen wat niet waar is. Enfin Johnson, die niet wist wie de man is, slaat de Parijse provocateur na zes ronden knock-out. Dat Cravan in 1918  spoorloos in Mexico verdwijnt maakt hem nog geheimzinniger.

Tot zover bovenstaande kapstok. Want schilderijen met sportafbeelding kom je niet snel tegen in galerie of musea. Opmerkelijk daarom dat schilder Eric van Breenen in zijn oeuvre een kleine zijsprong maakt. Wetende dat stayerslegende Piet Dickentman één van de grootste sporthelden van schrijver dezes is, schildert hij bijgaand schilderij. Inmiddels hang Piet in mijn werkkamer, en kijkt mee wat ik schrijf. Geeft een fijn gevoel…

Bron: van Goghmuseum, the Guardian.

1938

Nog niet eens zó lang geleden, waren stripboeken zwaar verdachte literatuur. De kerk, schoolleidingen en ouders  hadden over de strip  hun banvloek uitgesproken,  met als argument  verderfelijke literatuur die de jeugd alleen maar op het verkeerde pad bracht. En erger, de ‘strip’ voorkwam dat de jeugd boeken begon te lezen.  Pedagogisch geleuter natuurlijk. Hele generaties zijn groot geworden met de avonturen van Dick Bos, Eric de Noorman, Kapitein Rob en natuurlijk de strips van de grootmeesters uit Brussel, zoals Kuifje, Robbedoes, Luckey Luke enzovoort. Door de strip had deze blogger als jochie de boeken ontdekt, maar dat terzijde.

Dat er ook stripboeken  over de Tour de Tour de France uitkwamen, kon dan ook niet uitblijven. In het archief van deze blog bevindt zich enkele exemplaren, die te leuk zijn om daar niet over te schrijven. Zoals de strip ‘1938’, die zich tijdens de Tour van 1938 afspeelt. Het verhaal speelt zich af in een setting van het dreigende gevaar uit Duitsland. De Abwehr had het snode plan om tijdens deze Tour een aanslag te plegen op de Italiaanse ploeg in de hoop dat daar mee een internationaal schandaal uit te lokken.

De Franse recherche kreeg daar lucht van, en ging dat voorkomen. Een klus waarmee een weg gepromoveerde  politieagent mee belast werd. En laat deze agent nou een voormalige wielrenner zijn. Enfin, de  avonturen spelen zich af in zo’n beetje alle etappes, met als hoogtepunt een aanslag door een Duitse sluipschutter, die zich met z’n snipergeweer had verstopt in de Pyreneeën. Doel van de aanslag was niemand meer dan Gino Bartali.

Het loopt allemaal goed af natuurlijk. Aardig is dat ook Tourrenners Gerrit Schulte en Theo Middelkamp in een plaatje gevangen, voorbij komen. De strip is getekend in de bekende stijl van de Klare Lijn. Het verhaal is geschreven door Frédéric Bremand en de tekeningen zijn van Frank Leclercq.  

Grada

‘Het is van de week niet veel weer geweest om te fietsen, maar ga je nu een zondag mee naar de baan? Het is zondag mooi hoor, als het maar goed weer is dan zie je ze net  zoo rijden als hier. Nu Grada tot Zondag  dan ik ben om 12 uur op het Haarlemmermeerplein daar, maak je dat je daar bent niet En nu Grada zijt… Groet van Willem’.

Kaartje, (gepost op 19 augustus 1908, aan Mejuffrouw Grada Poldermans), zat bij een lotje ansichtkaarten, door deze blog gescoord op een boekenveiling.

En wie die Willem was? En zijn relatie tot Grada?  Dat zal altijd een raadsel blijven. Een romanticus was hij ieder geval niet. Wel een wielerliefhebber, want met de  ‘de baan’, werd natuurlijk de Amsterdamse Wielerbaan bedoeld. Een obscuur houten wielerbaantje, liggend aan de Amsterdamse Zeeburgerdijk, bevolkt met havenarbeiders en scheepsbouwers afkomstig van de nabij gelegen volksbuurten Kattenburg- Wittenburg en Oostenburg, buurten bekendstaand om z’n ruig en ruw volk. Kortom, de Zeeburgwielerbaan nou niet dé plek waar je je geliefde mee naar toe neemt…

De Medicijnman

Een sacraal adres, een plek waar onmiskenbaar wielergeschiedenis werd geschreven, want de Amsterdamse Westerstraat 150. Een onbetekenend pand met een grootste geschiedenis, want  meer dan tachtig jaar de framebouwerij annex zaak van RIH-Sport. De frames van RIH – inmiddels een cultstatus en begeerd door de verzamelaar –  gebouwd door de gebroeders Bustraan, en later door Willem van der Kaaij. Op een RIH werden meer dan zestig renners wereld- of Olympisch kampioen. Mondiaal was en is er geen fietsenmerk die zoveel kampioenen kenden.  

De Westerstaat 150, waar iedereen die zich een beetje coureur noemde, over de vloer kwamen. De winkel van RIH, ooit hangplek van renners waar de sterke wielerverhalen over de toonbank vlogen. Verhalen over combines, in-de-slag-zitten, dope en andere obscure randzaken. En waar ongetwijfeld onderling adresjes van Vlaamse apothekers werden uitgewisseld. Aan dat laatste vooral geen moreel oordeel over uitspreken, want het was de koersmores van de fyfties en sixties.  Verhalen geduldig aangehoord door de stoïcijnse en onkreukbare Wim Bustraan, die het zijne er van dacht.

RIH-Sport met in de etalage als blikvanger, een antieke witte stayersfiets. Bij  RIH werd je onbedoeld ondergedompeld in wielerhistorie. Waar iedereen die dacht dat hij coureur was, direct op z’n plaats gezet werd, met dank aan  de tientallen foto’s van voormalige kampioenen aan de muur die minzaam op je neerkeken.

Aan alles komt een eind. Ook aan wielermonumenten.  Zo’n tien jaar geleden sloot Willem van der Kaaij definitief de deur van zijn zaak. Wat het einde betekende van een groots wielermonument.  Het pand Westerstraat 150 heeft inmiddels een nieuwe bestemming. Een bestemming die met een beetje fantasie gerelateerd is aan de koers.

Apotheek De Medicijnman gaat er zijn domicilie houden. Terwijl dit geschreven wordt hoort schrijver dezes, de holle lach van al die voormalige en inmiddels ter hemel getrokken coureurs…

Romantiek

Op de Parijse wielerbaan Buffalo maakte het niets uit wat voor dag het was, want daar was er iedere dag activiteit. Ook op maandag 23 augustus 1909. Waar in het rennerskwartier de gewone activiteit heerste.  Het rennerskwartier, oftewel de boxen. Mooi woord voor obscure houten hokken, waar zich van oudsher duistere zaken afspeelde. Want wie denkt dat wielrenners nobele padvinders op een racefiets zijn, die kun je ook geel geverfde mussen verkopen als zijnde kanaries.

Wie ooit de spelonken van het Amsterdamse Olympisch Stadion had bezocht,  begrijpt dat wel. De boxen van het stadion, waar de verschraalde lucht van kamfer, was-au de cologne, en massageolie zich vermengde met dat van chemische preparaten, afkomstig uit de koffers van de soigneur van dienst.  De rennersboxen ideale  hangplek voor gangmakers waar het scenario voor een duister spel in elkaar werd gezet.

De boxen waar in de zomer van 1941, stayer  Cor Wals – voor aanvang van het nationale kampioenschap stayeren – zich in z’n wielershirt hees. Een shirt voorzien met het logo van de SS. Een actie wat hem de rest van z’n leven tot een paria  bestempelde.

En laten we eerlijk zijn, de rennersboxen zijn ook een belangrijk onderdeel van de romantiek van het oude wielrennen.  Waar deze prachtige foto het bewijs van  is…

Finest Hour

De werkelijkheid is erger dan de fantasie. Want wie ooit de achterhoede van een marathon voorbij zag trekken, keek in de ogen van de waanzin, die was getuige van een calvarietocht op Nike´s. Waarom een zinnig mens, meer dan veertig kilometer rent? Ieder geval niet voor de leut. De marathon als een magneet voor de obsessieve gedrevene, de asceten en masochisten onder ons.  

Of dat een eeuw geleden ook zo was..?  Natuurlijk! Ook Jules Cools een Vlaamse marathonatleet kon de roep van de lange afstand niet weerstaan. Een moedig besluit. Want tijdens de roaring twenties, werden hardlopers beschouwd als zeer verdachte idioten.  En buiten dat, in tegenstelling tot de wielerkoers, kleeft aan hardlopen weinig heroïek. Een hardloper heeft iets betreurenswaardig.

Jules Cools afkomstig uit een streek waar wielrenners werden beschouwd als volkshelden, had dat moeten beseffen.  Zijn keus voor de marathon, is daarom onbegrijpelijk. Als je dan toch wilt afzien dan als coureur, met de bijkomende vedettestatus.  Aan Cools was ongetwijfeld een goede monnik verloren gegaan, zo één van de zelfkastijding. Waarschijnlijk was voor Jules het celibaat een obstakel. Als een soort boetedoening rende hij dagelijks tussen de vlasakkers. Wat aardig lukte. De man behoorde tot de subtop van zijn tijd.

Ook voor de marathon van Parijs, editie 1928. Een race waarin de brave Jules, afrekende met honderdvijftig andere lopers. Solo ijlde de Vlaming over de Parijse boulevards, op weg naar de zege.  

Voor de winnaar als beloning onder meer een berg publiciteit, verpakt als foto’s op de covers van de Vlaamse en Franse sportbladen en kranten. Publiciteit die Jules ten gelde kon maken. En natuurlijk die ene foto, waarop Jules als winnaar zijn plekje inneemt in de heldengalerij van z’n familie. Een plaat die die hij later tot vervelens toe aan z’n kleinkinderen kon laten zien. En dat ging niet door.

Met dank aan die ene publiciteitsgeile bobo, die Jules’ finest hour verknalde. Of Jules na afloop op de vuist ging is niet bekend.

Bron: Le Miroir des Sports, jaargang 1928.