Zware klus

Wie zijn grootste supporter is? Zijn opa van 87 jaar (zie foto). Trouwens de hele familie zit komende zaterdag, tijdens het nationale kampioenschap stayeren,  op de tribunes van het Alkmaars Sportpaleis. Het  stayeren  is voor Jeroen Kaldenbach een  familieaangelegenheid. Oom Patrick Besteman is zijn gangmaker. Dat laatste is wél  zó fijn, in het stayerswereldje, waar gangmakers nou niet zijn omringt met het aureool van eerlijkheid.
Jeroen Kaldenbach, 25 jaar, een stayer in opkomst. Met op zijn conduitestaat al drie keer een tweede plaats bij het nationale kampioenschap. Ook internationaal werden grote stappen gemaakt. Afgelopen zomer was de combinatie Kaldenbach-Besteman regelmatig te vinden op de Duitse en Engelse wielerbanen. Waar dicht ‘tegen het podium’ werd geëindigd. Met  als hoogtepunt het Europese kampioenschap in het Duitse Erfurt, waar hij zich via de series wist te plaatste voor de finale waar hij zesde werd.
Stayers, vaak harde, volgroeide kerels op leeftijd, en gepokt en gemazeld. Wat dát betreft moet Kaldenbach sterker worden, maar ook meer gogme krijgen.  Tijdens de wekelijkse trainingen in  het Alkmaarse Sportpaleis, met zes renners in de baan, wordt daarom veel op snelheid getraind.
Jeroen Kaldenbach, behorend tot de stayerstop, is wat je noemt een outsider. Om hem daarom  tot  dé komende  titelkandidaat te benoemen, wordt voor hem een zware klus.  Dé favoriet voor de titel, is en blijft zevenvoudig nationaal kampioen Reinier Honig. Probeer die maar eens te kloppen.  Maar de wonderen zijn de wereld niet uit. Aan Jeroen Kaldenbach gaat het niet leggen.
En wie daar van getuige wil zijn, moet zich komende zaterdag spoeden naar het Alkmaars Sportpaleis.

Nederlands Kampioenschap stayeren, zaterdag 19 januari. Aanvang series 18.00 uur, 19.00 uur jeugdwedstrijden, Finale stayeren om 20.30 uur.
Toegang 3 euro. Parkeren gratis.

125 jaar

Hij had een ruige vechtstijl. Zoveel is zeker. Want als je dertien keer gediskwalificeerd wordt tijdens een gevecht, is dat een record. Weliswaar een bedenkelijke maar tóch. De man was berucht om zijn smerige trucs. Een elleboog in een oog, of een knietje in het kruis van de tegenstander, de man draaide zijn hand daar niet voor om: dat laatste vaak letterlijk. Of anders beet hij wel in de nek van zijn tegenstander, wat moet kunnen.
‘Mysterious’ Billy Smith, zat nergens mee, en was, volgens de toenmalige  pers, ‘de smerigste bokser ooit’. Mike Tyson was daar een brave Heilsoldaat bij.  Billy, Canadese profbokser, en levend tijdens de Wild, West in Amerika, had buiten de ring ook een zekere reputatie op te houden, want overleefde drie vuurgevechten in een saloon.  Terug naar de Mysterious Billy die eenennegentig keer in de ring stond. Waarvan  vierendertig werden gewonnen, met als extraatje, tweeëntwintig door knock out.
Billy, in 1890 prof geworden, sloeg, tijdens zijn negende gevecht in 1892, ene Danny Needham neer en mocht zich de eerste wereldkampioen weltergewicht noemen.  Een titel die hij tien jaar hield.
Mysterious Billy Smith, na zijn bokscarrière in Portland uitbater van de saloon ‘The Champion’s Rest’, werd in 2009 postuum opgenomen in de International Boxing Hall of Fame. Waarom dit onbenullige stukje? Omdat het gisteren precies honderdvijfentwintig jaar geleden was dat the Mysterious, tijdens een gevecht in Boston, Tommy Ryan in de zesde ronde het licht deed uitgaan: wat uiteindelijk een klein kerfje veroorzaakte in de bokshistorie.  Billy Smith werd zelf zesenzestig jaar.

Met dank aan John Brouwer de Koning en diens merkwaardige database. Bron onder meer Boxrec.

De Aap

Ernest Hemmingway,  Norman Mailer, én Truman Capote, grootmeesters  van de non-fictie, winnaars van Pulitzer Prijzen, én  de Nobelprijs voor literatuur. Maar ook groot liefhebbers van het boksen.
In de boksschooltjes én bij de ring, liggen de verhalen voor het oprapen. Ook  Armando wist dat als geen ander. Armando, schilder, beeldhouwer en auteur, gefascineerd door het ruwe, rauwe, obscure bokswereldje, publiceerde onder meer het boek De Boksers.
Voor Armando, woonachtig in Duitsland was het boksen eten en drinken. Even weg uit de sfeer van het atelier, geen stroopsmerende galeriehouders, en groupies met natte kruisen, om hem heen.
De man, strak in het pak, dompelde zich regelmatig onder in een bad gevuld met adrenaline, bier en smeulende nicotineslierten, van oudsher bij de boksring aanwezig. 
Dat Armando,  begin september 1962 aanwezig was in Keulen was geen toeval. In de Kölner Sporthalle stond de partij tussen lokale held Peter Müller en de Amsterdamse middengewicht Harko Kokmeijer, op het programma. Waar  Armando ongetwijfeld niet veel plezier aan beleefde.
Tijdens het gevecht, dat maar zeven minuten duurde, en waar zesduizend toeschouwers aanwezig waren, liep  Kokmeijer tegen een knock out op. Müller, in Keulen bijgenaamd De Aap, plaatste een linkse hoek op de maag van de Amsterdammer. Die tegen het canvas ging en uitgeteld werd.
Harko Kokmeijer,  door het Duitse publiek uitgefloten, protesteerde hier tegen. Volgens hem sloeg de Keulenaar té laag. Raar was zijn protest niet. De Aap had een merkwaardig imago op te houden. De man sloeg ooit een scheidsrechter knock out. Volgens Müller  omdat hij door hem werd benadeeld. Dat hij ergens in 1954, in de ring op een mondharmonica het Horst Wessellied speelde in de overtuiging dat dat het Duitse volkslied was, is ter kennisgeving.
Harko Kokmeijer, als pugilist geen ‘weggooier’. De Mokumer, altijd van doordrongen  dat De Dood in de ring nooit ver weg was,  stond als prof eenenvijftig keer in de ring, won zevenendertig partijen en verloor en twaalf. Kokmeijer, bekend als een fatsoenlijk bokser wars van smerige trucs, mocht om zijn erelijst, een gooi naar de Europese titel.
In oktober 1961 stond hij  in de Empire Pool, Wembley tegen de Engelsman John McCormack. Hoewel, volgens de Telegraaf, de Amsterdammer vocht als een tijger verloor hij op punten.
Harko Kokmeijer, na zijn bokscarrière, de uit de zeventiende eeuw daterende kroeg De Spaanse Gevel, op de Amsterdamse Singel, uitbaatte, stierf in 2006 op eenenzeventig jarige leeftijd.
Bron onder meer Boxrec.

De nooit eerder gepubliceerde foto, werd door sportfotograaf Guus de Jong, indertijd welwillend beschikbaar gesteld aan deze blog.

Hilco Koke overleden

Vannacht is mijn goede vriend en voormalig collega van de krant, Hilco Koke overleden. Hoewel de kenners het weten behoorde Hilco tot de allerbeste sportfotografen. Dat hij bij het grote publiek nooit bekend werd, had te maken met zijn bescheidenheid. De foto’s van Hilco, een artiest met licht én compositie, en altijd zwart-wit, zijn  pure kunst.
Op Hilco kon ik, voor mijn blog, altijd een beroep doen. Onvergetelijke reportages gemaakt bij onder meer het Ben Bril-boksgala, gehouden  in Koninklijk Theater  Carré.  Waar wij, door de charmes van Hilco, tot in de kleedkamers van de boksers wisten binnen te dringen. Want daar lag volgens ons ‘het verhaal’.
Samen met Hilco ook bij, de toen spoorloos verdwenen dochter, van stayerslegende Piet Dickentman, Lotti, 93 jaar geweest. Wat mede door én zijn foto’s maar ook goede vragen, een prachtig verhaal opleverde waar ik een boekje van maakte (‘Flirt met De Dood’). Tussen het gesprek door, loste Hilco ook een familieraadsel op, die meer dan een halve eeuw duurde, van een medaillon gewonnen door Piet Dickentman.
Ik ga Hilco’s warmte, collegialiteit en belangstelling  missen. Hilco werd 57 jaar. 

De eerste foto gemaakt in 1898, van Piet Dickentman achter de motor. Piet, op een gewone baanfiets werd gegangmaakt door de gebroeders Lehmann, afkomstig uit Berlijn.

 

Geplaatst in Geen categorie. Leave a Comment »

Debuut

‘Piet, jongen, dat is iets voor jou’, sprak Piet Dickentman in 1898. Dickentman, als negentienjarig renner,  aanwezig op de wielerbaan van Wenen, maakte voor het eerst kennis met een gangmaakmotor: een lullig ééncilindermotortje, die amper de vijftig  kilometer per uur aantikte. Dickentman, jongen van de Amsterdamse Westerstraat, had een profetische blik. Een  paar dagen later, op een gewone baanfiets, maakte Piet, gegangmaakt door de Berlijnse broers Lehmann, zijn debuut als stayer. Het succes van Dickentman als stayer was navenant aan de snelheden, én de bijbehorende gevaren, van de zware gangmaakmotor.
In 1900 maakte  de loeizware, Brennabormotor zijn debuut op de wielerbanen. Het echte tijdperk van het stayeren had een aanvang genomen: garantie voor spanning en sensatie, vooral op de Duitse wielerbanen.  Dat het hard ging bewees Piet op 18 juni 1905  tijdens de Preis der Stadt Leipzig waar hij de  honderd kilometer afraasde in een tijd van 1 uur en 12 minuten. 
Van Piet Dickentman, de allerbeste stayer uit de geschiedenis, weet deze blog, regelmatig, zeer zeldzame  foto’s, van te scoren. Maar ook feiten en verslagen, gevonden in volkomen onbekende jaargangen van sportbladen, uitgegeven tijdens Dickentmans carrière. Kortom, Stuyfssportverhalen komt daar in  2019 nog op terug.

Dat was 2018

Verwacht geen hoogdravende, lyrische beschouwing van 2018. Toch staat deze blog even stil bij het afgelopen jaar, want  die blijft geëtst als een jaar vol drama, en afscheid nemen. Zoals  van bokser Jan Huppen, links op de foto, een jeugdidool, en net als schrijver dezes, afkomstig uit de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt.  Jantje,  zoals hij liefkozend werd  genoemd,  trainend in de gym van Dick Groothuis gevestigd  in de Warmoesstraat,  held van de buurt, mocht twee keer de eer van zijn land verdedigen op de Olympische Spelen van Tokio én Mexico.
Hoewel Jan nooit verder kwam dan de tweede ronde schreef hij tóch geschiedenis.

Al was het alleen maar tijdens de historische judofinale in Tokio1964. Nadat Anton Geesink het goud won was het Jan Huppen, als toeschouwer aanwezig, die, onder het oog van televisie- én filmcamera´s, juichend de judomat opstormde. Dat hij direct door  Geesink werd weg gestuurd maakt niks uit, want Jan, op het celluloid gevangen, blijft op de film voor eeuwig die jongen afkomstig uit de Molensteeg.  Afgelopen oktober overleed Jan Huppen op de leeftijd van negenenzeventig jaar.
Ook in de persoonlijke sfeer was het een memorabele jaar. Half juli overleed, vólkomen onverwachts, mijn schoonzoon, de vader van m’n kleinzoons en dertig jaar deel uitmakend van  de familie. Zijn overlijden was, en is nog steeds, één groot, traumatisch, drama. Nog in shock, diepe rouw met de bijbehorende emoties, volgde twee weken later de genadeklap: het overlijden van Henny Marinus, een dierbare en lieve kameraad. Over Henny Marinus, (foto hieronder), én diens wielercarrière is op deze blog al genoeg gepubliceerd. Henny’s overlijden kwam keihard binnen.
Na het laatste, definitieve  afscheid van mijn schoonzoon, was die van Henny emotioneel té zwaar om daar bij te zijn. 
Dan was er ook nog het stoppen van de Wielersport.Slogblog.nl, dé wielerblog, ruim tien jaar gerund en volgeschreven door Fred van Slogteren. De Slogblog behoorde tot het dagelijkse ritme, want na het ontbijt en koffie, eerst even kijken wat daar op stond.
Behalve de columns en verhalen, was één van de hoogtepunten van deze blog, de soms oplaaiende polemiek tussen Van Slogteren en Han Gruiter.
De laatste,  sportjournalist in ruste, beschikkend over een vileine, scherpe, geestige pen, plaatste regelmatig, sarrende  reacties, waar  Van Slogteren op reageerde: smúllen voor de meelezende, buitenstaander.
Vorige week tikte Van Slogteren de acht kruisjes aan. Voor Fred, auteur van meer dan dertien wielerboeken, een leeftijd om het rustiger aan te doen. Waarmee definitief een punt werd gezet achter zijn prachtige blog. Enfin, de ochtenden worden nooit meer zoals het was.

En dan het volgende: na vijf jaar van lobbyen, brieven én mails sturen, tot het aanspreken van wijlen burgemeester Van der Laan, kreeg stayerslegende Piet Dickentman, eindelijk zijn lang verdiende erkenning: begin dit jaar werd de Piet Dickentmanbrug, op het Amsterdamse Zeeburgereiland, geopend.
Dat was het jaar 2018, die goddank tóch positief afsloot met de geboorte van Felix. Mijn allereerste achterkleinzoon.
André Stuyfersant