Hyalurozuur

De datum zes februari is té toevallig om daar iets achter te zoeken. Want  6  februari aanstaande gaan de Olympische Winterspelen in Milaan en  Cortina  d’ Ampezzo los . En laat nou op deze datum exact negentig jaar geleden, ook de Winterspelen een aanvang nemen.

De Olympische Winterspelen van 1936  gehouden in  Garmisch-Partenkirchen  op een boogscheut gelegen van de Berghof in Berchtesgaden, de buitenplaats van de Führer aller Duitsers, die trouwens ook de opening van deze Winterolympiade verricht.   

De aankondiging van de Spelen van 1936  waarvoor de organisatie Duitsland  heeft dicht geplakt met posters, voorzien van een afbeelding van de ultieme Arische Man, die hongerig en hooghartig naar het oosten loert. Wat sneeuw, vorst, bittere kou en ijs betreft, kwam deze in de hel van Stalingrad en de ijzige toendra’s van Rusland ruimschoots aan  z’n trekken…

En dan de aankomende Winterspelen, wat voer is voor het volk. Ook voor schrijver dezes, die met grote belangstelling uitkijkt naar het schansspringen, want daar schijnt door de springers dope gebruikt te worden. En dan niet van die ouwerwetse boerenjongensdope uit een ampul, maar dope in de onderbroek. Raar maar waar.

Want skispringers schijnen de ‘snikkel’ op te pompen met hyalurozuur,  wat hen een aerodynamisch voordeel zou opleveren, waardoor ze verder kunnen vliegen…

Je moet er maar niet aan te denken aan hét moment als de spuit in het huwelijks gereedschap wordt gestoken.  Of er behalve de sportonderdelen ook nog een  overeenkomst is met de Nazi-Spelen van 1936?

Jazeker, want de Amerikaanse  immigratiedienst ICE stuurt een ploeg agenten richting Milaan en Cortina  d’ Ampezzo om de Amerikaanse atleten te beschermen. Ergens in de Hel staat Heinrich Müller de vroegere beruchte hoofd van de Gestapo, begrijpend te knikken…

Bron onder meer: Olympia 1936 uitgegeven in 1936,

Berlijn 1906

Het zijn de foto’s die de tijd even doen stil staan. Vooral de oeroude zeldzame plaatjes van meer dan een eeuw oud. Foto’s anno nu, die de grenzen van verbeelding voor bijgaan. Op deze blog staan er tientallen. En als je denkt dat er niet meer zijn, duikt er weer een zeldzaam exemplaar op. Zoals bijgaande  onlangs gescoord op een digitale veiling. Een foto  gemaakt in het Berlijn van 1906. De stad waar keizer Wilhelm het hofprotocol strak in de gaten houd en Pruisische generaals lekkere gevoelens krijgen achter de gulp, bij het inspecteren van de marcherende troepen.

Berlijn ook de stad van de Treptow wielerbaan. Waar de Berlijnse stayer  Bruno Demke gesnapt is  bij de training achter de motortandem.

De motortandem tijdens de belle epoque een paar jaar actief op de wielerbanen, maar genoeg om voor altijd berucht en gevreesd de geschiedenis in te glijden, als een monster op twee wielen waar het voor een stayer niet pluis is.

Even over het  duo op de foto, door Stuyfssportverhalen direct herkend als het  apocalyptisch duo Emile Borchardt als stuurman en gangmaker Willy Porte.

Borchardt en Porte jongens met een bedenkelijke reputatie als  hoofdrolspeler in de aller zwaarste dodelijke ongeluk in de geschiedenis van de wielersport. Borchardt een man wiens carrière zich afspeelt in de twilightzone, het gebied waar het tijdelijke overgaat in het sterfelijke, want Emile kijkt iedere koers  in de ogen van de dood.

Ook op 18  juli 1909 op de splinternieuwe wielerbaan in het Berlijnse Botanische Garden.  Emil en Willy als gangmakers van Fritz Ryser. Nadat de renners zich hadden opgesteld klinkt het startschot. De  motortandems zijn met veel geraas zijn vertrokken. Henry Contenet, Fritz Stellbrink, John Stol en Fritz Ryser trekken zich op gang. 

Na een aantal ronden klinkt er een droge knal.  De achterband van Stols gangmaakmotor  is gesprongen en stort neer. De achteropkomende Borchardt stuurt in een splint second scherp omhoog, en vliegt vervolgens met negentig in het uur met motor en al over de balustrade midden in de afgeladen tribunes. Waar de benzinetank ontploft.  Negen mensen vinden de dood, en vijftien anderen worden met zware brandwonden afgevoerd.
Emil Borchardt brengt  het levend er van af, al zou nooit meer een motortandem besturen.

Dan is er ook nog Bruno Demke, die ook niet tussen de witte lakens zijn laatste adem uitstoot. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt Bruno jachtvlieger bij de Fliegertruppe das Kaiserreich en stort tijden een routinevlucht in 1916 neer. Bruno wordt 36 jaar.

Giullia en Audrey

De overeenkomsten zijn duidelijk.  Beiden zijn van een besproken levensstijl, ruilde de echtelijke sponde in voor een ander, zijn bekend met de amfetamines, én een sterfdatum begin januari. En vóór ze ter hemel trekken, geven ze ook nog een diepe kras in de mondiale geschiedenis.

Hank Williams, de aartsvader van country en rock ’n roll en Fausto Coppi  de renner die voor eeuwig bekend is als Il Campionissimo. Hank Williams een man die weinig met sport te maken heeft, maar de wereld wél blij maakt met onsterfelijke songs. Hank die geheel in stijl – tijdens de nieuwjaarsnacht van 1953  – tsjokvol dope op de achterbank van z’n Cadillac z’n laatste adem uitstoot.

Coppi, met de status van een half god. Of dat laatste waar is..? Laten we het er maar op houden dat Coppi, zowel Williams culthelden zijn, wat ook niet mis is…

Zeker voor schrijver dezes, want die bezocht  zowel de graven van  Hank Williams als  die van Fausto Coppi. Hank Williams  rustend op het Oakwood Cemetery in Montgomery Alabama, waar later z’n ex-vrouw Audrey ook is bijgezet: of Hank dat laatste zó leuk had gevonden…

Het kan erger. Want in het  pompeuze graf van Coppi rust niet zijn minnares en grote liefde Giullia Occhini, maar Coppi’s broer Serge. Het is maar dat U dat even weet…

2026

Hoewel de foto is ingekleurd met het toverstafje van AI, is de bijgaande renner kleurloos de geschiedenis ingegleden. Bruno Salzmann tijdens de belle epoque een redelijk stayer die voornamelijk actief is op de Duitse wielerbanen. In de Pruisisch nauwkeurig bij gehouden statistieken, gepubliceerd  in de jaargangen van Radwelt,  – lijstjes met de namen van vijftig stayers – staat Bruno regelmatig bij de eerste tien. Daarmee is alles gezegd. Dat heeft waarschijnlijk te maken met zijn afkomst als zoon van steenrijke ouders.

In tegenstelling tot zijn stayerende collega’s – vaak van eenvoudige komaf – hoefde Bruno voor het geld niet tot het uiterste te gaan. Evengoed schraapte hij tussen 1903 en 1913 een aardig kapitaal van 153.602 goudmark bij elkaar, verdiend met ongeveer twintig overwinningen en talloze tweede plaatsen.

En dan even een stichtelijk woordje: Stuyfssportverhalen wenst zijn bezoekers een gezond en  voorspoedig 2026.

Bron: jaargangen Radwelt 1903 tot en met 1913.

Afvinken

Chicago, 7 december  1945, vier maanden na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog. De GI’s zijn inmiddels thuis, en de  Amerikaanse vrouwen – tijdens de oorlog de vliegtuig- en oorlogsindustrie draaiend houdend  – staan  knarsetandend aan het aanrecht. December 1945 ook  voor  bokspromotors ongekende tijden. Die ze aangrijpen, want het Chicago Stadium is tot de laatste plaats uitverkocht.  Op het programma de partij Jake LaMotta  versus Charley Parham, twee middengewichten.

Het gevecht zelf is niet zó boeiend.  LaMotta een sociopaat uit de New Yorkse Bronx met connecties bij de lokale maffia, slaat iedere ronde Charley Parham neer, bij wie in de zesde ronde het licht eindelijk uit gaat.  Interessanter is het leven én carrière van Charley Parham, een fighter afkomstig uit de krochten van Detroit.

Voor we los gaan op Charley’s leven,  eerst even vertellen dat hij als bokser  geen weggooier is. De man wint als amateur in 1941 het prestigieuze Golden Gloves-toernooi,  een mooie opstap  voor een profcarrière. Als prof stelt Charley  niet teleur. In zijn eerste zes gevechten slaat Charley spectaculair z’n tegenstander knock out. Dat levert hem behalve een flinke zak dollars ook de bijnaam the Mayhem Man op, of te wel de ‘man van de chaos’.

Of Charley een chaoot is..? Eerder een man die zich door het woord van de Heer laat leiden, waarvoor hij de bijbel voor de zekerheid onder hand bereik heeft: een opmaat voor naderend onheil.  Charley gelooft  namelijk in de eerlijkheid van de mens, wat natuurlijk geneuzel is.

Zonder te kijken wat er in staat ondertekent hij ieder contract dat  hem voor gehouden wordt, wat leidt tot een stroom rechtszaken met managers en promotors.  Vrome argeloze Charley,  die na een gewonnen partij tegen ene Art Brown tegen het journaille  er uit flapt dat hij door een lokale kroegbaas is benadert om voor duizend dollar het gevecht te verliezen. Een uitspraak dat tot een slepende rechtszaak komt, waarvoor hij uiteindelijk vrijgesproken is.

En net als je bijna alle vooroordelen jegens een profbokser hebt afgevinkt, verrast Charley, want de man heeft behalve harde vuisten ook een gouden stem. Als in juni 1945 jazzicoon Lionel Hampton en z’n big band optreed in het Riverside Theater in Chicago, wordt hij vocaal begeleidt door Charley Parham.

Dat is dus het relaas over Charley Parham, ooit een bokser in de schaduw van de ring, die berooid en  half blind eindigt in een verzorgingstehuis, waar hij op tweeënveertig jarige leeftijd zijn laatste adem uitstoot. Waarmee Charley uiteindelijk definitief het laatste vakje afvinkt…

Bron: OnMilwaukee, Boxrec,  de wonderbaarlijke database van John Brouwer de Koning. 

Medaille

Parijs, zondag 7 juli 1907, decor Parc des Princes dé wielerbaan van de Lichtstad, waar de ontknoping plaats vindt van het wereldkampioenschap stayeren.

Aan dat laatste niet te veel waarde hechten,  want de allerbeste stayers van dat moment zoals Piet Dickentman, Taddy Robl, Paul Guignard, Peter Gunter, Eugene Bruni, Nat Butler enzovoort zijn op dat moment in Duitsland bezig met de voorbereiding op een stayerskoers.  Op die genoemde zeven juli staat de Grosser Sommerpreis op het programma, gehouden op de fameuze en strak uitverkochte Berlijnse wielerbaan Steglitz. Dat in Keulen de Goldpokal von Koln gehouden wordt is ter kennisgeving.  

Enfin je kunt alles zeggen over die met Pruisisch moraal overgoten wielerdirecties, maar  niet dat ze vies zijn om elkaar de tent uit te concurreren.  Dan blijft over die ene vraag waarom deze topstayers in Duitsland actief zijn en niet in Parijs..? Simpel antwoord; geld, en niet anders.

Je zal toch wel een dief van je eigen portemonnee zijn als je aan dat gedevalueerde wereldkampioenschap mee doet, waar alleen een gouden medaille te verdienen valt. In Berlijn en Keulen krijgt de winnaar drieduizend goudmark, nummer twee tweeduizend en aflopend tot duizend goudmark voor de vijfde plaats.  Dan nog even voor de uitslagenfreaks onder ons: Louis Darragon was wereldkampioen, gevolgd door Karel Verbist en George Parrent, een trio die op jonge leeftijd jammerlijk aan hun eind kwamen. Het is maar dat U dát even weet…

Bron: Sportalbum der Radwelt jaargang 1907.

Opgepoetste jongens

Op 11 november wordt Wapenstilstanddag groots herdacht in Vlaanderen, Frankrijk en vooral Engeland. Op deze dag wordt stil gestaan bij de enorme verliezen die zijn geleden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Meer dan negen miljoen  jongens bleven achter op de slachtvelden. Ook Emile Friol behoort tot de velen die niet terugkeerden.

De sprint  op de wielerbaan, de niche van de wielersport waar de heroïek ver weg is. Waar je als toeschouwer pech hebt als de renners zich vergrijpen aan de zogenaamde surplace. Dat laatste een verkapt circusnummer.

Even wat horror uit het verleden opdiepen: 1955 de finale sprint om de wereldtitel met Jan Derksen en Antonio Maspes. Een duo die met een surplace van tweeëndertig minuten in staat waren de toeschouwers de wielerbaan uit te jagen. Hoe saai wil je het hebben..?

Baansprinten heeft niets heroïsch. Sprinters zijn allemaal van die nette, opgepoetste jongens. Ken jij een baansprinter die in staat is op de Vlaamse of Noord-Franse kasseienweggetjes, beslijkt urenlang op het kantje zit te sterven..? Ik bedoel maar. En tóch zijn er uitzonderingen op de regel. Gelukkig wel anders wordt dit helemaal een zure column. En wie daar voor zorgt is Emile Friol.  

Emile Friol tweevoudig wereldkampioen in een tijd van gietijzeren fietsjes,  mannen met strohoeden en vrouwen met ondoordringbare korsetten en directoires. Sprinten tijdens de belle epoque, beoefend door jongens met granieten knevels die zich voor een wedstrijd  verzorgen met een geklutst ei met cognac, én als opkikkertje een dosis cocaïne. Dat laatste vrij  te verkrijgen bij de lokale apotheek. Fijne tijden vóór de Eerste Wereldoorlog.

Emile Friol heeft zijn plekje in de Franse sportgeschiedenis veilig  gesteld. En dan niet zo zeer om z´n sprintuitslagen maar de wijze waarop hij ter hemel trekt. Die is dramatisch en daarom zo mooi. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt Emile opgeroepen voor militaire dienst, wereldkampioen of niet.

Als motorrijders scheurt de voormalige sprinter tussen loopgraven om zijn berichten over te brengen. Iets dat die ene Duitse kanonnier op 16 november 1916 niet ontgaat. Geraakt door een granaat sneuvelt Emile.

Emile Friol vijfendertig jaar is begraven in een kameradengraf op de Nationale Begraafplaats Saint-Pierre in Amiens.

Het vergeten graf van Piet Dickentman

Vijfenzeventig jaar geleden verloor Amsterdam een van zijn grootste sporthelden: Piet Dickentman. Als pionier én eerste wereldkampioen van de stad in welke sport dan ook, groeide Dickentman uit tot een legende op de wielerbaan en ver daarbuiten. Zijn naam roept herinneringen op aan een tijd waarin sporthelden nog mythische proporties aannamen, en zijn prestaties – wereld- en Europees kampioen tot talloze overwinningen op de zwaarste banen van Europa – maakten hem tot een internationale beroemdheid. Op een bruggetje na dat zijn naam draagt is Dickentmans nalatenschap in Amsterdam opvallend bescheiden gebleven. Piet Dickentman én het vergeten graf van een man die de sportgeschiedenis van Amsterdam voorgoed veranderde.

Acht oktober 1950  sterfdag van Piet Dickentman,  een van Amsterdams allergrootste sporthelden en tevens Amsterdams allereerste wereldkampioen in welke sport dan ook.  Dickentman vijfenzeventig geworden  is  begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

Of er in 1950 sprake is van historisch sportbesef of dat het toeval is, is niet duidelijk. Wél dat Dickentmans graf letterlijk in de slagschaduw bevindt van zijn vroegere concurrent  Piet van Nek, de laatste dodelijk verongelukt bij een stayerskoers in het Leipzig van 1914.  Rust van Nek in een monumentaal graf geschonken door zijn supporters, die van Dickentman is anoniem. Letterlijk.

In de jaren tachtig verloopt Dickentmans grafrechten waarbij het graf niet geruimd is, maar wél de steen verwijderd.  Een historische vergissing. Als de toenmalige directie heeft geweten wie Dickentman is, en wat hij voor de sport maar vooral voor Amsterdam heeft betekent dan is dat waarschijnlijk nooit gebeurd.

Dan even vertellen over de wapenfeiten van Piet Dickentman, wiens carrière in 1898 een aanvang neemt en eindigt in 1928 in het pas geopende Olympisch Stadion, waar hij zijn allerlaatste koers rijdt. De man koerst bijna drie decennia op hoog niveau achter de zware motor, wat een prestatie op zich is, want tijdens zijn carrière verongelukken tweeënvijftig stayers en gangmakers. Piets sterkste jaren zijn tussen  1900 en 1914 waarin hij onder meer in 1903 wereldkampioen wordt. Ondanks die ene wereldtitel is zijn stayercarrière indrukwekkend, met  meer dan duizend stayerskoersen, meerdere keren Europees kampioen,  verbreekt snelheidsrecords en zegeviert in tientallen Grote Prijzen, koersen waar de allerbesten ter wereld aan de start staan.

Dickentman met de status én internationale bekendheid in Europa maar vooral Duitsland met zijn meer dan zestig wielerbanen, heeft nooit zijn afkomst vergeten. De man vecht zijn levensgevaarlijke duels uit in een shirt met het wapen van Amsterdam. Deze grote Amsterdamse sportheld die deze maand vijfenzeventig jaar geleden overlijdt verdient erkenning in de vorm van een plaquette op z’n graf.

Dus Amsterdam maar vooral de directie van de Nieuwe Oosterbegraafplaats laat je daarom niet kennen…

Foto rechts: Het graf van Piet Dickentman in de slagschaduw van het monumentale graf van Piet van Nek. Schilderij gemaakt door schilder Eric van Breenen.

De Fietsscheurkalender 2026

Vind je het heerlijk om op de racefiets de stilte van de natuur te ervaren, er gezellig met een groep op uit te trekken? Volg je graag de verrichtingen van de profs op de tv? Of houd je gewoon van alles wat met fietsen te maken heeft? Voor alle Nederlandse en Belgische wielertoeristen en liefhebbers van de koers is er ook in 2026 de Fietsscheurkalender. Deze keer met veel plezier samengesteld door Fred van Slogteren.

De laatste is de kopman van de Fietsscheurkalender. Hiervoor werkte hij als wielerjournalist voor diverse kranten en wielertijdschriften. Ook is  Van Slogteren de auteur van diverse wielerboeken waaronder biografieën van  Peter Post, jan Raas, Joop Zoetemelk, en Jan Janssen.

Aan de Fietsscheurkalender werken onder meer mee: Henk Tetteroo, Evert de Rooij, Johannes Witte de With, Jac Zwart, Jimmy Tigges, Otto Beaujon en Nol van ’t Wiel.

De Scheurkalender 2026, uitgave Kosmos Uitgevers. Prijs 19,99 euro.

Elektrisch

Wat heeft de dinosaurus met een Brennabormotor te maken..? Beiden zijn schimmen uit een prehistorisch verleden. En wat een dino is dat weet inmiddels iedere simpelman. Maar een  Brennabormotor… Daarom een uitleg. De Brennabor is een voorhistorisch, monsterlijke vuurspugende gangmaakmotor door twee man nauwelijks in bedwang te houden. Een motor die gemakkelijk de honderd kilometer aantikt en tijdens de belle epoque de wielerbanen letterlijk onveilig maakt, compleet met het geluid van een alles allesvernietigende catastrofe.

Renners achter zo’n motor zijn  letterlijk hun leven niet zeker. Tussen 1900 en 1914 sneuvelen veertig renners en gangmakers. Trouwens  het publiek loopt ook het nodige gevaar. Zoals op de wielerbaan van de Botanische Garden in het Berlijn van 1909. Waar  tijdens de koers een Brennabor  in razende vaart de tribunes invliegt. Negen toeschouwers komen nooit meer thuis. Twintig anderen brengen de rest van hun leven verminkt en getormenteerd door.

En wat die renners betreft daar hoef je geen medelijden te hebben, hooguit met hun arme moeders. Want voor zo’n stayer  staat wel iets tegen over: geld. Héél véél geld. De Brennabormotoren- en fietsenfabriek gevestigd in het Duitse Brandenburg  beloont zijn  onder contact staande renners vorstelijk.

Die tijden zijn geweest. De Brennabormotor die als de zeis van Magere Hein decennia lang huis houd op de wielerbanen,  is al meer dan een eeuw geschiedenis. Wat nog wél bestaat is de illustere Brennaborfabriek in Brandenburg, waar de gangmaakmotoren niet meer van de band rolt. Wat er dan wel  gefabriceerd wordt? Een lullig elektrisch fietsje..!

Op diverse Europese en Amerikaanse begraafplaatsen stuiteren veertig gesneuvelde stayers en gangmakers in hun graf…