Ontwapenend eerlijk

Dat er een voormalige topwielrenner werkzaam is, is duidelijk. In de sportruimte van fysiotherapiepraktijk Gooioord in Amsterdam-Zuidoost, hangen diverse actiefoto’s, ingelijste shirts en andere wielerparafernalia met de sportinstructeur van dienst in de hoofdrol. Rik Moorman taalt er niet meer om. Zijn wielercarrière, kort maar hevig, ligt ver achter hem. Hij is nu gelukkig in zijn werkzaamheden. En toch, tóch had het anders kunnen lopen. Hij, hét grote fietstalent van begin jaren tachtig slaagde op het moment suprême niet. Waar zijn gabbers en generatiegenoten Jelle Nijdam en Eric Breuking wél slaagden, namelijk een profcontract, stond Moorman met lege handen. Ja, een contractje, met behoud van uitkering, bij een kermisploegje als Elro-Snacks. Nou, geef dát portie maar aan Fikkie.

Rik Moorman, had wel iets te bieden. Op zijn conduitestaat stonden vier nationale baantitels. Ook maakte hij een aantal jaar deel uit van de baanselectie. Deed mee aan de Spelen van 1984. Werd bij het Europese koppelkampioenschap derde. Won jaarlijks op de weg zo’n twaalf koersen. Zag tientallen keren zijn naam als tweede op de uitslagenlijsten. Voerde met zijn, eveneens koersende broer Ralph, in de criteriums een waar schrikbewind. En kon uiteindelijk naar een profstatus fluiten. Gedesillusioneerd werd de koersfiets op drieëntwintigjarige leeftijd aan de haak gehangen.
Sierlijke flyer
Anno nu beseft hij zelf dat hij niet hard genoeg was voor het profmetier. Ontwapenend eerlijk vertelt hij dat hij als renner ook een tikkeltje lui was. In je eentje trainen in de polder vond hij zo saai als de pest.
Maar er waren ook van die ongrijpbare obstakels. Van die valkuilen waar je als jong rennertje geen vat op had. Om als renner te slagen komt meer kijken dan een paar ‘goede benen’. Rik Moorman een sierlijke flyer, een geboren baanrenner. Zat ooit als toeschouwer op de tribune van de Rotterdamse Zesdaagse. Werd daar door wedstrijdleider Post vanaf geplukt. Of hij direct mee wilde starten bij de six. De zesdaagse was namelijk nog geen uur oud of de Fransman Vallé brak zijn sleutelbeen. Of Moorman direct zijn plek wilde innemen.Een mooiere garantie op een zesdaagse carrière kun je niet wensen. Moorman slaagde voor de test. Toezeggingen om ‘Zes van Kopenhagen’ te rijden kwamen. En laat het nou dezelfde Post zijn die daar een stokje voor stak! Moorman heeft dat jarenlang nóóit kunnen begrijpen.
Voorbeeld
Peter Post, notabene de allerbeste jeugdvriend van zijn vader Hannie. In Huize Moorman werd alleen maar lovend over Post gesproken, en tot voorbeeld gesteld aan Rik. Het was duidelijk: Peter Post móest Rik Moorman niet. Over het ‘waarom’ daar kwam Moorman jaren later achter. Het was zijn moeder die dat raadsel oploste. Het had alles met liefde te maken.
Peter Post had in zijn jonge jaren verkering met Rik Moormans ma. Nadat Post door een ongeluk lang in het ziekenhuis verbleef, werd zij verliefd op de latere vader van Rik. En dát gegeven kon de rancuneuze Post nooit vergeven. En daar moest, in Posts belevingswereldje, voor geboet worden.
Macht
En dan was er ook nog die ene almachtige Amsterdamse manager. Een voormalige wereldkampioen, met veel macht in het zesdaagse wereldje. Wilde je als jonge veelbelovende renner, amateur-zesdaagsen rijden, wat altijd een ‘binnenkomer’ was op de winterbanen, moest je aan hem tweeduizend gulden betalen. Moorman had dat geld niet.
Nu haalt Moorman zijn schouders er over op. Of hij gefrustreerd is? Nee! Daarvoor zorgen te veel goede herinneringen voor. En buiten dát: hij heeft als sportinstructeur, inmiddels al dertien jaar, een heel leuke baan, en ook in zijn persoonlijk leven is hij heel senang.
Ook voor Moorman is er nog die ene ouwe liefde: en die roest nooit. Rik Moorman, afgetraind, scherp, gaat dit seizoen weer koersen. De renners op wielercircuit Sloten, in Amsterdam, zijn gewaarschuwd.

Foto 1: Rik en Ralph Moorman.

Geplaatst in Wielrennen. Tags: . 1 Comment »

Leeggeklopte pijpen

Godsamme, wát een foto! Zo één waar het drama nog steeds vanaf spat. Meer dan een eeuw oud en genomen na afloop van de Grosser Jubiläumpreis gehouden op de Keulse wielerbaan anno mei 1909. Een stayerskoers over honderd kilometer, gewonnen door Karel Verbist afkomstig uit Wijnegem ten noorden van Antwerpen. Karel, de bange hoop van heel Vlaanderen. Opkomende ster. De man die het de stayerende mof moeilijk ging maken. Won tot juni 1909 op de Duitse wielerbanen – de premier league van het toenmalige stayeren – vijf grote koersen. Waaronder de genoemde Grosser Jubiläumpreis. Schreef daarbij 17.100 goudmark bij op zijn bankrekening. Waarmee Karel aan het eind van dat jaar, op de geldranglijst, gepubliceerd door Radwelt, op de vijfde plaats stond.
Terug naar 23 mei 1909, om precies te zijn, de uitverkochte Keulse wielerbaan waar Karel, gegangmaakt door zijn gabber Stan Ceurremans, stayersles gaf, waarbij hij de latere wereldkampioen Guignard vernederde. Dat Stellbrink en de Amerikaan Nat Butler derde en vierde werden, zal wel.
Na afloop de plichtplegingen. Met de fotograaf van dienst als regisseur. Waar het meteen dringen werd. Dat collega-renner Guignard en gangmaker Stan Ceuremans ook werden vereeuwigd, was te begrijpen. Maar wat doen al die enge kerels daarbij…?
Ach gut, arme Karel volksjongen uit Wijnegem, flauw lachje om de lippen, en onwennig met zijn stayersfietsje aan de hand, omringd door het op de voorgrond dringende Keulse rapaille, want lokale hotemetoten en ander schavuitvolk. Kijk ze staan, die zichzelf belangrijk vindende patjepeeërs, met hun gouden horlogekettingen en zelfvoldane harsessen. Van die mannen die stiekem hun pijp plachten leeg te kloppen in de Keulse bordelen. Hadden ze dan niet in de gaten dat de dagen van Karel al geteld waren?
Nadat de fotograaf zijn foto had gekiekt, begon ook voor Verbist de begrafenisklok te lopen. Exact twee maanden later verongelukte Karel, 26 jaar, op de Karreveldwielerbaan in Brussel.

Bron: Radwelt jaargang 1909.

‘Alkmaar’ wil succes delen

Of hij wensen heeft? Ja natuurlijk! Dat het stayeren óók nationaal gezien in de lift komt. Aan Uwe Smit zal dat niet leggen. Als voorzitter van de Alkmaarse baancommissie is hij nauw betrokken bij de organisatie van alles wat met stayeren ‘op’ Alkmaar betreft. Dat het Nederlands stayerskampioenschap, afgelopen zaterdagavond gehouden in de Kaasstad is daarom niet meer dan logisch. En net als ieder jaar daarvoor, was de laatste editie, wat belangstelling van publiek, pers én toeschouwers betreft, één groot succesverhaal. Meer dan duizend toeschouwers namen plaats op de tribunes.
Uwe Smit, voormalig gangmaker wil graag dat succes delen. Maar daarvoor moeten de anderen wielerbanen wél voor open staan. Zo begrijpt Smit nog steeds niet waarom de leiding van OmniSport, de Apeldoornse wielerbaan, het aan hen toegewezen stayerskampioenschap 2017, had terug gegeven. De kennis én  gangmaakmotoren kon men van Alkmaar lenen., Maar dan moet zo’n baan zich wel voldoen aan de eisen van de Alkmaarse baancommissie. Volgens Smit gebeurde dat niet. Een  gemiste kans voor de sport én de Apeldoornse wielerbaan.
Voor de stayerssport fungeert het Alkmaarse Sportpaleis als een warm bad. Het stayeren trekt nog steeds doceert Smit. Er is een gestage aanwas van nieuwe rolrijders, en ieder winter zijn er koersen. Zelfs vanuit Duitsland is belangstelling. Bij de grote koersen zijn altijd één of twee goede Duitse gangmakers bij betrokken. Smit beweert dat die laatste daar geen geld voor rekenen, wat er trouwens niet is.
Om de stayerskoersen financieel rond te krijgen is een onmogelijke klus. Er is geen geld. En sponsoring vanuit de middenstand is nul, komma, nul. Dat de sport ondanks dát floreert mag op de conduitestaat van Smit en zijn anderen baancollega’s worden bijgeschreven.

Uitslag Nationaal Stayerskampioenschap: 1. Reinier Honig, 2; Jeroen Kaldenbach, 3: Luuk Jansen.

Met gelijmd oor op titeljacht

Zaterdagavond aanstaande, het nationale stayerskampioenschap. Plaats van handeling, het Sportpaleis van Alkmaar. Waar tien stayers hun opwachting maken. Voor titelhouder Reinier Honig is de race alles behalve een formaliteit.

De sinterende finale van vorig jaar kunnen we vergeten. Dat was een koers die alleen voorkomt in spannende jongensboeken. De toenmalige hoofdrolspelers? Patrick Kos en Reinier Honig, die met hun aanvallende manier van koersen het vrijwel uitverkochte  Alkmaarse Sportpaleis lang na deden sidderen.  Of bij het komende kampioenschap ook gesidderd gaat worden…? Patrick Kos, één van de hoofdrolspelers van vorig jaar, is inmiddels gestopt. Aan  Reinier Honig de honneurs.  Honig, profrenner, meervoudig nationaal kampioen. Werd afgelopen najaar in Berlijn tweede tijdens het Europees kampioenschap. De Noord-Hollander, de hele winter actief op de piste werd ook nog eens, afgelopen december tweede bij het nationale dernykampioenschap. Kortom een man in vorm.
Renners in vorm balanceren per definitie op een slap koord. Ook Honig. Vier dagen voor de komende titelrace werd hij, door een niet oplettende automobilist, geschept. Honig, gebutst en geschaafd want een ‘gelijmd’ oor én een blauw oog, voelt zich ondanks dát, goed. De man is pas terug van een tweeweekse trainingskamp in Zuid-Frankrijk. Honig trainde daar samen met boezemvriend Wout Poels en diens Skyteam. Kortom, Honig is de Hartenaas.
Ondanks dát laatste dreigt voor Honig een sponsorloos jaar.  Honig, in 2017 rijdend voor een Oostenrijkse ploeg, kreeg geen contractverlenging. Alle Europese ploegen heeft hij ondertussen afgebeld en aangeschreven: die allemaal vol zijn.
Stoppen met koersen doet hij niet. Daarvoor is hij té jong, maar vindt het koersen ook té leuk. Drie jaar geleden verkeerde hij in dezelfde situatie. Door in België veel kermiskoersen te rijden kreeg hij uiteindelijk een plekje bij de Roompotploeg. De huidige sponsorproblemen heeft hij even op zij geschoven. Eerst het nationale stayerskampioenschap, en daarna de Zesdaagse van Berlijn. Als je deze wint pakt hoopt hij op de nodige publiciteit. En dus ergens een contract.

Kampioenschap stayeren. Plaats van handeling: Sportpaleis van Alkmaar. Zaterdagavond 20 januari. Aanvang eerste serie 18.00 uur. Finale om 20.00 uur.Toegangsprijs: 5 euro.

Voorspoedig 2018


Doen wat je leuk vindt. Indachtig deze kreet schrijft Stuyfssportverhalen,  met verontrustende regelmaat, over het oeroude stayeren: waar een leven meer of minder er niet toe deed. Niet de leukste onderwerpen, alsof mij dat wat schelen kan. Aangezien de bezoekersaantallen goed zijn, gaat deze blog, in 2018, daar fijn mee verder. Onderwerpen genoeg.
Het archief werd afgelopen jaar aangevuld. Bij  diverse boekantiquariaten werden verschillende jaargangen Illustrierter  Radrenn Sport uit de jaren twintig gescoord, evenals vier jaargangen Le Miroir des Sport want jaren dertig. Een vaste bezoeker   schonk, behalve een doos vol historische stayersfoto’s, drie jaargangen van het blad Rijwiel- en Motor-Orgaan: met veel uitslagen, achtergrondverhalen én foto’s  over de stayerskoersen anno jaren 20.  Tot slot schonk Theo Buiting tientallen unieke stayersfoto’s, gemaakt tijdens de Belle Epoque.
En natuurlijk komen op deze blog ook anderen sporten, zoals het boksen langs.
Voor iedereen een heel goed en gezond 2018.
André Stuyfersant

Geplaatst in Geen categorie. 3 Comments »

Sylvana én Vrijdag


Laat die Sylvana Simons met die Zwarte Piet van d’r, maar kletsen. Sylvana lult wel vaker uit haar nek.  Wat weet zij nou van rauw, onvervalst racisme. Syl moet haar licht maar schijnen over Hypolite Figaro. Ook wel ‘Vrijdag’ genoemd,  of in het Frans ‘Vendredi’. Vrijdag dus, vernoemd naar die sjlemiel die ooit aanspoelde op het onbewoonde eiland van Robinson Crusoe. En vervolgens zijn leven in dienst stelde van die Crusoe. Waar bij je je moet afvragen wat die twee kerels in godsnaam, jarenlang met elkaar, uitspookten op dat eiland… Enfin, deze column gaat niet over herenliefde anno 18e eeuw maar over de genoemde Vendredi, die niet genoeg geroemd kan worden om zijn lef en durf. 
Ga maar na: Vendredi een zwarte man afkomstig van Mauritius. Een kerel met een missie. Wat zeg ik nou? De man was een held. Wat ik verderop ga uitleggen. Dat Hypolite ging koersen achter de zware motor was één. Maar dat hij dat ging doen als zwarte renner, in het roomblanke Duitsland  tijdens de Belle Epoque, was een voorzetje op z’n heldenstatus. Vendredi, als stayer aan de slag op de Duitse wielerbanen.
Duitsland, van vóór de Eerste Wereldoorlog. Het land van Nietzsche en zijn Arische übermensch, maar ook van de geborneerde, antisemitische componist Wagner met diens Germaanse heldenopera’s.  Duitsland waar men droomde van het Avondland en de bij behorende Lebensraum.
In dát klimaat schraapte Hypolite zijn karig prijzengeld bij elkaar. Waar bij aangemerkt moet worden dat zijn manager hem met de naam  Vendredi op de aanplakbiljetten plaatste. Dat laatste werd, wat racisme betreft, door Vendredi’s sponsor, Göricke’s Westfalen-Rad,  overtroffen, want op de promotiefoto’s stond in grote letters ‘neger’. Die arme Hypolite. Die moest zich maar alles laten wél gevallen. Dat kon zijn uitwerking niet missen.
Waren zijn stayerende collega’s, desolate, narcistische kerels,  stoer en onverschillig in de lens van de fotograaf kijkend. Vendredi dus niet. Op de weinige van hem bekende foto’s zie je een bedeesde, angstig kijkende man.
Hoe het met Vendredi’s leven verder is gegaan? Géén idee! In het archief van deze blog is Hypolite Figaro, na zijn stayersavonturen  opgelost

Fotografische kras

Van die schitterende foto’s. Gemaakt in het stenen tijdperk van de koers. Door een onbekende fotograaf, die een duidelijke liefhebber was van de levensgevaarlijke stayerskoersen. Trouwens, iedereen in het compleet uitverkochte Steglitzwielerbaan. De Berlijnse piste, voor een gemiddelde sensatiebak dé hangplek. Eerst even over de Steglitzwielerbaan, Berlijn, anno 1903. Met de Golden Rad  van Berlijn op de aanplakbiljetten. Stayerskoers over honderd kilometer. Dertigduizend toeschouwers, zes stayers én die ene onbekende fotograaf. De laatste ‘op scherp’, kwam aan zijn trekken, en kerfde een fotografische kras in de wielergeschiedenis. Met dank aan gangmaker Ernst Wolf.
Volgens Ernst was het namelijk mogelijk, om met razende vaart zijn motor door een piepkleine opening te sturen. Wat nét niet lukte. Een collectieve siddering door de volle rangen. Wolken dwarrelende houtsplinters afkomstig van de boarding. Krassend, huilend geluid van metaal over hard beton. Renner Eugene Bruni rakelings scherend langs de motor én de poorten van de hel. En Ernst? Die mankeerde weinig. Voor even… De adem van Hein voelde hij al in zijn nek.
Ernst Wolf dus. Een adrenalinejunk zonder besef. Anno nu, ongetwijfeld met aan een elastiek verbonden, in diepe ravijnen gesprongen. Zo’n idioot dus, want de adrenaline gaf hem dé ultieme kick, voor het krijgen van een stijve pik: hetgeen niet alleen lekker rijmt maar ook nog de waarheid was.
Na zijn val eiste Ernst wel zijn dubieuze hoofdrol op. Trots poserend, omringd door sensatiezoekers, bobo’s en andere lijkenpikkers, naast het gecrashte wrak van zijn motor en strak kijkend in de lens van die onbekende fotograaf.
Tijdens de Grote Prijs van Dresden, gehouden op 29 oktober 1907 verongelukte Ernst Wolf, 28 jaar