Marco Pantani. Uitvinder van de bandana. Grootmeester van de ultieme snok. Een sluipwesp en een vlinder tegelijk. Bracht rock ‘n roll op de flanken van de cols. Een reuzendoder die aanviel als iedereen dacht dat hij moest lossen. Een verademing in een tijd dat alleen menselijke machines in het hooggebergte de dienst leken uit te maken. Totaal gebrek aan uitstraling maar daarom bij mij zo gelieft. Regelmatig balancerend langs pijlloos diepe psychische krochten: de kenmerk van de ware klimmer.
Wat dat betreft heeft hij goede voorgangers. De carrières en levens van Charley Gaul, Gert-Jan Theunissen, Jiminez en Fuente, – om maar wat klimmers te noemen – zijn verplichte leskost voor aankomende psychiaters.
Terug naar Pantani. Die staat hoog in mijn heldengalerij. Om daar te komen moet je jong sterven. Liefst zo tragisch mogelijk.
Wat dat betreft heeft Marco niet teleurgesteld. Maar de manier waarop hij uit het ondermaanse vertrok had beter gekend. Eerlijker. Eenzaam en verlaten doodgaan in een hotelkamer doen alleen verlopen jazzartiesten.
Klimmers behoren op de fiets de laatste adem uit te blazen. Tommie Simpson gaf het goede voorbeeld. Dat hij daarmee een eeuwigdurend monument boven op de Mont Ventoux kreeg, is voor Tommy mooi meegenomen.
Pantani, vrijwel even oud geworden als de Verlosser uit Nazareth. Jezus en de Kleine Goddelijke Kale. De Prediker en de mystieke klimheilige. Beiden verraden. Jezus had zijn Judas. Pantani Jean-Marie Leblanc.
Want het is de toenmaliege voorzitter van de Tour de France die het mes van de guillotine in de nek van Marco liet neerkomen. Leblanc is er als de kippen bij toen San Marco – om een vermeend te hoog hemotocrietgehalte – uit de ronde van Italië te verwijderen en verordende meteen dat het klimfenomeen daarom niet welkom is in Le Grand Boucle.
De ware rede is, dat Pantani, op dát moment, de enige grote bedreiging vormde voor Lance Armstrong. Want een overwinning van die Texaanse gladjakker opende voor de farizeeër Leblanc, de eindeloos uitgestrekte Amerikaanse commerciële markt. Enfin we weten inmiddels hoe dat is verlopen met Armstrong. En buiten dat, wat kan mij het schelen dat Il Pirata wel eens een ‘Epootje’ tot zich nam. Voormalig beroepsrenner Leblanc verontwaardigd horen praten over doping! Alsof de vos de passie predikt…
Mijn onbegrepen Held is gestorven op 14 februari. Op Valentijnsdag, begon hij aan zijn laatste klim. Klimmend, dansend en snokkend vertrok hij naar het grote wielerwalhalla. Of die bestaat weet ik niet, maar Pantani geloofde daar zeker in gezien zijn gekoketteer met de duivel.
Ciao Marco.











