Met gelijmd oor op titeljacht

Zaterdagavond aanstaande, het nationale stayerskampioenschap. Plaats van handeling, het Sportpaleis van Alkmaar. Waar tien stayers hun opwachting maken. Voor titelhouder Reinier Honig is de race alles behalve een formaliteit.

De sinterende finale van vorig jaar kunnen we vergeten. Dat was een koers die alleen voorkomt in spannende jongensboeken. De toenmalige hoofdrolspelers? Patrick Kos en Reinier Honig, die met hun aanvallende manier van koersen het vrijwel uitverkochte  Alkmaarse Sportpaleis lang na deden sidderen.  Of bij het komende kampioenschap ook gesidderd gaat worden…? Patrick Kos, één van de hoofdrolspelers van vorig jaar, is inmiddels gestopt. Aan  Reinier Honig de honneurs.  Honig, profrenner, meervoudig nationaal kampioen. Werd afgelopen najaar in Berlijn tweede tijdens het Europees kampioenschap. De Noord-Hollander, de hele winter actief op de piste werd ook nog eens, afgelopen december tweede bij het nationale dernykampioenschap. Kortom een man in vorm.
Renners in vorm balanceren per definitie op een slap koord. Ook Honig. Vier dagen voor de komende titelrace werd hij, door een niet oplettende automobilist, geschept. Honig, gebutst en geschaafd want een ‘gelijmd’ oor én een blauw oog, voelt zich ondanks dát, goed. De man is pas terug van een tweeweekse trainingskamp in Zuid-Frankrijk. Honig trainde daar samen met boezemvriend Wout Poels en diens Skyteam. Kortom, Honig is de Hartenaas.
Ondanks dát laatste dreigt voor Honig een sponsorloos jaar.  Honig, in 2017 rijdend voor een Oostenrijkse ploeg, kreeg geen contractverlenging. Alle Europese ploegen heeft hij ondertussen afgebeld en aangeschreven: die allemaal vol zijn.
Stoppen met koersen doet hij niet. Daarvoor is hij té jong, maar vindt het koersen ook té leuk. Drie jaar geleden verkeerde hij in dezelfde situatie. Door in België veel kermiskoersen te rijden kreeg hij uiteindelijk een plekje bij de Roompotploeg. De huidige sponsorproblemen heeft hij even op zij geschoven. Eerst het nationale stayerskampioenschap, en daarna de Zesdaagse van Berlijn. Als je deze wint pakt hoopt hij op de nodige publiciteit. En dus ergens een contract.

Kampioenschap stayeren. Plaats van handeling: Sportpaleis van Alkmaar. Zaterdagavond 20 januari. Aanvang eerste serie 18.00 uur. Finale om 20.00 uur.Toegangsprijs: 5 euro.

Voorspoedig 2018


Doen wat je leuk vindt. Indachtig deze kreet schrijft Stuyfssportverhalen,  met verontrustende regelmaat, over het oeroude stayeren: waar een leven meer of minder er niet toe deed. Niet de leukste onderwerpen, alsof mij dat wat schelen kan. Aangezien de bezoekersaantallen goed zijn, gaat deze blog, in 2018, daar fijn mee verder. Onderwerpen genoeg.
Het archief werd afgelopen jaar aangevuld. Bij  diverse boekantiquariaten werden verschillende jaargangen Illustrierter  Radrenn Sport uit de jaren twintig gescoord, evenals vier jaargangen Le Miroir des Sport want jaren dertig. Een vaste bezoeker   schonk, behalve een doos vol historische stayersfoto’s, drie jaargangen van het blad Rijwiel- en Motor-Orgaan: met veel uitslagen, achtergrondverhalen én foto’s  over de stayerskoersen anno jaren 20.  Tot slot schonk Theo Buiting tientallen unieke stayersfoto’s, gemaakt tijdens de Belle Epoque.
En natuurlijk komen op deze blog ook anderen sporten, zoals het boksen langs.
Voor iedereen een heel goed en gezond 2018.
André Stuyfersant

Geplaatst in Geen categorie. 3 Comments »

Sylvana én Vrijdag


Laat die Sylvana Simons met die Zwarte Piet van d’r, maar kletsen. Sylvana lult wel vaker uit haar nek.  Wat weet zij nou van rauw, onvervalst racisme. Syl moet haar licht maar schijnen over Hypolite Figaro. Ook wel ‘Vrijdag’ genoemd,  of in het Frans ‘Vendredi’. Vrijdag dus, vernoemd naar die sjlemiel die ooit aanspoelde op het onbewoonde eiland van Robinson Crusoe. En vervolgens zijn leven in dienst stelde van die Crusoe. Waar bij je je moet afvragen wat die twee kerels in godsnaam, jarenlang met elkaar, uitspookten op dat eiland… Enfin, deze column gaat niet over herenliefde anno 18e eeuw maar over de genoemde Vendredi, die niet genoeg geroemd kan worden om zijn lef en durf. 
Ga maar na: Vendredi een zwarte man afkomstig van Mauritius. Een kerel met een missie. Wat zeg ik nou? De man was een held. Wat ik verderop ga uitleggen. Dat Hypolite ging koersen achter de zware motor was één. Maar dat hij dat ging doen als zwarte renner, in het roomblanke Duitsland  tijdens de Belle Epoque, was een voorzetje op z’n heldenstatus. Vendredi, als stayer aan de slag op de Duitse wielerbanen.
Duitsland, van vóór de Eerste Wereldoorlog. Het land van Nietzsche en zijn Arische übermensch, maar ook van de geborneerde, antisemitische componist Wagner met diens Germaanse heldenopera’s.  Duitsland waar men droomde van het Avondland en de bij behorende Lebensraum.
In dát klimaat schraapte Hypolite zijn karig prijzengeld bij elkaar. Waar bij aangemerkt moet worden dat zijn manager hem met de naam  Vendredi op de aanplakbiljetten plaatste. Dat laatste werd, wat racisme betreft, door Vendredi’s sponsor, Göricke’s Westfalen-Rad,  overtroffen, want op de promotiefoto’s stond in grote letters ‘neger’. Die arme Hypolite. Die moest zich maar alles laten wél gevallen. Dat kon zijn uitwerking niet missen.
Waren zijn stayerende collega’s, desolate, narcistische kerels,  stoer en onverschillig in de lens van de fotograaf kijkend. Vendredi dus niet. Op de weinige van hem bekende foto’s zie je een bedeesde, angstig kijkende man.
Hoe het met Vendredi’s leven verder is gegaan? Géén idee! In het archief van deze blog is Hypolite Figaro, na zijn stayersavonturen  opgelost

Fotografische kras

Van die schitterende foto’s. Gemaakt in het stenen tijdperk van de koers. Door een onbekende fotograaf, die een duidelijke liefhebber was van de levensgevaarlijke stayerskoersen. Trouwens, iedereen in het compleet uitverkochte Steglitzwielerbaan. De Berlijnse piste, voor een gemiddelde sensatiebak dé hangplek. Eerst even over de Steglitzwielerbaan, Berlijn, anno 1903. Met de Golden Rad  van Berlijn op de aanplakbiljetten. Stayerskoers over honderd kilometer. Dertigduizend toeschouwers, zes stayers én die ene onbekende fotograaf. De laatste ‘op scherp’, kwam aan zijn trekken, en kerfde een fotografische kras in de wielergeschiedenis. Met dank aan gangmaker Ernst Wolf.
Volgens Ernst was het namelijk mogelijk, om met razende vaart zijn motor door een piepkleine opening te sturen. Wat nét niet lukte. Een collectieve siddering door de volle rangen. Wolken dwarrelende houtsplinters afkomstig van de boarding. Krassend, huilend geluid van metaal over hard beton. Renner Eugene Bruni rakelings scherend langs de motor én de poorten van de hel. En Ernst? Die mankeerde weinig. Voor even… De adem van Hein voelde hij al in zijn nek.
Ernst Wolf dus. Een adrenalinejunk zonder besef. Anno nu, ongetwijfeld met aan een elastiek verbonden, in diepe ravijnen gesprongen. Zo’n idioot dus, want de adrenaline gaf hem dé ultieme kick, voor het krijgen van een stijve pik: hetgeen niet alleen lekker rijmt maar ook nog de waarheid was.
Na zijn val eiste Ernst wel zijn dubieuze hoofdrol op. Trots poserend, omringd door sensatiezoekers, bobo’s en andere lijkenpikkers, naast het gecrashte wrak van zijn motor en strak kijkend in de lens van die onbekende fotograaf.
Tijdens de Grote Prijs van Dresden, gehouden op 29 oktober 1907 verongelukte Ernst Wolf, 28 jaar

En de Monnik trok ten aanval

Werelduurrecordhouder achter de derny, Maas van Beek, ging vandaag zijn eigen record aanvallen. Plaats van handeling, de wielerbaan van Moskou.

Je hebt Maashaters én Maasadepten. Tussenweg bestaat niet. De laatste zijn supporters tot de laatste snik. Om fan van Maas van Beek te zijn vereist enig doorzettingsvermogen. Maar dan krijg je ook wat. Maas van Beek, een ietwat rare kerel afkomstig van de schrale zandgronden, van de Veluwe. Met zijn tweeënzestig jaar angstig dicht bij de geriatrische status. Neemt niet weg dat de man een paar jaar geleden de wielerwereld versteld liet staan door het werelduurrecord achter de derny met 66.639 meter te verbreken.
Altijd leuk om te zien hoe zijn voorgangers als een Peter Post en anderen zogenaamde wielervedetten, uit de recordboeken werden gesmeten. Wat tevens de Maashaters én supporters van Post het schuim van woede om de bek bezorgde.
De recordhouder een man van eigenaardige trekjes, want wil graag ‘de monnik’ genoemd worden: zoals gezegd, Maas van Beek is een tikkeltje knots. Maar dat zijn wél de leukste mensen in de duffe, grijze, en achterbakse wielerwereld. Voor zijn eigen ego, maar ook voor zijn supporters was Van Beek drie weken geleden afgereisd naar Moskou. Waar Maas, op de lokale, driehonderd meter en supersnelle wielerbaan, zijn eigen record scherper wil stellen.
Als voorproefje kregen zijn hondstrouwe fans, via de whatsapp, iedere morgen een door de recordman gemaakt filmpje. Waarvan enkele, onbedoeld, tot de meest geestige in zijn soort behoren. Filmpjes met de Monnik in de hoofdrol. Zoals die ene waarop Van Beek,  zijn harses met een soort grasmaaier kaal scheert, en ondertussen, volkomen onverstaanbaar,  zijn woeste plannen orakelt. 
Of Van Beek aan het ontbijt, met voor zich een stapel boterhammen én een schaal hardgekookte eieren waar ze in een gemiddeld weeshuis in Wladiwostok elkaar de hersens voor inslaan.
Maar we gaan niet afdwalen, want dit gaat over de Monnik’s recordaanval. Over Monniken gesproken: je bent pas een echte als er eerst geleden wordt. Dat had die Ouwe van de Veluwe goed onthouden. Drie weken Moskou, betekende even zo lang verblijven in een Stalinistisch ingericht kamertje,  bevindend in het Sportpaleis vlak boven de wielerbaan.
Dat Van Beek dagelijks trainend achter gangmaker Ivan Kovalev, is ter kennisgeving. Aardig te vermelden is ook Maas’ zelf  geknutselde zuurstofmasker, aangesloten op een soort strandbal, waarmee de Monnik, op een hometrainer,  zijn eigen hoogtestage deed. Je moet daar toch niet aan denken. Een gewoon mens valt dood neer.
Maas van Beek, gehard op de boerderij van zijn ouders, en ooit de ziekte kanker overwonnen, deed vanmiddag zijn beslissende aanval. Niet geheel toevallig op de elfde van de elfde: Narrentijd. Een aanval,  live op facebook te volgen, die tot aan de vijfentwintigste minuut duurde.Van Beek, niet achter zijn lucht komend, blies zijn eigen aanval op. De Monnik stopte. Om op het middenterrein gedesillusioneerd zijn verhaal te doen. Beestachtig had hij afgezien. En nee, hij doet nooit meer een poging. Dat was zijn laatste aanval op zijn eigen wereldrecord. Maakt ook niks uit. Maas van Beek glijdt evengoed de geschiedenis in als een Held.

Foto 2: Van Beek met gangmaker Kovalev.

Ode aan Fritz

11 November, Wapenstilstanddag, het einde van de Eerste Wereldoorlog. Via de media groot herdacht waarbij Duitsland per definitie wordt overgeslagen. Enfin, aan die politiek correcte malligheid doet deze blog niet aan mee, daarom een kleine ode aan Fritz Hitzler…

Fritz Hitzler, stayer in de marge. Kwam voornamelijk uit op de kleine, obscure Duitse wielerbanen: het voorgeborchte van het tweede garnituur. Fritz’ collega’s, opportunistische kerels, ‘los in de broek’, met het verstand in de snikkel. Actief in een omgeving waar het niet zó nauw genomen werd met de veiligheid. Waar het credo was Gott mit Uns. Wielerbaantjes waar renners regelmatig, bevend als een verwarde hond, van af werden geschraapt. En waar de amputeerzaag én het lancet onder handbereik van de baanarts lag.
Soms mocht Fritz opdraven bij de grote koersen. Als programmavulling. Hitzler, vanaf 1905 tot 1908 zes gewonnen koersen en harkte daarbij zo’n tienduizend goudmark bij elkaar. Even ter vergelijking: Piet Dickentman verdiende alleen al in het seizoen 1904 meer dan vijfentwintigduizend goudmark.
Fritz, afkomstig uit het Zuidduitse Ulm, een desolate stayer van niks, maar wél een pragmaticus. De man trok zijn conclusie. In 1910 meldde Fritz zich, samen met ene Adolf Meichsner bij de Brennabormotorenfabriek, waar een een gangmaakmotor werd aangeschaft. Zo’n monsterlijke tweezitter. Een rijdend projectiel. Door twee man nauwelijks in bedwang te houden. Adolf Meichsner aan de gashendel. Fritz als stuurman.. En Kurt Riesler als renner.
Een wanhopig trio. Vier koersen werden gewonnen. Wat nog geen achtduizend goudmark opbracht. Dan is het zomer 1914: de eerste Eerste Wereldoorlog gaat los. De jongens van de Keizerlijke Wehrmacht vallen België en Frankrijk binnen.
Fritz Hitzler, (het scheelt maar één letter, maar tóch…) trok ook ter oorlog. Als infanterist bij het 15e Beierse Infanterieregiment vocht Fritzl tussen de Maas en Moezel.

Tijdens Fritz’ stayersjaren moet het tamelijk druk zijn geweest in de hel. De Ulmner beëindigde namelijk ongeschonden zijn carrière. Aan het Westfront had Fritzl minder geluk. Op 27 oktober 1914 voelde Fritz een rare, scherpe pijn in zijn schouder. Een Franse sluipschutter trof raak. Gewond opgenomen in het Feldlazeret stierf Fritz, 34 jaar, twee weken later.

Bron: Radwelt jaargangen 1905 tot en met 1914, Kriegsalbum der Radwelt jaargang 1915.

Fout verleden

Die ene vraag! Want wie koerste er ooit op deze fiets? Een vraag, die drie jaar lang opspeelde. Dat de fiets ruim zeventig jaar oud is, is zeker. Dat de berijder een grote kerel was ook.  En wie was dan die renner langer dan 1.90 meter? Maar eerst even de proloog van deze column vertellen.
De vraag werd namelijk gelanceerd tijdens een groot sprinttoernooi, gehouden in het Amsterdamse Velodrome, zo’n drie jaar geleden. Waar, om de boel op te leuken, op het middenterrein een collectie historische fietsen stond uitgestald. Fietsen uit de befaamde verzameling van Otto Beaujon. En tussen de antieke karretjes stond hij daar. Platte banden. Gebutst en oud. Vele veldslagen overleeft. Maar nog steeds een schoonheid. Een  stayersfiets gebouwd in het atelier van de gebroeders Bustraan. Eén brok geheimzinnigheid op twee wielen. De onderdelen waren duidelijk van vóór de oorlog. Het frame duidde weer op de late jaren veertig. En niet alleen dát. Het frame was gigantisch groot. Nóóit eerder gezien.
Wie daar ooit op gekoerst had..? Beaujon  wist het niet. Ja, dat de fiets vijftig jaar had staan te verstoffen op de zolders van RIH-Sport. En dat hij deze gekregen had nadat  Willem van der Kaaij, de laatste eigenaar van de illustere fietsenzaak, de winkeldeur definitief sloot.
Uiteindelijk lag de oplossing vlak voor de hand. De katalysator hier voor: het interview met Jan Mehagnoul (zie verhaal hier onder). Jan, halverwege de fifties een geducht profstayer, maar ook een boom van een kerel,  vertelde ondermeer dat hij als beginnend profstayer de stayersfiets van Gerrit Schulte had overgenomen. Bingo!
Schulte, groot postuur, winnaar van bijna vijftig Zesdaagsen, en een toenmalige vedette. Maar als stayer een mislukking. De man kon er geen reet van. Jan Mehagnoul, kocht diens fiets. Waarbij Schulte  even wat lugubere details onthulde. De onderdelen van deze fiets had de Zesdaagsecrack namelijk na de oorlog, over genomen van Cor Wals. Wals een getormenteerde maar begenadigde baanrenner  nam tijdens de oorlog dienst bij de Waffen-SS. In  1941 schreef Wals een bedenkelijke geschiedenis door, in het Olympisch Stadion, een stayerskoers te rijden gehuld in een shirt met het SS-teken: Een provocatie die hem zijn levenlang nagedragen werd. Dat was toen. Wals en Schulte zijn niet meer. Maar de fiets wel, als symbool van een ooit glorierijk stayersverleden.