Plaats delict

Daar heb je Stuyfssportverhalen weer met z’n stayerij, hoor ik jullie denken. Dat klopt. Want de fascinatie  blijft. Tenminste… als het de prehistorie van het stayeren betreft: om precies te zijn de romantische tijd vóór de Eerste Wereldoorlog. Een fascinatie gevoed door regelmatig  op ansichtkaartenveilingen unieke foto’s te scoren.

Om een lullig spreekwoord even af te stoffen ‘één foto zegt meer dan duizend woorden’. Met bijgevoegde foto als bewijs. De foto is geschoten op de Zeeburgwielerbaan in het Amsterdam van omstreeks 1905.

Even voor de onwetende: vóór de Eerste Wereldoorlog worden met angstige regelmaat stayers en gangmakers van de wielerbanen geschraapt. Tientallen van deze jongens verongelukken namelijk achter zware motoren (zie de link ‘verongelukte renners’ op deze blog).

Een foto als plaats delict, waar fijntjes de gevaren in al zijn naaktheid gevangen is, want een houten wielerbaantje, gemaakt van dwarsliggers met vrijwel platte bochten,  met grote kans dat  een renner, dan wel motor daar uit vliegt. Terzijde, aardig is de sleetse reclame uiting van Dunlop Banden gekalkt op het hout.

Terug naar het sluimerende gevaar, want dat zijn die motoren, de beruchte tweezitter. Een monster van een motor bediend door een stuurman en een gangmaker.

Tijdens de belle epoque de wildwesttijd  van het stayeren, waar het begrip veiligheidsvoorschrift ver weg is, hadden renners en gangmakers snel in de gaten dat koersen achter motortandems niet pluis is.

Deze monsterlijke motoren verdwenen daarom na 1910 zo’n beetje van de wielerbanen. Evengoed ging de bloedbruiloft achter motoren  door, want na 1910 tot 1918 sneuvelde nog vijftien renners.

Radrennbahn Rielh

De wielerbaan van Keulen ook wel de Radrennbahn Rielh genoemd. Een wielerpiste gebeiteld in de lokale Keulse geschiedenis. Een feit waar het Kolnische Stadsmuseum aandacht aan geeft, zie hier onder.

Waar nu het Olifantenpark in de dierentuin van Keulen staat, bevond zich tot 1956 een van de belangrijkste sportlocaties van Keulen: de Riehl-wielerbaan. De 400 meter lange baan werd in 1889 geopend, aanvankelijk als zandbaan, en vanaf 1895 als een geasfalteerde betonnen baan met steile bochten.

Er werden nationale en internationale wielerwedstrijden gehouden, waaronder zelfs wereldkampioenschappen. De zogenaamde motorpace-races waren bijzonder spectaculair en populair bij het publiek: in de slipstream van motorfietsen bereikten de wielrenners snelheden van meer dan 100 km/u.

Maar de faciliteit was veel meer dan alleen een wielerbaan. In 1890 gaf de legendarische westernheld Buffalo Bill er zijn show voor duizenden toeschouwers. Later volgden motorraces, speedway-evenementen, grote politieke bijeenkomsten en zelfs voetbalwedstrijden.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de raceactiviteiten geleidelijk aan stopgezet. In 1956 werd de baan gesloopt om plaats te maken voor de uitbreiding van de dierentuin. Sinds 2004 is het Olifantenpark gevestigd op deze historische locatie.

Voor een inwoner van Keulen interessante geschiedenis. Wél jammer dat de auteur niet zó precies op de hoogte is, wat daar werkelijk op die baan heeft afgespeeld. Stuyfssportverhalen  wel!

Want op 7 september 1913 vindt op de Radrenbahn Rielh, één van de grootste ongelukken uit de wielersport want een stayerskoers  die de geschiedenis zal ingaan als de meest bloederige ooit, met in de dubieuze hoofdrol gangmaker Gus Lawson en zijn renner de wereldkampioen Paul Guignard.  

Een stayerskoers waar halfweg koers het nootlot toe slaat. De voorband van Lawsons motor ontploft.  Met negentig in het uur stort Gus tegen het beton. De aanstormende combinatie Meinhold en diens renner Scheuermann klapt er vol op. 

Lawson, twee gebroken armen én gespleten schedel, vertrekt niet veel later met de eveneens verongelukte  Scheuermann naar de Grote Stayershemel. Gussie Lawson, 31 jaar laat  z´n vrouw én drie kinderen in behoeftige omstandigheden achter.

Met dank aan Rob Duin.

Berlijn 1906

Het zijn de foto’s die de tijd even doen stil staan. Vooral de oeroude zeldzame plaatjes van meer dan een eeuw oud. Foto’s anno nu, die de grenzen van verbeelding voor bijgaan. Op deze blog staan er tientallen. En als je denkt dat er niet meer zijn, duikt er weer een zeldzaam exemplaar op. Zoals bijgaande  onlangs gescoord op een digitale veiling. Een foto  gemaakt in het Berlijn van 1906. De stad waar keizer Wilhelm het hofprotocol strak in de gaten houd en Pruisische generaals lekkere gevoelens krijgen achter de gulp, bij het inspecteren van de marcherende troepen.

Berlijn ook de stad van de Treptow wielerbaan. Waar de Berlijnse stayer  Bruno Demke gesnapt is  bij de training achter de motortandem.

De motortandem tijdens de belle epoque een paar jaar actief op de wielerbanen, maar genoeg om voor altijd berucht en gevreesd de geschiedenis in te glijden, als een monster op twee wielen waar het voor een stayer niet pluis is.

Even over het  duo op de foto, door Stuyfssportverhalen direct herkend als het  apocalyptisch duo Emile Borchardt als stuurman en gangmaker Willy Porte.

Borchardt en Porte jongens met een bedenkelijke reputatie als  hoofdrolspeler in de aller zwaarste dodelijke ongeluk in de geschiedenis van de wielersport. Borchardt een man wiens carrière zich afspeelt in de twilightzone, het gebied waar het tijdelijke overgaat in het sterfelijke, want Emile kijkt iedere koers  in de ogen van de dood.

Ook op 18  juli 1909 op de splinternieuwe wielerbaan in het Berlijnse Botanische Garden.  Emil en Willy als gangmakers van Fritz Ryser. Nadat de renners zich hadden opgesteld klinkt het startschot. De  motortandems zijn met veel geraas zijn vertrokken. Henry Contenet, Fritz Stellbrink, John Stol en Fritz Ryser trekken zich op gang. 

Na een aantal ronden klinkt er een droge knal.  De achterband van Stols gangmaakmotor  is gesprongen en stort neer. De achteropkomende Borchardt stuurt in een splint second scherp omhoog, en vliegt vervolgens met negentig in het uur met motor en al over de balustrade midden in de afgeladen tribunes. Waar de benzinetank ontploft.  Negen mensen vinden de dood, en vijftien anderen worden met zware brandwonden afgevoerd.
Emil Borchardt brengt  het levend er van af, al zou nooit meer een motortandem besturen.

Dan is er ook nog Bruno Demke, die ook niet tussen de witte lakens zijn laatste adem uitstoot. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt Bruno jachtvlieger bij de Fliegertruppe das Kaiserreich en stort tijden een routinevlucht in 1916 neer. Bruno wordt 36 jaar.

2026

Hoewel de foto is ingekleurd met het toverstafje van AI, is de bijgaande renner kleurloos de geschiedenis ingegleden. Bruno Salzmann tijdens de belle epoque een redelijk stayer die voornamelijk actief is op de Duitse wielerbanen. In de Pruisisch nauwkeurig bij gehouden statistieken, gepubliceerd  in de jaargangen van Radwelt,  – lijstjes met de namen van vijftig stayers – staat Bruno regelmatig bij de eerste tien. Daarmee is alles gezegd. Dat heeft waarschijnlijk te maken met zijn afkomst als zoon van steenrijke ouders.

In tegenstelling tot zijn stayerende collega’s – vaak van eenvoudige komaf – hoefde Bruno voor het geld niet tot het uiterste te gaan. Evengoed schraapte hij tussen 1903 en 1913 een aardig kapitaal van 153.602 goudmark bij elkaar, verdiend met ongeveer twintig overwinningen en talloze tweede plaatsen.

En dan even een stichtelijk woordje: Stuyfssportverhalen wenst zijn bezoekers een gezond en  voorspoedig 2026.

Bron: jaargangen Radwelt 1903 tot en met 1913.

Medaille

Parijs, zondag 7 juli 1907, decor Parc des Princes dé wielerbaan van de Lichtstad, waar de ontknoping plaats vindt van het wereldkampioenschap stayeren.

Aan dat laatste niet te veel waarde hechten,  want de allerbeste stayers van dat moment zoals Piet Dickentman, Taddy Robl, Paul Guignard, Peter Gunter, Eugene Bruni, Nat Butler enzovoort zijn op dat moment in Duitsland bezig met de voorbereiding op een stayerskoers.  Op die genoemde zeven juli staat de Grosser Sommerpreis op het programma, gehouden op de fameuze en strak uitverkochte Berlijnse wielerbaan Steglitz. Dat in Keulen de Goldpokal von Koln gehouden wordt is ter kennisgeving.  

Enfin je kunt alles zeggen over die met Pruisisch moraal overgoten wielerdirecties, maar  niet dat ze vies zijn om elkaar de tent uit te concurreren.  Dan blijft over die ene vraag waarom deze topstayers in Duitsland actief zijn en niet in Parijs..? Simpel antwoord; geld, en niet anders.

Je zal toch wel een dief van je eigen portemonnee zijn als je aan dat gedevalueerde wereldkampioenschap mee doet, waar alleen een gouden medaille te verdienen valt. In Berlijn en Keulen krijgt de winnaar drieduizend goudmark, nummer twee tweeduizend en aflopend tot duizend goudmark voor de vijfde plaats.  Dan nog even voor de uitslagenfreaks onder ons: Louis Darragon was wereldkampioen, gevolgd door Karel Verbist en George Parrent, een trio die op jonge leeftijd jammerlijk aan hun eind kwamen. Het is maar dat U dát even weet…

Bron: Sportalbum der Radwelt jaargang 1907.

Elektrisch

Wat heeft de dinosaurus met een Brennabormotor te maken..? Beiden zijn schimmen uit een prehistorisch verleden. En wat een dino is dat weet inmiddels iedere simpelman. Maar een  Brennabormotor… Daarom een uitleg. De Brennabor is een voorhistorisch, monsterlijke vuurspugende gangmaakmotor door twee man nauwelijks in bedwang te houden. Een motor die gemakkelijk de honderd kilometer aantikt en tijdens de belle epoque de wielerbanen letterlijk onveilig maakt, compleet met het geluid van een alles allesvernietigende catastrofe.

Renners achter zo’n motor zijn  letterlijk hun leven niet zeker. Tussen 1900 en 1914 sneuvelen veertig renners en gangmakers. Trouwens  het publiek loopt ook het nodige gevaar. Zoals op de wielerbaan van de Botanische Garden in het Berlijn van 1909. Waar  tijdens de koers een Brennabor  in razende vaart de tribunes invliegt. Negen toeschouwers komen nooit meer thuis. Twintig anderen brengen de rest van hun leven verminkt en getormenteerd door.

En wat die renners betreft daar hoef je geen medelijden te hebben, hooguit met hun arme moeders. Want voor zo’n stayer  staat wel iets tegen over: geld. Héél véél geld. De Brennabormotoren- en fietsenfabriek gevestigd in het Duitse Brandenburg  beloont zijn  onder contact staande renners vorstelijk.

Die tijden zijn geweest. De Brennabormotor die als de zeis van Magere Hein decennia lang huis houd op de wielerbanen,  is al meer dan een eeuw geschiedenis. Wat nog wél bestaat is de illustere Brennaborfabriek in Brandenburg, waar de gangmaakmotoren niet meer van de band rolt. Wat er dan wel  gefabriceerd wordt? Een lullig elektrisch fietsje..!

Op diverse Europese en Amerikaanse begraafplaatsen stuiteren veertig gesneuvelde stayers en gangmakers in hun graf…

Natuurlijk gelul

Zeg Stuyf val je ons nou nog steeds lastig met die horrorverhalen over die doodgevallen stayers? Jazeker! Want er worden regelmatig  van die unieke oeroude foto’s op diverse ansichtkaartenveilingen aangeboden. Zoals bijgaande foto gescoord door deze blog. En geloof het spreekwoord maar niet dat ‘één foto meer zegt dan duizend woorden’, want dat is natuurlijk gelul. Daarom moeten jullie even door bijgaand tekstje heen worstelen.

Goed daar gaan we: foto gemaakt in 1926 vlak na afloop van het Frans kampioenschap en verrassend gewonnen door Gustav Ganay links, die er allesbehalve vrolijk uitziet met zijn titel. Waarschijnlijk voelde de man luisterend  naar de bijnaam de Elektricien van Alcazar de bui al hangen. Want vier weken na zijn gewonnen Franse titel  maakt hij letterlijk een doodsmakkerd wat zijn eigen schuld is.

Tijdens een stayerskoers op het Parc des Princes, geeft Ganay de kreet met ‘een Franse slag’ een extra dimensie door met een voorwiel te starten waarvan de tube niet goed aan de velg is vast gekit. In de veertiende kilometer springt de band van de velg. Ganay stort neer, wordt naar het hospitaal gebracht waar hij dezelfde nacht de geest geeft.  Ganay krijgt een heldenbegrafenis. Aan het graf staat zijn weduwe met twee jonge dochtertjes.

Die andere rakker is George Sères bij wie de verse fluimen snot en zweet nog aan zijn magere lijf zijn geplakt. George is zo’n stayer die het van zijn doorzettingsvermogen moet hebben. De man overleeft de bloedbaden vóór de Eerste Wereldoorlog,  die fijne tijd toen stayers bij bosjes doodvallen. George tilt zijn carrière over De Grote Oorlog heen en wordt zowaar in1920 wereldkampioen.  Een titel waar een behoorlijke lucht aanzit. Althans volgens het wielerblad OrgaanRijwiel-en Motor jaargang 1920, uitgegeven door George Hoogenkamp dé pionier van de wielerjournalistiek.

Tijdens dat genoemde kampioenschap zit Georg Sèrés in de slag met  gedoodverfd titelfavoriet Victor Linart, waarmee hordes gokkers worden misleidt en waargenomen door de ouwe Hoogenkamp, een man met een scherp oog en vileine pen.

Ach ja dat kun je George Sèrés niet eens kwalijk nemen. De man die alle blaam treft  is die Linart die ‘het spel’ beter heeft  moeten spelen en niet theatraal naar zijn rug moeten grijpen tijdens de koers. En wat maakt het allemaal uit, George Sèrés, Gustav Ganay en George Hoogenkamp zijn allang in de krochten van de geschiedenis onder gestoft. Wat overblijft is die ene prachtige foto.

Bron: onder mee Orgaan-Rijwiel-en Motor, jaargang 1920, La Vie au Grand Air jaargang 1909.

Hopmans’ familieverhalen

Familieverhalen moet je koesteren ondanks dat  deze met de jaren steeds  kleurrijker worden tot ze uit de  voegen barsten. Ook bij de nazaten van stayer Frans Hoeks: vóór de Eerste Wereldoorlog een stayer in de marge van de stayerssport. En daar hoeft Hoeks zich niet voor te schamen want tijdens de belle epoque zijn er in Europa honderden topstayers actief.

Vooral in Duitsland met meer dan zestig wielerbanen waar voor een beetje stayer iedere week een goed gevulde pot goudmarken ligt te wachten, waarvoor je als aankomende stayer wél  eerst moest bewijzen op de regionale wielerbaantjes. Frans Hoeks uit Brabant heeft dat geprobeerd, én gefaald. Stayer Hoeks is dan ook veroordeelt tot de Brabantse en landelijke wielerbanen zoals de Raaybergbaan in Bergen op Zoom.

Op dergelijke baantjes maakt Hoeks furore en scharrelt hij zijn geld bij elkaar wat volgens zijn nazaten hem best goed afging. In 2020 publiceerde dagblad De Stem een prachtig interview met Hoeks dochter Lisa Hopmans-Hoeks,  bijgestaan door Frans’ kleinzoon en voormalige wielerprof Kees Hopmans en diens zoon Wouter. De familie Hopmans koestert de verhalen en anekdotes over hun vader en opa, en terecht. En niet alleen de verhalen.

Tijdens het interview pronkt op de keukentafel een prehistorische stayersvalhelm én het shirt waarmee Frans Hoeks indertijd zijn leven met z’n bloedlinke bezigheid mee op het spel heeft gezet. Het ene verhaal over opa Hoeks volgt op het ander. Of deze allemaal historisch juist zijn..?  Ieder geval niet de anekdote dat Frans Hoeks op de toen beruchte wielerbaan van Scheveningen, in 1916 het werelduurrecord verbrak met de afstand van 72.26 kilometer.

Het betreft hoogstwaarschijnlijk een lokaal baanrecord want zeven jaar eerder raasde de Fransman Paul Guignard naar een afstand van ruim honderd  kilometer. Het record van Guignard is natuurlijk geleuter voor statisticifreaks. Wat kan dat de familie Hopmans nou schelen, voor hen is opa Frans dé held én de bron van een prachtige familiegeschiedenis.

Bron onder meer dagblad De Stem, de jaargangen Album der Radwelt 1906 tot en met 1920.

Foto: Tonny Presser.

Met ellips over de wielerbaan

‘Ach het was goed bedoeld voor de doorsnee bezoeker want spectaculair te zien, maar wat koers betreft stelde het niet zo veel voor’. Aan het woord Ger Hermans die als gewezen stayer én kenner  van het metier aanwezig was bij het nationaal kampioenschap stayeren gehouden in het Alkmaarse Sportpaleis.

Volgens Hermans oogde het kampioenschap  nogal saai, maar voor kenners was het toch genieten. Waarmee Hermans de tactiek bedoelde van met name gangmaker Richard Konijn. Het was Konijn die tactisch slim zijn renner Serginho Wilshaus naar de titel leidde. ‘Konijn vertrok heel hard’, gaat Hermans verder, ‘En sloeg daarmee een gat om de andere favoriet Reinier Honig die vanaf de zesde startpositie vertrok, van zich af te houden.

‘Vanaf de goed gevulde tribune kon je zien dat Honig grotere ‘ellips’ over de wielerbaan reed om meer snelheid te krijgen, wat door Konijn goed opgemerkt werd om op die momenten zijn de snelheid te verhogen’.

Stayeren is voor publiek spektakel wat volgens Hermans nóg beter kan door de rolafstand achter de motor te verkleinen. ‘Ik begrijp nog steeds niet waarom in het Alkmaarse Sportpaleis die rol meer dan een meter achter de motor staat. Een renner die even de rol kwijt is komt direct in de volle wind. Zet de rol daarom op vijfentachtig centimeter en de koers wordt meteen aantrekkelijker’, besluit hij.

uitslag: 1 Serginho Wilshaus/Richard Konijn, 2. Reinier Honig/Jos Pronk, 3: Ton Wijfje/Jos Raateland.

En dan nog even dit…

Het stayerskampioenschap vormde meteen de afsluiting van een reeks van vijftien dinsdagavondkoersen georganiseerd door Reinier Honig, Nikki Terpstra en Laurens ten Dam. Koersen die een groot aantal renners trok. Waarmee meteen de angel uit het verhaal wordt gehaald dat in het Alkmaarse Sportpaleis te weinig op wielergebied is te beleven waarmee de toekomst van het Sportpaleis onzeker is.

Tenminste als dat aan een gedeelte van de Alkmaarse gemeenteraad ligt waar nog steeds het debat woedt  om het Sportpaleis te vervangen voor nieuwbouw. Vooral voormalig Tweede Kamerlid en oud gemeenteraadslid Rudmer Heerema droomt hardop van nieuwbouw zodat er meer plek is voor ‘zijn’ atletiek. Heerema waarover onderzoeksjournalist Teun Dominicus journalist van HP/De Tijd in 2022 zijn licht liet schijnen…

[sic]Rudmer Heerema , woordvoerder sport van de VVD, heeft als lid van de Tweede Kamer 290 giften ontvangen, waarvan 170 direct van sportbonden en commerciële evenementenorganisatoren, veelal toegangskaarten voor sportwedstrijden. Ook kreeg hij een schilderij in bruikleen, waarvan de overeenkomst pas na vragen van HP/De Tijd werd opgesteld. Tegelijkertijd komt hij in de Kamer direct op voor de belangen van deze gulle gevers. Integriteitswaakhond Transparancy International zegt tegenover HP/De Tijd dat het VVD-Kamerlid zich laat ‘fêteren’. Heerema wekt ‘de schijn van belangenverstrengeling’, zo stelt men. Zelf doet het Kamerlid zijn uitjes naar sportwedstrijden af als ‘werkbezoeken’. Lees verder:

Schijn van belangenverstrengeling: VVD-Kamerlid Rudmer Heerema accepteerde 290 geschenken – HP/De Tijd (hpdetijd.nl)

Bordeaux-Parijs uit as herrezen

Hij staat weer op de kalender Bordeaux-Parijs, de hardste koers ooit, alleen geschikt voor suïcidale, desolate kerels. Berucht om de zwaarte verscholen in de afstand van bijna zeshonderd kilometer waarvan de laatste vierhonderd achter een derny, met een helse finale in de heuvels van Chevreuse.   

Een  koers voor survivals, en fysiek  overleeft   door  oermensen zoals een  Wim van Est, Bernard Gaultier en Herman van Springel, een trio die  meerdere keren  B-P op hun erelijst bijschreven. En daar geen lichamelijke klachten aan over hielden.  B-P een reguliere zelfmoordpoging waarvoor je renners alleen maar kon lokken met vette contracten na afloop en waar in 1932 de gangmaakmotor voor het eerst zijn opwachting maakte. Romain Gijssels was de winnaar. Voor Gijssels het hoogtepunt wat ook het einde van z’n carrière inluidde. Eind van dat seizoen stopte Romain. Romain pas 28 jaar was gesloopt.  

Bordeaux-Parijs tijdens het interbellum dé koers waar de Franse en Belgische kranten- sportbladen  weken van tevoren hun kolommen mee vulden en die in 1988 zijn laatste editie had. Door gebrek aan belangstelling van toprenners was B-P een roemloze dood gestorven. Een teloorgang dat alleen maar met geld te maken had, want het lichamelijke herstel duurde te lang wat in de portemonnee van een renner gevoeld werd.  

Monumenten moeten gekoesterd worden. Ook Bordeaux-Parijs iets wat Eric Ramos van de Franse organisatie Velostar goed had begrepen. Ramos en z’n organisatie hebben  Bordeaux-Parijs uit z’n winterslaap gehaald wat inhoudt dat B-P op negentien oktober aanstaande van start gaat als een 1.1 UCI-wedstrijd: zonder hedendaagse vedetten maar wél met twintig erkende renners uit diverse continentale ploegen waaronder enkele uit Nederland zoals Tom Wijfjes, Coen Vermeltfoort, Nikki Terpstra en Laurens ten Dam de laatste gegangmaakt door Christiaan Bosch. Terpstra en Ten Dam na hun afscheid van het profpeloton zijn overgestapt naar de gravelkoersen. Als voor bereiding wordt komende 22 september de 150 kilometer van Sloten verreden een koers achter de Derny.