Scheveningen

Is het pech..? Ach nee, want uiteindelijk mag de man zijn hand dicht knijpen. De opkomst van Jan Snoek als stayer vindt  plaats nét na de Eerste Wereldoorlog.  Als Jan vóór de ‘Grote Oorlog’ actief als stayer is,  dan had hij op de tientallen Duitse wielerbanen een greep uit de ruif kunnen doen, want dat was dé periode dat stayers letterlijk goud verdienen. Het is tevens de tijd dat tientallen stayers dodelijk verongelukken, of geestelijk getormenteerd de rest van hun leven zich afvragen ‘waarom’…

Trouwens dat Duitse managers en het publiek  op Jan zitten te wachten is hoogst onzeker, want zó  goed is hij nou ook niet.

Ja, in Nederland is Jan een vedette, waar hij tussen 1919 en 1925 zes keer nationaal kampioen wordt. Of Jan tijdens het interbellum deze titels in Duitsland kan omzetten in lucratieve contracten…. Nee!

In de paginalange uitslagenstatistieken gepubliceerd in de jaargangen van Album der Radwelt, komt Jan niet of nauwelijks voor. In Jans hoogtijdagen  – waarin in Duitsland honderden koersen zijn verreden, – wint Jan vier koersen, en daar houd het ook meteen mee op.

Aardiger is de locatie waar bovenstaande foto is geschoten, want Jan Snoek met gangmaker Jan Roos op de houten wielerbaan van Scheveningen. Een wielerbaan  waar de hedendaagse hooligan figuurlijk schatplichtig aan is.

Dat de eerste grote supportersrellen daar plaats vindt is een kras in de sportgeschiedenis, met dank aan de beruchte supportersclub van de Amsterdammer Piet van Nek die hun held in augustus 1911 met de trein zijn nagereisd.

Even kort: de jongens zijn het met een jurybeslissing niet eens. Omdat te benadrukken worden stukken hout uit het hekwerk getrokken waarmee   wereldkampioen Darragon, – een concurrent van Van Nek  -wordt belaagt.
Nadat de hevig ontdane Fransman afgestapt is, volgt de finale. Het Mokumse grauw stort zich op de wereldkampioen. Een tiental Haagse agenten met wapenstok wist erger te voorkomen.

Het lot

Magere Hein, mét zeis als gangmaker. Met achter zijn motor een jochie op een stayersfietsje,  begeleidt door de Doodsengel. Horror op een ansichtkaart.  Altijd leuk  om zo’n kaartje in je brievenbus te vinden.  Op 15 september 1905 verongelukte, tijdens het Europees kampioenschap Willy Schmitter dodelijk. Amper was de kist met zijn lijk in het graf gedaald, of de drukpersen van uitgeverij Martin, in Leipzig, draaide op volle toeren.
Met Willy’s hemelgang viel geld te verdienen.  Op de ansichtkaart, duidelijk ontworpen door iemand met een feilloos gevoel voor het macabere, ook de tekst Mit des Geschickes Machten. Zo iets als, dat je nooit het lot moet tarten. Schmitter  deed dat wel. En werd het twintigste slachtoffer – sinds 1900 de gangmaakmotor zijn opwachting maakte op de wielerbanen – van de stayerssport. Willy Schmitter een gewezen leerling apotheker, afkomstig uit Keulen. Won in drie seizoenen dertig grote stayerskoersen wat goed was voor bijna zesendertigduizend goudmark.
De apothekersleerling, dé favoriet tijdens het  Europees kampioenschap, gehouden in Leipzig. Tegenstanders, Robl, en de Franse stayers Guignard, Darragon en Contenet.  Willy kwam ten val en werd overreden door de achterop komende motor van Contenet. In het  jaarboek van Radwelt 1905, wordt pijnlijk nauwkeurig beschreven dat  hij, de zelfde nacht om twee uur stierf, aan de gevolgen van een gebroken bekkenfractuur, in combinatie met een schedelfractuur.
Willy’s begrafenis, was groots,  en dramatisch. Met toespraken dat hij nóóit vergeten gaat worden.  In de jaren zestig werd zijn graf geruimd… Helemaal vergeten is hij niet, want de grootste wielerclub van Keulen is naar de jonge Schmitter vernoemd.
Willy Schmitter, werd eenentwintig jaar.

Bron: Radwelt jaargangen 1903, 1904 en 1905.