De macht van reclame is de herhaling. Wat dát betreft had hij zijn huiswerk goed gemaakt. Gerrie Hulsing, zakenman in ruste, heeft een ‘heilig doel’. Volgens hem is dit land rijp voor een wielermuseum. Een museum door hém geïnitieerd. Op facebook voert hij, hiervoor, inmiddels zeven jaar, een campagne waar reclamemakers goedkeurend bij stonden te knikken. Waarbij alles uit de kast werd getrokken. Zo noemde Hulsing zijn project Stichting Nationaal Wielersportmuseum. Resultaat, meer dan honderd koersfietsen, en talloze historische wielerparafernalia, geschonken, door argeloze schenkers. Waaronder ook de erven van de vroegere wereldkampioen Henk Faanhof. De laatste gaven, in goed vertrouwen de oorkonde behorende bij de wereldtitel 1947, gewonnen door hun vader. Om het financiële plaatje rond te krijgen schreef Hulsing een ‘grote loterij’ uit, met, volgens hem, fantastische prijzen.
Op facebook hield de Zaankanter, meer dan een jaar vol, dat voor zijn toekomstige museum een locatie was gevonden namelijk in de Rijp. Wat onmogelijk was, want daar zat een bestemmingsplan op. Voor de toekomstige museumdirecteur geen bezwaar, om even gemakkelijk, virtueel uit te wijken naar de gemeente Oostzaan.
Afgeblazen
In die Zaanse gemeente kwam volgens hem, de definitieve vestiging van zijn museum. Op facebook, – wéér dat facebook, – liet hij via tekeningen, gemaakt door een architect, zien hoe dat museum er uit kwam te zien. Dat zijn loterij, waarbij maar een fractie van de beoogde loten waren verkocht, werd afgeblazen was ter kennisgeving.
Na het, door Hulsing met veel tromgeroffel aangekondigde museum, ‘locatie Oostzaan’, er na anderhalf jaar, nóg stééds niet was, wekte argwaan. Het waren Jan Zomer, publicist van onder meer het jaarlijkse Wielerexpress, en Hans Middelveld, beheerder van een klein privémuseum, die aan de bel trokken. Met aantoonbare feiten wist het duo aan te tonen dat van Hulsings verhaal, én zijn plannen niets klopte. Wat het begin werd van een wederzijdse hetze op facebook, waarbij flink met modder werd gesmeten.
Dat trok de aandacht van onderzoeksjournalist Marco Knippen, schrijvend voor het Noordhollands Dagblad, die zich verdiepte in het ‘dossier Hulsing’. Het leverde een onthullend, paginagroot verhaal op, vandaag gepubliceerd in het Noordhollands Dagblad.
Voor wie meer wil weten over het dossier Nationaal Wielersport Museum: ‘Reporter Radio’ het onderzoeksprogramma van de KRO-NCRV, wijdt zondagavond 7 april, (19-20 uur) op Radio 1, in de rubriek ‘ReportersNL’ aandacht aan de laatste ontwikkelingen rondom het Nationaal Wielersport Museum.
Aan de collecties lag het niet. Ook niet dat het voor het nageslacht bewaard moest worden. Ondanks dát, wil het maar niet lukken. Er is géén draagvlak voor, nóch belangstelling. Wat faillissement, of vrijwillige sluiting tot gevolg had. Kortom, welkom in de schimmige, obscure, wereld van sport- en wielermuseums, waar niets is wat het lijkt.
Op vier juni 1904, zag Paul Dangla voor de laatste keer in zijn leven de zon opgaan. Paul, 24 jaar, een voormalige boekhouder, afkomstig uit Midden-Frankrijk, én een begenadig stayer.
Vannacht is mijn goede vriend en voormalig collega van de krant, Hilco Koke overleden. Hoewel de kenners het weten behoorde Hilco tot de allerbeste sportfotografen. Dat hij bij het grote publiek nooit bekend was, had te maken met zijn bescheidenheid. De foto’s van Hilco, – een artiest met licht én compositie, en altijd zwart-wit, – zijn pure kunst.
Prijs de knecht waar alle zeges vandaan komen. Speciaal de Italiaanse gregario, want slaafse en gehoorzame kerels. Door hun mama´s gedrild. En als jochies gehersenspoeld door de Roomse kerk. Waar mijnheer pastoor er in stampte dat ´Gij Uw Heer Moet Dienen´, ondertussen wellustig loerend naar z’n misdienaartje. Die Vaticaanse rukkers wisten preciés hoe je de beminde gelovige er geestelijk onder kon houden.