Nieuwe kans

De gangmaakmotor van wijlen Noppie Koch. Meer dan zeventig jaar oud. Een relikwie uit vervlogen tijden.  Gebouwd in de Parijse fabriek van Meijer. Een vuurspuwend monster, die gemakkelijk de honderd kilometer per uur aantikte. Stayeren met dergelijke  motoren,  altijd spektakel. Achter de motor van Koch,  werden tien wereldtitels behaald onder meer door Piet de Wit, Matthé Pronk, Leo Proost, Martin Venix, en Theo Verschueren. Het mondiale stayeren is inmiddels exit, met dank aan een handvol corrupte gangmakers. Ook de zware, antieke motoren zijn van de wielerbanen verdwenen, en vervangen door handelsexemplaren. De ‘Meijers’ staan nu in  musea, of bij verzamelaars.
Of dat ook met Koch’s motor gaat gebeuren? Vorig jaar werd deze motor, op veilingsite Catawiki, aangeboden voor een bedrag tussen de 20- en 25.000 euro. Waar vermoedelijk geen kopers voor te vinden waren. Niet geschoten altijd mis, want nu staat de Meijer te koop voor 16.990 euro. Maar dan krijg je wel de helm én het gangmakerspak, de in 2010 overleden Noppie Koch daarbij.(zie video)

Op een kermiskoers kun je een jaar verder

zottegem 031Kroegen met bieren op vat voor 1,20 euro per pint. En niet van die slappe Hollandse uilenzeik, maar merken als fier Gents Bier. Binnen, ‘op de koer’ een poëtische  benaming voor urinoir, gieten mannen, schouder aan schouder, met soepele polsbeweginkjes nog even  de aardappelen af.  Bij Vinny’s Snacks, een mobiele frituur, glijden de eerste broodjes zuurkool mét braadworst  over de toonbank. Terrassen lopen vol. Vanuit de schiettenten op de kermis klinken, elektronisch versterkt, holle stemmen. Op het Stationsplein ligt het bandje De Platte Choco’s op volle snelheid. Programmaverkoper Freddy Mestdagh prijst, in plat dialect, zijn waar aan. En op de hoek van  Hospitaalstraat-Musselstraat knikt ‘gemachtigd signaalgever’ Albér, goedkeurend.zottegem 024
Voor Albér kan de ‘80e Grote Prijs Stad Zottegem’,- moeder aller Vlaamse kermiskoersen, – van start gaan. Albér, klein, knoestig, een veteraan van vele oorlogsfronten. Van het vroege voorjaar tot diep in de herfst, van kermiskoers tot de ronde van Vlaanderen, staat Albér op wacht. Spiegelei in de aanslag. Zijn favoriete plekken zijn de Patersberg, de Paddestraat én De Muur.  Albér kent zijn klassieken.
De Grote Prijs Zottegem, tachtig jaar oud. Een kermiskoers ruig en eenvoudig in zijn soort, met winnaars als een Maurice Blomme, Arthur DeCabooter, Marcel Kint, Herman VanSpringel, een uitslagenlijst als een Vlaams wielerepos. Daartussen, als een blozende blom, Matthé Pronk, jongen uit de Noord-Hollandse polders en winnaar in 2002.
zottegem 052De Vlaamse kermiskoers. Waar de ooit Spartaans ingerichte staminees niet meer bestaan. En de mannen met d’n klak, de platte pet, de lokale kerkhoven bevolken. Voor de rest is het zoals het al een eeuw is, want wielrennen voor het volk, ontdaan van alle franjes. Alles kan veranderen. Renners met spacy zonnebrillen op koersfietsjes ontsproten uit het brein van professor Lupardi staan aan het vertrek. 
En net als je denkt dat de kermiskoers is veranderd zijn daar de zwaantjes, lieflijk Vlaams woord voor motoragenten, scheurend voor het peloton op hun motoren. De Grote Prijs Zottegem met bijna tweehonderdvijftig renners, gevolgd door vijfentwintig ploegleiderwagens.  Koers over vijf lokale rondes wat staat voor honderdnegentig kilometer. De Vlaamse Kermiskoers dat merkwaardige mengeling van topsport, bedrog, combine, geritsel, gokken, vreten en bier zuipen. Als Amsterdamse wielerliefhebber kun je daar een jaar op verder.
Lieve God, laat dat altijd zo blijven.