
De overeenkomsten zijn duidelijk. Beiden zijn van een besproken levensstijl, ruilde de echtelijke sponde in voor een ander, zijn bekend met de amfetamines, én een sterfdatum begin januari. En vóór ze ter hemel trekken, geven ze ook nog een diepe kras in de mondiale geschiedenis.
Hank Williams, de aartsvader van country en rock ’n roll en Fausto Coppi de renner die voor eeuwig bekend is als Il Campionissimo. Hank Williams een man die weinig met sport te maken heeft, maar de wereld wél blij maakt met onsterfelijke songs. Hank die geheel in stijl – tijdens de nieuwjaarsnacht van 1953 – tsjokvol dope op de achterbank van z’n Cadillac z’n laatste adem uitstoot.
Coppi, met de status van een half god. Of dat laatste waar is..? Laten we het er maar op houden dat Coppi, zowel Williams culthelden zijn, wat ook niet mis is…
Zeker voor schrijver dezes, want die bezocht zowel de graven van Hank Williams als die van Fausto Coppi. Hank Williams rustend op het Oakwood Cemetery in Montgomery Alabama, waar later z’n ex-vrouw Audrey ook is bijgezet: of Hank dat laatste zó leuk had gevonden…
Het kan erger. Want in het pompeuze graf van Coppi rust niet zijn minnares en grote liefde Giullia Occhini, maar Coppi’s broer Serge. Het is maar dat U dat even weet…

Het kon niet mis gaan. Aan alles was gedacht. Het materiaal waarop gekoerst werd, behoorde tot het meest geavanceerde van die tijd, waar de concurrentie alleen maar van kon dromen. Zoals wielen met uitklapnaven. Een wiel wisselen was een kwestie van enkele seconden. Het gesodemieter met vastzittende vleugelmoeren waar zo’n wiel mee in de vork zat, was voorbij. Een privésoigneur, ene Biagio Cavanna, stond tot zijn beschikking. Dat Cavanna, een visueel gehandicapte, daardoor een mythische status mee verwierf, was voor hem mooi meegenomen. De man had gewoon mazzel dat hij één van de meest talentvolle wielrenners ooit, op zijn massagetafel had.
Waarin Il Campionissimo een lekke voorband kreeg. Een lekke band in een tijdrit, een horrorscenario voor een klassementrenner. Ook voor die ene mecanicien, die hoogstwaarschijnlijk tot aan zijn dood, niet alleen een trauma, maar ook nachtmerries aan over hield. Tevens het moment van die ene onbekende fotograaf van Miroir de Sport die daarvan een onvergetelijke foto van maakte. Coppi, alvast zijn voorwiel uit de vork gehaald, kreeg van uit de materiaalauto gesprongen mecanicien hulp. In plaats van een voorwiel had de mecanicien een achterwiel in z’n hand.
Ga naar het kerkhof en je ziet meteen het verschil. Waarmee hopelijk het jaarlijkse geneuzel, ‘ wie de beste was’, is beslecht. Want je kunt de klok er op gelijk zetten. Is het twee januari, de sterfdag van Fausto Coppi, dan barst de discussie op de sociale media los, of Fausto Coppi, dan wel zijn tijdgenoot Bartali, tot de beste renners ooit behoorden.
Wat dat betreft kan de tegenstelling tussen Coppi en Bartali niet groter zijn. Want reis af naar Ponta a Ema in Toscane, het geboortedorp en laatste rustplaats van Gino Bartali. Dat Bartali ondanks zijn affectie met de Roomse kerk, een eenvoudige, bijna calvinistische man was, is te zien op de lokale begraafplaats. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Dat is wat het graf van de oude Gino uitstraalt.
Parijs-Roubaix, editie 1950, waar alleen de Vlaamse, Italiaanse én de Franse pers acte de préséance gaven. Vooral Miroir Sprint, thuisbasis Parijs, pakte groots uit. Veertien grote actiefoto’s, vier achtergrond- en koersverslagen, geschreven door evenzoveel journalisten. Opgemaakt over vijf pagina’s: voor wielerliefhebbers het betere werk.
Als een vers gebakken pizza, die snél genuttigd moet worden: dát was de carrière van Ercole Baldini. Kort genot, maar wél lekker. Ercole Baldini, beroepsrenner tijdens de fifties. Koersend op een fietsje, gespoten in een geraffineerde kleurencombinatie, opgeleukt met verchroomde tussenstukjes. Afgewerkt tot in het détail, en voorzien met het modernste Campagnolomateriaal. Een lust voor het oog. Púre kunst op twee wielen, zonder hoerig noch ordinair te zijn. Waar alleen Italiaanse framebouwers een patent op hadden.
Prijs de knecht waar alle zeges vandaan komen. Speciaal de Italiaanse gregario, want slaafse en gehoorzame kerels. Door hun mama´s gedrild. En als jochies gehersenspoeld door de Roomse kerk. Waar mijnheer pastoor er in stampte dat ´Gij Uw Heer Moet Dienen´, ondertussen wellustig loerend naar z’n misdienaartje. Die Vaticaanse rukkers wisten preciés hoe je de beminde gelovige er geestelijk onder kon houden.