Nieuwe kans

De gangmaakmotor van wijlen Noppie Koch. Meer dan zeventig jaar oud. Een relikwie uit vervlogen tijden.  Gebouwd in de Parijse fabriek van Meijer. Een vuurspuwend monster, die gemakkelijk de honderd kilometer per uur aantikte. Stayeren met dergelijke  motoren,  altijd spektakel. Achter de motor van Koch,  werden tien wereldtitels behaald onder meer door Piet de Wit, Matthé Pronk, Leo Proost, Martin Venix, en Theo Verschueren. Het mondiale stayeren is inmiddels exit, met dank aan een handvol corrupte gangmakers. Ook de zware, antieke motoren zijn van de wielerbanen verdwenen, en vervangen door handelsexemplaren. De ‘Meijers’ staan nu in  musea, of bij verzamelaars.
Of dat ook met Koch’s motor gaat gebeuren? Vorig jaar werd deze motor, op veilingsite Catawiki, aangeboden voor een bedrag tussen de 20- en 25.000 euro. Waar vermoedelijk geen kopers voor te vinden waren. Niet geschoten altijd mis, want nu staat de Meijer te koop voor 16.990 euro. Maar dan krijg je wel de helm én het gangmakerspak, de in 2010 overleden Noppie Koch daarbij.(zie video)

Zuinig naar goud

Van al zijn  collega’s kreeg hij felicitaties. Ook van de jongens, vers uit de ronde van Frankrijk gekomen. Tijdens de ronde van Boxmeer, het eerste criterium na de Tour, had Reinier Honig niet te klagen over gebrek aan belangstelling. Twee dagen eerder greep Honig de Europese stayerstitel. Dat zijn wielercollega’s, actief als wegrenner, daarvan op de hoogte waren vond hij verrassend. Waarmee  de sociale media zich weer eens had bewezen. Terwijl de Tour zijn laatste week inging was Honig samen met gangmaker Jos Pronk in het Noord-Italiaanse Pordenone, neer gestreken.
Waar de lokale hobbelige wielerbaan lag te sidderen in een hittegolf. Dat het rijvlak van de baan hobbelig was, was voor Honig, met diens ‘inhoud’, opgedaan in jarenlang wegkoersen,  een voordeel. Tijdens de series hield Honig zich rustig. Gangmaker Pronk loodste zijn renner, zuinig rijdend richting finale. Zo zuinig, dat Honig door de winnaar van zo’n serie op een ronde werd gereden. Voor de finale, gehouden in de avonduren kon Honig zijn borst nat maken. De hitte was slopend. En laat nou dezelfde avond de hemel voor het eerst in weken opgaan. Door de aanhoudende regen werd finale uitgesteld tot zaterdagmorgen. Ook de dag dat Honigs terugvlucht naar Amsterdam stond geboekt. Dat laatste werd snel omgezet.  
In die finale, met acht renners, in een koers over een uur, startte de Noord-Hollander als vijfde. De uittredende Europees kampioen, de Duitser Franz Schiewer als derde, die direct opstoomde naar de kop.
Het zekere voor het onzekere te nemen opende Honig al vroeg de aanval. Volgens hem was het te link om daar mee te wachten tot het laatste kwartier. De aanval verraste Schiewer.Als er in zo’n stayerskoers drie renners van dezelfde nationaliteit rijden, kun je wachten op een combine. Ook tijdens Honigs finale waarin hij moest afrekenen met twee andere Duitse renners. Franz Schiewer, niet bij machten Honig te bedreigen wendde een lekke band voor. Hopend op een wissel, waarbij hij hoogstwaarschijnlijk verder ging op een fiets met een voor hem betere versnelling. Waar de jury niet in trapte. Een diskwalificatie volgde. Wat overbleef werd stayersgeschiedenis. Na drie keer tweede op een Europees kampioenschap te zijn geworden greep Honig, inmiddels 36 jaar, eindelijk zijn wel verdiende titel, plus de kampioenstrui.

Uitslag: 1 Reinier Honig, 2, Daniel Harnisch (Duitsland), gevolgd door landgenoot Christof Schweizer. (foto: Europese Wieler Unie)

Schrapen in een lege kassa

Onderschat je tegenstander nóóit. Vooral als je die niet kent. Hoogstwaarschijnlijk deed die ene bokser dat wél. Want wat dácht die jongen uit Amsterdam eigenlijk wel? Komt die zomaar bij een boksschool in  Las Vegas, binnenlopen. met de vraag of hij  mee mocht trainen.  Giovanni Rijkaard, 24 jaar, uit Amsterdam, profbokser, jong én ambitieus, had met ondersteuning van sponsors, een vliegticket gekocht,  bestemming Las Vegas.  In de gokstad midden in de woestijn,  bevinden zich dé vooraanstaande boksscholen van Amerika. Dé plek waar je als beginnend bokser  je carrière omhoog kunt tillen.  Op de bonnefooi, met de zege van de Heer,  was Rijkaard alle lokale boksgyms  afgeweest.
Ook bij  de fameuze gym van wereldkampioen weltergewicht, Floyd Mavweather, bijgenaamd ‘money’. Tijdens sparringspartijen mocht Rijkaard zijn kunsten vertonen.  Laat maar zien wat je kunt jongen. Niet geslagen, áltijd mis. Gearriveerde boksers, nóóit te beroerd om dat soort mannetjes, in de ring de les te lezen.
Giovanni Rijkaard, maakte en onuitwisbare indruk,  door die ene tegenstander richting canvas te slaan. Hoewel de Amsterdammer daarna, gesprekken had met de Amerikaanse promotors, kwam het niet tot zaken.
Rijkaard heeft wel veel te bieden, want  jong, explosief, sterk, en bezit veel techniek. En niet heel onbelangrijk, hij doorziet ‘het spelletje’.
Terug in  Nederland,  dat niet overspoeld wordt met bokstoernooien, is het voor een boksprof,   schrapen in een lege kassa. Ook voor Rijkaard, die vorig jaar niet voldoende gevechten had om van te leven. Tegenstanders durven niet. Of meldden zich op het laatste moment af. Zelf wordt de neef van voetballegende Frenk, incidenteel op het laatst opgeroepen voor een gevecht. Zonder specifieke voorbereiding stapt hij dan de ring in. Dapper, maar niet verstandig.
Zoals vorig jaar september, toen hij van uit het niets, een uitnodiging kreeg voor een partij tegen Stephane Tchamba, gehouden in de Carl Benz Halle in Karlsruhe. Een gevecht door  Sky-Sport, live uitgezonden. Tegen Tchamba, een geharde bokser van drieëndertig jaar, liep Rijkaard, in de zesde ronde tegen een technische knock out op.
Zelf hield Rijkaard, halfzwaargewicht,  zijn verlies op het feit dat hij voor zijn klasse iets te zwaar was. Bij de dagelijkse trainingen was het telkens een kwestie om lichaamsgewicht kwijt te raken.  Wat tijdens gevechten opbrak. Op advies van toenmalig  trainer Barry Groenteman, is Rijkaard een gewichtsklasse hoger gegaan. Lichamelijk zwaarder geworden, maar wél sterker, stond hij  afgelopen februari op het programma van The Fight Night, een groot bokstoernooi gehouden in Den Bosch.  Tegenstander Vadims Konstantinous. Dat Rijkaard na dat gevecht moest douchen is onwaarschijnlijk. De Amsterdammer werd na een dikke minuut tot winnaar uitgeroepen.  Met twee harde leverstoten ging letterlijk op de knieën.
Of de winnaar medelijden met zijn tegenstander had? Nee! Die staat er ook maar met één doel: om de oren van Rijkaards z’n  kop af te  rammen. Trouwens, je moet bij Rijkaard niet met dat gezeik aankomen dat boksen ongezond is voor  de hersenen. Volgens hem moet je dan een andere sport gaan beoefenen. Zelf is hij niet bang om een klap in ontvangst te nemen, want dan geeft die er twee terug.

Giovanni Rijkaard, vierentwintig jaar en al vier jaar profvechter,  in een sport waar de dood altijd over je schouder mee loert. Als jongen van amper twintig jaar professional geworden.  Of dat niet te jong was? Volgens hem kun je over die leeftijd altijd discussiëren. En buiten dat, als professional, is het al geen vetpot, maar nog áltijd beter dan je vechtkunsten vertonen bij de amateurs. Bij de laatste categorie was er van bondszijde totaal geen steun. Alle kosten moest de Amsterdamse pugilist uit eigen zak betalen. Dan maar liever prof worden. Met behulp van een aantal sponsors, én zijn prijzengeld kan hij daar nét van leven. 
Giovanni Rijkaard, vijfentachtig kilo aan botten en spieren, traint vijf keer per week, wat volgens hem uitputtende sessies zijn, waar hij diep in zijn ‘krachtenarsenaal’ moet graven.
Voor de Ben Bril Memorial, begin november waar Rijkaard op het aanplakbiljet staat, is de Amsterdammer ongetwijfeld  ‘op scherp.’

Foto 2: Giovanni Rijkaard met Barry Groenteman.

Strychnine

Je bewust laten afkeuren voor militairendienstplicht.   Om maar niet onder de ‘wapenen te komen’ waren wielrenners daar heel creatief in. Militaire dienst, voor een wielrenner de dood in de pot.  Maar niet voor Dante Gianello. Die ontdekte tijdens z’n  dienstijd een verborgen talent.  Dante, in 1932 ingelijfd bij het 81e Infanterie Regiment van Montpellier, had nóóit op een koersfiets gezeten. Sterker, hij kón niet eens fietsen. Maar daar kwamen zijn maten snel genoeg achter. Tijdens oefeningen, gehouden  op een zware dienstfiets,  fladderde de kleine Dante, volle bepakking, tegen de heuvels op.
Maar genoeg sterke dienstverhalen verteld, we gaan verder met de koers. Speciaal de Ronde van Frankrijk anno 1935. Waar Dante 23 jaar, als een begenadigde klimmer zijn opwachting had gemaakt. Dante, eerder dat seizoen al Toulon-Nice-Toulon gewonnen en ook nog eens als tweede in de loodzware ronde van Baskenland, haalde  Parijs als 22e in het eindklassement.
‘Ja, en…?’,  denken jullie. Inderdaad! Voor dat Dante, 1.60 meter klein en zestig  kilootjes, eindelijk de voorpagina’s haalde, moest er nog drie jaar gewacht worden.
In  de  Tour 1938, met de etappe Cannes-Digne, ging  Dante, zoon van Italiaanse ouders, eindelijk los in het gebergte, om met  twee minuten voorsprong te winnen. 
Wat het begin moest zijn, van een grootste carrière, werd uiteindelijk één grote catastrofe. Een dag later, klauterend tegen de col de Vars, stortte de kleine klimmer letterlijk in. Oorzaak? De dokter had hem geprepareerd met drie gram strychnine. Goed om hordes ratten mee te verdelgen, maar iéts teveel voor een renner.
En het gaat nog erger worden. Dante Gianello, redelijk de oorlog door gekomen, belandt  op vijftien augustus  1945, in een kopgroep van de Grand Prix du Debaquement: een koers in de buurt van Marseille. Een Jeep van het Amerikaanse bevrijdingsleger, niet op de hoogte met de Europese koersmores, ramt dwars door Dantes groepje heen. Eén renner blijft op de weg liggen.  Dante, werd met een verbrijzeld linkerbeen,  opgenomen in het lokale hospitaal. Waar een chirurg zijn been amputeerde.
Dante Gianello, de éénbenige, voormalige coureur, stierf in 1992 op tachtig jarige leeftijd.

Bron: onder meer Le Miroir des Sports jaargang 1938.

Posted in Niet gecategoriseerd. Tags: , , . Leave a Comment »

De Parkiet

Posted in Niet gecategoriseerd. Tags: , . Leave a Comment »

Koning

Posted in Niet gecategoriseerd. Tags: , . Leave a Comment »

Kroegbaas

Filmsterren

Posted in Niet gecategoriseerd. Tags: , . 1 Comment »

Verlamd

Als Lord Wanhoop op weg naar het bal masqué. Lijden als levenskunst, waarbij gesnapt door die ene onbekende Franse fotograaf met een fijne neus voor drama.  Albert Ramon,  koersfiets op de schouder, sjokkend tegen de Col d‘Aubisque. Wielrenners, lopend met een kapotte  fiets heeft iets diep triest. De treurigheid hing dan ook om Ramon heen als een cocon.  De  Tour de France 1948, zevende etappe Biaritz-Lourdes over tweehonderd kilometer. Terwijl grimpeurs als een Bartali, Robic en Bobet vér voor Albert uit, tegen de hellingen op dansten, kwam hij ten val. Brute pech, met een  kapot wiel als resultaat. En geen materiaalwagen in de buurt. Ramon, wapperende koersbroek, kon maar één ding doen: lopen. Met die zware fiets op z’n schouder tegen die steile rotberg op. Nagestaard door een ploegje onthutste locals. Ramon, knecht in de Belgische nationale ploeg, voor de eerste én tevens laatste keer aan de start van de Tour.
Albert én de Tour, dat was géén goede chemie. Trouwens, dat hele koersen was voor de man, afkomstig uit Brugge, geen gelukkig huwelijk. Zijn echte kruis moest namelijk nog komen. Maar even terug naar die bewuste etappe, waar Albert, inmiddels gedepanneerd, als 91e, nét binnen de tijd, binnenkwam. Wat uitstel van executie was. Zes etappes later moest de inwoner van Brugge opgeven.
Gezien zijn schamele financiële verdienste in Frankrijk, kon voor  Ramon  die hele Tour de France, z’n rug op. Albert, beroepsrenner, verdiende zijn geld véél gemakkelijker. Als kermiscoureur won hij in zijn eigen land meer dan veertig koersen,  waaronder de Ronde van België én het nationaal kampioenschap. Maar ook voor Albert Ramon was zijn lot bestemd.
Tijdens de kermiskoers van Waarschot, gehouden ergens in september 1951, botste de Bruggeling tegen een auto. Albert, tien jaar prof, was voor de rest van zijn leven verlamd aan beide benen. Albert Ramon stierf in 1993 en werd drieënzeventig jaar.

Bron: Bud Club jaargang 1948.

Camion

‘Vlieg er maar in, jongen. Demarreer zo vaak je kunt. Maak ze gek man.’ Ploegleiderkreetjes zijn van alle tijden. Een beetje renner laat dat soort praatjes  van zijn schonkige schouders glijden. Niet Jules Merviel, die slurpte dat  gretig op. Jules, ongetwijfeld, door de soigneur op scherp gezet, sloeg na de start als een hitsige hengst op hol. Welkom in de Tour de France anno 1935, met de twaalfde etappe, Cannes-Marseille, over bijna tweehonderd kilometer, dwars door de gloeiendhete bakoven van de Provence.
Jules, in het shirt van de nationale Franse ploeg, had niets te verliezen. Na elf etappes stond hij op een kansloze 35e plaats. Zalig zijn de sukkels en de onbevangen gekkies, voor hen is er altijd een plekje in het wielerparadijs gereserveerd. Dappere Jules, 29 jaar, had wel zin in het Nirvana. Handen boven op het stuur, stromen zweet langs het gezicht, worstelde hij zich over de toppen van het Massif de l’Esterel, en sprokkelde een voorsprong van twintig minuten bij elkaar. Urenlang koersen op de grens van totale verzuring, weinig drinken én gestraald door een meedogenloze, bloedhete zon, áltijd slecht voor de reflexen.
Daar kwam Jules, met kokende hersenen ook achter. Tien kilometer voor het stadje Hyeres, waar  Jules héél even de andere kant op keek. En zag daardoor een  stilstaande vrachtauto geladen met een lading hout, niet. Merviel klapte  met volle snelheid tegen de camion aan.
Bewusteloos, én bloed uit de oren, dan hoef je geen EHBO’er te zijn om te weten dat het mis is. Zo iemand laat  je liggen. Daar had een zekere Brument, chauffeur van één van de volgauto’s, nooit van gehoord. Brument, brandende peuk nonchalant tussen de lippen, sleepte samen met drie handlangers de arme bewusteloze vluchter rücksichtslos naar de kant van de weg. Jules Merviel, afkomstig uit Saint-Beauzély Midi-Pyreneeën , afgeleverd in het plaatselijke hospitaal, waar een schedelbreuk, en een gebroken sleutelbeen werd geconstateerd.
Dat Jules Merviel, afkomstig uit Sani-Beauzély, Midi-Pyreneeën, op geheel eigen stijl uit dit leven vertrok, lag in de lijn der verwachtingen. Jules, 70 jaar, verongelukte bij een verkeersongeluk.

Bron: Le Miroir des Sports, jaargang 1935.

Posted in Niet gecategoriseerd. Leave a Comment »