‘Vlieg er maar in, jongen. Demarreer zo vaak je kunt. Maak ze gek man.’ Ploegleiderkreetjes zijn van alle tijden. Een beetje renner laat dat soort praatjes van zijn schonkige schouders glijden. Niet Jules Merviel, die slurpte dat gretig op. Jules, ongetwijfeld, door de soigneur op scherp gezet, sloeg na de start als een hitsige hengst op hol. Welkom in de Tour de France anno 1935, met de twaalfde etappe, Cannes-Marseille, over bijna tweehonderd kilometer, dwars door de gloeiendhete bakoven van de Provence.
Jules, in het shirt van de nationale Franse ploeg, had niets te verliezen. Na elf etappes stond hij op een kansloze 35e plaats. Zalig zijn de sukkels en de onbevangen gekkies, voor hen is er altijd een plekje in het wielerparadijs gereserveerd. Dappere Jules, 29 jaar, had wel zin in het Nirvana. Handen boven op het stuur, stromen zweet langs het gezicht, worstelde hij zich over de toppen van het Massif de l’Esterel, en sprokkelde een voorsprong van twintig minuten bij elkaar. Urenlang koersen op de grens van totale verzuring, weinig drinken én gestraald door een meedogenloze, bloedhete zon, áltijd slecht voor de reflexen.
Daar kwam Jules, met kokende hersenen ook achter. Tien kilometer voor het stadje Hyeres, waar Jules héél even de andere kant op keek. En zag daardoor een stilstaande vrachtauto geladen met een lading hout, niet. Merviel klapte met volle snelheid tegen de camion aan.
Bewusteloos, én bloed uit de oren, dan hoef je geen EHBO’er te zijn om te weten dat het mis is. Zo iemand laat je liggen. Daar had een zekere Brument, chauffeur van één van de volgauto’s, nooit van gehoord. Brument, brandende peuk nonchalant tussen de lippen, sleepte samen met drie handlangers de arme bewusteloze vluchter rücksichtslos naar de kant van de weg. Jules Merviel, afkomstig uit Saint-Beauzély Midi-Pyreneeën , afgeleverd in het plaatselijke hospitaal, waar een schedelbreuk, en een gebroken sleutelbeen werd geconstateerd.
Dat Jules Merviel, afkomstig uit Sani-Beauzély, Midi-Pyreneeën, op geheel eigen stijl uit dit leven vertrok, lag in de lijn der verwachtingen. Jules, 70 jaar, verongelukte bij een verkeersongeluk.
Bron: Le Miroir des Sports, jaargang 1935.
Het wereldkampioenschap stayeren 1902. Zes renners aan de start. Schokkend nieuws? In de uitslagenlijsten van Radwelt jaargang 1902 komt deze koers niet eens voor. Wél aandacht voor het Europese kampioenschap en de belangrijkste stayerskoersen gehouden in Duitsland. Dat dit wereldkampioenschap een belangrijke koers was, is dan ook hoogst onwaarschijnlijk. Voor het massaal opgekomen Berlijnse publiek maakte dat niet veel uit. Stayeren in het Berlijn van voor de Eerste Wereldoorlog, een fijn verzetje voor het publiek.
Café Lowietje, hartje Jordaan, beroemd en bekend geworden door de politieserie Baantjer. Op de zaterdagen druk bezocht door toeristen, hopend op een vleugje Jordanese romantiek. Lowietje, bruine Amsterdamse volkskroeg zoals deze behoort te zijn. Aan de muur foto’s van bekende stamgasten en aan de stamtafel de laatste échte Jordanezen, waaronder Henny Marinus, (links op de foto) en Henko Baars, (rechts). Marinus en Baars, buurtjongens op leeftijd, en beide gewezen sporthelden. Marinus, tweevoudig Nederlands wielerkampioen, en Baars, ooit een gevreesde amateurbokser met drie nationale titels. En daar hield de vergelijking tussen Baars en Marinus meteen op.
De man was hoogstwaarschijnlijk de eerste adrenalinejunk uit de geschiedenis. Thaddy Robl, mooie jongen afkomstig uit München. Ontdekte begin 1900 zijn latente verslaving aan snelheid. Robl, tot dan een baanrenner werd stayer achter motoren. Binnen een aantal jaar ontwikkelde hij zich tot de ’s werelds sterkste stayer ooit: zie elders deze blog. Robl, naast het stayeren ook bezeten van auto’s. Achter het stuur kende de Munchenaar ook geen grenzen en was betrokken bij diverse zware ongelukken. Dat de man jong ging sterven was zeker. De vraag was alleen, waar en hoe?
Stammend uit een oeroud Amsterdams wielergeslacht. Haar oudooms waren de legendarische stayer Piet van Nek en diens broer, zesdaagserenner Klaas. Wat genen betreft zit het dus snor. Voor Melissa van Neck, wielrenster, 28 jaar, mooi meegenomen. Melissa, dochter van een Tsjechische vader en Amsterdamse moeder, heeft twee nationaliteiten. Drie jaar geleden zocht ze haar heil in het land van haar vader en belandde in Praag. In Tsjechië waren volgens haar de mogelijkheden als renster groter.
Het scenario was van een ongekende, dramatische schoonheid. Fritz Theile, stayer achter zware motoren. Man vele loopgravengevechten. Beleefde als stayer, zijn vuurdoop in 1908. Won dat jaar vijftien zware koersen. Een jaar later raasde Theile, een gewezen leerling opticien, afkomstig uit Berlijn, naar twintig overwinningen. Op zondag 4 juni 1911, stonden totaal zesenvijftig gewonnen koersen op zijn palmares, goed was voor 133.000 goudmark. Genoeg geneuzeld over overwinningen en dat verdomde geld. Waar het wél om gaat was de moeder van Fritz Theile, die haar zoon nooit in actie zag. Maar liet zich door Fritz overhalen om toch een keertje te komen kijken. Moeder Theile op de tribunes van het Zehlendorfbaan in Berlijn, waar haar zoon op die dramatische 4 juni 1911, op het programma stond voor de Grote Pinkerprijs van Berlijn.