Inmiddels zestien jaar is Stuyfssportverhalen online, wat staat voor meer dan achthonderd columns en sportverhalen opgeleukt met unieke, historische foto’s. Omdat in het archief van Stuyfssportverhalen nog véél meer onbekende anekdotes en feitjes zijn te ontdekken gaan we in 2025 gewoon door. En nu we toch persoonlijk bezig zijn, dan ook even een dankjewel voor John Brouwer de Koning en diens wonderlijke database van wie ik regelmatig tips krijg over historische sportgebeurtenissen. Ook wil ik Hero Blok bedanken voor zijn technische ondersteuning.

André Stuyfersant

Posted in Niet gecategoriseerd. 1 Comment »

UCI-farizeeër

Juryleden, de inquisiteurs van de wielersport. Beulsknechten gehuld in een blauwe blazer  met het regelementenboek als hakbijl.  Berucht om vaak onbegrijpelijke beslissingen. Mannetjes waar het begrip machtswellust nooit ver weg is. Julien Bernard prof bij Lidl-Trek weet daar alles van. Wat voor Julien  een levenslange prachtige herinnering ging worden eindigt in een deceptie: met dank aan zo’n blauwe blazer. De  zevende etappe van de afgelopen Tour een tijdrit gehouden in  Julien’s geboortestreek.  

Waar op de enige helling van het parkoers Julien wordt opgewacht door een immense haag uitbundige supporters. Highfive’s uitdelend en zwaaiend naar zijn fans rijdt  Julien van links naar rechts.  Julien koestert zijn fans. Tussen de supporters ook z’n vrouw Margot én zoontje. Een snelle kus voor beiden en Julien ijlt verder op weg richting finish, waar zijn eindtijd hem niks uit maakt.

Waarom zou hij ook? Z’n grootste beloning zijn  herinneringen aan een zegetocht door eigen streek, herinneringen die hij bij zich draagt tot z’n laatste ademstoot. Maar dáár denkt die ene UCI-rakker even iets anders over. Met zijn actie krijgt Julien een geldboete wegens het beschadigen van het imago van de wielersport. Beschadigd? De beelden van Julien en zijn fans – rechtstreeks uitgezonden – is één grote promotie voor de wielersport.

Of tijdens de Tour van 1931 ook dergelijke enge regelementenfreaks actief zijn? Vast wel. Het zijn toch de jaren dertig? De tijd dat in heel Europa fascisten aan het warm lopen zijn op wat komen gaat. Ongetwijfeld ook in die genoemde Tour van ’31. Waar de UCI-farizeeër van dienst even niet oplet. Een moment waar de  langs de kant staande Pierre Magne meteen gebruik van maakt. Als het peloton voor bij komt springt Pierre op z’n fiets om vervolgens z’n mee koersende broer Antonin een omhelzing te geven waar alleen ’n liefdevolle broer een patent op heeft. Of het door Pierre’s kus kwam zal nooit meer duidelijk worden. Feit is wél dat Antonin deze Tour de France weet te winnen…

Bron: onder meer Le Miroir des Sprints jaargang 1931.

Asterix en Obelix

11 November 1918, de  laatste dag van de waanzinnige Eerste Wereldoorlog. De dag die de geschiedenis ingaat als ‘Wapenstilstandsdag’. Groots gevierd én herdacht in België, Frankrijk én Engeland.  Ruim negen miljoen jongens bleven op het slachtveld achter. Ook Lucien Petit-Breton.

Lucien de eerste Fransman die twee keer de Tour de France wint want in 1907 en 1908. De belle epoque de mooie tijd waar nationalisme niet ver weg is. De periode van gezwollen  vaderlandse sentiment wat tot hysterische explosie komt, als  de gezworen vijand Duitsland Frankrijk aanvalt. Gedreven door valse romantiek en patriotisme maken de aanmeldbureaus overuren. Het toekomstige  kanonnenvlees heeft zich  massaal gemeld. Ook Lucien Breton die zich niet veel later terug vindt bij het 11e Legerkorps.

Aan het front wordt de voormalige Tourwinnaar diverse keren getroffen door vijandelijk vuur, waar hij als een rechtgeaarde wielrenner van herstelt. Op twintig december 1917 is het eindje bobijntje voor hem. Als ordonnans botst hij met zijn camion frontaal op een tegemoet komend leger voertuig. Lucien wordt vijfendertig.

Hoewel  Lucien Petit-Breton zijn plekje in de Soldatenhemel heeft ingenomen wordt hij niet vergeten, met dank aan z’n vrouw Madeleine. Mevrouw Petit-Breton richt een fietsenmerk op met – hoe raad je het-  de naam van haar verongelukte wielerheld. Ook de naam ‘Petit-Breton’ blijkt aan erosie te lijden want in  1970  verdwijnt het merk Petit-Breton geruisloos van het fietsenfront.

In iedere Fransman schuilt wel de geest van Asterix en Obelix die weigeren om zich te laten onderwerpen aan de Romeinse heerser. Ook Robin Cojean een amateurwielrenner – werkzaam als ingenieur bij  Safran de fabrikant van onder meer de Airbus – keert z’n kont richting Oosterse framebouwers. Als amateurwielrenner én ingenieur ergert  Cojean zich dat  negentig procent van de kunststofframes uit China dan wel Taiwan komen.

Als vliegtuigbouwer kent  Cojean  de geheimen van kunststof. Met resultaat dat in 2018  Cojean een op maat gemaakte carbonframe maakt. Een lang verhaal kort:  de inmiddels ex-ingenieur heeft inmiddels zijn eigen fietsenmerk. Om zijn product goed in de Franse markt te zetten moet er een naam op komen. Als geboren en getogen Breton is dat voor Cojean niet zó moeilijk: Petit-Breton.

Bron: Nantes Metropole & Ville.

Bloederige stukjes papier

Van het vijfbladige scheermesje had geen mens gehoord. In de jaren vijftig zijn baardige kerels overgeleverd aan het klapmes,  een vlijmscherp martelwerktuig  van tien centimeter waar een modale seriemoordenaar begrijpend bij knikt. Even ter verduidelijking: in de fifties is het gewoon om mannen te zien met bloederige stukjes papier op de kaken geplakt om de wondjes te stelpen, met dank aan het genoemde klapmes.

En als je denkt dat het nog erger kan gloort voor de mishandelde man redding. Gillette introduceert  in 1956 de Super Rapide een veilig scheermesje met bijbehorend houdertje, waarvoor in Frankrijk  met paginagrote reclames in de sportbladen reclame wordt gemaakt. Met als uithangbord  Bernard Gauthier, een  gouden greep. Gauthier mooie uit graniet gehakte kop, is namelijk een wielerheld. En niet zo maar één.

De man wint vier keer Bordeaux-Parijs de verschrikkelijkste maar meest mythische wielerkoers over zeshonderd kilometer waarvan vierhonderd achter een voortjakkerende dernymotor. Dat hij ook nationaal kampioen van zijn land is en Touretappes wint met bijbehorende gele trui is een usance. Palmares waarmee  Gauthier  voor altijd zijn plekje in de Franse heldengalerij mee inneemt. En niet alleen dáárom.

Tijdens de Duitse bezetting wordt de opstandige puber Gauthier door de gevreesde en beruchte Gestapo opgepakt en op transsport gezet richting Buchenwald. Dat Bernard tijdens het transport van de trein springt past precies in zijn image. Voor kerels die dát flikken is Bordeaux-Paris klein bier. In 2018  is Bernard Gauthier, 94 jaar, overleden. Of de voormalige wielerheld glad geschoren ter wielerhemel trok is niet bekend. Mocht dat zo zijn dan hopelijk wel met de Super Rapide…

Bordeaux-Parijs, de meest helse en verschrikkelijkste koers ooit. Zeshonderd (600!) kilometer, waarvan vierhonderd achter een voortjakkerende derny.  Vijftien uur koersen, vijftien uur je hart op volle toeren. Een regelrechte aanslag op het fysieke vermogen. Een normaal mens overleeft dat niet, of wordt anders niet oud. Bernard Gauthier wél! Sterker de man won deze prehistorische koers vier keer, want in 1951, 1954, 1956 én 1957.

Lieverdje

De sportbladen komen woorden te kort. Zoals de site  Running die het over een  bizar snelle tijd heeft. Een superlatief waar de  Wielerrevue over heen gaat door te stellen dat het een razendsnelle tijd is. Gelijk hebben ze. Dat Tom Dumolin tijdens de halve marathon van Amsterdam een tijd van 1 uur en tien minuten aantikte kan niet genoeg geroemd worden.

Tom’s  prestatie als gewezen wielrenner is nou ook weer niet zó uniek.  Adri van der Poel, ‘de vader van’, kan dat bevestigen. Tijdens zijn wielercarrière liet Van der Poel senior bij een  hardloopwedstrijd over tien kilometer de klok stil staan op eenendertig minuten. Een tijd waarvoor een gemiddelde hardloper bereid is om daarvoor een vinger te laten amputeren.  De tijden dat vroegere wielersoigneurs  een oekaze  uitgevaardigde dat een renner nooit mag rennen, laat staan zwemmen is daarmee achterhaald.   

Een gegeven dat  Louis Vink allang weet. Vink begin jaren zestig een verdienstelijk amateurrenner stapte op achtentwintig jarige leeftijd over op het hardlopen. Een lang verhaal kort: zes jaar later wordt Vink nationaal marathonkampioen. Om bij de wereld- en Europese veteranenkampioenschappen regelmatig in de prijzen te vallen met hoogtepunt een Europees kampioenschap op de achthonderd meter. Even voor de juiste verhoudingen: zijn  snelste tijd op de marathon van Amsterdam is 2. 27 uur, Vink was de veertig jaar ruim gepasseerd.

Louis Vink inmiddels negenentachtig jaar kan terugzien op een verdienstelijke sporttijd al is het alleen maar dat hij één van de pioniers is van de hedendaagse hardloopmania. Hardlopen doet Vink niet meer, voor hem rest alleen herinneringen. Zijn imposante prijzenkast met inhoud heeft hij weg gegeven. Het enige tastbare bewijs van z’n sportleven is een klein beeldje met afbeelding van het Lieverdje. Gekregen omdat hij in 1975 de allereerste inschrijver is van de allereerste hoofdstedelijke marathon.

Kees’ erotische hart

Kees heeft het liefst vrouwen voor zijn ezel. Een schildersezel wel te verstaan. Dat schilder Kees van Dongen een vrouwenliefhebber is, is duidelijk. Maar dan wel van het aantrekkelijke jonge soort en het liefst naakt. Voor Kees is de vrouw ‘het mooiste landschap’, vooral in de ‘Eva uitvoering’. Tsja, zo kun je het ook bekijken…

In Parijs hebben de meiden geen preutse, calvinistische vooroordelen, en dwarrelen onbekommerd en onbeschaamd  uit de kleren: Kees mét kwast en palet in de aanslag. Dat Kees van Dongen begin twintigste eeuw Nederland voor gezien houd en afreist naar de Lichtstad zal wel een van dé redenen zijn. Enfin Kees haalt in Parijs zijn erotische hart op, met ongetwijfeld als hoogtepunt in de fifties toen Brigit Bardot voor zijn ezel stond. Of Kees daar erotische dromen van over had gehouden is niet duidelijk.  Even een economisch feitje: tien jaar geleden brengt Kees’ schilderij ‘De Zigeunerin’ bij Christie in Londen acht miljoen euro op. Tot zover Kees van Dongen en de naakte meiden. Want Kees’ inspiratie  ligt ook elders. Zoals bij het boksen.

Hoogstwaarschijnlijk in 1914 schildert hij bijgaande schilderij van twee sparrende boksers. Waarvan de rechtse pugilist ene Arthur Cravan is, een interessant figuur. Cravan  een bokser van niks, bezit andere kwaliteiten.  De man is schrijver, dichter, kunstenaar, én provocateur van kunst. Cravan geeft daar  provocerende, anarchistische lezingen over, die vaak ontaard in dronken vechtpartijen.

Om dienstplicht te ontlopen  vlucht hij in 1914 uit Parijs.  Tijdens een tussenstop in Barcelona ergens in april 1916 daagt Cravan de daar aanwezige voormalige wereldkampioen Jack Johnson uit om geld in te zamelen voor de overtocht naar de Verenigde Staten. Posters vóór de wedstrijd prijzen  Cravan aan als Europees kampioen wat niet waar is. Enfin Johnson, die niet wist wie de man is, slaat de Parijse provocateur na zes ronden knock-out. Dat Cravan in 1918  spoorloos in Mexico verdwijnt maakt hem nog geheimzinniger.

Tot zover bovenstaande kapstok. Want schilderijen met sportafbeelding kom je niet snel tegen in galerie of musea. Opmerkelijk daarom dat schilder Eric van Breenen in zijn oeuvre een kleine zijsprong maakt. Wetende dat stayerslegende Piet Dickentman één van de grootste sporthelden van schrijver dezes is, schildert hij bijgaand schilderij. Inmiddels hang Piet in mijn werkkamer, en kijkt mee wat ik schrijf. Geeft een fijn gevoel…

Bron: van Goghmuseum, the Guardian.

Een droom of nachtmerrie?

Een droom die veertig  jaar duurt en die in de toekomst waarschijnlijk over gaat in een nachtmerrie: over dat laatste straks meer. Eerst die genoemde droom van wielerlegende Rini Wagtmans waarin  hij droomt over een wielermuseum.  Wagtmans maakt zich namelijk zorgen. Want wat gebeurt er met zijn omvangrijke wielercollectie verpakt in honderdzeventig dozen als hij ter hemel trekt? Om maar meteen  de  historische en  zeldzame wielermemorblia die bij  voormalige kampioenen op zolders en garage liggen te verstoffen, en waar nabestaande zich geen raad mee weten, er bij te betrekken.  

Dromen zijn de brandstof van het aardse bestaan. Wat is een nacht zonder dromen? Hoeveel puisterige pubers  brachten de nachten niet door met natte dromen waarin het lekkerste stuk van de middelbare school de hoofdrol had..? Om ’s morgens gedesillusioneerd wakker te worden met het besef dat dromen bedrog zijn.

Maar niet voor  Wagtmans want zijn  droom lijkt werkelijkheid te worden. Zijn beoogde museum gaat er komen. Met een feestelijke persconferentie opgeleukt met een batterij voormalige wielerkampioenen  wordt het plan over een nationale wielermuseum toegelicht. En daar zit nou nét de kneep.   Voor een wielermuseum is in dit land totaal geen belangstelling, en de spreekwoordelijke hond blijft weg.

In de afgelopen  vijftien  jaar zijn er vijf wielermusea met de nodige toeters en bellen geopend om vervolgens binnen de kortste keer failliet te gegaan dan wel vrijwillig gesloten, zoals onder meer het Museum van de Sport, Huis van de Wielersport, Het Nationaal Voetbalmuseum, het Museum van de Voetbalsport, en het Olympics Experience dat laatste gevestigd in het Olympisch Stadion. Met treurige kanttekening dat de failliete afwikkeling van enkele van deze musea zich in duistere schimmige spelonken afspeelden. Natuurlijk dienen historische sportartefacten bewaard te blijven maar schenk ze aan een bestaand en gerespecteerd (streek) museum. Dan is de toekomst verzekert. Zie onderstaande…

Henny Marinus een Amsterdamse wielerheld uit het verleden en onder meer nationaal stayerskampioen voelde zijn einde naderen. De geboren en getogen Jordanees Henny maakte zich zorgen om zijn kleine maar lokaal historische wielermemorablia zoals z’n iconische stayershelm én al zijn overwinningslinten. Aan deze blogger de eer om dat te regelen.  Na Henny’s overgang naar gene zijde  werd vervolgens contact op genomen met het  Amsterdams Historisch Museum waar conservator Annemarie de Wildt  (zie foto) het graag in ontvangst nam, waarbij De Wildt de toezegging gaf dat bij een komende grote expositie over de geschiedenis van de Jordaan ook de lokale  sporthelden hun plekje daarin krijgen. Enfin, Henny’s helm en zijn linten  zijn op een goede en veilige plaats…

Bordeaux-Parijs afgeblazen

Twee jaar aan voorbereiding voor niets geweest waarmee Bordeaux-Parijs is op het laatste moment is afgeblazen. Voor organisator Eric Ramos een grote teleurstelling. Twee jaar aan voorbereidende werk voor niets geweest. Ramos’ alle eventuele organisatorische hobbels glad gestreken had geen géén rekening gehouden met de instelling van de hedendaagse renners. Niet één Franse renner had zich voor B-P opgegeven. Voor de diverse gemeentelijke instanties langs het zeshonderd kilometer lange parkoers het sein om geen medewerking te verlenen. Voor renners als een Laurens ten Dam, Nikki Terpstra, en Coen Vermeltfoort een teleurstellend beslissing.

Posted in Niet gecategoriseerd. Leave a Comment »

Bordeaux-Parijs uit as herrezen

Hij staat weer op de kalender Bordeaux-Parijs, de hardste koers ooit, alleen geschikt voor suïcidale, desolate kerels. Berucht om de zwaarte verscholen in de afstand van bijna zeshonderd kilometer waarvan de laatste vierhonderd achter een derny, met een helse finale in de heuvels van Chevreuse.   

Een  koers voor survivals, en fysiek  overleeft   door  oermensen zoals een  Wim van Est, Bernard Gaultier en Herman van Springel, een trio die  meerdere keren  B-P op hun erelijst bijschreven. En daar geen lichamelijke klachten aan over hielden.  B-P een reguliere zelfmoordpoging waarvoor je renners alleen maar kon lokken met vette contracten na afloop en waar in 1932 de gangmaakmotor voor het eerst zijn opwachting maakte. Romain Gijssels was de winnaar. Voor Gijssels het hoogtepunt wat ook het einde van z’n carrière inluidde. Eind van dat seizoen stopte Romain. Romain pas 28 jaar was gesloopt.  

Bordeaux-Parijs tijdens het interbellum dé koers waar de Franse en Belgische kranten- sportbladen  weken van tevoren hun kolommen mee vulden en die in 1988 zijn laatste editie had. Door gebrek aan belangstelling van toprenners was B-P een roemloze dood gestorven. Een teloorgang dat alleen maar met geld te maken had, want het lichamelijke herstel duurde te lang wat in de portemonnee van een renner gevoeld werd.  

Monumenten moeten gekoesterd worden. Ook Bordeaux-Parijs iets wat Eric Ramos van de Franse organisatie Velostar goed had begrepen. Ramos en z’n organisatie hebben  Bordeaux-Parijs uit z’n winterslaap gehaald wat inhoudt dat B-P op negentien oktober aanstaande van start gaat als een 1.1 UCI-wedstrijd: zonder hedendaagse vedetten maar wél met twintig erkende renners uit diverse continentale ploegen waaronder enkele uit Nederland zoals Tom Wijfjes, Coen Vermeltfoort, Nikki Terpstra en Laurens ten Dam de laatste gegangmaakt door Christiaan Bosch. Terpstra en Ten Dam na hun afscheid van het profpeloton zijn overgestapt naar de gravelkoersen. Als voor bereiding wordt komende 22 september de 150 kilometer van Sloten verreden een koers achter de Derny.     

Delbeck

‘Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen,’ schreef de apostel aan de Efeziërs. Beste lezers, laat je vooral niet bang maken door dat stichtelijke geneuzel van die apostel want je bent langer dood dan dat je leeft. Dus leve de lol en laat de kurken maar knallen. Vooral die van de flessen champagne van Delbeck uit Reims, een vooraanstaand champagnehuis. Delbeck dus die zijn huppeltjeswater leverde aan alle toenmalige Europese hoven en die hoogstwaarschijnlijk een reclameman in dienst heeft die wel raad weet met de inhoud van de wijnkelders, want de man heeft een morbide geest gekoppeld aan een inktzwart gevoel voor humor, en dat voor het begin van de twintigste eeuw. Om het product Champagne Delbeck aan de man te brengen ontwerpt hij een affiche met stayers achter de motortandem, waarop de gangmaker onder de koers z’n renner op een glas trakteert. Uiteraard van het Huis Delbeck… 

Cynischer kan hij het niet maken want stayeren tijdens de belle epoque is een levensgevaarlijke sport waar Stuyfssportverhalen hele kolommen mee heeft gevuld. Kolommen waar de dood nooit ver weg is en waar het bloed van afdruipt.  

Hoe het met de meeste van die toenmalige stayers is afgelopen kun je op deze blog lezen. Iets wat niet opgaat voor die ene anonieme reclameman van Delbeck want zijn naam is opgelost in de tijd of anders wel in het product Delbeck. Wél bekend is de geschiedenis van zijn werkgever. Door wanbeheer gaat in 2003 het  illustere  champagnehuis op de fles om maar in het juiste jargon te blijven…