Bordeaux-Parijs uit as herrezen

Hij staat weer op de kalender Bordeaux-Parijs, de hardste koers ooit, alleen geschikt voor suïcidale, desolate kerels. Berucht om de zwaarte verscholen in de afstand van bijna zeshonderd kilometer waarvan de laatste vierhonderd achter een derny, met een helse finale in de heuvels van Chevreuse.   

Een  koers voor survivals, en fysiek  overleeft   door  oermensen zoals een  Wim van Est, Bernard Gaultier en Herman van Springel, een trio die  meerdere keren  B-P op hun erelijst bijschreven. En daar geen lichamelijke klachten aan over hielden.  B-P een reguliere zelfmoordpoging waarvoor je renners alleen maar kon lokken met vette contracten na afloop en waar in 1932 de gangmaakmotor voor het eerst zijn opwachting maakte. Romain Gijssels was de winnaar. Voor Gijssels het hoogtepunt wat ook het einde van z’n carrière inluidde. Eind van dat seizoen stopte Romain. Romain pas 28 jaar was gesloopt.  

Bordeaux-Parijs tijdens het interbellum dé koers waar de Franse en Belgische kranten- sportbladen  weken van tevoren hun kolommen mee vulden en die in 1988 zijn laatste editie had. Door gebrek aan belangstelling van toprenners was B-P een roemloze dood gestorven. Een teloorgang dat alleen maar met geld te maken had, want het lichamelijke herstel duurde te lang wat in de portemonnee van een renner gevoeld werd.  

Monumenten moeten gekoesterd worden. Ook Bordeaux-Parijs iets wat Eric Ramos van de Franse organisatie Velostar goed had begrepen. Ramos en z’n organisatie hebben  Bordeaux-Parijs uit z’n winterslaap gehaald wat inhoudt dat B-P op negentien oktober aanstaande van start gaat als een 1.1 UCI-wedstrijd: zonder hedendaagse vedetten maar wél met twintig erkende renners uit diverse continentale ploegen waaronder enkele uit Nederland zoals Tom Wijfjes, Coen Vermeltfoort, Nikki Terpstra en Laurens ten Dam de laatste gegangmaakt door Christiaan Bosch. Terpstra en Ten Dam na hun afscheid van het profpeloton zijn overgestapt naar de gravelkoersen. Als voor bereiding wordt komende 22 september de 150 kilometer van Sloten verreden een koers achter de Derny.     

Delbeck

‘Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen,’ schreef de apostel aan de Efeziërs. Beste lezers, laat je vooral niet bang maken door dat stichtelijke geneuzel van die apostel want je bent langer dood dan dat je leeft. Dus leve de lol en laat de kurken maar knallen. Vooral die van de flessen champagne van Delbeck uit Reims, een vooraanstaand champagnehuis. Delbeck dus die zijn huppeltjeswater leverde aan alle toenmalige Europese hoven en die hoogstwaarschijnlijk een reclameman in dienst heeft die wel raad weet met de inhoud van de wijnkelders, want de man heeft een morbide geest gekoppeld aan een inktzwart gevoel voor humor, en dat voor het begin van de twintigste eeuw. Om het product Champagne Delbeck aan de man te brengen ontwerpt hij een affiche met stayers achter de motortandem, waarop de gangmaker onder de koers z’n renner op een glas trakteert. Uiteraard van het Huis Delbeck… 

Cynischer kan hij het niet maken want stayeren tijdens de belle epoque is een levensgevaarlijke sport waar Stuyfssportverhalen hele kolommen mee heeft gevuld. Kolommen waar de dood nooit ver weg is en waar het bloed van afdruipt.  

Hoe het met de meeste van die toenmalige stayers is afgelopen kun je op deze blog lezen. Iets wat niet opgaat voor die ene anonieme reclameman van Delbeck want zijn naam is opgelost in de tijd of anders wel in het product Delbeck. Wél bekend is de geschiedenis van zijn werkgever. Door wanbeheer gaat in 2003 het  illustere  champagnehuis op de fles om maar in het juiste jargon te blijven…  

Weggezakt in de geschiedenis

Roem en bekendheid is net zo vergankelijk als de geur van goedkope parfum. Ook voor Jaap Oudkerk, de vorige week overleden stayerskampioen. Zo’n zestig  jaar geleden is dat anders. De toenmalige sportpers kwam superlatieven tekort  over de prestaties van Oudkerk. Jaap Oudkerk was dan ook twee keer wereldkampioen stayeren bij de amateurs én de profs. Dáárvoor schreef Oudkerk al wielergeschiedenis. Als lid van de achtervolgingsploeg wordt op de Spelen van Tokio in 1964 een bronzen medaille gewonnen.

Oudkerk   bescheiden rustig en heel aardig,   zakte weg in het collectieve geheugen. Met als resultaat dat zijn overlijden aan de aandacht van de hedendaagse sportredacties is ontsnapt.  Of hij helemaal vergeten is? Zeker niet in zijn laatste woonplaats Almere die de prestaties van Oudkerk op zijn waarde wist in te schatten.

Jaap Oudkerk krijgt in 2020 een plekje in de  Wall of Fame van Almeerse sporthelden, waarmee Almere niet genoeg geprezen kan worden. Tegenover Almere DEZE WEEK de lokale krant vertelt Oudkerk  zich zelf  niet als sportheld te zien, maar is wel trots dat hij wordt geëerd op die manier. “Ik hoop dat zwemster Enith Brigitha en schaatsster Carry Geijssen daar ook in de Wall of Fame worden opgenomen. Die verdienen daar ook een plek in’ waarmee hij zijn bescheidenheid toont.

En voor de verzamelaars van wielermemorabilia én zogenaamde directeuren van wielermusea: Oudkerk’s regenboogtruien en medailles zijn veilig in een bankkluis opgeborgen waar alleen zijn kinderen bij kunnen.

Jaap Oudkerk overleden

Na jaren tegen de top geschuurd te hebben, brak Jaap Oudkerk  in 1969  door als stayer.  In Antwerpen raasde profstayer Jaap Oudkerk naar de  zo begeerde wereldtitel en de bijbehorende vette contracten. Wat een oogstjaar had moeten worden, veranderde in een nachtmerrie. De voortekenen voor de ramp werden tijdens de finale al zichtbaar. Bertus de Graaf, gangmaker van Oudkerk, bleek een al lang sluimerend conflict met collega Joop Stakenburg te hebben: uitgevochten  tijdens de mondiale race. Onder de ogen van miljoenen want  live uitgezonden door de BRT, probeerde  Stakenburg in razende vaart De Graaf/Oudkerk tegen de balustrade te drukken. Het was  de routine van De Graaf en het ongrijpbare fenomeen ‘topvorm’ dat Oudkerk tóch de regenboogtrui aan kon trekken.

 De lont van de wrok en jaloezie was aangestoken. Het helse mechanisme tikte langzaam door.  Een half jaar later, een mooie voorjaarsdag in  mei, kwam op de Gooise Wielerbaan in Hilversum de afrekening.  Wat een leuke stayerskoers over drie manches had moeten worden, met wereldkampioen Oudkerk als publiekstrekker, veranderde  in een bloederige omerta. In de  laatste manches over twintig kilometer sloegen de stoppen bij  Stakenburg door. De Amsterdamse gangmaker reed, zomaar, de verse wereldkampioen van achteren aan.  
Bewusteloos, overdekt met brandwonden, gebroken tanden en een zware hersenschudding werd Oudkerk afgevoerd richting het lokale ziekenhuis. Weg lucratieve contracten. Een streep door de toekomst.
Oudkerk, beminnelijk, bescheiden,  door  iedereen omschreven als een ‘goeiert’, vond de aanslag op zijn leven volstrekt onnodig. ‘Dat incident heeft mij heel veel geld gekost’ vertelde hij tien jaar geleden aan deze blog. Volgens Oudkerk had hij een mooie tijd gehad als stayer, waar hij nooit spijt van had gehad. Na acht jaar bij de profs gekoerst te hebben, stopte Oudkerk  op zijn vijfendertigste.

Jaap Oudkerk twee keer wereldkampioen stayeren bij zowel de amateurs als de profs, won op de Spelen van 1964 een bronzen plak is vorige week overleden. Jaap Oudkerk is 86 jaar geworden.

foto boven: Jaap Oudkerk achter Bertus de Graaf in het Antwerps Sportpaleis. Onder: Links Bertus de Graaf met Jaap Oudkerk.

Trillend voorwiel

Zijn optimisme is onverwoestbaar. Uwe Smit hét icoon van de stayerssport in Nederland blijft hoop houden, want de toekomst van het Sportpaleis van Alkmaar is hoogst onzeker.  Er zijn vergevorderde plannen om het Sportpaleis te slopen een plan dat nog niet door de gemeenteraad van Alkmaar is behandeld. ‘Er wordt nog steeds over gesproken’, trapt Smit af. ‘De wielerclubs rondom Alkmaar willen een nieuw fietsparkoers waar veilig gekoerst kan worden. Leuk, maar daarvoor fungeert het Sportpaleis als wisselgeld voor het gemeentebestuur. Want én én kan volgens hun niet, met het argument dat er op de wielerbaan weinig gefietst wordt, wat niet waar is. Van maandag tot vrijdag zijn er wieleractiviteiten. Mocht het Sportpaleis verdwijnen dan is dat pure kapitaalvernietiging’.  En mocht  dat niet zo zijn dan voorziet Smit een mooie toekomst voor de wielerbaan. Volgens hem zijn er genoeg toonaangevende iconen uit de wielersport die wat organisatie betreft, hun schouders eronder willen zetten’. Smit laat de namen van Niki Terpstra en  Laurens ten Dam vallen.

Smit’s geschetste mooie toekomst is alles behalve utopie als de tribunes van het Sportpaleis vrijwel vol loopt. Het nationale stayerskampioenschap staat op punt van beginnen.  Met favoriet de uittredende kampioen Serginho Wilshaus  gegangmaakt door Richard Konijn. Het koppel dat de avond voor dé race nog had getraind. Een trainingssessie waarbij Konijn een angstaanjagende ontdekking deed. Boven de zeventig kilometer begint zijn voorwiel te trillen. Ook blijkt de motor in de bochten de neiging te hebben naar beneden te gaan.  Een probleem dat opgelost wordt. Konijn start op de reservemotor.

Dat het publiek  net zo’n sensationeel kampioenschap als vorig jaar voor geschoteld krijgt is bij voorbaat uitgesloten. Terwijl Konijn met Wilshaus de avond ervoor hun rondjes maakten kreeg medeorganisator Uwe Smit een telefoontje van titelfavoriet Etienne van Empel. De laatste  prof in loondienst van de Italiaanse ploeg Vini Fantini was met koorts uit de Tour des Alpes-Maritimes gekomen en zegde af. Waarmee de strijd voor de nationale titel op de schouders kwam van Wilshaus en de veertigjarige Reinier Honig.  De taaie op kop koersende jonge Wilhaus wist twee grote aanvallen van Honig af te slaan. Bij de derde capituleerde de uittredende kampioen die in dezelfde ronde eindigde als de oppermachtige winnaar Honig.

En dan was er ook nog de dappere boomlange Glenn van Nierop, die als derde de huldiging onderging. Als er iets werd bewezen is het wel dat de stayerssport in het Alkmaars Sportpaleis nog steeds veel publiek trekt. Alleen jammer dat de meedraaiende rol véél te ver achter de motor staat. Wil je beginnende stayers enthousiast te krijgen dan dient de rol twintig centimeter korter te staan.

Foto’s van boven naar onderen: Richard Konijn, de beslissende aanval van Reinier Honig, Reinier Honig. Foto’s gemaakt door Rob Duin.

Narcisme

Daar is die weer met z’n ouwe meuk hoor ik jullie denken. Wat waar is. Maar de foto’s zijn té mooi om niet te publiceren, al was het alleen maar om de zeldzaamheid. Want opeens doken ze op bij een digitale ansichtkaartveiling waar op geboden is. En dan volgt de spanning als de enveloppe met de gescoorde foto’s in de brievenbus valt. Oké, het was een kleine rib uit het lijf maar het is het waard. Zoals de bijgevoegde ansichtkaart verstuurd door Thuur Vanderstuyft vanuit het Leipzig van 1909.

Dat Vanderstuyft bijgenaamd d’n IJzeren een kaart met afbeeldingen van himself verstuurd, is opmerkelijk. Enig narcisme kan d’n IJzeren niet ontzegd worden, wat hem vergeven is.  Aardiger is dat de man er een boodschap op had gezet. Een kreet neergepend in hanenpoten met behulp van een kroontjespen gedoopt in een inktpot, en twee dagen voor de Internationaler Fruhlingspreis, een stayerskoers over honderd kilometer op de post is gedaan.  En wie Vanderstuyft is daar heeft Stuyfssportverhalen tot vervelens toe over gepubliceerd. En voor de bezoeker die dat ontgaan is,  nog een keer dan:  

Thuur Vanderstuyft won tientallen grote stayerskoersen, verbrak wereldrecords en was in Vlaanderen ongekend populair. Maar roem is vergankelijk als de liefde van een hoer. Terwijl  de ‘mof’ tussen 1914 en 1918 Vlaanderen én heel België in een ijzeren greep hield, reed Thuur Vanderstuyft zijn koersen in Duitsland: wat hem aan het thuisfront niet in dank afgenomen werd. In 1923 begon d’n IJzeren corrosie te vertonen en was het gedaan met zijn rennersloopbaan. In 1956, op drieënzeventigjarige leeftijd vervoegde  Thuur Vanderstuyft zich bij z’n Schepper.

En voor ik het vergeet: wie de Internationaler Fruhlingspreis won? Juist, d’n IJzeren.

Bron onder meer Sportalbum der Radwelt, Jaargang 1908.

Stayerslegende overleden

Guillermo Timoner in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zes keer wereldkampioen stayeren.  De ouderen onder ons die hem ooit in het Olympisch Stadion in actie zagen zijn nu nóg onder de indruk van de Spaanse kampioen. In de geschiedenis van het stayeren had Timoner een flinke kras gemaakt. Of Timoner Guillermo de beste stayer ooit was. De Spaanse rolrijder was inderdaad een wereldtopper, maar de állerbeste ooit…?  Stuyfssportverhalen denkt daar iets anders over.  Aan de hand van onder meer de jaargangen Radwelt 1900 tot en met 1928, pagina’s vol uitslagen, statistieken en staatjes, en andere jaargangen, kwam  Stuyfssportverhalen tot een  rijtje met de vijf beste stayers ooit.  In deze ranking staat Timoner op de vijfde plek. Helaas voor de Timoner-adepten, maar de beste rolrijders, waren actief tussen 1900 en de Tweede Wereldoorlog.

Europa kenden toen over de honderd wielerbanen.  Met een overvol stayersprogramma waarbij de geldkraan wagenwijd open stond. Renners reden iedere koers alsof de dood op de hielen zat, want een paar mindere uitslagen en de contracten bleven uit. De concurrentie stond  te dringen om ook een greep uit de ruif te doen. Jaarlijks knokten daar zo’n honderd topstayers  voor: kerels, stuk voor stuk potententiële kampioenen. Even ter vergelijking: Timoner hoefde jaarlijks maar met zes concurrenten rekening te houden. Om tussen 1900 en 1940 daar de beste van te zijn, meerdere keren wereldkampioen te worden, was voor weinigen weggelegd. Toch flikten vier coureurs dat kunstje.  Zoals George Parent.

George, Fransman,  in 1909 en de twee daarop volgende jaren de beste van de wereld. George Parent, dramatisch jong gestorven, staat daarom op de derde plaats.  Met achter zich de Amerikaan Bobby Walthour, die twee keer de wereldtitel meenam naar the States.

Victor Linart., Belg, vijfentwintig jaar actief,  vier keer wereldkampioen, won tussen 1909 en 1933, honderden koersen. Ondanks die indrukwekkende cijfers blijft Linart steken op de tweede plaats. De nummer één, de allerbeste stayer ooit, de man over wiens naam je in zowat álle jaargangen Radwelts bijna struikelt, is en blijft Piet Dickentman.

Terug naar Timoner die na zijn indrukwekkende stayerscarrière op Mallorca een fietsenzaak begon, waar de zesvoudige wereldkampioen zijn klanten gastvrij ontving. De laatsten, Timoneradepten die aan Guillermo goede jeugdherinneringen koesterden. Zoals voormalig Nederlands kampioen Henny Marinus rechts, met Koos Tacx links,op audiëntie bij de stayerslegende.

Guillermo Timoner werd 97 jaar.

KNWU geeft niet thuis

Reinier Honig, beroepsrenner uit roeping, en tevens onbezoldigd ambassadeur van de stayerssport. Als  voormalig Europees stayerskampioen voorzien van een rits nationale titels, is Honig dé pleitbezorger van deze spectaculaire baansport. Samen met een ploeg jonge en frisse gangmakers, lijkt het stayeren  voorzichtig aan te slaan. Wie bij het laatste nationale kampioenschap aanwezig was in het Sportpaleis van Alkmaar, zag een koers waar niet alleen rechtuit gereden werd, dus zonder onderlinge afspraken maar tevens topsport, mét een verrassende winnaar. Dat Honig via een uitgekiende campagne op de sociale media  het  Sportpaleis goed wist vol te krijgen, is terzijde.

Kortom, het nieuwe stayeren verdiend het nodige krediet. Maar daar denkt de machtige en alleswetende KNWU iets anders over. Voor het komende officiële  Europees kampioenschap te houden op 18 en 19 juli in Italië, komen voor ons land het trio Serginho Wilshaus, Etienne van Empel en Honig uit.

Voor dit kampioenschap had Honig oud gangmaker René Kos bereid gevonden, om als vrijwilliger te dienen. Ook voor een mecanicien en masseur had Honig gezorgd. Kortom een low budget. Aan de bond werd gevraagd of deze een materiaalbus beschikbaar wilde stellen voor al het materiaal én de kosten voor een hotel. Een vraag waarop de KNWU positief op reageerde. Om dat op het laatste moment in te trekken.

De bond houd er nogal een selectief criteria op na wat betreft ondersteuning van renners. Wel wekenlange trainingskampen en hoogte stages houdt in Noorwegen en Zuid-Afrika voor renners die niet eens geselecteerd zijn voor een wereldkampioenschap, en niet voor drie stayers die alles uit hun eigen zak moeten betalen. Dat is dus de KNWU die ten doel heeft de wielersport te promoten in al haar verschijningsvormen. Een begrip dat bij de bond nogal rekkelijk is…

Erfurt

Zomaar een zondag ergens in Juni 1914. Op de wielerbaan van Erfurt staat een stayerskoers op het programma,  altijd goed voor volle tribunes. Ach hoe betrekkelijk is het leven, want ondanks het geboden vertier was het stilte voor de storm.  Terwijl de liefhebber nog onbezorgd kon genieten of huiveren van het aangeboden spektakel, werden in de Duitse kazernes de manschappen gedrild voor wat er komen ging. Een paar maanden na het maken van de bijgevoegde foto,  stond Europa in brand.  Hoeveel van de aanwezige mannelijke toeschouwers, getooid in  ‘feldgrau’ én op  bespijkerde laarzen de komende vier jaar de loopgraven bevolkten, zal nooit duidelijk worden. Enfin, bekijk de lokale oorlogsmonumenten die ieder Duits dorp kent, en je krijgt een aardig beeld.

Hoewel tijdens de Eerste Wereldoorlog nog gestayerd werd op de Duitse banen, werd het nooit meer zoals het ooit was. Tijdens de zogenaamde oorlogskoersen stonden alleen Duitse renners aan het vertrek, een enkele keer aangevuld met een Belg zoals Thuur Vanderstuyft. Dat na de oorlog Thuur  met de nek aangekeken werd in Vlaanderen, is ter kennisgeving.

Ook na het beëindigen van de Grote Oorlog, was het behelpen met koersen achter de motor. Niet wat aantal wedstrijden betreft of gebrek aan toeschouwers, maar met de waanzinnige geldontwaarding. De Republiek van Weimar waar voor een brood, honderdduizend mark voor betaald werd. Om een mooi rennersveld aan het vertrek te krijgen, hadden de organisatoren een creatieve oplossing bedacht. Renners werden in natura uitbetaald. Van de Amsterdamse stayer Piet Dickentman, op dat moment nog steeds een grootheid in Duitsland, is bekend dat hij zich liet zich uitbetalen in bontjassen en gouden sieraden. Luxe spullen die Dickentman in Amsterdam weer verpatste.

Honderd jaar later, zijn de gangmaakmotoren nog steeds actief op de wielerbaan van Erfurt. Voormalig Europees kampioen Reinier Honig is daar regelmatig actief, en heeft zijn herinneringen aan Erfurt. Zoals het Europees kampioenschap, waarin Reinier in de val liep van drie Duitse stayers. Honig greep het zilver. De familie van Erich Metse heeft ook zijn herinneringen aan deze baan. In 1952 verongelukte tweevoudig wereldkampioen Metse op ‘Erfurt’.

fotobijschrift: Boven Reinier Honig.

Misdienaar

Ach, kijk hem nou staan in zijn gangmakerskloffie. Rare helm, en ‘n zwart leren pak, als een leatherboy avant la lettre. Leon Didier, gangmaker uit professie. Een man die weet hoe de hazen lopen, en hoe je een fijne intrige in elkaar steekt. Dat er een  gloed van verraad en bedrog in z´n ogen smeult, is mooi meegenomen. En zo hoort het. Gangmakers met het uiterlijk van een lieve misdienaar, waar mijnheer pastoor lekkere gevoelens bij krijgt, daar hebben wij niks aan, laat staan z’n renner. Een beetje gangmaker moet in staat zijn, z’n moeder te verhandelen aan het lokale bordeel.

En dan is er ook nog die man in die oubollige ochtendjas. Dat is  dus Georges Paillards, die oogt als die boven genoemde misdienaar. Maar vergissen jullie niet in Georges.  In Georges’ prijzenkast hangt op dát moment al een regenboogtrui, gewonnen in 1929. Om wereldkampioen bij de profstayers te worden, daar komt meer bij kijken als alleen maar de conditie van een besnorde pornoacteur, die twintig keer per opname moeiteloos aan de bak kan.  Laten we zeggen dat Georges voor zijn titel ‘in de slag zat’, wat een eufemisme is voor duistere zaken.

Maar terug naar de Grote Prijs van Parijs anno 1930, waar deze foto geschoten werd. Om precies te zijn naar het middenterrein van de lokale Buffalobaan. Schrijver dezes weet bij God niet, wie deze koers won, wat ook niet interessant is. Hem gaat het alleen om die foto, die een onheilspellende lading heeft. Niet voor Georgie,  want die prolongeerde  twee jaar na deze foto zijn wereldtitel. In Rome waar Mussolini en zijn zwarthemden aan het warmlopen waren, werd Georges wereldkampioen achter de zware motor. En niet achter de rug van Didier.   

De laatste lag inmiddels al een jaar in zijn graf bij te komen. En nee, voor Leon geen heldendood op de wielerbaan. Leon blies zijn laatste adem uit, – voor zover dat nog kon –  in een ziekenhuisbed. Leon stierf aan een longontsteking en werd vijftig jaar. Georges Paillards kende meer geluk. De man trok in 1998, op drieënnegentigjarige leeftijd naar een betere wereld.

Bron: Le Miroir des Sports 1930.