Met ellips over de wielerbaan

‘Ach het was goed bedoeld voor de doorsnee bezoeker want spectaculair te zien, maar wat koers betreft stelde het niet zo veel voor’. Aan het woord Ger Hermans die als gewezen stayer én kenner  van het metier aanwezig was bij het nationaal kampioenschap stayeren gehouden in het Alkmaarse Sportpaleis.

Volgens Hermans oogde het kampioenschap  nogal saai, maar voor kenners was het toch genieten. Waarmee Hermans de tactiek bedoelde van met name gangmaker Richard Konijn. Het was Konijn die tactisch slim zijn renner Serginho Wilshaus naar de titel leidde. ‘Konijn vertrok heel hard’, gaat Hermans verder, ‘En sloeg daarmee een gat om de andere favoriet Reinier Honig die vanaf de zesde startpositie vertrok, van zich af te houden.

‘Vanaf de goed gevulde tribune kon je zien dat Honig grotere ‘ellips’ over de wielerbaan reed om meer snelheid te krijgen, wat door Konijn goed opgemerkt werd om op die momenten zijn de snelheid te verhogen’.

Stayeren is voor publiek spektakel wat volgens Hermans nóg beter kan door de rolafstand achter de motor te verkleinen. ‘Ik begrijp nog steeds niet waarom in het Alkmaarse Sportpaleis die rol meer dan een meter achter de motor staat. Een renner die even de rol kwijt is komt direct in de volle wind. Zet de rol daarom op vijfentachtig centimeter en de koers wordt meteen aantrekkelijker’, besluit hij.

uitslag: 1 Serginho Wilshaus/Richard Konijn, 2. Reinier Honig/Jos Pronk, 3: Ton Wijfje/Jos Raateland.

En dan nog even dit…

Het stayerskampioenschap vormde meteen de afsluiting van een reeks van vijftien dinsdagavondkoersen georganiseerd door Reinier Honig, Nikki Terpstra en Laurens ten Dam. Koersen die een groot aantal renners trok. Waarmee meteen de angel uit het verhaal wordt gehaald dat in het Alkmaarse Sportpaleis te weinig op wielergebied is te beleven waarmee de toekomst van het Sportpaleis onzeker is.

Tenminste als dat aan een gedeelte van de Alkmaarse gemeenteraad ligt waar nog steeds het debat woedt  om het Sportpaleis te vervangen voor nieuwbouw. Vooral voormalig Tweede Kamerlid en oud gemeenteraadslid Rudmer Heerema droomt hardop van nieuwbouw zodat er meer plek is voor ‘zijn’ atletiek. Heerema waarover onderzoeksjournalist Teun Dominicus journalist van HP/De Tijd in 2022 zijn licht liet schijnen…

[sic]Rudmer Heerema , woordvoerder sport van de VVD, heeft als lid van de Tweede Kamer 290 giften ontvangen, waarvan 170 direct van sportbonden en commerciële evenementenorganisatoren, veelal toegangskaarten voor sportwedstrijden. Ook kreeg hij een schilderij in bruikleen, waarvan de overeenkomst pas na vragen van HP/De Tijd werd opgesteld. Tegelijkertijd komt hij in de Kamer direct op voor de belangen van deze gulle gevers. Integriteitswaakhond Transparancy International zegt tegenover HP/De Tijd dat het VVD-Kamerlid zich laat ‘fêteren’. Heerema wekt ‘de schijn van belangenverstrengeling’, zo stelt men. Zelf doet het Kamerlid zijn uitjes naar sportwedstrijden af als ‘werkbezoeken’. Lees verder:

Schijn van belangenverstrengeling: VVD-Kamerlid Rudmer Heerema accepteerde 290 geschenken – HP/De Tijd (hpdetijd.nl)

Woutje

Een Lamborghini  als hét statussymbool voor proleten en andere gladjakkers, om maar even een open deur in te trappen. Is dit een  vooroordeel? Natuurlijk niet want ga dan maar eens op een zaterdagmiddag door Amsterdam-Zuid wandelen, het liefst in de buurt van de PC. Hooftstraat, en je begrijpt het.  Dat Matthieu van der Poel in een Lamborghini op de koers verschijnt is niet alleen een middelvinger opsteken naar z’n supporters, maar doet ook het image van een leuke onbevangen sportjongen  in één klap aan diggelen vallen.  Bij een volkssport als wielrennen hoort dat joch gewoon in een Polo of anders in een Golfje te rijden. Enfin heeft zijn vader niet in kunnen grijpen..? 

Topsporters en zogenaamde ‘sterren’ in een sportauto, een opmaat voor naderend ellende.  Want hoe kwam James Dean ook alweer aan z’n end? Of Hugo Koblet ooit een begenadigd wielrenner? En werd Tiger Woods na een ritje in zijn bolide niet wakker op de intensievecare  met een lijf verpakt in gips?

Maar even terug naar de cros’  van Maasmechelen en Hoogerheide van afgelopen weekend,  loodzware modderbaden  waarin Matje onbevangen en speels door de prut en slijk dartelde. Raar maar op één of andere manier kon ik daar niet meer van genieten want telkens zie ik dat beeld van die patserige sportauto, waarmee ook die ene gewetensvraag opdoemt: blijf ik fan van MvdP of gaan m’n sympathieën voortaan richting Wout van Aert?  

Ach gossie Woutje hoe deze na een zware koers of modderige cross zijn zoontje in z’n armen neemt en knuffelt is meer dan aandoenlijk. Van Aert bij wie de pech aan z’n magere rennerskont is geplakt. Je moet als Hollander toch een hart van steen hebben om niet met Woutje mee te lijden na zijn vreselijke valpartijen in Dwars door Vlaanderen en daarna in de ronde van Spanje.

Dan is er volgende week het wereldkampioenschap veldrijden. Tsjesis, een opmaat voor een innerlijke tweestrijd, want waar gaan dan m’n sympathieën aar toe? Mattieu of Woutje? Terzijde in wat voor auto rijdt Woutje eigenlijk..?

Dorpsbraderie

Urenlang dat oubollige langebaanschaatsen op de televisie is folklore in optima forma. Langebaanschaatsen past daarom naadloos in het rijtje ringsteken of koekhappen op de dorpsbraderie. Godzijdank is er een ontsnapping naar  de Vlaamse veldritten waarvoor Eurosport en de BRT niet genoeg geprezen kan worden. De veldrit als onvervalst topsportspektakel  samengevat in een uur.

Koersen  in het land van Pieter Breughel waarbij sommigen van die Vlaamse crossers voor altijd in m’n hart zijn gesloten. Vooral dat kleine kereltje ene Eli Yserbit als de volmaakte Vlaamse kleistoemper. En geen kwaad woord over Eli want dat hij  tijdens de veldrit van Beringen voor het oog van miljoenen kijkers op het wiel van de eveneens gevallen collega crosser Ryan Kamp  staat te stampen, maakt hem alleen maar heroïscher. Eli zit nergens mee, en buiten dat eigen schuld dikke bult voor Kamp, moet die Eli maar niet in de weg fietsen.

En dan is er ook nog de koers voor dames wat staat voor afgetrainde meiden koersend  op het randje van het betamelijke met prachtige finales zoals tijdens de cros gehouden in het Vlaamse Baal. Ooit was dat anders. Stuyfssportverhalen weet nog heel goed hoe het er vijftig jaar geleden aan toe ging.  Dat zijn barre herinneringen aan pronte derrieres op een racezadeltje, die stumperend en stakkerend door de velden ploegen. Tijden die gelukkig achter ons zijn met dank aan Puck Pieterse, Marianne Vos,  Fem van Empel, Lucinda Brands en Ceylin Alvarado om paar een paar namen te noemen.

De veldrit met zijn bizarre kantjes. Zoals Le criterium de cyclo-cross gehouden in de winter van 1931 op het monument De Buzenval ergens in de buurt van Parijs. Het Monument de Buzenval als herinnering aan een bloederige slachtpartij tijdens de Frans-Duitse oorlog. Dat de heuvel ook  een begraafplaats is voor honderden gevallen soldaten maakte de organisatie niets uit. De kreet ‘de dood of de gladiolen’ was ieder geval niet ver weg

Bron onder meer: Le Miroir des Sports jaargang 1931.

Inmiddels zestien jaar is Stuyfssportverhalen online, wat staat voor meer dan achthonderd columns en sportverhalen opgeleukt met unieke, historische foto’s. Omdat in het archief van Stuyfssportverhalen nog véél meer onbekende anekdotes en feitjes zijn te ontdekken gaan we in 2025 gewoon door. En nu we toch persoonlijk bezig zijn, dan ook even een dankjewel voor John Brouwer de Koning en diens wonderlijke database van wie ik regelmatig tips krijg over historische sportgebeurtenissen. Ook wil ik Hero Blok bedanken voor zijn technische ondersteuning.

André Stuyfersant

Posted in Niet gecategoriseerd. 1 Comment »

UCI-farizeeër

Juryleden, de inquisiteurs van de wielersport. Beulsknechten gehuld in een blauwe blazer  met het regelementenboek als hakbijl.  Berucht om vaak onbegrijpelijke beslissingen. Mannetjes waar het begrip machtswellust nooit ver weg is. Julien Bernard prof bij Lidl-Trek weet daar alles van. Wat voor Julien  een levenslange prachtige herinnering ging worden eindigt in een deceptie: met dank aan zo’n blauwe blazer. De  zevende etappe van de afgelopen Tour een tijdrit gehouden in  Julien’s geboortestreek.  

Waar op de enige helling van het parkoers Julien wordt opgewacht door een immense haag uitbundige supporters. Highfive’s uitdelend en zwaaiend naar zijn fans rijdt  Julien van links naar rechts.  Julien koestert zijn fans. Tussen de supporters ook z’n vrouw Margot én zoontje. Een snelle kus voor beiden en Julien ijlt verder op weg richting finish, waar zijn eindtijd hem niks uit maakt.

Waarom zou hij ook? Z’n grootste beloning zijn  herinneringen aan een zegetocht door eigen streek, herinneringen die hij bij zich draagt tot z’n laatste ademstoot. Maar dáár denkt die ene UCI-rakker even iets anders over. Met zijn actie krijgt Julien een geldboete wegens het beschadigen van het imago van de wielersport. Beschadigd? De beelden van Julien en zijn fans – rechtstreeks uitgezonden – is één grote promotie voor de wielersport.

Of tijdens de Tour van 1931 ook dergelijke enge regelementenfreaks actief zijn? Vast wel. Het zijn toch de jaren dertig? De tijd dat in heel Europa fascisten aan het warm lopen zijn op wat komen gaat. Ongetwijfeld ook in die genoemde Tour van ’31. Waar de UCI-farizeeër van dienst even niet oplet. Een moment waar de  langs de kant staande Pierre Magne meteen gebruik van maakt. Als het peloton voor bij komt springt Pierre op z’n fiets om vervolgens z’n mee koersende broer Antonin een omhelzing te geven waar alleen ’n liefdevolle broer een patent op heeft. Of het door Pierre’s kus kwam zal nooit meer duidelijk worden. Feit is wél dat Antonin deze Tour de France weet te winnen…

Bron: onder meer Le Miroir des Sprints jaargang 1931.

Asterix en Obelix

11 November 1918, de  laatste dag van de waanzinnige Eerste Wereldoorlog. De dag die de geschiedenis ingaat als ‘Wapenstilstandsdag’. Groots gevierd én herdacht in België, Frankrijk én Engeland.  Ruim negen miljoen jongens bleven op het slachtveld achter. Ook Lucien Petit-Breton.

Lucien de eerste Fransman die twee keer de Tour de France wint want in 1907 en 1908. De belle epoque de mooie tijd waar nationalisme niet ver weg is. De periode van gezwollen  vaderlandse sentiment wat tot hysterische explosie komt, als  de gezworen vijand Duitsland Frankrijk aanvalt. Gedreven door valse romantiek en patriotisme maken de aanmeldbureaus overuren. Het toekomstige  kanonnenvlees heeft zich  massaal gemeld. Ook Lucien Breton die zich niet veel later terug vindt bij het 11e Legerkorps.

Aan het front wordt de voormalige Tourwinnaar diverse keren getroffen door vijandelijk vuur, waar hij als een rechtgeaarde wielrenner van herstelt. Op twintig december 1917 is het eindje bobijntje voor hem. Als ordonnans botst hij met zijn camion frontaal op een tegemoet komend leger voertuig. Lucien wordt vijfendertig.

Hoewel  Lucien Petit-Breton zijn plekje in de Soldatenhemel heeft ingenomen wordt hij niet vergeten, met dank aan z’n vrouw Madeleine. Mevrouw Petit-Breton richt een fietsenmerk op met – hoe raad je het-  de naam van haar verongelukte wielerheld. Ook de naam ‘Petit-Breton’ blijkt aan erosie te lijden want in  1970  verdwijnt het merk Petit-Breton geruisloos van het fietsenfront.

In iedere Fransman schuilt wel de geest van Asterix en Obelix die weigeren om zich te laten onderwerpen aan de Romeinse heerser. Ook Robin Cojean een amateurwielrenner – werkzaam als ingenieur bij  Safran de fabrikant van onder meer de Airbus – keert z’n kont richting Oosterse framebouwers. Als amateurwielrenner én ingenieur ergert  Cojean zich dat  negentig procent van de kunststofframes uit China dan wel Taiwan komen.

Als vliegtuigbouwer kent  Cojean  de geheimen van kunststof. Met resultaat dat in 2018  Cojean een op maat gemaakte carbonframe maakt. Een lang verhaal kort:  de inmiddels ex-ingenieur heeft inmiddels zijn eigen fietsenmerk. Om zijn product goed in de Franse markt te zetten moet er een naam op komen. Als geboren en getogen Breton is dat voor Cojean niet zó moeilijk: Petit-Breton.

Bron: Nantes Metropole & Ville.

Bloederige stukjes papier

Van het vijfbladige scheermesje had geen mens gehoord. In de jaren vijftig zijn baardige kerels overgeleverd aan het klapmes,  een vlijmscherp martelwerktuig  van tien centimeter waar een modale seriemoordenaar begrijpend bij knikt. Even ter verduidelijking: in de fifties is het gewoon om mannen te zien met bloederige stukjes papier op de kaken geplakt om de wondjes te stelpen, met dank aan het genoemde klapmes.

En als je denkt dat het nog erger kan gloort voor de mishandelde man redding. Gillette introduceert  in 1956 de Super Rapide een veilig scheermesje met bijbehorend houdertje, waarvoor in Frankrijk  met paginagrote reclames in de sportbladen reclame wordt gemaakt. Met als uithangbord  Bernard Gauthier, een  gouden greep. Gauthier mooie uit graniet gehakte kop, is namelijk een wielerheld. En niet zo maar één.

De man wint vier keer Bordeaux-Parijs de verschrikkelijkste maar meest mythische wielerkoers over zeshonderd kilometer waarvan vierhonderd achter een voortjakkerende dernymotor. Dat hij ook nationaal kampioen van zijn land is en Touretappes wint met bijbehorende gele trui is een usance. Palmares waarmee  Gauthier  voor altijd zijn plekje in de Franse heldengalerij mee inneemt. En niet alleen dáárom.

Tijdens de Duitse bezetting wordt de opstandige puber Gauthier door de gevreesde en beruchte Gestapo opgepakt en op transsport gezet richting Buchenwald. Dat Bernard tijdens het transport van de trein springt past precies in zijn image. Voor kerels die dát flikken is Bordeaux-Paris klein bier. In 2018  is Bernard Gauthier, 94 jaar, overleden. Of de voormalige wielerheld glad geschoren ter wielerhemel trok is niet bekend. Mocht dat zo zijn dan hopelijk wel met de Super Rapide…

Bordeaux-Parijs, de meest helse en verschrikkelijkste koers ooit. Zeshonderd (600!) kilometer, waarvan vierhonderd achter een voortjakkerende derny.  Vijftien uur koersen, vijftien uur je hart op volle toeren. Een regelrechte aanslag op het fysieke vermogen. Een normaal mens overleeft dat niet, of wordt anders niet oud. Bernard Gauthier wél! Sterker de man won deze prehistorische koers vier keer, want in 1951, 1954, 1956 én 1957.

Lieverdje

De sportbladen komen woorden te kort. Zoals de site  Running die het over een  bizar snelle tijd heeft. Een superlatief waar de  Wielerrevue over heen gaat door te stellen dat het een razendsnelle tijd is. Gelijk hebben ze. Dat Tom Dumolin tijdens de halve marathon van Amsterdam een tijd van 1 uur en tien minuten aantikte kan niet genoeg geroemd worden.

Tom’s  prestatie als gewezen wielrenner is nou ook weer niet zó uniek.  Adri van der Poel, ‘de vader van’, kan dat bevestigen. Tijdens zijn wielercarrière liet Van der Poel senior bij een  hardloopwedstrijd over tien kilometer de klok stil staan op eenendertig minuten. Een tijd waarvoor een gemiddelde hardloper bereid is om daarvoor een vinger te laten amputeren.  De tijden dat vroegere wielersoigneurs  een oekaze  uitgevaardigde dat een renner nooit mag rennen, laat staan zwemmen is daarmee achterhaald.   

Een gegeven dat  Louis Vink allang weet. Vink begin jaren zestig een verdienstelijk amateurrenner stapte op achtentwintig jarige leeftijd over op het hardlopen. Een lang verhaal kort: zes jaar later wordt Vink nationaal marathonkampioen. Om bij de wereld- en Europese veteranenkampioenschappen regelmatig in de prijzen te vallen met hoogtepunt een Europees kampioenschap op de achthonderd meter. Even voor de juiste verhoudingen: zijn  snelste tijd op de marathon van Amsterdam is 2. 27 uur, Vink was de veertig jaar ruim gepasseerd.

Louis Vink inmiddels negenentachtig jaar kan terugzien op een verdienstelijke sporttijd al is het alleen maar dat hij één van de pioniers is van de hedendaagse hardloopmania. Hardlopen doet Vink niet meer, voor hem rest alleen herinneringen. Zijn imposante prijzenkast met inhoud heeft hij weg gegeven. Het enige tastbare bewijs van z’n sportleven is een klein beeldje met afbeelding van het Lieverdje. Gekregen omdat hij in 1975 de allereerste inschrijver is van de allereerste hoofdstedelijke marathon.

Kees’ erotische hart

Kees heeft het liefst vrouwen voor zijn ezel. Een schildersezel wel te verstaan. Dat schilder Kees van Dongen een vrouwenliefhebber is, is duidelijk. Maar dan wel van het aantrekkelijke jonge soort en het liefst naakt. Voor Kees is de vrouw ‘het mooiste landschap’, vooral in de ‘Eva uitvoering’. Tsja, zo kun je het ook bekijken…

In Parijs hebben de meiden geen preutse, calvinistische vooroordelen, en dwarrelen onbekommerd en onbeschaamd  uit de kleren: Kees mét kwast en palet in de aanslag. Dat Kees van Dongen begin twintigste eeuw Nederland voor gezien houd en afreist naar de Lichtstad zal wel een van dé redenen zijn. Enfin Kees haalt in Parijs zijn erotische hart op, met ongetwijfeld als hoogtepunt in de fifties toen Brigit Bardot voor zijn ezel stond. Of Kees daar erotische dromen van over had gehouden is niet duidelijk.  Even een economisch feitje: tien jaar geleden brengt Kees’ schilderij ‘De Zigeunerin’ bij Christie in Londen acht miljoen euro op. Tot zover Kees van Dongen en de naakte meiden. Want Kees’ inspiratie  ligt ook elders. Zoals bij het boksen.

Hoogstwaarschijnlijk in 1914 schildert hij bijgaande schilderij van twee sparrende boksers. Waarvan de rechtse pugilist ene Arthur Cravan is, een interessant figuur. Cravan  een bokser van niks, bezit andere kwaliteiten.  De man is schrijver, dichter, kunstenaar, én provocateur van kunst. Cravan geeft daar  provocerende, anarchistische lezingen over, die vaak ontaard in dronken vechtpartijen.

Om dienstplicht te ontlopen  vlucht hij in 1914 uit Parijs.  Tijdens een tussenstop in Barcelona ergens in april 1916 daagt Cravan de daar aanwezige voormalige wereldkampioen Jack Johnson uit om geld in te zamelen voor de overtocht naar de Verenigde Staten. Posters vóór de wedstrijd prijzen  Cravan aan als Europees kampioen wat niet waar is. Enfin Johnson, die niet wist wie de man is, slaat de Parijse provocateur na zes ronden knock-out. Dat Cravan in 1918  spoorloos in Mexico verdwijnt maakt hem nog geheimzinniger.

Tot zover bovenstaande kapstok. Want schilderijen met sportafbeelding kom je niet snel tegen in galerie of musea. Opmerkelijk daarom dat schilder Eric van Breenen in zijn oeuvre een kleine zijsprong maakt. Wetende dat stayerslegende Piet Dickentman één van de grootste sporthelden van schrijver dezes is, schildert hij bijgaand schilderij. Inmiddels hang Piet in mijn werkkamer, en kijkt mee wat ik schrijf. Geeft een fijn gevoel…

Bron: van Goghmuseum, the Guardian.

Een droom of nachtmerrie?

Een droom die veertig  jaar duurt en die in de toekomst waarschijnlijk over gaat in een nachtmerrie: over dat laatste straks meer. Eerst die genoemde droom van wielerlegende Rini Wagtmans waarin  hij droomt over een wielermuseum.  Wagtmans maakt zich namelijk zorgen. Want wat gebeurt er met zijn omvangrijke wielercollectie verpakt in honderdzeventig dozen als hij ter hemel trekt? Om maar meteen  de  historische en  zeldzame wielermemorblia die bij  voormalige kampioenen op zolders en garage liggen te verstoffen, en waar nabestaande zich geen raad mee weten, er bij te betrekken.  

Dromen zijn de brandstof van het aardse bestaan. Wat is een nacht zonder dromen? Hoeveel puisterige pubers  brachten de nachten niet door met natte dromen waarin het lekkerste stuk van de middelbare school de hoofdrol had..? Om ’s morgens gedesillusioneerd wakker te worden met het besef dat dromen bedrog zijn.

Maar niet voor  Wagtmans want zijn  droom lijkt werkelijkheid te worden. Zijn beoogde museum gaat er komen. Met een feestelijke persconferentie opgeleukt met een batterij voormalige wielerkampioenen  wordt het plan over een nationale wielermuseum toegelicht. En daar zit nou nét de kneep.   Voor een wielermuseum is in dit land totaal geen belangstelling, en de spreekwoordelijke hond blijft weg.

In de afgelopen  vijftien  jaar zijn er vijf wielermusea met de nodige toeters en bellen geopend om vervolgens binnen de kortste keer failliet te gegaan dan wel vrijwillig gesloten, zoals onder meer het Museum van de Sport, Huis van de Wielersport, Het Nationaal Voetbalmuseum, het Museum van de Voetbalsport, en het Olympics Experience dat laatste gevestigd in het Olympisch Stadion. Met treurige kanttekening dat de failliete afwikkeling van enkele van deze musea zich in duistere schimmige spelonken afspeelden. Natuurlijk dienen historische sportartefacten bewaard te blijven maar schenk ze aan een bestaand en gerespecteerd (streek) museum. Dan is de toekomst verzekert. Zie onderstaande…

Henny Marinus een Amsterdamse wielerheld uit het verleden en onder meer nationaal stayerskampioen voelde zijn einde naderen. De geboren en getogen Jordanees Henny maakte zich zorgen om zijn kleine maar lokaal historische wielermemorablia zoals z’n iconische stayershelm én al zijn overwinningslinten. Aan deze blogger de eer om dat te regelen.  Na Henny’s overgang naar gene zijde  werd vervolgens contact op genomen met het  Amsterdams Historisch Museum waar conservator Annemarie de Wildt  (zie foto) het graag in ontvangst nam, waarbij De Wildt de toezegging gaf dat bij een komende grote expositie over de geschiedenis van de Jordaan ook de lokale  sporthelden hun plekje daarin krijgen. Enfin, Henny’s helm en zijn linten  zijn op een goede en veilige plaats…