Het grootste talent van West-Europa werd hij genoemd. Bokser Kenneth Hart, nog geen twintig jaar jong, én een verwoestende knock out in zijn vuisten. Dat laatste ook een nadeel. Tegenstanders waren daardoor amper te vinden. Wie wil nou in de ring staan tegen zo’n iemand? Kenneth Hart, als jongen vanuit Suriname naar Amsterdam gekomen. Niet veel later meldde hij zich bij boksschool Albert Cuijp, gerund door de legendarische Ruud van der Linde.
De boksscene, maar ook het maatschappelijke, was voor Hart een doodlopende weg. Voor Ruud van der Linde hét moment om in te grijpen. Via diens grote netwerk werd geregeld dat Hart, zeventien jaar, naar Los Angeles kon vertrekken, waar de jonge Amsterdamse bokser een half jaar trainde bij de gym van Henry Daves.
De glitterwereld van Los Angeles, met Hollywood en z’n talloze boksgyms, voor sommigen hét Nirvana. Niet voor Hart. De ongelofelijke armoede die hij van alle kanten waarnam maakte diepe indruk op de Amsterdammer. Waarschijnlijk was dat dé motivatie om nog harder te trainen. Met succes. Hart won de Golden Gloves voor Zuid-Californië waar hij in de finale de Mexicaan Samuel Hunter knock out sloeg. Ook tijdens de nationale Golden Globes kwam Hart heel ver.
Van de vierhonderd boksers drong hij door tot de laatste acht. In de achtste finale stond Hart tegenover Milton Bowin, op dat moment de nummer twee van Amerika, waar hij met 3-2 nipt van verloor. Talent dat zomaar komt aanwaaien, kan ook een grote valkuil zijn. De tragiek van dat soort jongens is, dat ze daar niet mee om kunnen gaan. Zo’n jongen komt pas op latere leeftijd er achter dat ze dat talent vergooid hadden.
Na zijn laatste partij, gebokst in het Amsterdamse Concertgebouw waar Hart won van een Hongaar op dat moment nummer twee van de wereld, stopte hij. Kenneth Hart, volgens sommigen een gesloten jongen, deed voor de laatste keer zijn bokshandschoenen uit, en stapte vervolgens op het glibberige pad dat eindelijk leidde naar de Amsterdamse onderwereld. Waar het niet veel later helemaal mis gaat.
Het hoe en waarom…? Nóóit duidelijk geworden. Eén groot raadsel. Wél dat Kenneth Hart, vierentwintig jaar, na een knokpartij in een kroeg, in 1990 spoorloos verdwenen is. Waarmee het grote mysterie, ‘Kenneth Hart’, een aanvang nam. Dat hij met ‘verkeerde’ mensen omging was duidelijk. De geruchtenmachine over Harts verdwijning, draaide op volle toeren. Een van de rondzingende theorieën was, dat hij naar Spanje werd gelokt en daar geliquideerd.
Een andere, nóg wildere versie is, dat Kenneth Hart, in Amsterdam geliquideerd, begraven werd onder de toen gebouwd wordende Rembrandttoren. Hoe het ook zij, het drama én raadsel ‘Kenneth Hart’ blijft nog steeds bestaan.
Foto: Prins Bernard stelt zich voor aan Kenneth Hart, in het midden Pedro van Raamsdonk.



Alsof de Nederlandse Boksbond een bom had gegooid. Met de mededeling dat Badr Hari als kandidaat voor de Olympische Spelen was genomineerd, ontplofte de sociale media. Vooral op de bokssites waar de zogenaamde kenners flink stoom afbliezen. Maar de beste meningen waren die van de jongens ‘uit het veld’, zoals die van trainer én ‘kampioenenmaker’, Henny Mandemaker.
‘Een belachelijk besluit’, foetert Mandemaker verder, ‘Kickboksen is totáál anders dan het klassieke boksen’. Iets wat Zacky Derouich als geen ander kan bevestigen. Derouich, sterk en talentvol bokser, afkomstig uit de stal van Mandemaker, maakte zo’n drie jaar geleden, louter uit financiële overwegingen, de overstap naar het kickboksen. Derouich had minstens een jaar van harde trainingen nodig, om de technieken van het kickboksen eigen te maken. Op de sociale media liet Derouich, bijgenaamd Hitman, dat ook weten. ‘Hij kan beter blijven kickboksen, maar blijkbaar wil hij een pak slaag krijgen’, aldus Hitmans boodschap richting Badr Hari.


Onderschat je tegenstander nóóit. Vooral als je die niet kent. Hoogstwaarschijnlijk deed die ene bokser dat wél. Want wat dácht die jongen uit Amsterdam eigenlijk wel? Komt die zomaar bij een boksschool in Las Vegas, binnenlopen. met de vraag of hij mee mocht trainen. Giovanni Rijkaard, 24 jaar, uit Amsterdam, profbokser, jong én ambitieus, had met ondersteuning van sponsors, een vliegticket gekocht, bestemming Las Vegas. In de gokstad midden in de woestijn, bevinden zich dé vooraanstaande boksscholen van Amerika. Dé plek waar je als beginnend bokser je carrière omhoog kunt tillen. Op de bonnefooi, met de zege van de Heer, was Rijkaard alle lokale boksgyms afgeweest.
Of de winnaar medelijden met zijn tegenstander had? Nee! Die staat er ook maar met één doel: om de oren van Rijkaards z’n kop af te rammen. Trouwens, je moet bij Rijkaard niet met dat gezeik aankomen dat boksen ongezond is voor de hersenen. Volgens hem moet je dan een andere sport gaan beoefenen. Zelf is hij niet bang om een klap in ontvangst te nemen, want dan geeft die er twee terug.