Maffia

Veertien februari Valentijnsdag, dag  waar de  echte liefhebber van het macabere, begrijpend staan te knikken. Speciaal de maffia uit Chicago. In opdracht van Al Capone werd op Valentijnsdag 1929,  tijdens één actie zeven man tegelijk geliquideerd. Kom daar anno nu eens om. Valentijnsdag, óók de dag dat de goddelijke, kale klimgeit, Marco Pantani aan zijn laatste klim begon: richting hemel. Valentijnsdag, dag vol onheil, ook voor Jake La Motta, die op de dag van de liefde, op het randje van het sterfelijke balanceerde. De scherprechter van dienst? Sugar Ray Robinson!

Veertien februari 1951, het gevecht om de wereldtitel halfzwaargewicht, gehouden in het Chicago Stadium, gevuld met dertienduizend bezoekers. Uitdager Sugar Ray, versus Jake La Motta. De laatste,  vier jaar in bezit van de wereldtitel, en werd twee keer uitgedaagd, door respectievelijk Tiberio Mitri en Laurent Dauthille. Beiden werden met koppijn wakker.

Robinson, die de eerste negen ronden afwachtend bokste, kwam in de tiende op stoom. Jake La Motta, kreeg een lawine aan dodelijke slagen te verwerken. Ieder normaal mens had gaan liggen. Niet La Motta, die bleef overeind. Een bloedbad nam een aanvang. Goddank voor Jake én zijn familie, greep in de dertiende ronde, de scheids in. Een ingreep waarmee hij La Motta’s leven mee redde.

La Motta, een bokser die aan álle vooroordelen, én clichés  voldeed. De man van Italiaanse komaf, kwam niet alleen uit de New Yorkse Bronx, maar had ook connecties met de maffia. Ergens in 1947 was het de onbekende Billy Fox, die La Motta in de vierde ronde neerhaalde. De New Yorkse bokscommissie, ook niet gek, vermoedde fraude en hield niet alleen het prijzengeld van La Motta in, maar schorste hem ook.  Later gaf La Motta toe, dat hij op verzoek van de gokmaffia met opzet had verloren. Ach wat maakt dat ook uit. Met een beetje fantasie behoort dat tot de romantiek van het boksen, waar de dingen nooit zijn, zoals ze zijn.  

Jake La Motta, kerel met een granieten kop en een betonnen gestel, stierf op vijfennegentig jarige leeftijd. En nee, Jake sloot niet zijn ogen op Valentijnsdag. Wat voor dit stukje wel zó jammer is.

Bron: Miroir Sprint jaargang 1951, Boxrec.

Medelijden

Een bokser vol medelijden met z’n tegenstander. Dan is er sprake van misplaatste arrogantie. Zo’n bokser verdient natuurlijk een behoorlijk pak ros. Wat helaas niet gebeurde. Waarschijnlijker miste Jan de Bruin, daarvoor de klasse. Of het geluk. Jan was evengoed ook geen weggooier. Dat De Bruin ergens in oktober 1951, was geëngageerd om tegen Sugar Ray Robinson te vechten gaf  hem status.

Robinson, op dát moment  vijf jaar wereldkampioen, op tournee door Europa. Waarbij Antwerpen niet werd overgeslagen. In het uitverkochte Sportpaleis, stond Jan de Bruin, weltergewicht, afkomstig uit het Rotterdamse Crooswijk tegen de toen al, ‘levende legende’, Sugar Ray Robinson.  

Verslaggever én fotograaf van Bud Club, hét toonaangevende sportblad van België waren ook aanwezig. Volgens de schrijver, ‘dreef Sugar de eerste zeven ronden geen enkele aanval door die tot een knock had kunnen leiden’, pende hij neer op pagina 13 van z’n blad. Volgens de Vlaamse scribent had Sugar medelijden met de Rotterdammer. Of was de échte reden dat de Amerikaanse champ,  het publiek wáár voor z’n dure franken gaf…? Want om Jan in de eerste ronden er uit te slaan, is ook weer zó klantonvriendelijk. Ach we zullen dat nooit meer te weten komen.

Feit is wél, dat de fotograaf van dienst een vakman was. De man, grootmeester in het spelen met licht en donker, leverde een paar prachtige foto’s af, met Jan in een twijfelachtige hoofdrol.  Jan de Bruin, man met een vechtershart, trok in de achtste ronde ten aanval. Wat direct z’n ondergang inluidde.  Door een geweldige uppercut, uitgedeeld door Sugar, gaf Jan zich gewonnen.  

Jan de Bruin met op z’n conduitestaat vierenvijftig gewonnen partijen, én zestien verloren gevechten, overleed twee weken voor zijn zesennegentigste verjaardag.

Bron: Boxrec, Bud Club jaargang1951 en Dagblad 010.

Hasselblad

De wielerkoers én het boksen, per definitie het meest  fotogeniek. De redactie van het Franse sportblad Miroir de Sport besefte  dat heel goed. Op fotografen werd niet bezuinigd. Miroirs fotografen, absoluut geniaal. Kunstenaars met de lens, met de Miroir als een podium. Foto’s gemaakt,  met oog voor het lijdende, dramatische, detail. Waren ze niet aanwezig bij de koers, dan wel aan de boksring. Met de Hassellblad, of Kodak in de aanslag. Fotografen,  rekkelijk te vergelijken met collega’s aan een oorlogsfront. De Miroir, tijdens de fifties in duizelingwekkende oplages gedrukt, lag wekelijks in iedere Franse kiosk te lonken.
Als sportman op de cover, per definitie, publicitair hoog scorend. Een eer die ook Luc van Dam kreeg: weliswaar een bedenkelijke, maar toch. Bokser Van Dam, volgens overlevering een pure stylist. Had de pech dat zijn glorietijd afspeelde tijdens de oorlogsjaren. Waar weinig te verdienen was. Als bokser mocht je blij zijn dat je niet naar de Duitse oorlogsindustrie werd afgevoerd. Bekende sporters werden geacht het thuisfront rustig te houden. Ook Van Dam, die tijdens de oorlog veertig keer in de boksring stond. Dat de man op 20 januari 1943, notabene in Duitsland, vocht om de Europese titel is in meerder opzichten  opmerkelijk. Tegenstander was ene Jupp Besselmann, die ook won. Dat tien dagen later het Duitse, Achtste Leger, leeg geknokt in Stalingrad, zich overgaf aan de Rus, wat een ommekeer van de oorlog zal worden, was een kleine genoegdoening voor Van Dam.
Vijf jaar na de oorlog, want december 1950, kreeg Van Dam zijn publicitaire herkansing. Van Dam versus Sugar Ray Robinson. De laatste  afkomstig uit Harlem, met de status van een levende legende. Plaats van handeling, het Sportpaleis van Brussel.  Sugar Ray, vanaf 1941 tot december 1950, in tachtig partijen ongeslagen. Van Dam mocht in dat lijstje plaatsnemen als eenentachtigste verliezer. Aan het einde van de derde ronde, op het moment dat de gong ging, liep hij tegen zijn eerste knock down op. Zijn  neergang naar het canvas, –  een kwestie van een seconde – wat voor  die ene fotograaf van de Miroir lang genoeg was om die te vangen met z’n camera. Dat Luc een ronde later definitief knock out ging, was alleen interessant voor de statistieken. Dé foto van dé neergang sierde, paginagroot de omslag van de Miroir de Sport. Kleine troost voor Van Dam. 
Luc van Dam, met zevenennegentig overwinningen op zijn conduitestaat, overleed in 1976 op vijfenvijftig jarige leeftijd.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: