Het interbellum, gouden tijden voor het journaille, die sporters tot mythische hoogten schrijven. Of het waarheidsgehalte klopt doet er niet toe, want controle via televisiebeelden is utopie. Op de redacties geldt maar één credo: als de lezer er maar van smult en vooral, als de oplages over de kop gaan. En waar inspiratie wordt opgedaan..? Ondermeer bij de koers of anders de boksring.
Want boksers en wielrenners – jongens afkomstig uit de toenmalige krochten van de samenleving – staan garant voor een goed verhaal. Zeker tijdens het genoemde interbellum, de periode dat iedere winter tientallen Zesdaagsen floreren, en dat ieder zich zelf respecterend stadje of dorp, zijn eigen boksgala heeft.
Voor toenmalige sporthelden als bokser Bep van Klaveren (foto rechts) en wielrenner Piet van Kempen (links) komt men superlatieven te kort. Het zijn dan ook dé sportsterren die de sombere donkere jaren dertig met hun avonturen opfleuren. Dat Van Klaveren tijdens de Spelen van 1928 goud pakt, dat behoort tot dé algemene sportkennis.
Piet van Kempen staat iets in de schaduw van de Rotterdamse vuistvechter. In de toenmalige loodzware Zesdaagsen waarin dag en nacht wordt door gejakkerd, wint Van Kempen 32 stuks wat van hem een fortuin oplevert.
Ook in Amerika zijn Van Klaveren en Van Kempen actief. Van Kempen – in de Amerikaanse sportpers aangeduid als Big Pete – koerst meerdere keren onder meer in de six van New York, San Francisco, Minneapolis en Kansas City.
Tegelijkertijd dat Van Kempen de Amerikaanse sportpaleizen doet vollopen staat Van Klaveren met de bijnaam the dutch windmill op de affiches en rijgt vervolgens overwinning aan overwinning.
Als je wint heb je veel vrienden, een oeroud gezegde in de bokssport. Ook voor Van Klaveren die kennis maakt met Hollywoodsterren als Mae West, Spencer Tracy, Bing Crosby en Johnny Weismuller.
Ondanks hun succes kleeft aan Van Klaveren en Van Kempen iets tragisch, want decennia na hun afscheid als topsporters achten beiden zich nog goed genoeg voor een entree, want verslaafd als ze zijn aan de spotlights met de bijbehorende belangstelling.
Als fighter op leeftijd kan Van Klaveren zich in de ring nog aardig verweren. Anders is het met Van Kempen die dik vijftig jaar oud, een licentie als professial aanvraagt wat uiteindelijk een opmaat is voor een groot deceptie.

Alsof de Nederlandse Boksbond een bom had gegooid. Met de mededeling dat Badr Hari als kandidaat voor de Olympische Spelen was genomineerd, ontplofte de sociale media. Vooral op de bokssites waar de zogenaamde kenners flink stoom afbliezen. Maar de beste meningen waren die van de jongens ‘uit het veld’, zoals die van trainer én ‘kampioenenmaker’, Henny Mandemaker.
‘Een belachelijk besluit’, foetert Mandemaker verder, ‘Kickboksen is totáál anders dan het klassieke boksen’. Iets wat Zacky Derouich als geen ander kan bevestigen. Derouich, sterk en talentvol bokser, afkomstig uit de stal van Mandemaker, maakte zo’n drie jaar geleden, louter uit financiële overwegingen, de overstap naar het kickboksen. Derouich had minstens een jaar van harde trainingen nodig, om de technieken van het kickboksen eigen te maken. Op de sociale media liet Derouich, bijgenaamd Hitman, dat ook weten. ‘Hij kan beter blijven kickboksen, maar blijkbaar wil hij een pak slaag krijgen’, aldus Hitmans boodschap richting Badr Hari.