Delbeck

‘Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen,’ schreef de apostel aan de Efeziërs. Beste lezers, laat je vooral niet bang maken door dat stichtelijke geneuzel van die apostel want je bent langer dood dan dat je leeft. Dus leve de lol en laat de kurken maar knallen. Vooral die van de flessen champagne van Delbeck uit Reims, een vooraanstaand champagnehuis. Delbeck dus die zijn huppeltjeswater leverde aan alle toenmalige Europese hoven en die hoogstwaarschijnlijk een reclameman in dienst heeft die wel raad weet met de inhoud van de wijnkelders, want de man heeft een morbide geest gekoppeld aan een inktzwart gevoel voor humor, en dat voor het begin van de twintigste eeuw. Om het product Champagne Delbeck aan de man te brengen ontwerpt hij een affiche met stayers achter de motortandem, waarop de gangmaker onder de koers z’n renner op een glas trakteert. Uiteraard van het Huis Delbeck… 

Cynischer kan hij het niet maken want stayeren tijdens de belle epoque is een levensgevaarlijke sport waar Stuyfssportverhalen hele kolommen mee heeft gevuld. Kolommen waar de dood nooit ver weg is en waar het bloed van afdruipt.  

Hoe het met de meeste van die toenmalige stayers is afgelopen kun je op deze blog lezen. Iets wat niet opgaat voor die ene anonieme reclameman van Delbeck want zijn naam is opgelost in de tijd of anders wel in het product Delbeck. Wél bekend is de geschiedenis van zijn werkgever. Door wanbeheer gaat in 2003 het  illustere  champagnehuis op de fles om maar in het juiste jargon te blijven…  

Niet Gilbert maar Raphael

Afgelopen week is Gilbert Desmet bijgezet in de Grote Heldengalerij van de wielersport, en terecht. Dat de Vlaming Gilbert-  drieënnegentig jaar geworden  – tijdens  de Tour van 1956- én ’63 twaalf keer het gele tricot draagt kan niet genoeg geroemd worden: en daar zit tevens dé kneep.

Want volgens diverse (wieler)media is  Gilbert Desmet de langst levende gele trui drager. Wat niet klopt! De man die deze eer toe komt is nog steeds Raphael Géminiani die op bijna honderd jarige leeftijd nog steeds onder ons is.

Géminiani afkomstig uit het Zuidfranse Clermont Ferrand is één van die mythische klimgeiten tijdens de fifties en alleen dáárom dé grote held van de jongens van de geboortegolf, met als bijnaam  ‘het grote geweer’, staat twaalf keer aan het vertrek van le grande boucle, staat drie keer op het eindpodium als tweede en derde, wint zeven etappes, de bergtrui én.. daar komt ‘ie, draagt een paar dagen het geel.

Tijdens de etappe Dax-Pau van de Tour 1958 verovert het Geweer de gele tricot om die een dag later weer af te staan. Dat Gem in de tijdrit gehouden op de hellingen van de Ventoux het geel weer opeiste is leuk voor de statistieken.

Nog even over Géminiani die in een interview met le Miroir des Sports een college geeft over zijn dopegebruik. Hij ziet daar geen kwaad in mits het walletje bij het schuurtje blijft, oftewel onder medisch toezicht. Om daar aan toe te voegen dat zonder stimulantia niemand de Tour kan uitrijden, zo zwaar is deze. De hoogbejaarde Tourheld Géminiani brengt zijn laatste dagen door in een rusthuis in le Bruchet een stadje die als eerbetoon de lokale sporthal naar hun illustere inwoner heeft vernoemd.

…enige uren nadat ik deze column had geschreven en gepubliceerd blijkt dat Raphael Geminiani gisteren is overleden. Geminiani is negenennegentig jaar geworden.

Sam en Glenn

Boksen in de twilightzone   met een gitzwart horrorscenario waarin  Sam Baroudi de hoofdrol speelt.  Sam Baroudi een middenzwaargewicht uit New York City, maakt in mei 1945 zijn debuut: tegenstander ene Jimmy Picollo die in de eerste ronde knock out gaat.

De jaren veertig  de gouden tijd van het boksen en tevens het decennium waarin  Sam de ranglijsten met jeugdige overmoed bestormt. Een opmars  die op  vrijdagavond  vijftien augustus 1947 een beladen betekenis krijgt…

Sam Baroudi vijfenveertig partijen waarvan eenenveertig  gewonnen,  staat die avond tegenover Glenn Newton Smith. Plaats van handeling het Meadowbrook Arena in North Adams een gehucht ergens in Massachusetts. De Meadowbrook Arena  een functioneel vermaakscentrum dat bestaat uit een balzaal én een boksarena, waar North Adams de omliggende dorpen mee aftroeft kent een regelmatig terugkerend boksprogramma wat een commercieel succes is, met toegangsprijzen van 75 cent tot één dollar.  

Tot die bewuste avond van vijftien augustus 1947 als  Sam Baroudi in de ring stapt opgewacht door Glenn Newton Smith 23 jaar afkomstig uit Philadelphia.

Ongetwijfeld hebben de aanwezige locals en andere boksliefhebbers hun kleinkinderen jarenlang lastig gevallen met het ‘verhaal’ over dat gevecht.  Glenn Newton Smith – God hebben zijn ziel – ziet nooit meer zijn moeder terug. In de negende ronde gaat Glenn knock out neer en sterft  een dag later met zware hersenbeschadiging  in het lokale ziekenhuis.

En mocht de lezer van deze blog denken dat het niet erger kan is dat een misvatting. Een half jaar later in het Chicago Stadium staat dezelfde Sam in de ring voor een partij tegen Ezzard Charles. In de tiende ronde wordt het begrip dejavu werkelijkheid als Sam Baroudi tegen het canvas gaat. Sam  bewusteloos uit de ring gedragen, sterft een dag later eveneens aan zwaar hersenletsel. En wat de Meadowbrook Arena betreft daar wordt na het drama ‘Glenn Newton Smith’  nooit meer een bokspartij gehouden.

Bron: Historic North Adams, Boxrec. Met dank aan de wonderlijke database van John Brouwer de Koning die regelmatig deze blog tipt over bijzondere sportdata. Foto: Sam Baroudi.

Mae West

Van die nutteloze jubileumpjes  waar je niets mee kan en die de hele dag blijven hangen in je geest. Zoals het gevecht om de wereldtitel zwaargewicht tussen Joe Louis en Jack Roper  precies vijfentachtig jaar geleden  en gehouden  in het Wrigley Field Stadium in Los Angeles, thuisbasis van honkbalteam Angels. Een partij met schriftelijke garantie dat Roper een pak voor z’n donder krijgt  én dat de meer dan vijfentwintigduizend toeschouwers zich bekocht gaan voelen. Zit je als fan met een peperduur kaartje  goed en wel op de tribune, en wil je net een hap van je hotdog nemen wordt die Roper in de eerste ronde knock out geslagen door heersend wereldkampioen  Joe Louis.

Even over  Roper die als bokser geen ‘weggooier’ is. De man staat honderddrieënvijftig  partijen in de ring wint er zesenzestig waarbij  vierendertig tegenstanders op het canvas wakker worden. Maar dan komt ‘ie, Roper een lichtelijk suf geslagen zwaargewicht afkomstig uit de staat Mississippi, wordt ontdekt door Hollywood. Hoe gek wil je het hebben…

De man schijnt een natuurlijk acteertalent te zijn. Voor de camera moet hij namelijk zichzelf zijn en wordt vervolgens gecast voor  rollen waarin hij een randdebiel speelt zo’n type met veel spierkracht en weinig hersens, wat hem goed afgaat. Hoogtepunt in Ropers bescheiden filmcarrière is zijn rol in My Little Chickadee met als tegenspeelster de mannenverslindster Mae West een hoogblonde tietenmonster van ongekende omvang, en waar de vooroorlogse man onrustige gevoelens achter de gulp van krijgt.  Hoe het vergaan is op de set tussen Mae West en Jack Roper is onbekend. Wél dat Jack in 1966 op tweeënzestig jarige leeftijd voor eeuwig naar de Grote Boksgym  vertrekt.

Bron: maewest.blogspot, Boxrec, de wonderlijke database van Johnny Brouwer de Koning.

Foto: Links Jack Roper en Joe Louis.

Rodenbachbier

Het contrast kan niet groter zijn, maar toch hebben ze  alle twee iets met het jaar 1953. Hét jaar dat hét mannenblad Playboy zijn debuut maakt met Marilyn Monroe als naakte centerfoldgirl. De foto’s van de goddelijke Marilyn aan de muur van een jongenskamer, als reddingsboei voor de naar seks hunkerende puistenkop in de jaren vijftig. Een gegeven dat niet opgaat met foto’s van  Germain Derycke een bonkige, Vlaamse stoemper een kerel die je amper kon verstaan maar wél in 1953 Parijs-Roubaix op zijn naam schrijft, wat een opening is voor een erelijst waarvoor een gemiddelde prof spontaan een vinger voor laat amputeren.

De man won vier van de vijf zogenaamde monumenten als een Parijs-Roubaix, Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik en de ronde van Vlaanderen. Derycke een man met bonte uitspraken want  beweerde zonder met z’n ogen te knipperen dat bier drinken tijdens de koers voor hem als doping is.  Jaja.. De man pist niet in een glas bier want heeft altijd dorst zoals in het criterium van  Emelgem waar hij koersend  vierentwintig bidons gevuld met Rodenbach bier achterover gooit.

Ik kijk daar niet  van op, wat dát betreft hebben Vlaamse coureurs een naam op te houden. Tijdens het profcriterium van Kamerik, gehouden  op een snikhete dag in 1975 zag ik Freddy Maertens in actie. Freddy geselde niet alleen het peloton  maar kreeg ook om de tien ronden een verse bidon gevuld met koud bier aangereikt: de koers ging dus over honderd kilometer en het parkoers was nog geen drie kilometer lang….

Marilyn en Germain, de eerste inmiddels een cultheldin en Germain als symbool van een romantische wielertijd die nooit meer terug komt. En als er dan tóch een overeenkomst is, is dat beiden op jonge leeftijd ter hemel trekken, want Marlyn zesendertig jaar en Germain nog geen vijftig jaar jong.

Foto: Parijs-Roubaix 1953, met links Wout Wagtmans en Germain Derycke.

Krakende kettingen

De cover van het blad spat van het papier. De redactie van het Vlaamse sportblad Sport Club  weet hoe je een wielerliefhebber kunt kietelen.  En dat doe je met een actiefoto van de beklimming van De Muur in fullcolour afgedrukt, weliswaar ingekleurd maar toch. Ach het was maart 1951, Vlaanderen zit in de wederopbouw en kleurenfilms zijn zeldzaam. De kers is natuurlijk het bijschriftje met als kop ‘Hijgende borsten en krakende kettingen’, waarmee de pot met superlatieven  wagenwijd open staat.

De foto – de ankeiler voor  de komende  Vlaamse voorjaarkoersen, behandeld in het blad,- bekijkend is er niet veel veranderd met de huidige tijd. De barbaarse middeleeuwse omstandigheden zijn nog het zelfde als in 1951. De kasseien zijn nog bonkig en puntig, het publiek staat met rijen dik, de weeë geur van vers getapt bier en broodjes zuurkool met braadworst  hangt over de renners. En de  Muur is hemeltergend steil.  

Of het helemaal het zelfde is als nu?  Tom Boonen, drievoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen denkt daar ongetwijfeld iets anders over. Tom wordt tijdens  de Ronde van 2010 achteloos door Fabio Cancellara  uit het wiel gereden. Maar die laatste had dan wel een motortje in zijn fiets… Ach wat kan het ook schelen.  De charme van de koers is ook het bedrog. Of dachten jullie dat de renners in 1951 de Muur beklommen op een pepermuntje..?  

Weggezakt in de geschiedenis

Roem en bekendheid is net zo vergankelijk als de geur van goedkope parfum. Ook voor Jaap Oudkerk, de vorige week overleden stayerskampioen. Zo’n zestig  jaar geleden is dat anders. De toenmalige sportpers kwam superlatieven tekort  over de prestaties van Oudkerk. Jaap Oudkerk was dan ook twee keer wereldkampioen stayeren bij de amateurs én de profs. Dáárvoor schreef Oudkerk al wielergeschiedenis. Als lid van de achtervolgingsploeg wordt op de Spelen van Tokio in 1964 een bronzen medaille gewonnen.

Oudkerk   bescheiden rustig en heel aardig,   zakte weg in het collectieve geheugen. Met als resultaat dat zijn overlijden aan de aandacht van de hedendaagse sportredacties is ontsnapt.  Of hij helemaal vergeten is? Zeker niet in zijn laatste woonplaats Almere die de prestaties van Oudkerk op zijn waarde wist in te schatten.

Jaap Oudkerk krijgt in 2020 een plekje in de  Wall of Fame van Almeerse sporthelden, waarmee Almere niet genoeg geprezen kan worden. Tegenover Almere DEZE WEEK de lokale krant vertelt Oudkerk  zich zelf  niet als sportheld te zien, maar is wel trots dat hij wordt geëerd op die manier. “Ik hoop dat zwemster Enith Brigitha en schaatsster Carry Geijssen daar ook in de Wall of Fame worden opgenomen. Die verdienen daar ook een plek in’ waarmee hij zijn bescheidenheid toont.

En voor de verzamelaars van wielermemorabilia én zogenaamde directeuren van wielermusea: Oudkerk’s regenboogtruien en medailles zijn veilig in een bankkluis opgeborgen waar alleen zijn kinderen bij kunnen.

Jaap Oudkerk overleden

Na jaren tegen de top geschuurd te hebben, brak Jaap Oudkerk  in 1969  door als stayer.  In Antwerpen raasde profstayer Jaap Oudkerk naar de  zo begeerde wereldtitel en de bijbehorende vette contracten. Wat een oogstjaar had moeten worden, veranderde in een nachtmerrie. De voortekenen voor de ramp werden tijdens de finale al zichtbaar. Bertus de Graaf, gangmaker van Oudkerk, bleek een al lang sluimerend conflict met collega Joop Stakenburg te hebben: uitgevochten  tijdens de mondiale race. Onder de ogen van miljoenen want  live uitgezonden door de BRT, probeerde  Stakenburg in razende vaart De Graaf/Oudkerk tegen de balustrade te drukken. Het was  de routine van De Graaf en het ongrijpbare fenomeen ‘topvorm’ dat Oudkerk tóch de regenboogtrui aan kon trekken.

 De lont van de wrok en jaloezie was aangestoken. Het helse mechanisme tikte langzaam door.  Een half jaar later, een mooie voorjaarsdag in  mei, kwam op de Gooise Wielerbaan in Hilversum de afrekening.  Wat een leuke stayerskoers over drie manches had moeten worden, met wereldkampioen Oudkerk als publiekstrekker, veranderde  in een bloederige omerta. In de  laatste manches over twintig kilometer sloegen de stoppen bij  Stakenburg door. De Amsterdamse gangmaker reed, zomaar, de verse wereldkampioen van achteren aan.  
Bewusteloos, overdekt met brandwonden, gebroken tanden en een zware hersenschudding werd Oudkerk afgevoerd richting het lokale ziekenhuis. Weg lucratieve contracten. Een streep door de toekomst.
Oudkerk, beminnelijk, bescheiden,  door  iedereen omschreven als een ‘goeiert’, vond de aanslag op zijn leven volstrekt onnodig. ‘Dat incident heeft mij heel veel geld gekost’ vertelde hij tien jaar geleden aan deze blog. Volgens Oudkerk had hij een mooie tijd gehad als stayer, waar hij nooit spijt van had gehad. Na acht jaar bij de profs gekoerst te hebben, stopte Oudkerk  op zijn vijfendertigste.

Jaap Oudkerk twee keer wereldkampioen stayeren bij zowel de amateurs als de profs, won op de Spelen van 1964 een bronzen plak is vorige week overleden. Jaap Oudkerk is 86 jaar geworden.

foto boven: Jaap Oudkerk achter Bertus de Graaf in het Antwerps Sportpaleis. Onder: Links Bertus de Graaf met Jaap Oudkerk.

Trillend voorwiel

Zijn optimisme is onverwoestbaar. Uwe Smit hét icoon van de stayerssport in Nederland blijft hoop houden, want de toekomst van het Sportpaleis van Alkmaar is hoogst onzeker.  Er zijn vergevorderde plannen om het Sportpaleis te slopen een plan dat nog niet door de gemeenteraad van Alkmaar is behandeld. ‘Er wordt nog steeds over gesproken’, trapt Smit af. ‘De wielerclubs rondom Alkmaar willen een nieuw fietsparkoers waar veilig gekoerst kan worden. Leuk, maar daarvoor fungeert het Sportpaleis als wisselgeld voor het gemeentebestuur. Want én én kan volgens hun niet, met het argument dat er op de wielerbaan weinig gefietst wordt, wat niet waar is. Van maandag tot vrijdag zijn er wieleractiviteiten. Mocht het Sportpaleis verdwijnen dan is dat pure kapitaalvernietiging’.  En mocht  dat niet zo zijn dan voorziet Smit een mooie toekomst voor de wielerbaan. Volgens hem zijn er genoeg toonaangevende iconen uit de wielersport die wat organisatie betreft, hun schouders eronder willen zetten’. Smit laat de namen van Niki Terpstra en  Laurens ten Dam vallen.

Smit’s geschetste mooie toekomst is alles behalve utopie als de tribunes van het Sportpaleis vrijwel vol loopt. Het nationale stayerskampioenschap staat op punt van beginnen.  Met favoriet de uittredende kampioen Serginho Wilshaus  gegangmaakt door Richard Konijn. Het koppel dat de avond voor dé race nog had getraind. Een trainingssessie waarbij Konijn een angstaanjagende ontdekking deed. Boven de zeventig kilometer begint zijn voorwiel te trillen. Ook blijkt de motor in de bochten de neiging te hebben naar beneden te gaan.  Een probleem dat opgelost wordt. Konijn start op de reservemotor.

Dat het publiek  net zo’n sensationeel kampioenschap als vorig jaar voor geschoteld krijgt is bij voorbaat uitgesloten. Terwijl Konijn met Wilshaus de avond ervoor hun rondjes maakten kreeg medeorganisator Uwe Smit een telefoontje van titelfavoriet Etienne van Empel. De laatste  prof in loondienst van de Italiaanse ploeg Vini Fantini was met koorts uit de Tour des Alpes-Maritimes gekomen en zegde af. Waarmee de strijd voor de nationale titel op de schouders kwam van Wilshaus en de veertigjarige Reinier Honig.  De taaie op kop koersende jonge Wilhaus wist twee grote aanvallen van Honig af te slaan. Bij de derde capituleerde de uittredende kampioen die in dezelfde ronde eindigde als de oppermachtige winnaar Honig.

En dan was er ook nog de dappere boomlange Glenn van Nierop, die als derde de huldiging onderging. Als er iets werd bewezen is het wel dat de stayerssport in het Alkmaars Sportpaleis nog steeds veel publiek trekt. Alleen jammer dat de meedraaiende rol véél te ver achter de motor staat. Wil je beginnende stayers enthousiast te krijgen dan dient de rol twintig centimeter korter te staan.

Foto’s van boven naar onderen: Richard Konijn, de beslissende aanval van Reinier Honig, Reinier Honig. Foto’s gemaakt door Rob Duin.

Narcisme

Daar is die weer met z’n ouwe meuk hoor ik jullie denken. Wat waar is. Maar de foto’s zijn té mooi om niet te publiceren, al was het alleen maar om de zeldzaamheid. Want opeens doken ze op bij een digitale ansichtkaartveiling waar op geboden is. En dan volgt de spanning als de enveloppe met de gescoorde foto’s in de brievenbus valt. Oké, het was een kleine rib uit het lijf maar het is het waard. Zoals de bijgevoegde ansichtkaart verstuurd door Thuur Vanderstuyft vanuit het Leipzig van 1909.

Dat Vanderstuyft bijgenaamd d’n IJzeren een kaart met afbeeldingen van himself verstuurd, is opmerkelijk. Enig narcisme kan d’n IJzeren niet ontzegd worden, wat hem vergeven is.  Aardiger is dat de man er een boodschap op had gezet. Een kreet neergepend in hanenpoten met behulp van een kroontjespen gedoopt in een inktpot, en twee dagen voor de Internationaler Fruhlingspreis, een stayerskoers over honderd kilometer op de post is gedaan.  En wie Vanderstuyft is daar heeft Stuyfssportverhalen tot vervelens toe over gepubliceerd. En voor de bezoeker die dat ontgaan is,  nog een keer dan:  

Thuur Vanderstuyft won tientallen grote stayerskoersen, verbrak wereldrecords en was in Vlaanderen ongekend populair. Maar roem is vergankelijk als de liefde van een hoer. Terwijl  de ‘mof’ tussen 1914 en 1918 Vlaanderen én heel België in een ijzeren greep hield, reed Thuur Vanderstuyft zijn koersen in Duitsland: wat hem aan het thuisfront niet in dank afgenomen werd. In 1923 begon d’n IJzeren corrosie te vertonen en was het gedaan met zijn rennersloopbaan. In 1956, op drieënzeventigjarige leeftijd vervoegde  Thuur Vanderstuyft zich bij z’n Schepper.

En voor ik het vergeet: wie de Internationaler Fruhlingspreis won? Juist, d’n IJzeren.

Bron onder meer Sportalbum der Radwelt, Jaargang 1908.