‘Monument?’

Milaan-San Remo, driehonderd lange, en saaie kilometers.  Een koers – zonder uitstraling, waar de heroïek ver weg is, – met een prachtige bijnaam als een La Primavera. Dat het de  openingsklassieker van het voorjaar is, dat zal wel. Maar waarom het als een zogenaamd wielermonument wordt beschouwd, is niet helemaal duidelijk.  

Milaan-San Remo,  kan daarom niet in de schaduw staan van zogenaamde mindere Vlaamse koersen, als een Kuurne-Brussel-Kuurne, Dwars door Vlaanderen en Nokere Koerse, géén ‘monumenten’, maar wél met een hoog kijkersgehalte.  Enfin, als sportblog, toch even aandacht geven aan La Primavera, van ouds her een Italiaans onderonsje.

De Italiaanse renner,  hét voorbeeld van hoe het hoort, vroeger en nu. De verzorging, kleding, het materiaal, alles lijkt ontworpen te zijn door stylisten. Ook tijdens Milaan-San Remo,  editie 1930. Waarin zeven Italiaanse renners op de eindstreep kwamen afstormen. Het mag dan wel negentig jaar geleden zijn, evengoed spat het hoog verzorgde rennersgehalte,  van de foto. Kerels, voorzien van scherpe, bruine koppen, koersend op toentertijd hightech materiaal van  fietsenfabriek Bianchi,  gespoten in de klassieke hemelsblauwe kleur.

1930, Waar de macht van het getal zegevierden. Zeven Italiaanse renners in de kopgroep, waarvan vijf van het Bianchi-team. Dat Bianchirenner Michele Mara won, is daarom leuk voor de statistieken, en meer niet. Komende zaterdag La Primavera, waar schrijver dezes maar niet naar gaat kijken. Zijn tijd komt een week later,  als Gent-Wevelgem de aftrap geeft, gevolgd door Dwars door Vlaanderen, Driedaagse De Panne, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Wat wil een mens nog meer..?

Bron: Jubileumnummer ’50 jaar, Milaan-San Remo’, door Lo Sport Illustrato, uitgeven in 1959.

Sneuvelen

Wat is erger? Sterven aan een hartaanval in de wachtkamer van de cardioloog? Of, na een heroïsche vlucht van meer dan tweehonderd kilometer, vlák voor de finish sneuvelen? Zeg het maar…! Vlak na afloop van de etappe Metz-Luik wist Raphael Geminiani ongetwijfeld hét antwoord. Enfin, Tour de France anno 1950. Mooie, romantische tijd, waar je als renner onbekommerd een paar tabletjes amfetamine kon slikken zonder het gezeik van allerlei kereltjes van de dopingcontrole.
Of Geminiani ook geprepareerd was? Gezien de foto’s gemaakt tijdens zijn urenlange ontsnapping, waarschijnlijk wél. Gem had namelijk  een oogopslag als een  paar koplampen. Ach ja, dat was de mores van die tijd. Doen wij niet moeilijk over.
Maar we gaan verder. Want deze column gaat niet over Geminiani maar over de winnaar van deze etappe ene Adolfo Leoni: een Toscaan gezegend met supersnelle benen. De man koerste zijn hele carrière in de schaduw van Coppi en Bartali. Ten onrechte. Adolfo, op dat moment drieëndertig jaar, had een erelijst van zeventien etappezeges in de Giro d’ Italia, én een overwinning in Milaan-San Remo. Leoni,  cum laude afgestudeerd aan de hogeschool der sprinters. Een kerel die wist hoe het spel gespeeld werd en geen trap te veel deed. Behálve als de meet in zicht kwam.
Nadat Geminiani was opgepeuzeld, schroeide Adolfo met een verzengende sprint het complete peloton. De etappe Metz-Luik werd zijn enige Touretappezege.
Van zijn wielerpensioen heeft Adolpho Leoni niet lang kunnen genieten. In de wachtkamer van de cardioloog kreeg Leoni een fatale hartaanval. De voormalige sprint-aas, 53 jaar geworden, wordt nog ieder jaar herdacht in zijn geboorteplaats met de naar hem vernoemde Trofee Adolfo Leoni, een koers over honderdzestig kilometer, voor renners onder de 23 jaar.
En dan is er ook nog Raphael Geminiani, bij wie je best de vraag kan stellen ‘wat erger was’. Hoogstwaarschijnlijk moet de vroegere Toursoldaat uit het Zuiden van La France hard lachen. Gem is met zijn 95 jaar, namelijk nog steeds onder ons.

Bron: Le Miroir des Sports jaargang 1950.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: