De Monnik van de Veluwe gaat op expeditie

Copy of maasschiphol 013Het uur U nadert! Het avontuur staat op punt van beginnen. Eentje waarvan hij hoopt dat de wereld daarvan versteld zal staan. Nog een paar uur dan stapt hij in het vliegtuig richting La Paz, Bolivia. Op de lokale wielerbaan gaat Maas Van Beek het werelduurrecord aanvallen.

Twee volle bagagekarren, drie fietsen, zeven wielen, een koffer vol bietensap.  Maas van Beek, aspirant-recordjager, is op Schiphol gearriveerd. Ticket én paspoort onder handbereik. Het vliegtuig richting Bolivia staat klaar.  Zeven weken van voorbereiding denkt hij in La Paz nodig te hebben. Weken waarin hij dat tanige, afgetrainde lijf nóg harder en weerbaarder maakt. Wat niet gebeurt op de lokale wielerbaan. Dat uurtje dat hij daar dagelijks achter een derny traint is kattengespin. Stelt niets voor. Van Beek gaat voor andere trainingsmethodes. De eeuwige sneeuw van de Andes  wordt opgezocht. Locals zullen raar opkijken als een man in korte broek met rugzakken vol keien voorbij komt rennen. Die anders wel een paar uurtjes boomstammetjes staat te werpen. Wat kan Maas dat schelen. Hij is een stoemper. Geen rouleur. Kracht! Dat heeft hij nodig om het  monsterverzet van tachtig tanden voor en veertien achter, een uur lang richting record te duwen.Copy of maasschiphol 007
Hoewel ze op ‘den school met den bijbel’ bij hem erin hadden gestampt je vijanden lief te hebben, was dat bij Van Beek niet binnengekomen. De man zit vol rancune. Richting pers wel te verstaan, die hem en zijn recordpogingen massaal negeren. Met wielerjournalist Tijs Zonneveld als katalysator. Een niche van een niche noemde de laatste het wereldrecord van Van Beek achter de derny. Wat denkt die arrogante lul eigenlijk wel wie hij is? Om er vilein aan toe te voegen dat Zonneveld een stijve van zijn eigen snor krijgt. 
Maas van Beek, kleurrijk, slim en gedreven. Maandenlang levend als een monnik. En dat in het godvrezende en strak in de leer zijnde Barneveld, is niet van plan voor  lege tribunes op te treden. De hele bevolking van La Paz gaat hij er bij betrekken. Duizenden mensen krijgen gratis toegang en kinderen mogen vooraf met krijt op de betonnen wielerbaan tekeningen maken. De sloppenwijken zijn die dag leeg.
Copy of maasschiphol 014Van Beek, de Monnik van de Veluwe, al wereldrecordhouder achter de derny, heeft tijdens zijn verblijf in Zuid-Amerika een mediastilte betracht. Niemand krijgt iets te horen of te zien. De aspirant-recordman, normaal niet vies van wat publiciteit, heeft daar zo zijn redenen voor. Een cameraman zit Van Beek al die weken op zijn huid. De documentaire hoopt hij aan Discovery Channel te slijten. De Monnik, bij wie meer druk staat dan op een U-Boot tweehonderd meter te diep, heeft de lat heel hoog gelegd. De wereld zal hij versteld doen staan, roept hij al weken. Je mag dan wel als een monnik naar je recordpoging toe leven, neemt niet weg dat Van Beek ook maar een mens met zijn zwaktes is. Om maandenlang in je eentje in La Paz door te brengen is ook niet alles. Maas van Beek laat zich daarom vergezellen van Chris Bongers, verzorger en een levend klankbord. Iemand die hem bij alles zal steunen.

Foto 2: de meisjes van Beek die papa uitgeleide deden.

Foto 3: Links Chris Bongers.

Gesneuveld op de boulevard of broken dreams

Copy of gombauld11 November, Wapenstilstandsdag. België, Frankrijk, Engeland én Duitsland staat dan even stil bij de waanzin van de Eerste Wereldoorlog, waar meer dan  acht miljoen soldaten achter bleven op de slachtvelden. Onder hen ook Paul Gombault, een jongen barstensvol dromen en afkomstig uit Frankrijk.

Snelheid. Gevaar. Dat soort werk. Het maakte geen moer uit. Zolang het maar spannend was. Van die spanning waarbij haarwortels op het  hoofd gaat knetteren. Paul Gombault had die onbedwingbare  behoefte om regelmatig een kijkje over de randen van zijn aardse bestaan te nemen. Voor jongens als Gombault, met hun rare verslaving, restte dan maar één ding; de wielerbaan. Tijdens de belle époque dé hangplek voor ieder beetje adrenalinejunk. Samen met zijn stayersfietsje meldde Paul zich rond 1905 op de Buffalobaan in Parijs.
Paul, koersend achter een zware motor, bestuurd door gangmaker Darioli. Aan de laatste lag het niet. Darioli, gepunte knevel, gouden horlogeketting op borst, en een ijzeren reputatie op de enge en levensgevaarlijke Duitse wielerbanen, had het snel bekeken. Paul zou nooit de top halen. Ondanks die zekerheid knaagde bij Darioli toch die ene vraag. Want hoe ver hij tijdens de trainingen de gashendel ook opendraaide, Gombault kon de motor blijven volgen. Langzaam daagde het besef dat achter zijn rug een hardfietser actief was. Zo’n jongen uitstekend geschikt om het prestigieuze werelduurrecord aan te vallen. Darioli rook geld. Want de stayer die als eerste mens de honderd kilometer in een uur afraasde, wachtte roem maar vooral een rinkelende kassa.Copy of gombault3
Het was Guignard, een gnoomachtig kereltje dat in het München van 1907  de aftrap nam door in een uur vijfennegentig kilometer af te razen. Waarmee de jacht werd geopend. De bloedhonden braken uit hun kennel. De deuren van de waanzin opende zich. Alles wat maar een beetje dacht te kunnen stayeren meldde zich op de supersnelle driehonderd meter lange wielerbaan van München. Ook Paul Gombault, eenentwintig jaar. Vijftien juni 1907. Darioli draait nog even de snor omhoog. Met een soepele handomdraai legt hij zijn  huwelijksgereedschap goed. Een korte sprint en de motor komt brullend tot leven. Met honderdzeven kilometer in het uur razen  Darioli en Gombault over de baan. Guignards records op de 20, 30 én veertig kilometer verpulverend wordt bijna geschiedenis geschreven.  Bijna! Maar niet helemaal. Even later ontploft de voorband van Darioli’s motor. De wonderbaan van München, voor Paul Gombault een pad naar roem, veranderd in een boulevard of broken dreams.  Gangmaker én renner worden niet veel later in deplorabele staat van het beton geraapt.
Copy of guignarddagnlardExit stayerscarrière. Van Gombault werd niets meer vernomen. Tot de Eerste Wereldoorlog los brak. Voor jongens verslaafd aan spanning, een uitgelezen kans. De vroegere stayer werd piloot bij de Franse luchtmacht. Paul Gombault, gemankeerde stayer, een jongen barstensvol gebroken dromen, sneuvelt op 31 juli 1916.   

Foto 2: Het kampioenschap van Frankrijk 1909. Vierde van rechts Paul Gombault. Foto 3: Guignard.
Bron: Revue der Sporten jaargang 1909 en 1916, Nieuws van den Dag jaargang 1907. 

‘NSB-geld’ vond zijn weg bij het Gouden Ajax

half3voorWas het clubliefde of  opportunisme? Een vraag die decennialang door Amsterdam raasde. Want hoe was het mogelijk dat overlevenden van de Holocaust collaborateurs in de armen sloten. Bij Ajax hadden ze daar niet zoveel moeite mee. In 1964 geeft de joodse vastgoedmiljonair én Ajax-adept Maup Caransa een groot feest in zijn eigen Doelenhotel. Het hotel zit vol met politici, notabelen, zakenrelaties en vrienden. De joodse vastgoedondernemer, Ajax-fan en sponsor achter de schermen heeft behalve biermagnaat Freddy Heineken natuurlijk ook zijn jeugdvriend en Ajax-voorzitter Jaap van Praag uitgenodigd. Er nog twee andere gasten: de gebroeders Freek en Wim van der Meijden, fanatieke Ajaxsupporters, van wie iedereen heel goed wist dat ze fout waren in de Tweede Wereldoorlog.
Op het moment dat familieleden van Jaap van Praag en Maup Caransa vergast werden in Duitse vernietingskampen waren de broertjes Van der Meijden bezig met het bouwen van bunkers voor de bezetter. Lucratief voor de Van der Meijdens die er multimiljonair mee werden. Onbegrijpelijk dat Caransa deze profiteurs uitnodigt en dat Jaap van Praag deze non-valeurs als vrienden behandelt. Was voor Caransa en Van Praag het Ajax-belang sterker dan al het andere?  Voor ‘Half 3, het voetbalhistorische tijdschrift in boekvorm, heeft auteur Harry Walstra zich in de materie verdiept. Walstra bezocht daarvoor niet alleen de krantenarchieven maar sprak ook met de direct betrokkenen uit die tijd. In een negen pagina lang stuk beschrijft Walstra op een meeslepende manier hoe NSB-geld zijn weg vond in Ajax.half3achter
De nieuwe Half 3, gevuld met elf achtergrondverhalen over het vroegere voetbal. Zonder daarbij de andere auteurs te kort te doen, springt Het huis van de schone, slapende voetballer er tussen uit. Ruud Doevendans verhaalt daarin het dramatische verhaal van Jean-Pierre Adams. De laatste vanaf 1972  vier jaar lang een sterke verdediger in het Franse nationale team.
De donkerhuidige Adams meldt zich in 1982 voor een eenvoudige knieoperatie in het ziekenhuis. Anno 2014, 32 jaar later, is Jean-Pierre Adams nog niet wakker. De dienstdoende anesthesist had een fout gemaakt. Een verhaal vol drama en onvoorwaardelijke liefde en toewijding van Bernadette:  de vrouw van Jean-Pierre.
Half 3, meer dan  honderd pagina’s vol achtergrondverhalen waarin voetbalheilige Johan Cruijff ontmaskerd wordt als een miezerig, rancuneus mannetje. Hoe het orakel van Betondorp op een stiekeme manier Jan van Beveren de trofee van Voetballer van het Jaar door de neus boorde.
En wie wil weten wie de ‘nettenbreker’ was moet onmiddellijk Half 3’aanschaffen.

Half 3. Nummer 16, oktober 2014. Prijs 8,45 euro.
Info: redactie@halfdrie.nl

Morbide verlangens en een verdacht snorretje

Copy of waltherborojathHoewel de Eerste  Wereldoorlog zojuist was afgelopen, had geen mens op de Duitse wielerbanen, van een wapenstilstand gehoord. Daar ging de slachtpartij gewoon door en stroomde het bloed rijkelijk. Omdat het 1 november is bezocht Stuyfssportverhalen via zijn archief de slagvelden en loopgraven van de wielerbanen en ging op zoek naar de ‘gesneuvelde’ en tot nu onbekende stayers.

Een Einzelgänger. Hoogstwaarschijnlijk lijdend aan een posttraumatische stressstoornis. De man stond dan ook tweeëntwintig jaar aan het front. Goed voor honderden koersen achter de zware gangmaakmotor. Walter Ebert, eenenveertig jaar oud, afkomstig uit Leipzig, en als stayer vér over de  houdbaarheidsdatum.  Je kon over die ouwe alles zeggen maar niet dat hij  publiciteitsgeil was. Hadden zijn collega’s de status van filmster. Walter sloop, op een schuwe foto na, als anonymus door de kolommen van de Duitse sportbladen. Een prestatie op zich. Walter won namelijk wél in een tijdsbestek van twintig jaar een veertigtal koersen en eindigde een veelvoud als tweede. En niet van die lullige wedstrijden. Tijdens de Grote Herfstprijs van Frankfurt, gehouden in 1911, raasde de Leipziger de honderd kilometer af in een tijd van 1 uur en negen minuten. Een wereldrecord. Walter behoorde dan ook tot de grootverdieners.Copy of walterebertkop
Waarom de man evengoed zó lang door ging? Got, Führer und Vaterlant  die wisten dát wel. Walter, een verdacht klein snorretje, had namelijk dat rare, morbide verlangen naar de heldendood: een kenmerkende eigenschap van de toenmalige Mof. Of hij daarbij van de onheilspellende muziek van Richard Wagner hield? Vast wel. Voor die ouwe, stayerende rukker een soort arbeidsvitamine. Walter Ebert voelde tijdens zijn lange loopbaan meerdere keren de rottingsgeur uit een graf langs hem heen blazen. Daar had hij zijn conclusie uit moeten trekken. Zoals aan het Duits kampioenschap van 1912. Waarin hij tweede werd. Achter Peter Gunther en voor Richard Scheuermann. Niet veel later sjokte Walter achter hun lijkbaar. Walter Ebert door de Duitse pers betiteld als ‘ewige zweite’, had zo zijn oprispingen. Van die dagen dat de urinestraal hard en krachtig was. Dat Frau Ebert ’s morgens gesloopt de echtelijke sponde uit kwam, en hij, Walter Ebert, koersend als een jonge god de rol van de motor liet schroeien. Zoals in 1921 tijdens het ‘Gouden Wiel  van Nürnberg’ waar hij de toenmalige stayerselite les gaf. Maar die dagen werden zeldzaam. Lagen ver achter hem. De Leipziger begon stuurfouten te maken. Een verontrustende voorbode. In 1923 maakte die ouwe in Leipzig en Dortmund een bijna doodsmakkert. Eer, jezelf nog een keer bewijzen, maakt blind. Walter had om zich heen moeten kijken. Zoals naar collega Paul Pasternak, 38 jaar, die dat zelfde jaar op de wielerbaan van Breslau dodelijk verongelukte. En wat deed Walter? Die ouwe idioot vroeg een jaar later gewoon een nieuwe wielerlicentie aan. Zijn laatste.
walterebertstartOp zondag 1 juni 1924 tijdens de ‘Golden Rades von Magdeburg’ mocht Walter voor zijn Schepper verantwoording afleggen. In de vierentwintigste ronde kwam de veteraan uit Leipzig ten val en stierf aan de gevolgen van een dubbele schedelbreuk. Op de tribune zaten zijn vrouw en enige dochter.

Foto 1: Walter Ebert met gangmaker Bororath. Foto 3: De laatste start van Walter Ebert, links.

Bron: Radwelt jaargangen 1909 t/m 1924, Illustrierter Radrenn-Sport jaargang 1924.

Koninklijke begrafenis én een smartlap

Copy of karelverbistgraf 010Begin november komt er aan. Tijd voor Allerzielen. Een dag om even stil te staan bij de doden. Gedenk het sterven, en bezoek het graf van een geliefde.   En voor de vergeten overledenen?  Stuyfssportverhalen bezocht daarom het graf van Karel Verbist, rustend op de dodenakker van zijn woonplaats Wijnegem, België.
 

De beklemming slaat je direct om de strot. Tragedie is niet ver weg.  Op een kruispunt van twee paden staat een in steen gevangen vrouwenfiguur te snikken. Het is de gebeeldhouwde, troosteloze immense verdriet van een moeder. Met handen voor haar ogen geslagen, leunend tegen een graf. Aan haar voeten een fietswiel. Op de afsluitsteen een lauwerkrans. Naast de moeder een mooie vrouw die liefdevol naar een portret van een jonge man kijkt. Het graf van Karel Verbist, bevindend op een prominente plek van de begraafplaats, is één brok versteend drama. Karel, zesentwintig jaar jong. De trots en toeverlaat van zijn moeder, maar ook een talentvol stayer. Verbist begon de uitslagenlijsten te bestormen. De eerste grote contracten op de Duitse wielerbanen waren getekend.  In 1908 won Karel tien grote koersen waaronder de prestigieuze Grote Prijs van Duitsland. Karel Verbist, zoon van een straatarme moeder verdiende met zijn sport meer dan honderddertigduizend goudmark. Geld waar hij zijn moeder ruimhartig in liet meedelen.Copy of karelvebisthelm
De definitieve doorbraak naar de top was een kwestie van tijd. En dát laatste werd Karel niet gegund. 21 juli 1909, Belgisch nationale feestdag. Opgeleukt met een stayerskoers op de Karrenveld-wielerbaan in Brussel. Een uitverkocht huis, met Karel Verbist, populair bij het volk als dé grote publiekstrekker. Tegenstanders waren Vanderstuyft, Schipke en Samson. Een koers over een uur. En daar ging het helemaal mis. Een scenarioschrijver had er zijn lippen bij afgelikt. Karels dood en begrafenis, die daarop volgde, waren dan ook groots, meeslepend, dramatisch en schokten heel Vlaanderen en ver daar buiten. Met nog één minuut te gaan, in winnende positie, kreeg zijn gangmaakmotor een klapband.  Verbist,  gelanceerd tegen de omheining schoof in de bocht van de baan naar beneden. Werd vervolgens vol geschept door de aanstormende motor van Schipke, en kwam stervend op de wielerbaan terecht.
Copy of karelpad5De stayer afkomstig uit Wijnegem, ten noorden van Antwerpen,  kreeg een  koninklijke begrafenis, waar heel Vlaanderen voor uitliep. Karel Verbist, eenvoudige jongen, werd na zijn hemelgang nóg populairder. Zijn naam zong decennia lang voort. Weliswaar in een smartlap, maar toch.  ‘Kareltje, Kareltje Verbist, had ge niet gereden op d’n pist, dan had ge niet gelegen in Uw kist’, galmde het in de staminees. Een dubieuze eer voor weinig renners weggelegd. De kleine maar grote stayer,  begraven in een graf met eeuwigdurend recht kreeg in 1935 gezelschap van zijn moeder.
De heldendaden van Karel Verbist, zijn ze in Wijnegem nooit vergeten. In 2009 besloot het gemeentebestuur van Wijnegem een fietspad naar hun illustere plaatsgenoot te vernoemen.
Bron: Radwelt 1907, 1908 en 1909. Een woord van dank aan Wilfried Vanden Eynden, gemeenteambtenaar van Wijnegem.

’Als de klap valt, dan valt die’

Copy of benbril9Afgelopen maandag vond in het Amsterdamse Koninklijke theater Carré de achtste Ben Bril Memorial plaats. Een boksgala met zeven partijen waaronder twee wereldtitelgevechten. Stuyfssportverhalen was daarbij.

 Op de stoep speelt een straatorgel. Waarmee de toon letterlijk is gezet. Het boksgala ‘Ben Bril Memorial’ is dan ook een avondje zonder kapsones. Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Evengoed zijn de VIP-tafels tot de laatste plaats bezet. In de coulissen staan obers in slagorde opgesteld. Terwijl het tot de nok uitverkochte theater volstroomt, schroeft trainer Henny Mandemaker, in de krochten van Carré, de potjes vaseline open. Henny Mandemaker, milde blik van iemand die het allemaal al heeft mee gemaakt. De man is een eiland van rust in een kleedkamer waar de spanning van de muren afspat. Maar het gaat dan wél ergens over. Zijn twee pupillen hadden zich niet voor niets jarenlang, iedere dag, uren de pleuris getraind. Kom op zeg. Probeer daar maar eens rustig bij te zijn. De meest verstokte IJzeren Hein had naar valium gesnakt.Copy of zackyoogopslag
Voor Zacky Deriouch en Rafik Haratjunan  is dan ook het uur U aangebroken. Zacky, zijn eerste gevecht als professionele vuistvechter, mag de avond openen. Een prelude die hij tot aan zijn laatste levenssnik nooit meer zal vergeten. De warming-up begint. Zacky Deriouch, met de duistere bijnaam ‘Hitman’, gaat dansen zoals alleen geoefende boksers dat beheersen. De voetenchoreografie is perfect. Adrenaline giert door aderen. In zacht Brabants accent praat Mandemaker vaderlijk op zijn jongen in. Geeft aanwijzingen waar hij op moet letten. Zacky knikt. Maar lijkt niks te horen. Bokshandschoenen gaan aan.
De temperatuur in de kleedkamer roept herinneringen op aan het reptielenhuis van Artis. Het is bloedheet. Ondanks dát roept  Zacky, dat hij nog niet warm is. Mandemaker laat zijn pupil stoom afblazen. De trainer trekt een paar platte handschoenen aan. Zacky gaat daar op slaan.
Copy of benbril3De klappen zijn snel. Angstaanjagend hard. Je moet er toch niet aan denken dat hij mis slaat. Zacky, zachte oogopslag, vuistvechter van professie, beseft dat hij op een unieke plek  zijn debuut gaat maken. Mooi hé, verzucht hij bij het feit dat hij straks in de ring staat in één van mooiste arena’s van het land. Er wordt op horloges gekeken. Het belangrijkste gevecht in de korte loopbaan van de Hitman breekt aan.
In het theater barst bombastische muziek los. Zacky komt de ring in. Trekt zijn T-shirt uit. Zacky Deriouch, jongen uit Den Bosch, weet van wanten. Heeft een titaniumharde rechtse in de aanbieding. En slaat daarmee in de  tweede ronde het licht bij zijn tegenstander uit. Carré ontploft. De Hitman wordt door de ringmicrofonist geïnterviewd. Voor zijn toekomstige tegenstanders doet de Hitman een onheilspellende mededeling door te vertellen dat dit nog maar het begin is. Als Omroep Brabant in de kleedkamer Zacky Deriouch aan het interviewen is, is Mandemaker bezig de handen van Rafik in te tapen. Trainer en pupil zitten vlak tegenover elkaar. Henny Mandemaker heeft een simpele maar effectieve bokstheorie.
Als de klap valt, dan valt die, vertelt hij. Rafik Haratjunan stond als amateur meer dan negentig keer in de ring. Won vijfenzeventig keer. Als prof wordt het zijn achtste partij. Copy of benbril5Rafik Haratjunan, Armeense roots, en wonend in Den Bosch, was gewaarschuwd. Evengoed kreeg de Bosschenaar tijdens het gevecht acht tellen rust. Maar wist zijn tegenstander ook pijn te bezorgen. Over aanmoedigingen geen klagen.
In de geschiedenis van Carré heeft het gebouw niet zo staan te schudden van opwinding als bij de laatste twee ronden van het gevecht. Rafik, snel, goed verdedigend, vecht en knokt zich letterlijk naar de wereldtitel. De orkaan van geluid dat het ontploffende publiek daar bij maakte deed in het centrum van Amsterdam de dakpannen los trillen. Voor Rafik Haratjunan de nieuwe wereldkampioen kwam  een jongensdroom uit. Ergens in de hemel zat zijn allergrootste supporter goedkeurend te knikken. Rafik  Haratjunan droeg zijn wereldtitel dan ook op aan zijn acht jaar geleden overleden vader. 

Foto 1: ‘Je moet er toch niet aan denken dat hij mis slaat’. Foto 2: Rechts  Zacky  Deriouch. Foto 2:  Mandemaker met Rafik Haratjunan.

Foto’s Hilco Koke. Speciaal woord van dank aan  perschef Marina Witte.

Huiveren in horror sportpaleis

Copy of gangmaakmotoren1910Een  leven zonder uitdaging? Als een geranium in de vensterbank. Saai, grijs, dor en stoffig. Maar niet buiten de gemeentegrens van Parijs. Met aan de horizon de contouren van de Eifeltoren sta je midden in de hel van de  Eerste Wereldoorlog. Aan het Westfront worden  kogels en granaten teruggekopt. Of anders kan je rennen met een gifgaswolk op de hielen. Het Frans-Duitse oorlogsfront, spanning verzekerd. En de gelukkigen,  ontsnapt  aan de loopgraven, krijgen hun portie adrenaline wel op de Parijse Winterbaan. Dé plek waar nekharen worden getest op hardheid. En kippenvel tot in je oksel staat. De Winterbaan fungeerde dan ook als hét sportieve horrorpaleis van de Lichtstad. Renners, of beter gezegd stayers, worden met enge regelmaat horizontaal naar buiten gedragen. Dat de morbide teller van de dood inmiddels op vijf staat, was ter waarschuwing. Op de Winterbaan is het leven van een stayer niet meer waard dan de toegangsprijs op de affiches. Dan is het 25 februari 1917. De kanonnen aan het front staan roodgloeiend,  maar het thuisvolk maakt zich op voor de ‘Prix des Nations’, een stayerskoers over één uur. Op een supersnelle baan waar koersen achter zware motoren eigenlijk een legitieme zelfmoordpoging is. Renners, niet helemaal van de pot gerukt, konden dan ook alleen maar gelokt worden met een zak vol franken. Copy of butlernathier
Zoals de Amerikaan Walthour, de Zwitser Süter, de Italiaan Colombatto en lokale favoriet Parent. Een kwartet dat als katalysator de uitverkochte Winterbaan van de broodnodige sensatie gaat voorzien. Wat dat laatste betreft worden de supporters niet teleurgesteld.
In de zesentwintigste kilometer schudt het publiek in hun tuig. Paniek golft over tribunes. Adem stokt massaal in kelen. Het voorwiel van Süter breekt namelijk. Garantie op een hemelvaart. De achteropkomende zware  motor van Colombatto kachelt  vol over de Zwitser heen. Gangmaker Girard met renner Colombatto, testen met negentig kilometer de kwaliteiten van hun valhelmen. En dan moet de grote helse finale nog beginnen. Want, terwijl het trio bloedend over het hout stuitert en één van de motoren in de hens vliegt,  komen Walthour en Parent aangeraasd. Maar dat ging nét niet door. Gangmaker Lauthier glipt met zijn renner, de oude Parent, langs het inferno.  Door de nooduitgang weet ook Bobby Walthour te ontsnappen.
Copy of parentDe koers wordt afgeschoten. Mannen van de medische dienst dragen geroutineerd de bewusteloze en aan zijn hoofd zwaargewonde Süter weg. De aanwezige brandwacht blust het vuur. Het publiek huivert fijn na.  Bobo’s  van de wedstrijdjury steken nog maar even een bolknak op, en aan het Westfront gaat de slachting door. En Süter? Die kon het tenminste allemaal aan zijn kleinkinderen navertellen.

Foto 1: Het Winterpaleis in Parijs. Foto 2: Links gangmaker Lauthier. Foto 3: George Parent met gangmaker Naso.

Bron: Revue der Sporten jaargang 1917.  

De Goden van de Andes kijken mee

Copy of maasalkmaar 003Begin november vertrekt Maas van Beek, 59 jaar,  naar La Paz, Bolivia waar hij in januari een aanval op het werelduurrecord gaat doen. Van Beek, een geriatrisch wonder verbrak twee jaar geleden ook al het werelduurrecord achter de derny.

 De bloedwaarden zijn prima. En dat zijn testosterongehalte hoog is, heeft volgens hem te maken met zijn mooie, jonge vrouw. Maas van Beek, ontspannen ogend, voelt zich trouwens helemaal ‘het mannetje’.  Een dag eerder had zich laten onderzoeken door de gerenommeerde Vlaamse sportarts Jan Matthieu in Turnhout. De laatste had alle seinen op groen gezet. Maas van Beek kan januari aanstaande in La Paz, Bolivia met een gerust gevoel een aanval op het werelduurrecord doen. Ontspannen, opent Van Beek in de kleedkamers van de Alkmaarse wielerbaan, zijn sporttas. De  eerste baantraining in anderhalf jaar staat op punt van beginnen. Terwijl het bovenlijf geperst wordt in een condoomachtig shirt, vertelt hij rustig zijn verhaal. Van Beek is een gedrevene. Geobsedeerd door  het werelduurrecord. Dat Jens Voigt die twee weken geleden in Zwitserland naar 51,1  kilometer bracht, daar wordt hij niet nerveus van.  Alhoewel. Voor de zekerheid was Van Beek daar als toeschouwer aanwezig. Met verbazing werd gezien hoe Voigt omringd was door een team van meer dan twintig mensen. Maas van Beek, heeft geen sponsor,  moet het alleen doen, betaalt alles uit eigen zak.Copy of maasalkmaar 005
De hooggelegen wielerbaan van La Paz, waar rennerslongen door ijle lucht naar het uiterste worden gedreven, schrikt de  aspirant-recordman niet af. Twee maanden training op grote hoogte staat voor hem garant voor een surplus aan zuurstof. De wielerbaan mag dan dicht bij de hemel liggen, zelf denk hij erover om nóg hoger in de omringende bergen zijn nachten door te brengen. Slapen bij de Goden van de Andes. Of dat hun verzoeken is? 
Volgens de aspirant recordjager kan daar geen zuurstoftent of Epo-kuur tegenop. Van Beek is  geen geheimschrijver. Hoe zijn  trainingsschema’s zijn, daar wordt niet moeilijk over gedaan. In La Paz ‘kruipt’ Van Beek iedere dag vijf kwartier achter een derny die vierenvijftig kilometer in het uur rijdt. Om iedere dag steeds een stukje meer in de wind te rijden. 
Maas van Beek oogt met zijn schrale lijf en serene kop als een middeleeuwse asceet. Niet vreemd dat de man verkiest voor een vrijwillig kluizenaarsbestaan van twee maanden. Weken van zelfkastijding waarin de nachten  koud en eenzaam zijn. Nachten waarin het bed niet opgewarmd wordt door zijn mooie Braziliaanse vrouw. Gevolgd door dagen van opoffering zonder zijn kinderen.
Maas van Beek, inwoner van het bijbelvaste Barneveld, smeert de machtig ogende dijbenen in met massageolie als hij opeens een onthulling doet.  Er komt een sponsor aan.
Copy of maasalkmaar 012Of het om veel geld gaat? Genoeg om de laatste twee weken voor zijn recordpoging een klein begeleidingsteam naar Bolivia over te vliegen.
Maas van Beek, inmiddels getransformeerd tot jachtrijder, zoekt de wielerbaan op. Helm gaat op. De fiets voorzien van een achterwiel gevuld met lood wordt voorzichtig op het hout geplaatst. Schoenen klikken in pedalen. Met extra lange cranks wordt de monsterversnelling van tachtig tanden ‘voor’ en veertien ‘achter’ op gang geduwd. De snelheid kruipt omhoog. In het doodstille sportpaleis klink ritmisch het geluid van een kettingspanner. Handen rusten in bidhouding om het stuur. Traag malen de benen. Maas van Beek brengt één van zijn vele trainingsoffers. Of hij hiermee de Goden van de Andes mee behaagt? In januari weten we meer. 

Schoenmakertje kreeg wél zijn heldenbegrafenis.

Copy of moritsAch gut, dat jochie. Twintig jaar jong en schoenmaker van beroep. Pas getrouwd met zijn jeugdliefde. Kende lange, zware nachten waarin rug- en bekkenspieren zwaar op de proef werden gesteld.  1907,  Het  begrip rock ’n roll was nog volkomen onbekend. Maar evengoed ben je jong, druistig, onrustig. Ga dan maar eens je leven slijten in een stoffige schoenmakerij. Waar de dagen gevuld zijn met naar ouwe kaas stinkende schoenen die je mag oplappen. Voor een promiscue jongen de voorportaal van de geriatrische hel. Het leren voorschoot kreeg een slinger. Leest en schoenmakershamer aan de kant gegooid. Niet veel later meldde hij zich bij de wielerbaan van zijn thuisstad Weissenfels. De stayercarrière van Morits Hubner nam daarmee een aanvang.
Morits, twintig jaar jong. Amper haar op zijn kloten. Een lulletje rozenwater.  En dat in een omgeving vol ruwe kerels waar list en bedrog de mores waren. 
Morits nam evengoed zijn plekje achter de zware motor in. Weliswaar bij de  B-klasse, de obscure onderwereld van het stayeren. Een ruig, duister circuit dat zich afspeelde op schimmige en obscure wielerbaantjes waar het voor de aanwezige EHBO-ers fijn toeven was. De B-klasse, waar renners en gangmakers met enge regelmaat de grenzen van het betamelijke  passeerden. Als voorbode op de verschrikkingen had Morits Hubner al een waarschuwing gehad. Een jaar voor zijn debuut sneuvelde  namelijk streekgenoot Richard Huhndorf.Copy of richardhuhndorf
Richard, een door maagproblemen afgekeurde soldaat van het 139e infanterieregiment. Huhndorf was natuurlijk een querulant. Had zo’n beetje het begrip ‘S-5’, uitgevonden. Want  eenmaal uit dienst bleek de man een maag van gietijzer te hebben want werd stayer achter de zware motor. Financieel ondersteund door zijn vrienden. De laatsten betaalden ook de aanschaf van zijn gangmaakmotor. Een investering waarvan gehoopt werd dat die zich later dubbel en dwars ging uitbetalen. Jammer voor de jongens! De voormalige grenadier, raakte namelijk tijdens de ‘Kleinen Goldenen Rad von Halle’, een koers over honderd kilometer, héél even de zijkant van de meedraaiende  rol.  Richard, 24 jaar, zwaar gevallen, werd bloedend naar zijn cabine gesleept waar hij even later de geest gaf. Met die wetenschap stond Morits Hubner als favoriet op de aanplakbiljetten voor de Goldpokal gehouden op de wielerbaan van thuisstad Weissenfels.
Copy of parentval7 Oktober 1907, ‘Die Goldpokal’, een stayerskoers over honderd kilometer mét Morits als lokale favoriet. Op de tribune zijn ouders, zeven zusjes én zijn smakelijke jonge vrouw. De achtentwintigste ronde. In een splitsecond flits het door hem heen dat hij zijn leest nooit had moeten verruilen voor die pokkestayersfiets. Zijn motor krijgt pech. De voormalige schoenmaker komt ten val en wordt door een achteropvolgende motor geplet. Morits Hubner, het schoenmakertje uit Weissenfels, twintig jaar jong, kreeg wél zijn heldenbegrafenis.

Foto 1: Morits Hubner. Foto 2: Richard Huhndorf. Foto 3: Valpartij.

Bron: Radwelt jaargangen 1906 en 1907.

Helden gaan niet écht dood

Copy of italie2014 029De poortwachter van het kerkhof voldeed aan alle daarvoor gestelde eisen, want een sinistere ogende simpelaar, voorzien van een hoge rug. Dát was tenminste mooi meegenomen. Minder was  dat  de man geen uitsluitsel kon geven waar het graf zich bevond. Geen verrassing. Niemand op die dodenakker kon daar antwoord op geven. Op het Sudfriedhof in Keulen was de Deutsche Gründlicheit vér te zoeken. De administratie op het kantoor was van onthutsende eenvoud. Een tiental ordners en geen computer. Goddank was daar ene Claus, doodgraver van dienst. Een zwijgzame kale man in fluorescerend jack. ‘Ah, dem Radfahrer’, riep de delver op de vraag. Vijf minuten later stond Stuyfssportverhalen aan het graf van Peter Günther.
Peter Günther meer dan vijftien jaar profstayer. Won in zijn carrière honderdvijftig koersen, waaronder in 1911 het wereldkampioenschap. Gunther werd met zijn sport een ‘gevuld’ man, want verdiende  een kwart miljoen goudmark. Met zoveel poen was  Günther evengoed een somberaar. Op alle foto’s van hem kijkt  een angstig, schichtig  en depressief Peter je aan.  Godsamme, de man had dan ook wél wat meegemaakt. Begon al bij zijn debuut achter de zware motor op vijf juli 1903. Op de  wielerbaan van thuisstad Keulen. Met de hele familie Günther op de tribunes. In de derde ronde knalden twee motoren tegen elkaar. De aanstormende Peter, achter gangmaker Otto, kon het inferno niet ontwijken. Peter Günther voor dood van de wielerbaan geschraapt, verbleef vier maanden in het Krankenlager. In latere jaren klopte de Keulenaar  nog een paar keer op de deur van het hospitaal. De man had daaruit lering moeten trekken. Maar zeg dat maar eens tegen een adrenalinejunk. Die gaan door. Ook Peter.Copy of italie2014 038
7 Oktober 1918, de Grote Herfstprijs van Düsseldorf. De laatste koers van het jaar. Ook voor Peter Günther. Letterlijk. In de negenenveertigste ronde krijgt zijn motor pech. Peter Günther, vijfendertig jaar, maakt een fatale kukel, en sterft een dag later aan een schedelbreuk. Dat Franz Krupkat deze race uiteindelijk wint is kattengespin. Het lot van Franz lag al vast. Negen jaar later verongelukte ook Krupkat achter de zware motor. Maar dit gaat over Peter Günther die op het Sudfriedhof in Keulen al bijna een eeuw ligt  te wachten op de komst van de Hemelse Heerscharen. 
Het zijn de laatste mooie dagen van het jaar. De herfst hangt in de lucht. De geur van dood is aanwezig.  Op de uitgestorven begraafplaats is alleen zachte geschraap van harkende tuinmannen te horen. Onder dennenbomen staat een bemoste en iets gebutste sarcofaag. Het is de rustplaats van de wereldkampioen. Aan de voorkant een medaillon met de afbeelding van de ongelukkige stayer.
Copy of gunterDe zijkanten van de stenen doodskist zijn bedekt met teksten. Een klein plantje piept tussen het sarcofaag en de drempel er tussen uit. Op de deksel in steen uitgehakt en door een lauwerkrans omgeven  helm die Peter had moeten beschermen.  Peter Günther, de man die ooit  honderdduizenden mensen naar de wielerbanen trok. En is nu totaal vergeten. Maar Helden gaan niet écht dood. Die bleven in herinnering.  Daar zorgt Stuyfssportverhalen wel voor.

Bron: diverse jaargangen Radwelt. Ook dank voor Renate Franz, die de juiste tip gaf.