De meest memorabele stayerskoers ooit. De enige koers zonder onderlinge combines. Geen gesjacher, daarvoor stond té veel eer op het spel. Er werd honderd kilometer ‘rechtuit gereden’. Aan de finish lag namelijk eeuwige roem: hoe betrekkelijk dat ook is. De drieduizend goudmark als eerste prijs was kattenpis. Daar was het de renners niet om te doen. Al was de eindprijs een vetleren medaille, dan nóg werden de spijkers uit de boarding gereden.
Door een conflict tussen de UCI en de machtige Duitse manager Knorr, gaf de laatste een startverbod aan stayers bij hem onder contract, voor het wereldkampioenschap dat jaar gehouden. De UCI kon, wat Knorr betreft, diens rug op. Hij organiseerde zijn eigen titelstrijd: het Ober-Weltmeisterschaft, wat andere koek was dan zo’n ordinair wereldkampioenschap. Na de bekendmaking, de sportpagina’s hadden het prompt over Das Bedeutenste Rennen der Welt, was de Steglitzwielerbaan in Berlijn binnen enkele uren uitverkocht.
Op zondag 18 september 1910 trokken meer dan vijftienduizend Berlijners naar Steglitz. En die voelden zich na afloop niet bekocht. Daar zorgden acht stayers wel voor, want de absolute top. Vlak voor de start. Terwijl de renners staan opgesteld, omringd door bobo’s, verzorgers en ander wielergepeupel, staan aan de andere kant van de baan de gangmakers. Naast de motoren drentelen onder meer Werner Krüger, Franz Hofmann, Bauer en Gussy Lawson. Een kwartet gangmakers dat binnen enkele jaren op de slachtvelden van de stayersbanen het leven liet.
Dat Piet Dickentman die dag in vorm was en alles en iedereen overhoop reed, is ter kennisgeving. Piet, door de Duitse pers zijn hele leven lang als Herr Ober-Weltmeister genoemd, bevestigde zijn status als allerbeste stayer ooit. Hoewel het pure sportgeschiedenis is, waar de toenmalige pers kolommen vol over schreef en waar fotografen de ene plaat na de ander schoten is, van deze koers maar één foto bekend: die van de start. Van de koers zelf is geen beeldmateriaal bekend. Tot vorige week. Stuyfssportverhalen wist beslag te leggen op drie foto’s gemaakt tijdens deze roemruchte stayerskoers.
Foto1: Piet Dickentman razend achter de motortandem gegangmaakt door Steger en Bretschneider rijdt tweevoudig wereldkampioen Walthour op drie ronden.
Foto 2: Start van de gangmakers.
Foto 3: Piet Dickentman voor de rest van zijn leven Herr Ober-Weltmeister.
Lees ook: https://stuyfssportverhalen.com/2012/05/15/herr-oberweltmeister-kwam-uit-amsterdam/
Het was een lobby die vijf jaar duurde. Jaren waarin Stuyfssportverhalen allerlei Amsterdamse gemeentelijke instanties bestookte met mailtjes, brieven, telefoontjes, met die ene vraag: waarom sportheld Piet Dickentman nog steeds zijn verdiende erkenning niet krijgt. Burgemeester Van der Laan werd daarbij niet overgeslagen. Terzijde: ik sluit niet uit dat op diverse Stadsdeelkantoren inmiddels ambtenaren rondlopen met een ‘Piet Dickentman-syndroom’. Jammer, maar het doel heiligt de middelen.
Uiteindelijk duurde het nog een jaar voor de kogel door de ambtelijke kerk was gejaagd. Als voorzetje daarop kwam op 16 maart j.l. het mailtje van Thoolen, met de toezegging.
Het lijf, tanig, afgetraind, in vorm. De geest scherp. Geriatrie, noch dementie kregen grip. Meer dan een kwart eeuw koerste hij achter de zware motor. Helse jaren. Waarbij vijftig collega’s dodelijk verongelukten. En de zeis van Hein nog steeds niet was uitgemaaid. Voor de eenenvijftigste stayer was al een plekje vrijgemaakt. Cijfers, gruwelijk in eenvoud. Evengoed had Piet Dickentman nog steeds courage. Waarbij geld dé motivatie was. Dickentman, wereldkampioen in 1903, won tijdens zijn lange carrière zo’n beetje alle grote koersen. Vaak meerdere keren. De Amsterdammer, als stayer een begrip. De allerbeste óóit. Maar de klok kon hij niet stoppen. Achtenveertig jaar oud. Bijna vijf kruisjes stonden achter zijn leeftijd. Biologisch gezien een ouwe man. Hij was niet meer die almachtige kampioen van weleer.
Ondanks dát kreeg hij nog steeds zijn contracten. Veel in Nederland, maar ook in Duitsland waar Piet in de ‘internationale extra klasse’ een divisie voor de allerbeste uitkwam. Het moet die ouwe goed gedaan hebben dat zijn naam de affiches én advertenties sierden. Ook tijdens het seizoen 1927. Alte Piet, zoals hij in de pers steevast werd aangesproken stelde het publiek namelijk nooit teleur. Daarvoor was hij te veel prof. Ook tijdens de Grossen Preis der Republik. Een koers over honderd kilometer gehouden in Dresden. Zeven stayers waaronder Ernst Freja en landgenoot Frans Leddy.
Hoewel er een toezegging is, heeft het Amsterdamse bestuur nog steeds geen straat naar deze grootste sportheld vernoemd.















Of er een metrostation naar hem vernoemd kon worden. Of anders een brug. Het liefst in het centrum van Amsterdam. Het moet toch niet gekker worden. Een metrostation vernoemen naar een obscure liedjeszanger. Ramses Shaffy dus. Twee kilometer voorbij de gemeentegrens van Amsterdam al vergeten. Niet in de grachtengordel, waar na Shaffy’s overlijden een collectieve vorm van massahysterie losbrak.