Als eerste vrouw uit de geschiedenis won zij op de Olympische Spelen een gouden medaille bij atletiek. Dinsdag 23 augustus is het precies honderd jaar geleden dat Betty Robinson werd geboren.
De eerste zeven Olympische Spelen, onderdeel atletiek, was een aangelegenheid van en voor kerels waar vrouwen niets te zoeken hadden. Aletta Jacobs, Wilhelmina Drucker en andere, internationale feministische voorvrouwen vochten voor gelijke rechten. Met succes. Tijdens de Spelen van Amsterdam in 1928 mochten vrouwen voor het eerst meerennen, of zoals Leo Lauer, hoofdredacteur van Sport in Beeld schreef, ‘Het zwakke geslacht ontwaakt uit den atletische slaap’.
Sport in Beeld, ruim tachtig jaar geleden hét sportmagazine van de Lage Landen, had duidelijk maar één doelgroep: de toffe jongens. En die wilde naast sportverhalen vooral heel veel plaatjes van automobielen en ‘lekkere meiden’. Leo Lauer voelde dat feilloos aan en bestrooide zijn blad lustig met olijke noten wat staat voor veel foto’s van snelle bolides en bevallig kijkende Amerikaanse filmsterretjes. Illustraties van sportsters zoals zwemsters, vaak niet moeders mooiste, werden óf weg gemoffeld dan wel in een tweekolommertje geplaatst. Op de komst van Inge de Bruin, de sexy zwemkoningin met ‘goddelijke rondingen’, moest nog zestig jaar gewacht worden: het leven voor een sportliefhebber in de roaring twenties was hard en wreed.
Maar tijdens de Spelen van ‘28 was er opeens Betty Robinson, een zeventienjarige hardloopwonder uit Amerika. Betty, stralende glimlach in een leuk fris koppie was wat je nu noemt fotogeniek. Dat ze hard kon rennen was voor de massaal aanwezige pers mooi meegenomen. Ook Leo Lauwer ruimde voor Betty in zijn blad de nodige ruimte in. Tijdens de Spelen van Amsterdam was Betty Robinson niet alleen de sweetheart of the Olympics maar schreef ook nog eens sportgeschiedenis. Spelenderwijs vermorzelde de Amerikaanse in de voorrondes al haar tegenstanders waaronder de Hollandse loopsters Grooss, Brieger en Angenendt. Betty stond in de finale: pas haar derde officiële wedstrijd. In een tijd van twaalfenhalve seconde kwam ze winnend over de streep en veroverde als eerste vrouw in de sporthistorie een gouden medaille op de Spelen.
Vier jaar later: de Spelen van Los Angeles 1932. En dat beloofde Betty’s Nirvana te gaan worden. Maar het liep anders. In 1931 was de golden girl betrokken bij een vliegtuigongeluk. Betty, voor dood uit het wrak gehaald werd naar de eerste de beste begrafenisondernemer gebracht.
Na ontdekt te hebben dat ze nog leefde lag Robinson zeven weken in coma en revalideerde nog eens twee jaar om weer te kunnen lopen. De Spelen van 1932 kon ze vergeten. Lichamelijk gehandicapt maakte ze vier jaar later haar comeback. Door haar ongeluk kon ze niet meer knielend starten. Aangezien Betty nog steeds over een formidabele sprint beschikte werd ze opgenomen in het Amerikaanse estafetteploeg. Op de Spelen van Berlijn, voor de ogen van Adolf Hitler, won ze met haar ploeg de gouden medaille. Betty Robinson die op 23 augustus aanstaande precies honderd jaar geleden geboren werd overleed op achtentachtigjarige leeftijd.
De Vlaamse animositeit tegen alles wat Frans was, werd handig op ingespeeld. Want plaats twee Franse tegenover een koppel Vlamingen en je bent verzekerd van een volle bak. De letterzetter was dan ook snel klaar met zijn aanplakbiljet. De Grote Prijs van Antwerpen, editie 1909, een koers achter zware motoren werd betwist door maar vier renners. Voor een smak franken wilde Louis Darragon en George Parrent, drie jaar onafgebroken de beste ter wereld, best naar de Sinjorenstad komen om het duel aan te gaan met die twee Vlaamse jongens. Thuur Vanderstuyft en Kareltje Verbist voornamelijk actief op de buitenlandse wielerbanen waren langzaam, gestaag en een beetje stiekem de top genaderd. En die middag barsten ze van de goesting! Want wat is mooier dan om in eigen huis, voor eigen volk die arrogante Fransen een poepie te laten ruiken.
Een half jaar later werd George Parrent door De Dood ingehaald. Zoals zovelen meende ook George, drievoudig wereldkampioen, zijn land te moeten verdedigen. In diverse veldslagen raakte Parrent zwaar gewond. Opgelapt werd de altijd somber kijkende George weer terug gestuurd naar de voorste linies. Drie weken voor het einde van de Grote Oorlog stierf hij in de loopgraven van Saint-Germain-en-Laye aan de gevolge van Spaanse Griep. George Parrent werd drieëndertig jaar.


Bloed, tranen, gevoel voor drama, beetje sportverdwazing en de aanwezigheid van de pers. Meer heb je niet nodig om een held te worden. Want neem een duik in het prikkeldraad en je bent een internationale hero. Johnny Hoogerland heeft die status bereikt. Of hij met zijn inmiddels legendarische kukel een standbeeld krijgt…










