Geld verdampt, herinneringen blijven

De marathon van Rotterdam? Voor een langeafstandloper uit de Watergraafsmeer is dat vloeken in de kerk. Die stad is iets te veel ‘010’, om maar in voetbaltermen te blijven. Theo Stelling rent liever in ‘eigen huis’ waar hij de marathon van Amsterdam mee bedoelt. En met succes, want in de laatste versie verbrak hij het nationale record voor veteranen in een niet misselijke tijd van 2.37 uur.
Waar maak je iemand blij mee wiens leven bepaalt wordt door rennen, rennen en nog eens rennen? Met deelname aan de marathon van New York! The Big Apple is het Nirvana van de marathon! Rennen door New York en dan sterven, in die proporties.
Voor marathonloper Theo Stelling, 51 jaar, kwam zijn droom uit. Op zijn vijftigste verjaardag kreeg hij van vrouw en zoon een geheel verzorgde reis én startnummer naar New York als cadeau. Voor Stelling, technisch medewerker bij de gemeente, werd dat een marathon met een heel emotionele lading.
‘Twee weken voor New York werd  mijn vrouw ziek. Er was kanker bij haar geconstateerd. Wij hadden toch besloten te gaan. Het was voor mij een race met twee gezichten. Het idee dat mijn vrouw zo ziek was maakte mij heel emotioneel . Maar aan de andere kant, de marathon van New York, wát een belevenis’, verzucht de tot het bot afgetrainde Stelling.  Voor een  hardloper die gewend is aan  Amsterdamse verhoudingen was hardlopen door New York een cultuurshock. Ren je in Amsterdam voor twee man en een paardenkop dat is dat in New York wel andere koek.
Driehonderd foto’s
‘Twee miljoen mensen langs de kant,’ vertelt Stelling. ‘Vooral de doorkomst door de verschillende wijken was één groot feest. Maar ook de tegenstellingen. In de Harlem en de Mexicaanse wijk kreeg je een heldenontvangst. In Brooklyn, de joodse wijk, deden die orthodoxe joden net of ze je niet zagen. En overal bandjes en live muziek. Normaal ben ik tijdens een marathon  heel fanatiek en serieus maar in New York liep ik als een toerist. Ik had mijn camera meegenomen en meer dan driehonderd foto’s gemaakt’.
De marathonsfeer in Amsterdam mag dan de gevoelstemperatuur van een vrieskist hebben, het neemt niet weg dat Stelling daar zijn ultieme loopmoment meemaakte. Het hele vorige seizoen had Stelling het rubber van zijn loopschoenen getraind. Storm, regen en kou werden daarbij op de koop toe genomen. Op de atletiekbaan van AV23 werd de snelheid aangescherpt. En allemaal onder één motto:  de tijd begint te dringen. Wil je als vijftigjarige marathonloper nog één keer de stopwatch uitdagen, dan moet er gewerkt worden.
Stelling, klein, levendige ogen, ras-Amsterdammer, vertelt. ‘In juni begon de vorm te komen. Tijdens de Senior Games, een sportspektakel in Zeeland, won ik de halve marathon. Het begon bij mij te dagen dat het in oktober wel eens heel hard kon gaan.’
Goud of blik
Najaar, de tijd dat de blaadjes van de bomen vallen, maar ook dé tijd voor de grote stadsmarathons. Begin oktober beet de hoofdstad de spits af. In het wedstrijdvak, tussen de Afrikaanse loopwonderen, ook Theo Stelling. Voor de  laatste was het erop of eronder. Goud of blik. Het parkoers kon hij wel dromen. Vooral het gedeelte langs de Amstel, daar had hij wakker van gelegen. Als het daar maar niet al te hard waait.  Dat helse open stuk vanaf Buitenveldert naar Ouderkerk, waar de Amstel overgestoken wordt en weer terug langs de rivier richting Amsterdam.
Hoe vaak had hij daar niet getraind? Speurend naar de ideale looplijn, opletten hoe en waar de wind stond. Nog even een verse rochel achter de huig vandaan trekken, en de polsstopwatch voor de zoveelste keer controleren. Stelling was er klaar voor.  Na het startschot waren de eerste tien kilometer door Zuid een kwestie van volgen, je hart niet boven het theewater jagen, opletten waar de concurrentie zat. Maar dan kwam het beruchte pad langs de Amstel.
‘Alles op die dag zat mee, vertelt de kampioen. ‘Voor een marathonloper was het schitterend weer. Met weinig wind. Langs de Amstel, in de buurt van Ouderkerk kreeg ik het heel moeilijk. Mijn directe concurrent was er van door. Ik heb langs die hele Amstel in mijn eentje lopen jagen. Terug in de stad, voor de Bijlmerbajes, kreeg ik hem te pakken. In mijn buurt, de Watergraafsmeer, rekende ik met hem af.’
Plakkie
De rest was geschiedenis. In een tijd van 2.37 uur kwam  Theo Stelling, over de streep. In het Olympisch Stadion werd hij gehuldigd als nieuwe veteranenkampioen maar ook recordhouder. Kregen de winnaars bij de mannen en heren een vet bedrag op hun rekening gestort, Stelling moest genoegen nemen met een ‘plakkie’. De Watergraafsmeerder is daar zelf nogal nuchter over. Wat kan hem dat geld nou schelen. Gezondheid is veel belangrijker. Dat het met zijn vrouw weer goed gaat, daar is de hardloper uit Oost zielsgelukkig mee. Geld verdampt maar herinneringen blijven en die zijn voor hem véél belangrijker, die pakken ze hem niet meer af.
Op zijn falie
Als hij der dagen zat is, de urinestraal zwak,  en de benen dienst weigeren, dan kijkt hij met voldoening  naar zijn rijk gevulde prijzenkast en zakt weg in mijmeringen. Hij ziet zich dan weer langs het Amsterdam-Rijnkanaal ijlen,  waarbij hij zijn schrale, afgetrainde lijf op zijn falie gaf, en  hij ziet zichzelf rennend over Queensborobridge in New York, hoort de echo van de aanmoedigingen en telt dan zijn zegeningen.
Maar zover is het nog lang niet. Begin maart startte de Stelling in de ’20 van Alphen’ de openingsklassieker van Nederland. ‘Wat ik werd? Tweede in een tijd van 1.10 uur’. Theo Stelling wiens leven bepaald wordt door hardlopen, kent ook zijn zwakheden. ‘De afgelopen winter ging het moeizaam. Met die maandenlange kou vroeg ik mij wel eens af waar ik mee bezig was. Dan lag ik liever op de bank met een zakkie  chips.’

Geplaatst: Mug April 2010 Foto’s Hilco Koke

‘Ik ga door tot de dood’

Sportpagina , Rietje Dijkman.In het casino van Monaco werd zij uitgeroepen tot de beste veteranenatlete ter wereld. De hele internationale atletiekwereld was daar van getuige. Om voor deze titel in aanmerking te komen moet je tot de wereldtop behoren. Rietje Dijkman, Europees kampioene, wereldkampioene én houdster van diverse wereldrecords, flikte dat.
Dan staat ze aan de start van een tweehonderd meter wedstrijd. Ze werpt even een blik op haar tegenstanders. Jonge meiden van net in de veertig jaar. En dan ziet ze duidelijk die blik in hun ogen. Een blik waarin ze leest wat dat ouwe wijf hier moet doen. Dat ‘ouwe wijf’ is dus Rietje Dijkman. En die heeft daar lekker schijt aan.
Dijkman is de oudste atlete van dit land! Nou en? De duivel is oud en zijn moer nog ouder. Op de nationale atletiekbanen treft Dijkman, 69 jaar, weinig leeftijdgenoten. Wat een verschil bij de grote internationale toernooien. Zoals in het Italiaanse Ancona, waar afgelopen winter het Europese indoorkampioenschap gehouden werd. Vijfduizend atleten, uit 39 landen  dus!
In haar leeftijdsklasse kon Dijkman strijden tegen meer dan vijfhonderd lopers. En met succes. Twee keer zilver won de Watergraafmeerse. ‘Bij de tweehonderd meter en hoogspringen’, onthult Dijkman. In de finale liet Dijkman de chronometer stil zetten in 33 seconden.
Je moet toch wel  ernstig visueel  gehandicapt zijn om Dijkman op haar leeftijd te schatten.  Wat figuur betreft is zij de ultieme droom van menig, tegen overgewicht strijdende ‘grietje’, want slank, soepel en jeugdig. Rietje Dijkman heeft met haar uitputtende trainingen het ouderdomsproces weten te vertragen. Maar genoeg geriatrisch gereutel. Terug naar Dijkman want die gaat vertellen.
‘Ik sport pas vijfentwintig jaar. Mijn zoon zat op AV23 dé atletiekclub uit Oost. Als vrijwilligster hielp ik in de kantine. Op de baan zag ik atleten bezig. Dat wil ik ook dacht ik’. Binnen korte tijd liep Dijkman het gravel uit de baan. Inmiddels heeft ze via haar sport de hele wereld gezien. En  haar ultieme momenten beleefde ze in Canada.
‘Bij de Mastergame’s, die één keer in de vier jaar gehouden wordt, won ik vijf gouden medailles’. Rietje Dijkman is topsporter, punt uit. Wie daar lacherig over doet moet maar eens een stukkie met haar gaan rennen. Criticasters bezorgt ze dan een paar ‘prettige’ momenten. In de wereld van de veteranenatletiek is zij een ‘grote mevrouw’. Internationaal wordt ze om haar prestaties geroemd.
‘Tijdens het Europees kampioenschap gehouden in Finland  werd ik door de president van de Internationale Atletiek Unie uitgeroepen tot de beste master ter wereld. Ik werd overgevlogen  naar Monaco waar de uitreiking was. Dat gebeurde tijdens een gala in het casino. Ik kreeg een complete vipbehandeling.’ Dijkman behoort mondiaal tot de top maar wie haar zoekt op de nationale titellijsten komt haar niet tegen.
“Nee logisch,’ verdedigd zij zich. ‘In mijn leeftijdsklasse zijn er in Nederland niet genoeg atleten. Ik moet dan altijd tegen jonge meiden van in de veertig uitkomen. Dat vinden ze in het buitenland heel raar. Moet je in Duitsland kijken. Daar trekken ze ieder jaar een blik met nieuwe atleten open. Daar staan bij de nationale kampioenschappen honderden deelnemers op de startlijst.’
Als je tientallen jaren volgens de ijzeren wetten van de topsport heb geleefd dan komt er een dag dat je iets anders wil. Dijkstra besloot meer van het sociale leven te gaan genieten. Trainingsschema’s werden omgeruild voor uitgaansagenda’s. Maar dat gaat zomaar niet. Het lijf van Dijkman, gewend aan de dagelijkse endorfinedosis, begon te protesteren. ‘Ik kreeg hartklopping, begon op de raarste momenten te zweten,’ verteld ze. ‘Ik voelde mij lichamelijk helemaal niet goed. Op advies van mijn arts ben ik een jaar later weer begonnen met trainen. Ik knapte zienderogen op.’
Dijkman bewees dat je met harde trainingen en goede verzorging de biologische klok kan vertragen. Maar ook voor haar staat Magere Hein zijn zeis te slijpen. Er komt een dag dat het allemaal niet meer zó makkelijk gaat. Dat het over en uit is. ‘Dat merk ik ook’ bevestigd ze. ‘Er zitten remmingen op mijn lijf. Door het verspringen is mijn meniscus helemaal naar gort. Vorig jaar ben ik daaraan geopereerd. Ook begin ik last van artrose te krijgen. Ik ga daardoor zuiniger met mijn lijf om. Ik doe niet meer mee met de springnummers.’
Doet een ‘gewoon’ mens na een knieoperatie er weken over om weer mobiel te zijn, niet Dijkman. Enkele dagen na haar operatie was ze al weer bezig met de training. Dijkman heeft zich zelf gerevalideert. Waar? In haar eigen kelder. Onder haar huis bevindt zich een krachthonk.  Een vertrek vol met ‘martelwerktuigen’, halters en drukbanken. Aan de muur honderden medailles, vaantjes, krantenknipsels en rugnummers. Memorabilia waar ze, tijdens  het trainen,  ‘moraal’ van krijgt. Een bij sporters geheimzinnig proces waar geen pil, spuit of wat voor dopingpreparaat tegen op kan.
Het is vloeken in de kerk om aan een ‘bejaarde’ als Rietje Dijkman te vragen of ze haar loopschoenen gaat inruilen voor een lidmaatschap van de lokale sjoelbakclub. ‘Ik blijf rennen tot aan mijn dood’, klinkt het strijdlustig. “Wat moet ik dan anders’?

Mug: Juni 2009  Foto: Hilco Koke

Posted in Geen categorie. Tags: , , . 2 Comments »
error: Content is protected !!