Vuurdoop

De wielerbaan van Bieleveld, Noordrijn-Westfalen. Beton en onoverdekt, maar wél één van de aller-snelste stayersbanen van Europa. Driehonderddertig meter lang. Breed, hoge steile bochten. Waar renners zijn overgeleverd aan de elementen. Vooral de wind. Stayeren op ´Bieleveld´, waar snelheden vaak angstig hoog zijn. Vroegere stayers, daar ooit gekoerst, kunnen daar smaakvol over vertellen. Hoe ze met een versnelling van zeventig tanden voor en dertien achter, achter de motor ‘lekker hard zaten te rossen’.
Maar voor een beginnend stayer, met alleen een paar koersjes op het hout van het Alkmaarse Sportpaleis, slaat bij het aanzicht van ‘Bieleveld’ de schrik om het hart.
Wat dat betreft had Ocko Geserick zijn vuurdoop. Geserick, een begenadigd baanrenner. Koerst regelmatig achter de derny. En werd gespot door gangmaker Willem Fack. De laatste zat zonder vaste renner, zag wel kwaliteiten in Geserick als aankomend stayer.
Na een paar trainingen op Alkmaar, had Geserick afgelopen zaterdag in Bieleveld zijn première. Waar zenuwen door zijn lijf gierden. Met drie brullende motoren naast elkaar de bocht in gaan, is volgens hem spannend.
En natuurlijk de altijd aanwezige wind. Stayeren op het hout van Alkmaar is voor flyers. De open Duitse wielerbanen zijn andere koek. Dat is voor de mannen die een zware versnelling kunnen rijden. Die met die dwarrelende harde wind weten om te gaan. Een vak apart. Daar kwam Ocko achter. Op de rechte stukken met wind tegen is een kwestie van even hard trappen. Om met wind mee, de benen ‘te laten lopen’. Dat laatste had laatste had Geserick niet onder de knie. Gevolg: keiharde botsingen tegen de rol van de motor. Voor een beginnend stayer, met die hoge snelheden, een traumatische ervaring.
Voor Ocko Geserick, 1.93 meter lang, en tweeëntwintig jaar jong, zoon van de vroegere stayer Eric, was Bieleveld een opmaat voor het Europese Kampioenschap gehouden op 6 en 7 september in het Duitse Erfurt. Een half open baan van tweehonderdvijftig meter. Volgens Geserick wordt daar met een lichtere versnelling gekoerst, wat hem goede hoop bezorgt.
Trouwens, het komende winterseizoen zit zijn agenda ook vol. Deelnames aan de stayersdriedaagse van Alkmaar, het Nederlandse kampioenschap derny, de vijftig kilometer én het stayerskampioenschap staan op de rol.

Kos, blozend en fris achter de motor

alkmaar2012 011Hij is een liefhebber, dat is zeker. En waarschijnlijk ook één van de laatste in een traditie die meer dan honderd jaar terug gaat. Want zoveel stayers kent dit land niet meer. Van die jongens die het gewoon fijn vinden om heel hard achter een motor te fietsen. Of hij een adrenalinejunk is? Uiterlijk niet. Patrick Kos, leuke jongen, frisse, blozende kop, oogt meer als een kaasdrager van de markt in Alkmaar. Patrick, 26 jaar, kwam vorig jaar nog uit voor een Italiaanse ploeg. Maar koersen alléén op de weg…,  aardig, maar voor hem is er meer. Zijn hart ligt bij het stayeren. Dat kan ook niet anders. Als zoon van een vroegere wereldkampioen achter de motor zal dat wel genetisch bepaald zijn.
Een uurtje voor aanvang van het  kampioenschap van Nederland. Relaxed met zijn fiets  op de schouders slentert hij het middenterrein van de wielerbaan op.  Kos, tweevoudig nationaal kampioen en voormalig Europees kampioen knikt naar zijn gangmaker Fack. De wielerbaan van Alkmaar, uniek, prachtig, een aanwinst voor het baanfietsen. Maar om daar nou héél hard achter een motor te rijden. Link, gevaarlijk! Dat is hetzelfde als je kop onder een vallend heiblok te liggen. Je weet dat er ongelukken gaan gebeuren. In ‘Alkmaar’ staat de rol op ruime afstand achter de motor wat de snelheid eruit haalt. Nee, dan in Duitsland. De wielerbanen van Bieleveld en Chemnitz. Kos’ ogen gaan glimmen. Volgens hem echte stayersbanen waar je met zijn vieren naast elkaar kan rijden. En hard hé…! Volle bak, tegen de negentig in het uur.-nkstay-kopom23dec12m3-0461
Opeens gaan de deuren van het sportpaleis open. Om te voorkomen dat toeschouwers in een ijzeren long geschoven moeten worden is er frisse lucht nodig: de motoren komen in de baan. De microfonist, een man die alleen in clichés praat, ratelt de namen van de renners én hun gangmakers op. Favorieten voor Stuyfssportverhalen? Richard Konijn gegangmaakt door Dick de Haas: namen uit de koker van een stripboekauteur. Dan klinkt het startschot.  De renners trekken zich op gang en nemen hun plekje aan de rol in. Het kampioenschap van 2012 is begonnen.
Na een paar ronden draait Fack de gashandel open. In één ruk wordt naar de  tweede plaats gestoomd. En dat was meteen hét laatste wapenfeit van dit kampioenschap. Kos met zijn actie zichzelf opgeblazen, had ronden lang nodig om te herstellen. Belandde zelfs op de derde plaats.
almaarhuldigingMatthé Pronk, soepel uit de heupen fietsend, en getrokken door een Duitse gangmaker, zat op kop en bleef dat. Terwijl de schemer over Alkmaar valt, de microfonist er nog maar een cliché tegen aan gooit sluipt Bob Stöpler naar de tweede plaats. Ook Stöpler sneuvelt, stapt uiteindelijk teleurgesteld af. Achter de latere kampioen Pronk eindigt Kos op de tweede plaats. Derde is de ‘oude’ want drieënveertig jarige,  maar nog niet versleten Raymond Rol.

Foto 1 en 2: Patrick Kos mét Willem Fack. Foto 3: v.l.n.r.  Fack/Kos, Matthé Pronk, gangmaker Bauerlein, Raymond Rol, gangmaker  Dippel