Hoe je ongelukken kunt voorkomen? Gewoon, door nooit onder een ladder te lopen. En mocht op vrijdag de dertiende een zwarte kat je pad kruisen, geef hem dan direct een schop onder zijn ‘derde oog’. Dan komt het geheid dik voor elkaar. Maar mócht je het levenslicht gezien hebben in een dorpje met de naam Cieux, wat ‘hemelen’ in het Frans is, hou je dan maar voor de rest van je leven gedeisd. Zet je voeten dan maar in een teil water en leef de rest van je bestaan als een geranium. Heel misschien dat je dan tussen de witte lakens je laatste adem uitblaast. Een ‘Hemelaar’ moet vooral het lot niet tarten. Dan kunnen de poorten van de hel wel eens open gaan.
André Raynaud, geboren in Cieux, nog geen duizend inwoners, midden in het Franse Limousin, wist dat allemaal. Maar stak toch zijn nek in de strop. André werd stayer. Was geen winnaar. Op twee gewonnen zesdaagsen na, stond na acht jaar de teller onder de tien. André was geen ‘weggooier’, noch programmavulling. Er waren koersen dat hij het licht bij de tegenstanders uit de ogen reed. Stond niet vaak met de bloemen te zwaaien. Er werd rekening met hem gehouden. Vloog ieder koers, achter gangmaker Philippe, er vol in.
Na jaren boven de zuurton gehangen te hebben, kwam het zoet. In de herfst van zijn carrière want tweeëndertig jaar, werd hij kampioen van Frankrijk. Om een jaar later als outsider wereldkampioen te worden. Voor André Raynaud afkomstig uit één van de armste streken van Frankrijk, begon de oogsttijd. Goedbetaalde contracten lagen voor het uitzoeken. Maart 1937. Het Antwerpse Sportpaleis trok voor de nieuwe wereldkampioen de beurs wagenwijd open. ‘De revanche van het wereldkampioenschap’, een koers over honderd kilometer, blokletterde de aanplakbiljetten. Goed voor een uitverkochte Sportpaleis. Het volk wordt spektakel beloofd. En krijgt dat ook. De 344e ronde. Hoog in de bocht op volle snelheid klapt de voorband van André Raynaud. De verse wereldkampioen valt, schuift naar beneden.
Was Raynaud nou maar geboren in welk ander gat dan ook, dan was er niets aan het handje. Maar in ‘Hemelen’… dat was de goden verzoeken. De stumper werd dan ook overreden door de achteropkomende motor met gangmaker Pasquier. Zwaargewond, met een snel aangebrachte ‘tulemuts’ op z’n hoofd, werd de wereldkampioen naar zijn cabine gesleept. Enige minuten later vertrok hij uit dit ondermaanse.
André Rayaud nam niet alleen plaats in het lugubere rijtje van verongelukte stayers maar was ook de eerste renner die stierf in een wereldkampioenshirt. Antwerpen liet André zijn laatste tocht richting station niet alleen doen. Meer dan honderdduizend mensen stonden langs de kant toen de verongelukte renner langskwam. Raynaud, 32 jaar, werd begraven op het dorpskerkhofje van Cieux.
Foto 1: André Raynaud met gangmaker Phillipe. Foto 2: Raynaud met regenboogshirt, Foto 3: Enige ogenblikken later stierf Raynaud.




Vader en zoon. Meer dan tachtig jaar rustend in één graf. Beiden dodelijk verongelukt. Drama in optima forma. Vader ging eerst. Twee jaar later de zoon, nog maar nét eenentwintig jaar. Een mooi maar betrekkelijk anoniem graf. Een sportmonument eigenlijk. En niemand die dat nog beseft. Totáál vergeten. Het graf symboliseert de betrekkelijkheid. Maar ook de sportwaanzin.

Harry Miles beet de spits af. De man had de dubieuze eer om als eerste renner achter de motor te verongelukken. Op de baan van Walham, Massachuchetts viel de Bostonian, in 1900, te pletter. Dan gebeuren er enge dingen waar Edgar Allan Poe patent op had. Terwijl de Amerikaan bezig was de overstap naar gene zijde te maken, wordt niet veel later in België Felicien van Ingelghem geboren. Dood en geboorte, dé zekerheden van dit bestaan. Ook voor Harry en Felicien die aan elkaar werden gesmeed door een duistere, griezelige band. Tussen de Yank en de Vlaming lag namelijk een kerkhof vol lijken. Een dodenakker waar Harry als eerste werd bijgezet. Drieënzestig jaar later volgde Felicien, als laatste.















