Eind volgende maand vindt in Denemarken het wereldkampioenschap wielrennen plaats. Voor de Denen geen onbekend fenomeen. In 1914 werd er in Kopenhagen ook al om de mondiale titel gestreden: met een onbevredigend afloop.
Er was maar één renner die aan de wereldkampioenschappen 1914 goede herinneringen had. Cor Blekemolen was dan ook de enige van alle deelnemers die van de Ordruppbaan in Kopenhagen met een wereldtitel naar huis ging. Alle andere favorieten bleven met een gigantische kater zitten. De wereldkampioenschappen waren nog maar twee dagen aan de gang of de Eerste Wereldoorlog brak uit. Het kampioenschap werd afgelast. Renners, officials, trainers en verzorgers haasten zich naar hun thuislanden.
Vier dagen had de organisatie er voor uitgetrokken. Op zondag twee augustus 1914 werd het eerste startschot voor het vijftiende wereldkampioenschap gegeven. Voor de titel bij de amateursprinters was Jonkheer Bosch van Drakensteijn dé favoriet. De wet van Murphy dat als er iets mis kan gaan, ook alles mis gaat, ging helemaal op voor de fietsende jonkheer. De ellende begon al bij aankomst in de Deense hoofdstad. Zijn fiets, opgestuurd met de pakketdienst, was niet aangekomen. Op een geleend karretje van de Belgische concurrent Davignon vocht Bosch zich met succes door de series heen naar de finale. En deze werd nooit verreden. Door aanhoudende regen, dat uiteindelijk drie dagen duurde, werd de finale uitgesteld. En na die drie dagen hoefde het ook niet meer. De Eerste Wereldoorlog was inmiddels in alle hevigheid losgebroken: het toernooi werd afgelast.
Meer geluk had amateurstayer Cor Blekemolen voor wie de zon wel scheen. Voor de honderd kilometer achter de zware motor was de twintigjarige Amsterdammer alles behalve de favoriet. De te kloppen man was de zevenvoudige wereldkampioen Leon Merdith. Het liep voor de Engelsman uit op een zeperd. Door motorpech moest hij naar zesenzestig kilometer opgeven. Blekemolen, achter gangmaker Wrongker, greep voor de Belg Jaques van Ginkel de, naar later bleek, enige wereldtitel die verreden werd .
De terugreis naar Amsterdam was voor Blekemolen een logistieke nachtmerrie. Omdat er niet door Duitsland gereisd kon worden, ging de reis per boot via Engeland naar IJmuiden.
Veel profijt heeft de Amsterdammer, prof geworden begin september 1914, van zijn titel niet gehad. Alleen op de vaderlandse wielerbanen én met wedstrijden op hometrainers gehouden in theaters kon hij zich in leven houden. Dat laatste deed Blekemolen onder andere met Jaap Eden, een sportfenomeen op zijn retour, die als publiekstrekker fungeerde. Schrale troost voor Cor Blekemolen, hij was dan weer wél de enige renner die zijn wereldtitel meer dan veertig jaar in bezit hield. Na 1914 werd de mondiale titelstrijd voor amateurstayers van de kalender afgevoerd. Pas in 1958 was het de Duitser Lothar Meister die de toen opnieuw ingevoerde amateurtitel van Blekemolen overnam.
Foto 1: Blekemolen, zojuist gehuldigd als wereldkampioen. Foto 2: De start van de titelrace, v.l.n.r. Blekemolen, Van Ginkel, Stelzer en Meredith. Foto 3: Renners voor aanvang van het toernooi. Niet veel later, op de slachtvelden, stonden sommigen tegen over elkaar.
Bron: Halve Eeuw Wielersport, 1867-1917, van George Hogenkamp, Radwelt jaargang 1914 en het blad Sportief jaargang 1950 nummer 1.


De Vlaamse animositeit tegen alles wat Frans was, werd handig op ingespeeld. Want plaats twee Franse tegenover een koppel Vlamingen en je bent verzekerd van een volle bak. De letterzetter was dan ook snel klaar met zijn aanplakbiljet. De Grote Prijs van Antwerpen, editie 1909, een koers achter zware motoren werd betwist door maar vier renners. Voor een smak franken wilde Louis Darragon en George Parrent, drie jaar onafgebroken de beste ter wereld, best naar de Sinjorenstad komen om het duel aan te gaan met die twee Vlaamse jongens. Thuur Vanderstuyft en Kareltje Verbist voornamelijk actief op de buitenlandse wielerbanen waren langzaam, gestaag en een beetje stiekem de top genaderd. En die middag barsten ze van de goesting! Want wat is mooier dan om in eigen huis, voor eigen volk die arrogante Fransen een poepie te laten ruiken.
Een half jaar later werd George Parrent door De Dood ingehaald. Zoals zovelen meende ook George, drievoudig wereldkampioen, zijn land te moeten verdedigen. In diverse veldslagen raakte Parrent zwaar gewond. Opgelapt werd de altijd somber kijkende George weer terug gestuurd naar de voorste linies. Drie weken voor het einde van de Grote Oorlog stierf hij in de loopgraven van Saint-Germain-en-Laye aan de gevolge van Spaanse Griep. George Parrent werd drieëndertig jaar.


Bloed, tranen, gevoel voor drama, beetje sportverdwazing en de aanwezigheid van de pers. Meer heb je niet nodig om een held te worden. Want neem een duik in het prikkeldraad en je bent een internationale hero. Johnny Hoogerland heeft die status bereikt. Of hij met zijn inmiddels legendarische kukel een standbeeld krijgt…








