De geografie van zo’n foto lag vast, want vier stayers naast elkaar opgesteld. Strak in de lens kijkend, omringd door onbestemde kerels. Op de volle tribunes het grauw. Vergeelde foto’s, meer dan een eeuw oud, die nog steeds beklijven. Een tijdsbeeld. Verstild en gevangen op een gevoelige plaat. Wat dergelijke foto’s zo fascinerend maakt is het lugubere aspect. Anno nu weet je de geschiedenis van die afgebeelde jongens.
Twee van de vier, nog in zalige onwetendheid, verongelukte niet veel later. Guignard, Piet Dickentman, Bruno Demke en Robl, van links naar rechts, klaar voor de Goldenen Rad von Steglitz, verreden op de gelijknamige baan in Berlijn.
Een stayerskoers zoals in het Duitsland van voor de Eerste Wereldoorlog er honderden waren. Waarvan alleen de uitslagen nog terug te vinden zijn in de jaarboeken van het Sport-Album der Radwelt, indertijd uitgegeven door Fredy Budzinsky en gedrukt bij Buchdruckerei Strauss in de Berlijnse Lindenstrasse 16.
Pagina’s vol uitslagen, staatjes met de verdiensten van de renners, het aantal verreden koersen, maar ook welke ausländische renners actief waren op de Duitse banen, en ga maar door. Met Pruisische mores, pijnlijk nauwkeurig door ene Max von Werlhof opgeschreven. Een feestje voor de statisticiliefhebber. Maar een nachtmerrie voor die ene Berlijnse letterzetter…
Volgens Von Werlhof was er tijdens de Goldenen Rad, 6800 goudmark te verdelen voor de renners. Ook dat de honderd kilometer werd afgeraasd in een tijd van 1 uur en twaalf minuten. Winnaar werd Guignard, die tweeduizend goudmark én een gouden medaille mocht afhalen.
Wat Von Werlhof nou niét wist was, dat Robl tijdens een vliegtochtje gehouden in 1910 hoog boven Berlijn neerstortte. Bruno Demke, tijdens de Eerste Wereldoorlog piloot bij de Kaserliche Luftwaffe en in augustus 1916, zittend in z’n Fokker hoog boven Berlijn, hoorde plotseling de motor van z’n jachtvliegtuig stoppen. Bruno werd 36 jaar.
Bron: Sport-Album der Radwelt jaargang 1907.
Collectief in slaap gesukkeld, door het ritmische getrippel van paardenhoeven, met bijbehorend geratel van de koetsen. De negentiende eeuw, stoffige tijd van vertrutting. Om rond negentienhonderd met één klap ruw wakker te worden. De eerste gangmaakmotor had zijn opwachting gemaakt. In Duitsland ging het hek van de dam. De Mof, altijd tuk op strijd, het liefst waarbij ‘de dood’ nooit ver weg is.
Overvolle tribunes. Tienduizenden Düsseldorfers op de harde, houten banken. Op het middenterrein, vier rijen dik. Aan de startlijn Adolf Schulze, Arthur Stellbrink, Willy Pongs, Heini Böhme, én de altijd verbijsterd uit z’n ogen kijkende, Kurt Rösenlocher.
Veiligheidsvoorschriften? Nooit van gehoord! Benzine werd ijzerenheinig, mét losse hand in de tank gekolkt. Een man mét brandende sigaar in zijn knuist, kijkt toe. Gaf een extra fijne dimensie. Dwarrelende benzinedampen, én een brandende bolknak… Enfin, we gaan verder, want Emile Bouhours, stayer op leeftijd, had wel ergere dingen mee gemaakt.
n. Bouhours niet. De man was té oud, hikte lichamelijk tegen het einde van zijn carrière aan. Wat waarschijnlijk zijn leven, dan wel zijn ledematen, redde. Niet veel later sleep Hein namelijk, zijn zeis vlijmscherp om tientallen stayers naar een betere wereld te maaien.
vonden als de wind over het Franse platteland jaagde zal Emile Bouhours, tot aan zijn dood op drieëntachtig jarige leeftijd, ongetwijfeld zijn zegeningen als stayer geteld hebben. Jimmy Michaels kon dat niet meer doen. Jimmy sneuvelde, op zevenentwintigjarige leeftijd, ten gevolgen van een val achter de motor.
Zomaar een foto. Oeroud, en romantisch. ‘Geschoten’ begin september 1903, op de wielerbaan van Friedenau, vóór de start van de de Friedenauer Goldpokal, een stayerskoers over twee uur. Op de volle tribunes de Berlijnse bourgeoisie. Aan de start de verworpenen der aarde want Thaddy Robl, Karl Käser, Alfred Görnemann, Paul Dangla en Piet Dickentman, acteurs in het lugubere Theater van de Dromen, waar het voor sommigen, fijn toeven is. Mannen, snakkend naar roem, eer, en rijkdom. Poserend, trots, tikkeltje angstig, en strak kijkend in de lens. Met een hoorbare klik drukte de fotograaf zijn sluiter in. Waarmee een onzichtbare, maar onafwendbare helse machinerie in werking wordt gesteld. Arme jongens, onwetend van hun lot. In een kort tijdsbestek vertrekken er vier naar een ‘betere wereld’. De vijfde ontsnapt aan het mortuarium door zich te verslapen. Bizar, maar waar. De Goldpokal dus, met op de aanplakbiljetten de namen van de drie sterkste stayers ter wereld. Enige weken eerder werd Dickentman wereldkampioen door Robl en Görnemann achter zich te houden.
Dat de koers mét zeventienhonderd goudmark, uiteindelijk werd gewonnen door Robl is af te doen als statistisch geneuzel.
De laatste hoorde die ene weemakende klap achter zich. Enfin, Karl zou nooit meer een finishlijn passeren.