KNWU geeft niet thuis

Reinier Honig, beroepsrenner uit roeping, en tevens onbezoldigd ambassadeur van de stayerssport. Als  voormalig Europees stayerskampioen voorzien van een rits nationale titels, is Honig dé pleitbezorger van deze spectaculaire baansport. Samen met een ploeg jonge en frisse gangmakers, lijkt het stayeren  voorzichtig aan te slaan. Wie bij het laatste nationale kampioenschap aanwezig was in het Sportpaleis van Alkmaar, zag een koers waar niet alleen rechtuit gereden werd, dus zonder onderlinge afspraken maar tevens topsport, mét een verrassende winnaar. Dat Honig via een uitgekiende campagne op de sociale media  het  Sportpaleis goed wist vol te krijgen, is terzijde.

Kortom, het nieuwe stayeren verdiend het nodige krediet. Maar daar denkt de machtige en alleswetende KNWU iets anders over. Voor het komende officiële  Europees kampioenschap te houden op 18 en 19 juli in Italië, komen voor ons land het trio Serginho Wilshaus, Etienne van Empel en Honig uit.

Voor dit kampioenschap had Honig oud gangmaker René Kos bereid gevonden, om als vrijwilliger te dienen. Ook voor een mecanicien en masseur had Honig gezorgd. Kortom een low budget. Aan de bond werd gevraagd of deze een materiaalbus beschikbaar wilde stellen voor al het materiaal én de kosten voor een hotel. Een vraag waarop de KNWU positief op reageerde. Om dat op het laatste moment in te trekken.

De bond houd er nogal een selectief criteria op na wat betreft ondersteuning van renners. Wel wekenlange trainingskampen en hoogte stages houdt in Noorwegen en Zuid-Afrika voor renners die niet eens geselecteerd zijn voor een wereldkampioenschap, en niet voor drie stayers die alles uit hun eigen zak moeten betalen. Dat is dus de KNWU die ten doel heeft de wielersport te promoten in al haar verschijningsvormen. Een begrip dat bij de bond nogal rekkelijk is…

Erfurt

Zomaar een zondag ergens in Juni 1914. Op de wielerbaan van Erfurt staat een stayerskoers op het programma,  altijd goed voor volle tribunes. Ach hoe betrekkelijk is het leven, want ondanks het geboden vertier was het stilte voor de storm.  Terwijl de liefhebber nog onbezorgd kon genieten of huiveren van het aangeboden spektakel, werden in de Duitse kazernes de manschappen gedrild voor wat er komen ging. Een paar maanden na het maken van de bijgevoegde foto,  stond Europa in brand.  Hoeveel van de aanwezige mannelijke toeschouwers, getooid in  ‘feldgrau’ én op  bespijkerde laarzen de komende vier jaar de loopgraven bevolkten, zal nooit duidelijk worden. Enfin, bekijk de lokale oorlogsmonumenten die ieder Duits dorp kent, en je krijgt een aardig beeld.

Hoewel tijdens de Eerste Wereldoorlog nog gestayerd werd op de Duitse banen, werd het nooit meer zoals het ooit was. Tijdens de zogenaamde oorlogskoersen stonden alleen Duitse renners aan het vertrek, een enkele keer aangevuld met een Belg zoals Thuur Vanderstuyft. Dat na de oorlog Thuur  met de nek aangekeken werd in Vlaanderen, is ter kennisgeving.

Ook na het beëindigen van de Grote Oorlog, was het behelpen met koersen achter de motor. Niet wat aantal wedstrijden betreft of gebrek aan toeschouwers, maar met de waanzinnige geldontwaarding. De Republiek van Weimar waar voor een brood, honderdduizend mark voor betaald werd. Om een mooi rennersveld aan het vertrek te krijgen, hadden de organisatoren een creatieve oplossing bedacht. Renners werden in natura uitbetaald. Van de Amsterdamse stayer Piet Dickentman, op dat moment nog steeds een grootheid in Duitsland, is bekend dat hij zich liet zich uitbetalen in bontjassen en gouden sieraden. Luxe spullen die Dickentman in Amsterdam weer verpatste.

Honderd jaar later, zijn de gangmaakmotoren nog steeds actief op de wielerbaan van Erfurt. Voormalig Europees kampioen Reinier Honig is daar regelmatig actief, en heeft zijn herinneringen aan Erfurt. Zoals het Europees kampioenschap, waarin Reinier in de val liep van drie Duitse stayers. Honig greep het zilver. De familie van Erich Metse heeft ook zijn herinneringen aan deze baan. In 1952 verongelukte tweevoudig wereldkampioen Metse op ‘Erfurt’.

fotobijschrift: Boven Reinier Honig.

Storing

Posted in Niet gecategoriseerd. Leave a Comment »

Thomas trok ter hemel

Als een muis voor een bloeddorstige kater. Want om een zeventienjarig jochie een licentie te verstrekken als profbokser is misdadig. Thomas ‘Tosh’ Powell trok zich van dat moralistisch geneuzel niet veel van aan, en stapte met jeugdige overmoed de ring in. Nobby Baker een geharde prof met zeven ongeslagen partijen achter zijn naam, was één van zijn eerste tegenstanders. Een partij over de volle vijftien ronden en waarin de sluwe Baker op punten won.

Een beetje promotor knijpt zijn boksers uit als een citroen. Ook Thomas moest geld opbrengen. Enkele weken later stond hij tegenover Johnny Edmunds, de heersende kampioen van Wales in het bantamgewicht. Edmunds met achtenveertig overwinningen ging in de tiende ronde technisch knock out. Het is saaie kost om de recordlijst van Thomas hier op te schudden. Daarom alleen even vermelden dat Thomas als verse Welshe kampioen niet veel later zijn revanche kreeg tegen Noby Baker, die in de zevende ronde een technische knock out te verwerken kreeg.

Hopelijk had Thomas genoten van z´n overwinning, want z’n plekje in de bokshemel werd al vast gereserveerd. Voor zijn dramatische vertrek van dit aardse tranendal, werd eerst afgerekend met onder meer de Nederlandse vedergewicht Rein Kokke. En dan is het 31 mei 1928, als in Liverpool de partij tegen de Londense bantamgewicht Billy Housego op de rol staat. Een treffen dat plaats vindt in het lokale The Stadium over vijftien rondes van drie minuten. Volgens de toenmalige media een partij tot de laatste ronde spannend.  

Voor Thomas definitieve de laatste ronde. Een ronde waarin Thomas door Housego tegen het canvas werd geslagen. Thomas met slappe knieën naar z´n hoek gestrompeld, waar hij vervolgens in elkaar zakte.  Naar de kleedkamer gedragen waar de dienstdoende arts adviseerde hem naar een lokaal ziekenhuis over te brengen. Thomas ´Tosh´Powell, het moedige jochie voor wie de horizon nog lang niet het einde was, overleed twee dagen later op zaterdag 2 juni 1928, vandaag precies vijfennegentig jaar geleden,  aan de gevolgen van een hersenbloeding. Thomas Powell werd in zijn geboortestad begraven, waar hij zijn laatste gang niet in anonimiteit plaats vond.  Duizenden stonden langs de route om afscheid van hun held te nemen. Thomas Powell werd twintig jaar.

Bron onder meer Boxrec, the Melting Pot. Dank aan John Brouwer de Koning en zijn wonderlijke database.

Misdienaar

Ach, kijk hem nou staan in zijn gangmakerskloffie. Rare helm, en ‘n zwart leren pak, als een leatherboy avant la lettre. Leon Didier, gangmaker uit professie. Een man die weet hoe de hazen lopen, en hoe je een fijne intrige in elkaar steekt. Dat er een  gloed van verraad en bedrog in z´n ogen smeult, is mooi meegenomen. En zo hoort het. Gangmakers met het uiterlijk van een lieve misdienaar, waar mijnheer pastoor lekkere gevoelens bij krijgt, daar hebben wij niks aan, laat staan z’n renner. Een beetje gangmaker moet in staat zijn, z’n moeder te verhandelen aan het lokale bordeel.

En dan is er ook nog die man in die oubollige ochtendjas. Dat is  dus Georges Paillards, die oogt als die boven genoemde misdienaar. Maar vergissen jullie niet in Georges.  In Georges’ prijzenkast hangt op dát moment al een regenboogtrui, gewonnen in 1929. Om wereldkampioen bij de profstayers te worden, daar komt meer bij kijken als alleen maar de conditie van een besnorde pornoacteur, die twintig keer per opname moeiteloos aan de bak kan.  Laten we zeggen dat Georges voor zijn titel ‘in de slag zat’, wat een eufemisme is voor duistere zaken.

Maar terug naar de Grote Prijs van Parijs anno 1930, waar deze foto geschoten werd. Om precies te zijn naar het middenterrein van de lokale Buffalobaan. Schrijver dezes weet bij God niet, wie deze koers won, wat ook niet interessant is. Hem gaat het alleen om die foto, die een onheilspellende lading heeft. Niet voor Georgie,  want die prolongeerde  twee jaar na deze foto zijn wereldtitel. In Rome waar Mussolini en zijn zwarthemden aan het warmlopen waren, werd Georges wereldkampioen achter de zware motor. En niet achter de rug van Didier.   

De laatste lag inmiddels al een jaar in zijn graf bij te komen. En nee, voor Leon geen heldendood op de wielerbaan. Leon blies zijn laatste adem uit, – voor zover dat nog kon –  in een ziekenhuisbed. Leon stierf aan een longontsteking en werd vijftig jaar. Georges Paillards kende meer geluk. De man trok in 1998, op drieënnegentigjarige leeftijd naar een betere wereld.

Bron: Le Miroir des Sports 1930.

Finest Hour

De werkelijkheid is erger dan de fantasie. Want wie ooit de achterhoede van een marathon voorbij zag trekken, keek in de ogen van de waanzin, die was getuige van een calvarietocht op Nike´s. Waarom een zinnig mens, meer dan veertig kilometer rent? Ieder geval niet voor de leut. De marathon als een magneet voor de obsessieve gedrevene, de asceten en masochisten onder ons.  

Of dat een eeuw geleden ook zo was..?  Natuurlijk! Ook Jules Cools een Vlaamse marathonatleet kon de roep van de lange afstand niet weerstaan. Een moedig besluit. Want tijdens de roaring twenties, werden hardlopers beschouwd als zeer verdachte idioten.  En buiten dat, in tegenstelling tot de wielerkoers, kleeft aan hardlopen weinig heroïek. Een hardloper heeft iets betreurenswaardig.

Jules Cools afkomstig uit een streek waar wielrenners werden beschouwd als volkshelden, had dat moeten beseffen.  Zijn keus voor de marathon, is daarom onbegrijpelijk. Als je dan toch wilt afzien dan als coureur, met de bijkomende vedettestatus.  Aan Cools was ongetwijfeld een goede monnik verloren gegaan, zo één van de zelfkastijding. Waarschijnlijk was voor Jules het celibaat een obstakel. Als een soort boetedoening rende hij dagelijks tussen de vlasakkers. Wat aardig lukte. De man behoorde tot de subtop van zijn tijd.

Ook voor de marathon van Parijs, editie 1928. Een race waarin de brave Jules, afrekende met honderdvijftig andere lopers. Solo ijlde de Vlaming over de Parijse boulevards, op weg naar de zege.  

Voor de winnaar als beloning onder meer een berg publiciteit, verpakt als foto’s op de covers van de Vlaamse en Franse sportbladen en kranten. Publiciteit die Jules ten gelde kon maken. En natuurlijk die ene foto, waarop Jules als winnaar zijn plekje inneemt in de heldengalerij van z’n familie. Een plaat die die hij later tot vervelens toe aan z’n kleinkinderen kon laten zien. En dat ging niet door.

Met dank aan die ene publiciteitsgeile bobo, die Jules’ finest hour verknalde. Of Jules na afloop op de vuist ging is niet bekend.

Bron: Le Miroir des Sports, jaargang 1928.

Boekje

Een paar weken geen verhalen noch columns op deze blog. Stuyfssportverhalen  had het druk met het schrijven van een boek(je), dat vrijwel voltooid is. Aangezien het archief van deze blog  vol zit met onbekende sportonderwerpen, soms hilarisch dan wel tragisch komen, de verhalen en columns er weer aan. Verhalen door mij geschreven als ontspanning, waarbij dwang of stress taboe zijn. De liefhebber die dat wil lezen, is van harte welkom.

Stuyfssportverhalen is gratis te bezoeken. En als U tóch een blijk van erkenning wil geven, plaats dan een keer een link van deze blog op Uw sociale media.

André Stuyfersant

Posted in Niet gecategoriseerd. Leave a Comment »

Boulevard

Dan was er ook nog Paolino Uczudun, bijgenaamd de Baskische Houthakker. Paolino, tijdens de roaring twenties een zwaargewicht bokser, voorzien van een verwoestende ‘linkse’. En daar graag gebruik van maakte. Ook in het sportpaleis Velo d’ Hiver in het  Parijs van 1925, waar een gevecht op de rol stond, tussen lokale favoriet Marcel Nilles en de Houthakker. Een gevecht om des keizers baard, want er stond niets op het spel. Ja de eer, en vooral om de zakken van de promotor te vullen.

Dat er niks op het spel stond, daar dacht Marcel Nilles iets anders over. Voor de Parijse vuistvechter, stond er nog een rekening open. Een jaar eerder ontmoette Marcel  de gevreesde Bask in de ring. Plaats van handeling de lokale stierenvechtarena van Barcelona, waar het geronnen stierenbloed aan de boarding plakte. Lang verhaal kort: Nilles in de zesde ronde neer gerost, werd wakken op het canvas.

In het Velo d’Hiver klampte Marcel zich met de moed der wanhoop vast, aan het idee om Paolino neer te halen. De Houthakker – uiterlijk van een Siciliaanse struikrover, aan wie je maar beter niet de weg kon vragen, – verkeerde in grootste vorm. In de derde ronde bracht  Paolino zijn linkse in stelling. Bij Marcel ging het licht uit. En zoals zo vaak in het tikkeltje louche bokswereldje, gebeurde er duistere zaken. Terwijl de scheids aan het tellen was, stond Marcel bij de tiende seconde op, en nam de bokshouding aan.  Voor de Houthakker het sein om op Marcel af te stormen, maar werd door de scheids tegen gehouden. Volgens de referee was het gevecht voorbij. Tot grote woede van de meer dan vijftienduizend Parijzenaren, die hun leuke avondje in rook op zagen gaan.

Op boksers zit geen houdbaarheidsdatum, noch dat ze geestelijk gezond uit de strijd komen. Aan dat laatste zat  nou nét de kneep.  Paolino Uczudun, de grote en onbetwiste held van Baskenland. De Houthakker, na het behalen van zijn Europese titel, in San Sebastian  feestelijk ingehaald door veertigduizend Basken, stond op punt om z’n plekje in de Baskische Heldengalerij in te nemen. Maar nam de rechterafslag richting boulevard van verraad.   

De voormalige Europese zwaargewichtkampioen trad toe tot de fascistische Falagan. En erger, hij vocht tijdens de Spaanse burgeroorlog voor de belangen van dictator Franco, én tegen een onafhankelijk Baskenland.

Bron: Le Miroir de Sports jaargang 1925, Boxrec,  

Opkomst van groot talent

Het geheim van adverteren is de herhaling. Iets wat Reinier Honig goed had begrepen. In een dagenlange durend, en uitgekiende reclamecampagne op ondermeer facebook, Instagram en de regionale pers, wist Honig de tribunes van het Alkmaars Sportpaleis goed vol te krijgen. Wat dát betreft was het Nederlands kampioenschap stayeren,  voor de helft geslaagd. Voor het succes van de ‘tweede helft’ was dezelfde  Reinier Honig  als titel verdediger samen met z’n stayerende collega’s verantwoordelijk. Een klus die met verve werd geklaard.  De strijd om de nationale stayerstitel 2023 was er één om de vingers bij af te likken. Waarmee criticasters onder meer op deze blog, aan het korte eind trokken.

De charme van stayerskoersen in het Alkmaars Sportpaleis, is niet alleen het knusse wielerpaleisje zelf, maar ook de laagdrempelige en ontspannen sfeer er om heen. Met als middelpunt het middenterrein, waar renners op rollenbanken zich warm draaien, omringd door  supporters, en familie. Zoals Sal Meijers een debuterend stayer van negentien jaar, die vlak voor zijn vuurdoop staat. Sal Meijers, bijna twee meter lang,  een jongen met veel gevoel voor realisme, geeft zich in de loodzware stayersfinale geen kans. Maar dat maakt hem ook niks uit. Hij gaat van de race, en alles er om heen genieten, maar ook afzien. Want volgens hem is pijn fijn, waarmee Sam ruimschoots aan z’n trekken kwam.

Door organisatorische omstandigheden,  werd het stayerskampioen laat in de winter gehouden. Met als nadeel dat drie goede stayers, want Tom Wijfje, Glenn van Nierop en Alexander Konijn door verplichtingen met sponsors, – hun wegcampagne waren begonnen – in Alkmaar verstek lieten gaan.  Een lacune opgevuld met debuterende stayers, zoals de bovengenoemde Sal Meijers en Olav Scholten.

Olav Scholten, in dagelijks leven werkzaam als econoom bij De Nederlandse Bank, maar ook Amsterdams kampioen achter de derny. Een titel een paar weken geleden gewonnen, waarbij Scholten meteen het advies kreeg om z’n plaatsje achter de motor in te nemen.

En dan de race zelf, waar op diverse sites én de sociale media, al het nodige over gepubliceerd is. Met als aantekening dat het publiek getuige was, van de opkomst van een groots talent want Serginho Wilshaus, de verrassende kampioen. De jonge Wilshaus gegangmaakt door Richard Konijn, kan op z’n credit schrijven, dat twee geharde profs want Reinier Honig en Etienne van Empel, op hem stuk liepen. Zinderende aanvallen van het duo, werden door een soepel draaiende Wilshaus afgeslagen. Dat Van Empel, maar ook Reinier Honig daarbij van de rol moesten is ter kennisgeving.

Volgens Uwe Smit lid van de organisatie, was het kampioenschap de mooiste van de afgelopen tien jaar. Waarbij het niveau vrij hoog was, want de eerste renners die op een ronde werden gereden,gebeurde pas na veertig rondes.

‘Het is één grote bende’

Vijftien keer leidde hij een stayer naar de nationale titel, en werd één keer Europees kampioen. Op de gangmaakmotor is Willem Fack een autoriteit. Een zestiende titel er niet in. Voor het  komende stayerskampioenschap, dinsdag gehouden in het Alkmaarse Sportpaleis, bedankt Fack voor de eer.

‘Ik had wel willen rijden,’ opent Fack het gesprek, ‘Als er een goede renner beschikbaar  was. Maar die is er niet. Ik pas er voor om met een renner te koersen, waarvan ik van te voren weet dat die weg gereden wordt. De laatste jaren reed ik met Ocko Geserick, (foto links) maar die is er mee gestopt. Die jongen werkt inmiddels hele dagen, en voelt er weinig voor om ’s  avonds laat op de baan van Alkmaar, een uurtje te trainen, als er vrijwel geen koersen meer zijn. En groot gelijk heeft hij’.  

Volgens Fack is de stayerssport vrijwel dood, waarbij hij de beschuldigende vinger ondermeer priemt richting wielerbond.  ‘De KNWU is de slechtste sportbond van Nederland’, fulmineert  Fack. ‘Voor de stayerij is geen beleid, en al helemaal  geen geld. Een goede renner gaat niet meer stayeren. Die verdiend z’n geld wel op de weg. Het is toch een schande dat er inmiddels drie overdekte banen zijn, waar geen plaats is voor  stayers- of dernykoersen. Goede renners komen nooit meer achter de motor. Er is momenteel maar één koers per jaar, en dat is het nationale kampioenschap. Ook in Duitsland legt de sport op z’n kont. Neem de Grote Kerstprijs van Dortmund, een traditionele koers van vér voor de oorlog, die wordt al tien jaar niet meer gehouden.  Het is één grote bende’.  

Willem Fack, inmiddels achtenzestig jaar, en meer dan veertig jaar gangmaker, weet waar de kneep nog meer zit. Volgens hem zijn ook de baandirecties, én  de vroegere gangmakers schuldig aan de teloorgang van de sport. ‘Wij hadden een keer een koers op Alkmaar. Komt die Walrave, inmiddels al tien jaar met pensioen, naar de op het middenterrein zittende gangmakers. Hoor ik hem, met een verwijtende klank in z’n stem roepen, dat wij de boel op gang moeten trekken. Een mooie die dat riep. Dat was dus de vroegere topgangmaker Walrave, de man die altijd de koers ‘regelde,’ die er altijd voor zorgde dat vrijwel iedere stayerskoers van een ‘briefje gereden’ werd, (van een briefje rijden, is in de stayerij een eufemisme van  een te voren afgesproken uitslag). Hoezo moeten wij de boel op gang trekken? Hij was de man, die de boel juist afgebroken had.’

In het stayeren van oudsher bekend als onbetrouwbaar, staat Fack bekend als iemand die altijd ‘rechtdoor rijdt’,  en wars is van afspraken. ‘Al die vroegere gangmakers zijn dood. Ook in Duitsland. Dat waren mannen die altijd de boel flikte. En wat gebeurd er nu? Precies het zelfde. Die jonge Duitse gangmakers, laten hun oren hangen naar de baandirecties. Dan moet er van zo’n baandirecteur weer één of ander lokale kneus winnen, alsof het publiek dat niet door heeft. En de gangmaker die daar maling aan heeft, kan het voor ééns en altijd vergeten. Die komt nooit meer aan de bak’.  

Ook over het naderende nationale kampioenschap, is Willem Fack somber gestemd. ‘Dinsdag komen twee goed getrainde profs aan de start, opgevuld met vier matige stayers. Renners die de hele dag werken, en in de avond een paar uurtjes trainen. Die jongens fungeren als kanonnenvoer’.

Willem Fack meer dan veertig jaar gangmaker, weet precies het antwoord op wie zijn beste renner was: Patrick Kops met wie hij zes nationale titels veroverde. Waar bij hij tevens Patrick Kos roemt   met wie hij de Europese titel pakte, en een kwartet nationale  kampioenstitels.

‘Ach het is allemaal afgelopen’, verzucht Willem Fack. Mijn tijd zit erop. Ik heb het wel bekeken’. Of dat laatste zo is maar de vraag, want niets zo veranderlijk als de mens, laat staan een gangmaker.

Dinsdag 28 februari Kampioenschap van Nederland stayeren, gehouden in het Sportpaleis van Alkmaar. Aanvang finale 20.00 uur, toegang gratis.

Reactie:

Hai André en jammer van je negatieve verhaal over de stayerssport. De woorden van Willem Fack klinken mij heel bekend. Zo praat hij sinds ik hem ken, inmiddels dertig jaar. Willem is een aardige vent, maar altijd negatief, ondanks dat hij voor mij, als gangmaker een voorbeeld is. Het klopt ook niet helemaal. Wij rijden komende dinsdag met zeven koppels en nog nooit  liggen de kwaliteiten zo dicht bij elkaar als dit jaar.

Afgelopen dinsdag hadden wij de laatste training afgewerkt, waarbij volle bak werd gereden. Vier koppels waaronder Reinier Honig reden de hele training in dezelfde ronde. Ik reed daarbij zelf een paar ronden tegen de tachtig kilometer per uur, al zal komende dinsdag uiteindelijk de ervaring belangrijker zijn dan de benen. Honig is dan zeker te kloppen, maar zijn ervaring kan de doorslag geven.

Dit jaar drie nieuwe stayers, waarvan twee jonger dan 25 jaar. Vorig jaar maakte ook twee ‘neo’s’hun debuut achter de motor.  Alleen doordat wielervereniging Alcmaria Victrix geen nationaal kampioenschap wilde organiseren, hadden wij een eigen organisatie opgezet, in samen werking met de Wielerronde van Ouddorp. Daardoor is komende kampioenschap redelijk laat in het seizoen, waardoor een aantal stayers niet mee kunnen doen, vanwege verplichtingen aan het wegseizoen.

Wij zetten samen de schouders eronder om deze mooie baandiscipline niet te laten vergaan! Er is genoeg animo en interesse, maar we moeten af en toe wat in de goede richting duwen. Het Nederlands Kampioenschap stayeren wordt altijd beter bezocht dan anderen baankampioenschappen.

Richard Konijn, gangmaker.