Trillend voorwiel

Zijn optimisme is onverwoestbaar. Uwe Smit hét icoon van de stayerssport in Nederland blijft hoop houden, want de toekomst van het Sportpaleis van Alkmaar is hoogst onzeker.  Er zijn vergevorderde plannen om het Sportpaleis te slopen een plan dat nog niet door de gemeenteraad van Alkmaar is behandeld. ‘Er wordt nog steeds over gesproken’, trapt Smit af. ‘De wielerclubs rondom Alkmaar willen een nieuw fietsparkoers waar veilig gekoerst kan worden. Leuk, maar daarvoor fungeert het Sportpaleis als wisselgeld voor het gemeentebestuur. Want én én kan volgens hun niet, met het argument dat er op de wielerbaan weinig gefietst wordt, wat niet waar is. Van maandag tot vrijdag zijn er wieleractiviteiten. Mocht het Sportpaleis verdwijnen dan is dat pure kapitaalvernietiging’.  En mocht  dat niet zo zijn dan voorziet Smit een mooie toekomst voor de wielerbaan. Volgens hem zijn er genoeg toonaangevende iconen uit de wielersport die wat organisatie betreft, hun schouders eronder willen zetten’. Smit laat de namen van Niki Terpstra en  Laurens ten Dam vallen.

Smit’s geschetste mooie toekomst is alles behalve utopie als de tribunes van het Sportpaleis vrijwel vol loopt. Het nationale stayerskampioenschap staat op punt van beginnen.  Met favoriet de uittredende kampioen Serginho Wilshaus  gegangmaakt door Richard Konijn. Het koppel dat de avond voor dé race nog had getraind. Een trainingssessie waarbij Konijn een angstaanjagende ontdekking deed. Boven de zeventig kilometer begint zijn voorwiel te trillen. Ook blijkt de motor in de bochten de neiging te hebben naar beneden te gaan.  Een probleem dat opgelost wordt. Konijn start op de reservemotor.

Dat het publiek  net zo’n sensationeel kampioenschap als vorig jaar voor geschoteld krijgt is bij voorbaat uitgesloten. Terwijl Konijn met Wilshaus de avond ervoor hun rondjes maakten kreeg medeorganisator Uwe Smit een telefoontje van titelfavoriet Etienne van Empel. De laatste  prof in loondienst van de Italiaanse ploeg Vini Fantini was met koorts uit de Tour des Alpes-Maritimes gekomen en zegde af. Waarmee de strijd voor de nationale titel op de schouders kwam van Wilshaus en de veertigjarige Reinier Honig.  De taaie op kop koersende jonge Wilhaus wist twee grote aanvallen van Honig af te slaan. Bij de derde capituleerde de uittredende kampioen die in dezelfde ronde eindigde als de oppermachtige winnaar Honig.

En dan was er ook nog de dappere boomlange Glenn van Nierop, die als derde de huldiging onderging. Als er iets werd bewezen is het wel dat de stayerssport in het Alkmaars Sportpaleis nog steeds veel publiek trekt. Alleen jammer dat de meedraaiende rol véél te ver achter de motor staat. Wil je beginnende stayers enthousiast te krijgen dan dient de rol twintig centimeter korter te staan.

Foto’s van boven naar onderen: Richard Konijn, de beslissende aanval van Reinier Honig, Reinier Honig. Foto’s gemaakt door Rob Duin.

Narcisme

Daar is die weer met z’n ouwe meuk hoor ik jullie denken. Wat waar is. Maar de foto’s zijn té mooi om niet te publiceren, al was het alleen maar om de zeldzaamheid. Want opeens doken ze op bij een digitale ansichtkaartveiling waar op geboden is. En dan volgt de spanning als de enveloppe met de gescoorde foto’s in de brievenbus valt. Oké, het was een kleine rib uit het lijf maar het is het waard. Zoals de bijgevoegde ansichtkaart verstuurd door Thuur Vanderstuyft vanuit het Leipzig van 1909.

Dat Vanderstuyft bijgenaamd d’n IJzeren een kaart met afbeeldingen van himself verstuurd, is opmerkelijk. Enig narcisme kan d’n IJzeren niet ontzegd worden, wat hem vergeven is.  Aardiger is dat de man er een boodschap op had gezet. Een kreet neergepend in hanenpoten met behulp van een kroontjespen gedoopt in een inktpot, en twee dagen voor de Internationaler Fruhlingspreis, een stayerskoers over honderd kilometer op de post is gedaan.  En wie Vanderstuyft is daar heeft Stuyfssportverhalen tot vervelens toe over gepubliceerd. En voor de bezoeker die dat ontgaan is,  nog een keer dan:  

Thuur Vanderstuyft won tientallen grote stayerskoersen, verbrak wereldrecords en was in Vlaanderen ongekend populair. Maar roem is vergankelijk als de liefde van een hoer. Terwijl  de ‘mof’ tussen 1914 en 1918 Vlaanderen én heel België in een ijzeren greep hield, reed Thuur Vanderstuyft zijn koersen in Duitsland: wat hem aan het thuisfront niet in dank afgenomen werd. In 1923 begon d’n IJzeren corrosie te vertonen en was het gedaan met zijn rennersloopbaan. In 1956, op drieënzeventigjarige leeftijd vervoegde  Thuur Vanderstuyft zich bij z’n Schepper.

En voor ik het vergeet: wie de Internationaler Fruhlingspreis won? Juist, d’n IJzeren.

Bron onder meer Sportalbum der Radwelt, Jaargang 1908.

Posted in Niet gecategoriseerd. 1 Comment »

Spreidingswet anno 1914

De vluchtelingenproblematiek met de bijbehorende spreidingswet  die bij  gemeentes alarmfase 1 doen afgaan, en die bij het  zo ‘keurige’ VVD het slechtste in de mens naar boven haalt. Wat dat betreft doet de Amsterdamse IJsclub het beter, maar dan wel in 1914.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt Nederland overspoeld met Belgische vluchtelingen. Een humanitair huisvestingsprobleem waar voor de Amsterdamse IJsclub in actie komt, die de  talrijke Belgische oorlogsvluchtelingen onderdak geeft in hun elitaire  clubhuis  gelegen aan het Museumplein waar de IJsclub sinds 1890 zijn ijsbaan had.

Dat de Amsterdamse IJsclub,  goed in de slappe was zat, bewijst het prestigieuze clubhuis aan de Van Baerlestraat, recht tegenover het Concertgebouw, dat in 1903 wordt opgeleverd, en in 1950 gesloopt. De ijsbaan zelf wordt midden jaren dertig gesloten en verplaatst naar een terrein achter het Olympisch Stadion.
Het Museumplein waar tijdens vorstperiodes – zoals in de winter van 1890  – 51 dagen én 21 avonden wordt geschaatst. Vooral de schaatsavonden waar de weinige gaslantaarns de strijd aan gaan met de duisternis, wordt de kat stevig geknepen. Want ‘menig Amsterdamse juffer leverde al zwierend een aangenaam schouwspel op’ noteert een journalist in het Algemeen Handelsblad, verlekkerd.
Wat onschuldig is  vergeleken bij  decadente avondfeesten op de schaats waarbij mannen de voorkeur hadden voor ‘den travesti’. ‘Een enorm breed geschouwerde juffrouw bleek geweldig beentje over te rijden’,  noteerde dezelfde journalist. Tot zijn genoegen maakte een Amsterdamse ‘smeris’, al schaatsend, daar een eind aan.
 

Nog even terug naar de ijsbaan waar de elite van Amsterdam zich zwierend en zwaaiend vermaakte, terwijl  het proletariaat op  Kattenburg, Wittenburg, Oostenburg én de Jordaan bezig was om te overleven. In strenge winters legt de haven,  bij uitstek de werkgever, plat en het begrip ‘bijstand’ is onbekend. Sommige geluksvogels kunnen op het Museumplein terecht,  maar niet als schaatser.  De barre winter van 1890 zorgt voor een flinke portie werkgelegenheid.
Op topdagen, als de bourgeoisie aan het zwieren is, is er werk voor 135 man. Baanvegers en ‘schaatsenbinders’ strijken die winter bij elkaar zevenduizend piek aan fooien op.

Nog even wat historisch geneuzel: in de winter van 1891 beleeft een ander wintersport zijn première op het Museumplein: de allereerste ijshockeywedstrijd (zie foto boven) van Nederland vindt plaats. Een bijeengeraapt team van Haarlemse schaatsers neemt het op tegen een Engelse club. Geschaatst wordt op houten doorlopers.

Bron: Gemeente Archief Amsterdam, Gedenkschrift Amsterdamse IJsclub tijdens het vijftig jarig bestaan en uitgegeven in 1914.

Geheimzinnige Jack

Jack Taylor een zwarte man in het spierwitte Den Haag van de jaren dertig die in het Haagse een boksschool uitbaat.  Jack Taylor heeft als bokstrainer een reputatie op te houden.  Als zwaargewicht staat de man  meer dan honderd partijen in de ring met tegenstanders onder meer de legendarische Max Schmeling, van wie hij  in 1925 wint. Dat ook een zekere  Gorilla Jones die ondanks z’n bijnaam van Jack ook een pak rammel krijgt, is ter kennisgeving.

Jack Taylor bijgenaamd de Nebraska Tornado  geboren en getogen in Blacksburg South Carolina, de thuisbasis van de Kluk Klux Klan en waar lynchpartijen op zwarte medeburgers schouderophalend wordt afgedaan. Jack  is één van die vele zwarte vuistvechters die dagelijks met het rauwe racisme te maken krijgt.

Hoogstwaarschijnlijk door wedstrijdcontracten spoelt Jack tijdens de roaring twenties aan in Europa waar hij in de boksring te keer gaat. Iets dat de Amatller Chocolate Compagnie een cacaofabriek in Spanje niet ontgaan is. Om de verkoop te stimuleren voorzag de chocoladefabriek zijn repen met een verzamelplaatje van  een bekende bokser. Bij de tweeëndertig uitverkoren vuistvechters behoort ook de Nebraska Tornado.

Of het plaatje van Jack bij toenmalige verzamelaars hartkloppingen doet veroorzaken is niet bekend, wél dat na het beëindigen van zijn twintigjarige carrière  Jack zich vestigt in Den Haag waar hij  als eerste Surinaamse bokser zijn plekje in de Nederlandse sportgeschiedenis inneemt. Dat laatste is een historische vergissing. 

De geheimzinnige Jack Taylor die de vaderlandse sport- en bokshistorici met zijn nationaliteit op het verkeerde been heeft  gezet, wordt in 1941 door de Duitsers  als Amerikaan geïnterneerd in een krijgsgevangenenkamp StalagVII ergens in Zuid-Beieren, waar hij bij z’n medegevangenen populair is.  In 1945 gaat Jack Taylor terug naar de Verenigde Staten waar hij in de spelonken van de geschiedenis verdwijnt.

Bron: evebrandel.medium.com, Boxrec.

Leeftijdsdiscriminatie

Voor Stuyfssportverhalen was schaatser Atje Keulen-Deelstra één van de weinige sportheldinnen.  En dan niet alleen om haar prestaties. Atje had het lef om de strijd aan te gaan met die machtige onaantastbare fossielen van  toenmalige bobo’s van de KNSB, die haar te oud vonden om haar op te nemen in de kernploeg.

Atje Keulen-Deelstra – moeder van drie kinderen – had de pech dat het  meldpunt tegen ‘Leeftijdsdiscriminatie’  nog uitgevonden moest worden. In  1970 waren sportende meiden hooguit programmavulling. Schaatsende moeders op leeftijd waren niet alleen  hoogst verdacht, maar golden ook nog als ontaarde moeders.
Atje had daar  lak aan, gooide haar Friese kont tegen de krib en flikte het evengoed. Hoe het met haar sportcarrière is verlopen weten nu wel. En voor de onwetende: na haar dertigste jaar werd ze drie keer wereldkampioen, evenzoveel keer de beste van Europa, won Olympische medailles, en vier keer Nederlands kampioen.
Atje, feministe zonder dat te beseffen, was  de wegbereider voor al die hedendaagse rennende, fietsende, schaatsende en andere sportieve moeders die dan ook schatplichtig aan haar zijn. Atje Keulen-Deelstra op oudejaarsdag vijfentachtig jaar geleden geboren, vertrok tien jaar geleden naar de Schaatshemel, waar het Grote Rayonhoofd  altijd garant staat voor prachtig, vers gedweild ijs.

foto: Guus de Jong

Posted in Niet gecategoriseerd. Leave a Comment »

Boek

Sterfdag

Vandaag 28 oktober de sterfdag van ene John Heenan.   Heenan wiens botten inmiddels tot stof zijn  vergaan en z’n naam vergeten kraste ooit een kleine kras in de boksgeschiedenis.

De ochtend van 17 april 1860 is het perron van  het London Bridge Station afgeladen. Kroegbazen, journalisten, aristocraten, en dokwerkers vechten voor een plaats in één van de wagons. Uiteindelijk zijn er twee volle treinen nodig om de meer dan achttienhonderd boksliefhebbers  te vervoeren naar het dorpje Farnborough, dertig mijl ten zuidwesten van Londen.Op een grasveldje buiten het dorp vindt het allereerste gevecht om de wereldtitel zwaargewicht plaats tussen de Amerikaan John Heenan toen 27 jaar, en ‘thuisvechter’ Tom Sayers 34 jaar. Hoewel boksen bij de wet verboden is, zingt de locatie van het gevecht zich rond in de Londense kroegen. ‘Fight of the Century’ kopt de Times, een kreet die later nog honderden keren gebruikt zal worden.

De bokspartij, waar flink op gewed wordt, is iets  verschrikkelijks. Gevochten wordt met blote vuisten wat het gras al spoedig rood kleurt. Wat een niets vermoedende journalist geschokt doedt opschrijven ‘dat dit zijn eerste en tevens laatste getuige was van een dergelijk barbaars ritueel’. Zijn collega van de Times is een liefhebber van het ‘blotevuistengevecht.’ Met veel gevoel voor details noteert hij hoe Sayers neus in de eerste ronde wordt verbrijzeld. Volgens hem is het geluid van krakend neusbeen over het hele veld te horen.

De partij  die uiteindelijk meer dan twee uur duurt eindigde in chaos toen iemand de touwen van de geïmproviseerde ring doorsnijdt.De op de achtergrond aanwezige politie grijpt in toen de beschonken menigte met elkaar op de vuist wilde gaat. Scheidsrechters verklaren de de match onbeslist. Zowel Heenan als Sayers kijgen een zilveren kampioensgordel.Of ze die direct omdoen is hoogst onwaarschijnlijk. Heenan z’n ogen zijn dicht geslagen is een week blind. Tom Sayers kan een maand lang zijn rechterarm niet gebruiken want gebroken.

Acht jaar na z’n legendarische gevecht wordt Heenan getroffen door tuberculose. Om de smerige lucht van thuisstad New York te ontvluchten vertrekt  Heenan richting het westen. Op 28 oktober in Green River Station in Wyoming sterft Heenan die begraven wordt  op het Saint Agnes Cemetery in New York.

Met dank aan de wonderlijke database van John Brouwer de Koning.

Geheimen

De paden waar Fausto Coppi over koerste zijn plat getreden. Van de voormalige Campionissimo is dan ook een boekenkast vol geschreven. Deze blog waagt zich daar ook niet aan of het moet deze krabbel in de kantlijn van het wielrennen zijn. Om z’n levenswijze én z’n palmares heeft de man een status verkregen, om dit stukje maar mee te openen.  Ook voor deze blogger die een aantal jaar geleden tijdens een roadtrip door Noord-Italië afbuigde richting Castallania, een gehucht hoog weggestopt ergens in de Apennijnen.

De wandeling door een uitgestorven Castellania het geboortedorp van Il Campionissimo is onvergetelijk en aan te raden voor iedere wielerliefhebber die daar ooit in de buurt is. Het dorpje is nog net geen bedevaartoord al schurkt het daar wel tegen aan al is het alleen maar om de tientallen levensgrote actiefoto’s  van Coppi, vastgespijkerd tegen blinde muren en staldeuren, waarbij nog net geen kaarsen voor zijn aangestoken. De hele entourage ademt een hoog Rooms gehalte, een gedachte die bij atheïst Coppi ongetwijfeld afschuw had opgewekt. Over zijn pompeuze graf midden in het dorpje heeft deze blog in het verleden al het nodige geschreven.

Fausto Coppi duikt regelmatig op in het archief van deze blog. Tussen de tientallen jaargangen van sporttijdschriften staat ook dat ene beduimelde vijfenzeventig jaar oude fotoboekje uitgegeven in 1949 door La Gazzetta dello Sport, ter gelegenheid van de Ronde van Frankrijk van dat jaar. Toevallig ook Coppi’s eerste Tour tevens door hem gewonnen. Het in oblong formaat uitgegeven boekje met bijna honderdvijftig foto’s, wordt gedomineerd door hoe kan het ook anders Italiaanse coureurs, met Coppi in de hoofdrol.

Foto’s die uit een tijdsbeeld geven die nooit meer terug komt en toch heel herkenbaar zijn, en waar de romantiek  vanaf druipt. Zoals bijgaande plaat, met een op de flanken van de Tourmalet ontsnapte  Campionissimo die door zijn mee rennende ploegleider Binda wordt verzorgd. Waar de inhoud van die thermosfles uit bestaat daar moeten we maar niet aan denken. Dat soort geheimen behoord tot de romantiek van hoe het ooit was…