In Vlaanderen wordt het zwaantjes genoemd, wat een poëtische benaming is voor de in wielerkoersen begeleidende motoren.
De man op de motor, met achterop gezeten een fotograaf, cameraman dan wel een jurylid, de laatste voorzien van een zwart schoolbord waarop met een krijtje geschreven, belangrijke gegevens staan voor de ontsnapte renner. Overigens, de toekomst van het schoolbord behorend tot de laatste onvervalste wielerromantiek, dreigt uit de koers te verdwijnen, met dank aan de elektronische ‘oortjes’.
De motor dus, volgens sommigen een noodzakelijk kwaad in de koers. Helemaal ongelijk hebben deze criticasters niet, want regelmatig wordt een wedstrijd hierdoor ontsiert.
Ook tijdens het Frans nationaal kampioenschap anno 1950, verreden op de Monthlery’s autocircuit in de buurt van Parijs is het een begeleidende motorrijder die bedenkelijke wielergeschiedenis schrijft.
Het Frans kampioenschap, een wielerfeest volgens de verslagen in de wielerbladen, bijgewoond door honderdduizend voornamelijk Parijse bezoekers. Een volksfeest zoals een lokale scribent dat opschrijft. Ach ja het was dan ook vlak na de oorlog, en het volk is met weinig tevreden.
Terug naar die bewuste koers waar twee ronden voor het einde Louison Bobet, Antonin Roland en Camille Danguillaume een geslaagde uitlooppoging doen.
Die uiteindelijke voor Bobet in winst eindigde en een opstap is voor een glorieuze carrière met drie Tour overwinningen. Voor Camille Danguilluame, een jaar eerder nog winnaar in Luik-Bastenaken-Luik is het zijn laatste koers.
De noodlottige Camille wordt in de laatste ronde aangereden door een verkeerde manoeuvre van een begeleidende motorrijder. Zwaar gewond afgevoerd naar een lokaal hospitaal sterft Camille Danguillaume een paar dagen later.








