Schrijver dezes mag dan wel oud zijn, maar weet nog steeds hoe het spel gespeeld wordt. Dat de Keniaanse marathonloper Sabastian Sawe – tijdens de afgelopen marathon van Londen – het wereldrecord marathon verbeterde op een bordje gefermenteerde pap, weg gespoeld met een kom verse geitenmelk, daar heeft hij zo zijn bedenkingen over.
Twijfels veroorzaakt door de equipage van Sawe. Want die roepen vlak na de finish, iets té hard dat hun jongen helemaal ‘schoon’ is. Cijfers weer spreken dat. Veertig procent van op dope betrapte sporters zijn Keniaanse lange afstandslopers, ik bedoel maar…
Dat de rennende jongens en meisjes van de Keniaanse hoogvlaktes inmiddels de geneugten van de lokale apotheek hebben ontdekt, is dus wel duidelijk. Enfin onder de kreet dat je van een ezel geen renpaard kan maken heeft Sabastian evengoed de voordeel van de twijfel.
Want Keniaanse marathonlopers- mét of zonder preparatie – gaan hard, héél hard. Stuyfssportverhalen kan dat bevestigen. Tijdens de laatste tien versies van de Amsterdamse marathon heeft hij kilometers lang de kopgroep gevolgd, weliswaar op een mountainbike maar toch.
En wie deze renners met eigen ogen in actie ziet, is een bevoorrecht mens, want de snelheid, het gemak en de souplesse van deze jongens gaat de verbeelding vér voor bij.
En nu het toch over hardlopen gaat, laten we dan ook maar even een greep uit het archief van deze blog doen. En dan kom je uit bij ene Kenneth Mc Arthur een marathonloper uit Zuid-Afrika.
Kenneth geeft een kras in de geschiedenis van de Olympische Spelen door in 1912 broekenschijtend en kotsend, als winnaar over de streep te komen. Of Kenneth geprepareerd was..? God zal het weten…









