Jan de Nijs de laatste in een lange traditie

Copy of jantje2Piet Dickentman opende in 1903 het bal. Jan de Nijs sloot dat in 1984 af. De Nijs was de vierentwintigste vaderlandse stayer die wereldkampioen achter de zware motor werd. Na hem was het over. De internationale wielerbond meende in haar wijsheid de stekker uit deze eens zo spectaculaire sport te moeten trekken. Exit spektakel op de wielerbanen. Waarschijnlijk daarom koestert  Jan de Nijs zijn stayerscarrière. Nooit één seconde werd er in bitterheid achterom gekeken. Daarvoor was het voor hem veel te mooi. Alleen al die herinnering hoe hij, Jan de Nijs, in 1984 op de hoogste trede van het podium stond als wereldkampioen. Geen euforie zonder realiteit. De Nijs weet ook nog haarscherp hoe hij bevangen werd door de angst in de minuten voor aanvang van een koers.
Fietsen achter een zware motor. Je moet het maar durven. In een sport waarvan de teller van dodelijke ongelukken op vijfenzeventig renners staat, een reëel gegeven. Ook Jan ontkwam ternauwernood aan de maaiende zeis van Hein. Op de wielerbaan van Dortmund werd een nachtmerrie bijna werkelijkheid. Tijdens de stayerskoers kreeg de Italiaan Dotti een klapband. De Nijs, gegangmaakt door Bruno Walrave, kon om de gecrashte Italiaan niet heen. Motor én Jan de Nijs vlogen de tribune in. De Amsterdammer kwam met een gebroken ellepijp en zeven hechtingen op zijn kaak er goed van af. Copy of jantje3
Jan de Nijs, ooit een begenadig wegrenner. Een flyer die regelmatig zijn koersen won. Dat was Cees Stam niet ontgaan. Stam, stayerscoach, benaderde Jan of hij het niet achter de motor wilde proberen. Dat was in 1983. Wat goed is, komt snel, orakelde Joris van den Bergh ooit. Klopt. De Amsterdammer werd een jaar later wereldkampioen.
Voor het stayeren is niet alleen atletisch vermogen maar ook een zekere leepheid vereist. Geflikt worden of flikken. Dat is de mores. De Nijs, acht keer kampioen van Nederland, weet dat als geen ander. Koste hem in 1985 een nieuwe wereldtitel. Goede benen had hij. Veel op de weg gekoerst om inhoud op te doen. En tóch ging de titelverdediger in de finale kopje onder aan een combine. De Nijs, koersend op de tweede plaats, werd opgehouden door de inmiddels gedubbelde Podlesch. De laatste zat in de slag met de latere wereldkampioen Dotti. De afrekening volgde een week later. Revanche van het wereldkampioenschap op de wielerbaan van Berlijn; met lokale favoriet de Berlijner Podlech.
jandenijs9 001Voor een vol stadion werd ‘rechtuit’ gereden. En géén consideratie voor de plaatselijke held. Een getergde De Nijs had nog iets recht te zetten: en won met overmacht. Podlech werd op een vernederende twee ronden achterstand gezet, en de verse wereldkampioen Dotti kreeg acht lappen aan zijn koersbroek. Ach ja, dat hoort er bij. Maakte het stayeren juist zo boeiend.
Jan de Nijs, wereldkampioen amateurstayers 1984, beseft goed dat zijn carrière er anders had uitgezien zonder gangmaker Walrave. De samenwerking ging niet altijd gladjes. Regelmatig zat De Nijs, kapot gereden, ‘ho’ te roepen. Zonder te remmen bleef Walrave door kachelen.  Moordgedachten borrelden bij De Nijs op. Na afloop vertelde Walrave dat het een tactische manoeuvre was. Vergeten en vergeven want De Nijs won wél.  De Nijs, inmiddels 58 jaar, strak van lijf en geest, traint ieder dag, en won vorig jaar nog achttien koersen op het parkoers Sloten.

Foto 3: Jan de Nijs nog iedere dag op de koersfiets.

Monument voor de legendarische Noppie Koch

Copy of beeldnoppiekoch 016En ze waren allemaal gekomen.  De vroegere kampioenen, inmiddels stram, oud, en der dagen nog niet zat. De overlevers, kerels ooit jarenlang actief in een bloedlinke sport. Als stayers en gangmakers balancerend op het slappe koord van het leven. Maar waren wél goed voor talrijke wereld- en nationale titels. Eén brok levende sportgeschiedenis. Hun namen stonden garant voor spektakel achter zware motoren. Dat was vroeger. Nu  kwamen ze eer  bewijzen aan een vroegere collega. Afgelopen vrijdagmiddag werd in de schaduw van Stadion Galgenwaard Utrecht,  het standbeeld onthuld van de legendarische Noppie Koch, één van de beste gangmakers ooit.
Noppie, oer-Utrechter, vijf jaar geleden vertrokken naar de Grote Stayershemel, kreeg zijn eigen monument. Uiteraard in de schaduw van het stadion waar hij als renner en later gangmaker schitterde. Voor dat het beeld onthuld werd, de onvermijdelijke toespraakjes gehouden in een brasserie met uitzicht op het speelveld van de FC.Copy of pietdewitnopkoch 
Harry Mater, groot stayersadept, de man die Koch samenbracht met renner Martin Venix, waar hij twee wereldtitels mee behaalde, had het over de grote technische kennis van Koch. Hoe de laatste als renner vlak voor de finale van het wereldkampioenschap 1963 de haperende motor van zijn gangmaker onder handen nam. De motor liep perfect. Koch werd vierde. Ook de zoon van Koch, Noppie junior, beschikkend over de gave van het gesproken woord, gooide er een mooie anekdote tegen aan. Over zijn ouwe heer in een etappe van de Ronde van Nederland 1954.  Dat pa vlak voor de finish, in het ‘oude’ Galgenwaard, en alleen vooruit met een grote inzinking kampte, vervolgens een bidon aangereikt kreeg en wonderbaarlijk herstelde.
beeldnoppiekoch 018Met veel gevoel voor realiteit wist junior niet wat er in die bidon zat, wél dat zijn vader won.
Het beeld, een initiatief van de ‘Gemeentelijke werkgroep directe voorzieningen’,  werd onthuld door Kochs weduwe en beide kinderen. Het  monument  is gemodelleerd naar een foto van het wereldkampioenschap 1979 waar Koch zijn renner Venix naar de wereldtitel voerde. Dat op het moment van de onthulling een plaatselijke motorclub met tientallen ploffende Harley Davidson motoren langs kwam denderen, moet Noppie Koch veel plezier gedaan hebben.

Foto 1: Het monument met de vroegere renner Martin Venix. Foto 2: 1967, Piet de Wit gegangmaakt door Noppie Koch. Foto 3: Van links naar rechts, Harry Mater, Piet de Wit, Martin Venix en Cees Stam. de laatste drie waren goed voor zeven wereldtitels.

Voor Henry een bed in het Binnengasthuis

plackey9Als loopse honden achter een teefje was het proletariaat op de bokspartij afgekomen. Met garantie op een fijne kleunpartij. Bokser Henry Placké, of wat daar nog van over was, zag er na het gevecht uit alsof hij zojuist onder een neergevallen heiblok was weggetrokken. Henry, dichtgestompte ogen, gespleten neus, opgezwollen lippen en blauwe jukbeenderen, had dat aan zich zelf te danken. Eigen schuld dikke bult, om maar even in het jargon te blijven. Had hij zijn harses maar gehouden. Henry Placké,  een geborneerde opschepper  én derderangs bokser uit Amsterdam, daagde in 1911 per brief, Jack Johnson uit. Johnson, Amerikaan, wereldkampioen bij de zwaargewichten, liet niets van zich horen: waarmee Placké ontsnapte aan de doodstraf.
Henry, niet helemaal goed snik, pikte dat niet. Schreef een brief naar De Telegraaf waarin hij zijn beklag over  den neeger Johnson deed. De Wakkere Krant, toen al een fijne neus voor een relletje, plaatste als opening de brief op de sportpagina. Waarmee voor Henry een bed in het Binnengasthuis werd gereserveerd. Want Sam Kinsley, boksleraar in Amsterdam nam graag de plaats van Johnson in. Het werd een prelude voor een gereguleerde zware mishandeling.kinsley9
Kingsley, Engelsman, een goed getrainde lichtgewicht tegen de logge ongetrainde zwaargewicht Placké.  Op vrijdagavond  26 juli 1911, fungeerde Gebouw De Hoop als abattoir. Het toenmalige Amsterdamse boksverbod werd handig omzeild, door de toeschouwers voor één avond lid te maken van de club. Inventieve sluwheid kon je aan die anarchistische ouwe Mokumers wel overlaten. Placké versus Kingsley, met  de laatste als de slager van dienst. De strafexpeditie van Sam duurde zeven ronden. Volgens de Revue der Sporten een angstaanjagende ontmoeting. ‘Papperlepap’, schreef de scribent in zijn latere verslag onthutst, ‘Was me dat even een onsmakelijke vertoning. Dit gevecht zal mij steeds bijblijven als een angstig gezicht van een gestriemd, met bloed besmeurd lijf en een plat gebeukte kop.’
Placké fungerend als levende bokszak, kreeg flink van jetje. Waarbij bloedspatten de zaal invlogen. Begeleidt door het weemakende geluid  van ranselende harde klappen op het weke vlees van Placké. Opgehitst door het publiek, ramde Kingsley de logge Placké zeven ronden lang door de ring. Waaruit een kreunend gebrul klonk van Placké, die geen moeite meer deed om de slagen af te weren.
Na zeven ronden maakte de scheidsrechter een eind aan de slachtpartij. Het publiek, mannen met bloedspatjes op hun platte petten en strohoeden, togen verlekkerd naar de omringende kroegen. Niet wetend dat ze getuigen waren geweest van het eerste profgevecht gehouden in dit land.

Foto 1: Henry Placké. Foto 2: Sam Kingsley. Foto 3: Jack Johnson.

Bron: Revue der Sporten jaargang 1911, De Telegraaf juli 1911.

‘Vedette aan de Zijlijn’, nostalgische voetbalverhalen

omslagboekharTijdens zijn tweede interland scoorde Julius ‘Juller’ Hirsch, voetballer in het Duitse nationale team van 1912, vier doelpunten. Het vijfde Duitse doelpunt kwam van de voet van Jullers vriend en medespeler Gottfried Fuchs. Zowel Gottfried als Juller, zijn joods wat op dat moment een aardig detail is maar jaren later een noodlottig feit. Gottfried Fuchs overleeft de Tweede Wereldoorlog door het Naziregime te ontvluchten. Julius Hirsch wordt opgepakt en vergast in vernietingskamp Auschwitz. Auteur Harry Walstra, de platgetreden voetbalpaden vermijdend, gaat in ‘Vedette aan de Zijlijn’, op zoek naar de levens én carrières van deze twee joodse voetballers. In een twaalf pagina lang hoofdstuk beschrijft Walstra een schokkend maar ook  fascinerend, en meeslepend relaas.
De mooiste sportverhalen komen voort uit toeval. Ook in ‘Vedette aan de Zijlijn’. Walstra, behalve hartstochtelijk chroniqueur ook verzamelaar van voetbalparafernalia. Had Walstra niet op Marktplaats die ene  aankoop gedaan, dan was één van de leukste hoofdstukken in het boek niet doorgegaan. Vijfentwintig euro vroeg de koper op Marktplaats voor een ruim tachtig jaar oud voetbalfotootje. Het was die hoekige, markante kop, op de foto, gedeeltelijk schuil gaand onder een ouwerwetse keeperspet, waar Walstra voor viel. eppierosies
Gelukkig maar. Want anders had de lezer nooit geweten van het bestaan van  Eppie Rosies, keeper tijdens het interbellum van het roemruchte Veendam.
‘Vedette aan de Zijlijn’ wordt gebracht als nostalgische voetbalverhalen. Wat met het verhaal over Eppie goed gelukt is. Walstra sprak met Eppies nazaten, dook de lokale archieven in, en schreef een mooi sfeerverhaal over topvoetbal tijdens de jaren dertig. Harry Walstra, inwoner van Sneek,  vertelt verder over de semi-interland Noord Nederland-Noord-Duitsland, het weerbarstige MVV-icoon Willy Brokamp en over de dramatische vlucht van de Oost-Duitse trainer Peter Kohl. En wie wil weten hoe en waarom Johan Neeskens in de analen van de beruchte Oost-Duitse Stasi terecht gekomen moet onmiddellijk Walstra’s boek lezen.
‘Vedette aan de Zijlijn’, achttien hoofdstukken, geschreven in een soepele stijl, die zelfs voor de grootste voetbalhater lekker weg leest.

 ‘Vedette aan de Zijlijn, prijs 18.65 euro. Of te bestellen via www.boekscout.nl  21.85 euro (inclusief 3.20 euroverzendkosten.)

Krijgt Dickentman zijn eigen straat?

Copy of piet50jaarDe lobby duurt al zo’n vier jaar. Wat bestaat uit mailwisselingen met straatnaamcommissies, autoriteiten, én gesprekken met Stadsdeelbestuurders. Om het onderwerp nog meer onder de aandacht te brengen schreef Stuyfssportverhalen in 2011 in Het Parool, een artikel. Evengoed, géén resultaat. 

Om een straat in Amsterdam te vernoemen naar Piet Dickentman is taaie kost. Een traject van lange adem. En wat was ook alweer de aanleiding? De nog te bouwen nieuwbouwwijk op het eiland Zeeburg waar de straten vernoemd worden naar vaderlandse sporthelden. Een mooi initiatief. Minder was dat de meeste straten vernoemd werden naar sporters afkomstig uit de provincie. Waarmee Amsterdam én Stadsdeel Oost/Watergraafsmeer zijn eigen sporthelden verloochende. Met Piet Dickentman als voorbeeld. Want als één sportman recht op een straatnaam heeft is het de laatste. Dickentman was namelijk de eerste internationale sportheld maar ook de eerste wereldkampioen die Amsterdam voortbracht. Dat Piet tijdens zijn imposante carrière reclame maakte voor zijn stad door te koersen in een shirt met het wapen van Amsterdam was een detail. Wat moet je als sportman afkomstig uit Mokum nog méér doen om een straat naar je vernoemd te krijgen?pietknip
Ondanks alle inspanningen en beloftes zat de ‘zaak, Dickentman’ muurvast. Tot afgelopen  februari. Aanleiding, een piepklein berichtje in Het Parool waarin vermeld werd dat Stadsdeel Oost/Watergraafsmeer een laan gaat vernoemen naar, Ajaxcoryfee Bobby Haarms. Waarmee meteen actie werd ondernomen. Diezelfde avond ging er een mail richting Stadsdeel met de vraag ‘en waarom Piet Dickentman niet?’ Een dag later was er een reactie met de uitnodiging voor een gesprek. Namens het Stadsdeel hoorde mevrouw Cheriff, de argumenten aan. Ze vond het een sympathiek initiatief en beloofde direct in actie te komen. Dezelfde middag nam Floris Thooolen, coördinator naamgeving openbare ruimte Amsterdam contact op.
pietrijswijk1923Thoolen,  inmiddels de biografie ‘Flirt met de Dood’ over het leven van Dickentman gelezen, vertelde dat Piet Dickentman aan alle eisen voldoet voor een straat. Het gesprek werd beëindigd met de belofte om eind maart, als er meer duidelijkheid is, contact op te nemen. Floris Thoolen hield woord. In een mail liet hij weten dat een vergadering positief had gerageerd. Dickentman voldoet aan alle eisen. Zijn naam komt op de genaamde ‘groslijst’ te staan. Uit deze lijst, meer namen dat straten, worden de namen geselecteerd voor de toekomstige straten. Waarmee er nog geen garantie voor de ‘Piet Dickentmanstraat’ is.

Word vervolgd.

Gashendel als valium voor onrust

Copy of bertinsnorGeen mens weet wie hij was. De botten zijn al lang verpulverd. Het graf geruimd. Een anonieme sportheld die op zijn eigen manier geschiedenis schreef, verdween spoorloos in de spelonken van de tijd. Jean Bertin, snakkend naar roem, maar vooral naar de adrenalinekick. Terwijl Siegmund Freud zijn psychoanalyse aan het ontwikkelen was, stond  Jean daar onbewust model voor. Jean Bertin, knevel én een gekwelde blik, rusteloos op zoek naar geluk, en glorie. Maar vooral spanning. Die hij vond op de lokale wielerbaan. Bertin, dolende ziel afkomstig uit Parijs, werd gangmaker. De gashendel van de  motor diende als valium voor zijn onrust. De wielerbaan als hangplek. 
Een ritje met de paardentram was dé ultieme kick voor de gezapigen. Maar Jean liet zijn motor knetteren naar de tachtig kilometer per uur. Wie het lef en atletische vermogen had, mocht daar achter fietsen. Paul Dangla en Charles Brécy namen die gok. Ze werden niet oud. Stierven jong. Met het beeld van de rug van Jean op het netvlies werd de laatste adem uitgeblazen. Jean en Paul lieten in het voorjaar van 1903 het Parijse Parc des Princes kolken.  Achter de rug van Bertin raasde Paul naar een nieuw snelheidsrecord van vierentachtig kilometer. Wat tijdens die rare epoque belle goed was voor een serie contracten in Duitsland. Eeuwige roem, zo lang het duurt. Copy of bertinpiloot
Tijdens de Golden Rad von Magdenburg, enkele weken na zijn wereldrecord, viel Dangla te pletter. Gangmaker Bertin bracht zijn lijk terug naar Frankrijk.  Charles Brécy, een zielsverwant. Net zo desolaat. Tikkeltje knots. Eigenschappen die hem uiteindelijk in een graf deed belanden. Met ‘dank’ aan Bertin. Tijdens een aanval op het werelduurrecord in het late najaar van 1904 brak de voorvork van Bertins motor. Brécy, eenendertig jaar, zag zijn drie kinderen nooit meer.
Jean Bertin, rusteloze ziel, kreeg zijn kick niet meer op de gangmaakmotor. Voor jongens als hij, junken eigenlijk, was de komst van het vliegtuig een zege. Voor Jean een bevrediging zonder grenzen. Een gekheid waar geen einde aan kwam. Of toch wel…? Twee jaar nadat de broertjes Wright voor het eerst waren opgestegen, knutselde Jean van hout, pianosnaren zeildoek en een motor, zijn eigen vliegtuig. Zijn levensfinale, groots en dramatisch,  nam een aanvang. Om te eindigen met een harde, verwoestende  klap. Hoog in de lucht kolkte het bloed onstuimig van de spanning door het lijf van de vroegere gangmaker.
Copy of bertinongelukOf zijn hartslag oversloeg van schrik nadat de motor van zijn vliegtuig stopte, is niet bekend. Vast niet. Voor IJzeren Heinen als Jean was het usual as always. Tijdens de tientallen seconden durende vrije val keken Dangla en Brécy begipvol elkaar aan. Jean Bertin werd vijfendertig jaar.

 Bron: onder meer Radwelt jaargang 1905 en Vie au Grand Air jaargang 1909.

Foto 1: Op de motor Jean Bertin met Guignard. Foto 2: Bertin in zijn vliegtuig.

‘Toch niet mijn Wouter’?

wouterdewildeTwee jaar geleden, tijdens een wielerkoers verongelukte Wouter Dewilde.  Met een paar regeltjes gaf deze blog daar aandacht aan. Sandy Aspeslagh,  Wouters weduwe reageerde daar emotioneel op. Stuyfssportverhalen sprak haar vandaag. Wat volgt is het dramatische verhaal van een diepbedroefde weduwe.

Vlaanderen en de koers. Hoogtepunt van de week. Ook in het West-Vlaamse Veldegem van 1 mei 2013, waar de kermiskoers op punt van beginnen staat. Met dé favoriet Wouter Dewilde. Voor Wouter en zijn vrouw Sandy is het een speciale dag. Op de dag exact negen jaar eerder verklaarden zij elkaar de liefde. Over gebrek aan supporters had Wouter niet te klagen. Zijn  ooms, tantes, ouders, schoonouders en andere fans waren meegekomen. Wouter koerste zoals altijd op het scherp van de snede. Zat in de finale met twee andere renners in de kopgroep. De slag was gevallen. De laatste ronde ging in.
Met een schoon shirt en een flesje drinken stond Wouters moeder samen met Sandy een tiental meters na de finish.  Wouter was niet alleen haar grote liefde, maar ze was met zijn moeder één van de verzorgsters.
wouterdewildesandyWouter Dewilde, drieëndertig jaar, een pursang liefhebber, werkzaam als bouwkundig ingenieur, was een ‘rappe’. Werd twee keer kampioen van België bij de Masters en zat altijd in de prijzen. ‘Allé,  Schattie’, moedigde ze hem bij de laatste doorkomst, aan.  Ze dacht nog dat hij op deze speciale dag wel de bloemen voor haar mee zal nemen.
Dan gaat de laatste honderd meter van de koers in. Drie renners spurten voor de overwinning.  Met zestig in het uur komt de finish in zicht. Een harde klap. Voor de ogen van de hele familie raakt Wouter de onderkant van een dranghek. Hij wordt gekatapulteerd. Iemand uit de kopgroep was de laatste meters té scherp van zijn lijn geweken. ‘Ik dacht, dat is toch niet mijn Wouter’, zegt een nog steeds geschokte Sandy. ‘Mijn pa was er het eerst bij. Wouter was zwaar gewond. Bloed kwam uit zijn mond en oren. Ik heb nog steeds nachtmerries van dat beeld. ’ Niet veel later wordt een bewusteloze Wouter met de ambulance weggevoerd. Sandy stapte ook in.  Ondanks alle verdriet is zij, achteraf, heel blij dat ze meeging. In het ziekenhuis had ze nog afscheid van hem kunnen nemen. Wouter Dewilde haar lief, stierf in d’r armen.
Twee jaar later kan Sandy Aspeslagh het nog steeds niet loslaten. Eén groot trauma. Haar gedachten gaan steeds terug naar die ene fatale dag. Waar méér opvallende zaken gebeurden. Een paar minuten voor de fatale sprint maakte een vader van een andere renner een foto van Wouter. De laatste keek recht en strak in de lens, alsof hij een definitief laatste beeld van zich zelf achter wilde laten.
wouterdewildesteenNadat de fotograaf afgedrukt had, werd hij vrijwel direct gebeld door zijn vrouw die bij de finish stond. Wouter was gevallen. De fotograaf, tevens ziekenverpleger, rende onmiddellijk naar de finish, waar hij probeerde Wouter te reanimeren. Dat de man ook werkzaam was in het ziekenhuis waar Wouter overleed, is zo’n vreemde toevalligheid.
Wouter Dewilde, liefdevol echtgenoot en warme vader voor zijn dochter, is nog steeds niet vergeten. In het dorp Veldegem, vlak naast de eindstreep waar hij dodelijk verongelukte, is vorig jaar een gedenksteen van Wouter onthuld, waar regelmatig een diep bedroefde weduwe treurt.

 

Foto 1: Wouter Dewilde. Foto 2: Wouter met zijn lief Sandy. Foto 3: Gedenkplaat in Veldegem.

Speciaal woord van dank aan fotografen Gino Coghe en Roland Desmet.

 

Museale sportveiling sportboeken

boekenveiling 002De man was een obsessieve verzamelaar van sportboeken en woonde hoogstwaarschijnlijk in een soort boekenkast. Was hij niet met zijn boeken bezig dan wel met het binnenhalen van voetbalshirts, vaantjes en meer dan zeshonderd modelraceauto’s. Of hij met zijn boeken  ooit door de vloer was gezakt is onbekend. Wél dat na zijn verscheiden van dit aardse tranendal zijn boeken én sportmemorablia worden geveild. Meer dan tienduizend stuks. Waaronder honderden boeken over Formule 1, schaatsen, wielrennen, en voetbal.  Je moet het zien om te geloven. Dat laatste kan gebeuren bij Veilinghuis Amsterdam Book Auctions. Vandaag, morgen en zaterdag zijn de kijkdagen. Komende zondag komen vijftigduizend ansichtkaarten,  foto’s van wielrenners, meer dan veertigduizend knipsels van voetbalteams, tijdschriften, heel veel plaatjesalbums, zesduizend voetbalplaatsjes waaronder veel gezochten van Panini, voetbalshirts en vaantjes onder de ‘hamer’. Het veilinghuis bevindt zich in De Pijp waar vrijwel geen parkeermogelijkheden zijn.

Kijkdagen: donderdag 26 februari: 10-21 uur. Vrijdag en zaterdag 27 en 28 februari: 10-18 uur. Zondag 1 maart: 10-13 uur.
Aanvang veiling 14.00 uur. Amsterdam Book Auctions Quellijnstraat 127. 1073 XH Amsterdam. Telefoon: 020-3790060

Posted in Niet gecategoriseerd. Leave a Comment »

Biefstukken, en smalle zadels mochten niet baten

maasalkmaar 026Met pijn in zijn hart, maar vooral in z’n scrotum ziet Maas van Beek definitief af van zijn aanval op het werelduurrecord. De ontsteking aan zijn zitvlak is te erg. Voor Van Beek, maar ook voor zijn supporters één grote teleurstelling. Weg maanden van ontberingen in Bolivia. Voor niets waren de trainingen op de wielerbaan van Mexico-City. De droom is uit elkaar gespat.  Van Beek kan wel janken, want de vorm is er. Het lijf zit tjokvol rode bloedlichaampjes: opgedaan in de Andes. De geest wil wel, maar het lijf stribbelt tegen. Diverse smalle fietszadels werden uitgeprobeerd. Om de pijn te verlichten werden grote bloederige biefstukken in de koersbroek gestopt. Te vergeefs. Alsof er een mes in gestoken werd, zo’n pijn. Maas van Beek, een obsessieve recordjager kan niet met het idee leven het niet geprobeerd te hebben. Als het lijf hersteld is wordt er een nieuwe poging gepland. Hoogstwaarschijnlijk op de wielerbaan van Moskou. Voor het zo ver is moet eerst het  zogenaamde ‘biologische paspoort’ aangevraagd worden, ingesteld door de UCI. De laatste, een totalitaire hap met fascistische trekjes, zijn niet zó gecharmeerd van Maas en zijn woeste plannen. Dat kan nog wel eens een heel zware hobbel worden.

Foto: Maas van Beek samen met de verse wereldkampioene  Kirsten Wild.

 

De voet van Johnny Nelson

Copy of johnnynelsonkopEen rauwdouwer. Afkomstig uit Chicago. Met een naam die  klinkt als een rock ’n rollnummer van Chuck Berry. Johnny Nelson, mooie jongen, en net droog achter de oren. Werd in 1899 wereldkampioen achter tandems. Wat geen reet voorstelde. Maakte ook niks uit.  Johnny had zijn dapperheid en atletisch vermogen al bewezen in de Amerikaanse Zesdaagsen: een gemeen en ruig sportcircuit. Waar op de tribunes Ieren en Italianen complete vendetta’s uitvochten. Soms met het pistool. Wat zijn uitwerking had op de renners. Maar hád je als renner de Amerikaanse six overleefd, dan was je rijp voor de Europese wielerbanen. 
Johnny’s Europese debuut vond plaats in juni 1901, op de wielerbaan van het Parc des Princesses, Parijs.  Behalve Johnny stonden ook Piet Dickentman en lokale favoriet Paul Dangla op de aanplakbiljetten.  Johnny’s eerste stayerskoers was ook zo’n beetje de Europese primeur van gangmaakmotoren op de wielerbaan. Wat niet veel later, vooral in Duitsland, miljoenen naar de wielerbaan deed lokken. Wat dat betreft lagen er voor mooie Johnny gouden tijden aan de horizon, want rijkdom, beroemdheid, en mooie vrouwen.  Johnny Nelson, afkomstig uit de slumps van Chicago, had met al die lekkere dirndels wel raad geweten. Maar dat ging dus niet door. Het grote waarom? Johnny trok zijn voet iets te laat terug.Copy of pietdangla
Nadat Johnny  in Parijs Dickentman en Dangla zijn achterwiel had laten zien, vertrok hij terug naar de States. Johnny Nelson had een rits contracten aan de Oostkust af te werken. De aftrap werd gegeven op de avond van vier september 1901, in het New Yorkse Madison Square Garden met een stayerskoers over vijftien mijl.
Een duel voor twee renners tussen de voormalige wereldkampioenen Johnny Nelson en Jimmy Michael. De laatste, een drankzuchtige dwerg die ondanks, of misschien wel dankzij,  al die jajem in zijn lijf van die dagen had dat hij vloog. Madison Square Garden, waar Johnny, halverwege de koers, boven het gebrul van de motoren en publiek, dat ene vreemde geluid van een brekende voorvork hoorde. Johnny, gevallen, mankeerde ogenschijnlijk niets, maar maakte die ene kapitale fout. Hij vergat zijn voet terug te trekken.
En die laatste verdween  tussen het voorwiel van de aanstormende motor van Michaels.
Copy of jimmymichaeldankarJohnny drieëntwintig jaar, opgenomen in het Bellevue Hospital  waar zijn onderbeen geamputeerd werd. Twee dagen later stierf hij aan de gevolgen van gangreen. Aan het graf zijn door verdriet bevangen moeder die troost vond bij haar jongste zoon Joe. Die arme vrouw. Drie jaar later stond ze aan hetzelfde graf om Joe, eenentwintig jaar, te begraven. Joe, inmiddels stayer, verongelukte  tijdens een stayerskoers op de zelfde wielerbaan als broer Johnny.

Foto 1: Johnny Nelson. Foto 2: Start in Parijs,v.l.n.r. Paul Dangla, Piet Dickentman en Johnny Nelson. Dangla, 22 jaar, verongelukte in 1904. Foto 3: Jimmy Michaels 27 jaar, tragisch gestorven in 1905.

Bron: het digitale archief van de New York Times jaargang 1901 en 1904.