Lamlendige sportheld haalt geest uit de fles

Copy of nekdood9Een etter. Of zoals een journalist hem beschreef ‘een lamlendige jongen, een chicaneur, die zich vervelend, lastig en moeilijk handbaar toont’. Piet van Nek had dan ook schijt aan de heersende mores. Schopte links en rechts tegen de verkeerde schenen.  Rebelse  sporthelden, dat valt altijd lekker. Die hebben fans. Weliswaar van een bedenkelijk soort, maar toch. Piet van Nek had dan ook een horde ‘vereerders’, of zoals je dat nu noemt: een supportersclub. De  laatste bestond niet uit de fine de fleur van de samenleving. En toch was het dát schuim dat onbedoeld geschiedenis schreef. Waar wél een dramatisch voorval voor nodig was. Maar dat was pas drie jaar later.
In augustus 1911 scheen voor Van Nek de zon volop in het lak van zijn  stayersfiets. Schurkend tegen de top, werd Van Nek gecontracteerd voor een stayerskoers op de wielerbaan van Scheveningen. Tegenstanders: de Vlaming Hens en Louis Darragon. Met Darragon, tweevoudig wereldkampioen op de aanplakbiljetten, zat je als organisator snor. Met een zak rinkelende zilveren guldens werd de Franse wereldkampioen  naar de badplaats gelokt. Waar Louis  regelrecht in een boze nachtmerrie belandde.
Copy of pietblondOp het Scheveningse hout trof de wereldkampioen niet alleen Piet van Nek met gangmaker Albert Käser, maar ook Piets beruchte supportersclub, afkomstig uit de krochten van Amsterdam. De laatste was z’n held met de trein achterna gereisd. Wat een koers over drie manches had geworden, ontaardde in één grote matpartij. Met dank aan Van Nek én zijn jongens.
Van Nek en Albert Käser, zwagers, voelde elkaar goed aan. Een berucht koppel die niet voor elkaar onderdeed. Käser, een gekkie,  of zoals dezelfde journalist hem typeerde,  ‘een brutale knaap, maar een uitstekend gangmaker, die er genoegen in schenkt de concurrentie akelig dichtbij te passeren’. Van Nek en Käser dus, in de derde manche vlak na het startschot gepasseerd door Louis.  De Amsterdamse rolrijder  meende gesneden te zijn en begon, al fietsend, amok te maken. De man kon niet alleen hard achter een motor kachelen, maar bleek over demagogische gave te beschikken. Schreeuwend, tierend en armbewegingen makend richting zijn supporters, stapte de Amsterdammer af. Waarmee de geest uit de fles was. Stukken hout uit het hekwerk, bierglazen en sigarettenblikjes afkomstig uit het Amsterdamse vak, werden naar de stoïcijns rond rijdende Darragon gegooid.
Nadat de hevig ontdane Fransman afgestapt was, volgde de finale. ‘Als dolle katten’, zoals de journalist van dienst beschreef, stortte het Mokumse grauw zich op de wereldkampioen. Een tiental Haagse agenten met wapenstok wist erger te voorkomen.
Copy of darragon begrafenis mei 1918 zVan Nek en Darragon, eenvoudige jongens, zielsverwanten, betraden het pad geplaveid met roem, eer en rijkdom. Een weg die uiteindelijk eindigde in een vers gedolven graf. Piet van Nek verongelukte  tijdens een stayerskoers in Leipzig, 1914. Zijn  ‘vereerders’, die hondstrouwe supporters, collecteerde geld bijeen voor een grafsteen.  Piet van Neks graf, inmiddels een beschermd monument, behoort tot de mooiste sportgraven in Nederland. In de Grote Stayershemel had  Van Nek het plekje voor zijn Franse concurrent al vast vrijgehouden. In 1918 viel Louis Darragon op de Vélodrome d’Hiver-baan in Parijs, te pletter.

Foto 1: Tachtigduizend Amsterdammers namen afscheid van Piet van Nek, Foto 2: Piet van Nek, Foto 3: De begrafenis van Louis Darragon.

Bron: Het Nieuws van den Dag, augustus 1911.

Rellen en dellen in Scheveningen

Copy of jim moranEn toen brak de hel los! Gevolgd door een  fikse kloppartij. Plaats van handeling: de  Scheveningse wielerbaan, met de Grote Nat-Butler Prijs, een stayerskoers over drie manches. Met in de hoofdrol Piet van Nek, Jimmy Moran en Bobby Walthour. De twee laatste beruchte, spijkerharde renners uit Amerika. Kerels die niet vies waren van onoirbare praktijken. Walthour en Moran op tournee langs de Europese wielerbanen. Een paar weken voor ‘Scheveningen’ waren ze de publiekstrekkers in Parijs. In de Lichtstad streden de Janken mee om het Winterkampioenschap, een prestigieuze stayerskoers over honderd kilometer. Jimmy Moran, gemene kop, een nachtmerrie als je dochter daarmee thuis kwam, ontsnapte in het Parijse sportpaleis maar net aan de dood, want maakte een verschrikkelijke val.
Maar nu, 28 mei 1912, stonden ze aan de start in Scheveningen. Voor de Janken had de baandirectie een  smak geld uitgetrokken. Piet van Nek mocht voor een grijpstuiver het programma opvullen. Moran en Walthour,  het Haagje was er voor uitgelopen.  De tribunes mudjevol. Het werd een middagje  topsport afgesloten met een potje rellen en dellen met de politie. Wat valt er voor een Haagse sportliefhebber nog meer te wensen?Copy of jimamsterdam
Maar eerst was daar de Grote Nat Butler-Prijs. Dat er  onderlinge afspraken waren is zeker. Piet van Nek, als genoegdoening voor zijn ongetwijfeld lullige startgeld,  moest winnen, goedschiks of kwaadschiks. Een oekaze die door Van Neks gangmaker Käser letterlijk werd opgevat. De eerste manche verliep als het geheime scenario want Amsterdamse Piet won. Dan sluipt de spanning het stadion binnen. Tweede manche. Opgejaagd door Van Nek/Käser,  kijkt gangmaker Lauthier iéts te lang achterom. Met ruim tachtig in het uur klapt zijn motor tegen de balustrade. Motor en gangmakers stuiteren als losse projectielen over het hout. Moran, meerdere keren meegedaan aan de levensgevaarlijke Newyorkse Zesdaagse, weet er nét omheen te vliegen. Na een ingezwachtelde Lauthier weer op de motor geholpen te hebben  begint de finale. Walthour, bijgenaamd de Vliegende Jank, was niet van plan om voor een volle bak af te gaan. Bobby reed iets te hard. Dat was gangmaker Käser, een mof, niet ontgaan. De laatste gaf, in volle snelheid, Walthour een flinke beuk: gezien door het publiek. Na de huldiging van winnaar Van Nek, diende Bobby  bij de jury een protest in. Afgewezen! Wat meteen het startsein was voor een matpartij. De Amerikaan, ‘over de kook’, volgens Het Nieuws van den Dag,  dook direct stompend op de Duitse gangmaker. Het  publiek, getuige van het incident, klom massaal over de hekken, en stak ook een handje uit. Toegesnelde agenten konden met de grootste moeite, want de lange lat, de orde handhaven. 
Copy of parijs1910Uiteindelijk moest Walthour veertig jaar wachten op revanche.  Twee jaar later, in 1914, verongelukte Piet van Nek, 28 jaar, op de baan van Leipzig. Walthour meldde zich in de Grote Stayershemel op  zeventigjarige leeftijd.  
 Foto 1: Jim Moran, Foto 2: Links Van Nek, Moran en Walthour, Foto 3: Winterkampioenschap van Parijs, tweede van links Moran, gevolgd door Walthour.

Bron: De Revue der Sporten jaargangen 1911 en 1912, Het Nieuws van den Dag jaargang 1912.

Als beloning een monumentaal graf

Copy of piethaberePubliek, organisatie en renners, iedereen had er trek in. Na een barre winter was de Grote Oostprijs, een koers over honderd kilometer, de eerste grote internationale stayerswedstrijd in het Leipzig van 1914. Meer dan dertigduizend liefhebbers hadden de weg gevonden naar de lokale wielerbaan.  Aan het vertrek de Duitsers Peter Günter, Arthur Stellbrink, de Deen Gustav Janke, de Spanjaard Miquel en de Amsterdammer Piet van Nek. Nog één minuut voor het vertrek! Renners werden door verzorgers vastgehouden, de motoren aangeduwd, de starter controleerde zijn pistool en de fotograaf drukte nog één keer af. Voor één renner werd het de allerlaatste foto. Een half uur later lag hij stervend op de baan. 

Aan zijn voorbereiding had het niet gelegen. Nooit eerder had Piet van Nek zich zó serieus op een nieuw seizoen voorbereid. De winter werd doorgebracht op de Parijse winterbaan waar Van Nek zich de pokken trainde. Afgetraind, pezig, broodmager, maar tjokvol ambitie, meldde de Amsterdammer zich in het vroege voorjaar in Dresden waar de puntjes op de i geplaatst ging worden. Achter zijn nieuw gecontracteerde gangmaker, Albert Käser, werd dagelijks op  koerssnelheid geoefend. Hij wist dat zijn doorbraak een kwestie van weken was. vanneklaatstekoers2
Voor Van Nek was de tijd van oogsten aangebroken. Meer dan zeven jaar had Piet in zijn sport geïnvesteerd: harde jaren van zelfopoffering waarin hij zich in iedere koers de ballen van het lijf had gereden. In het stayersmaffe Duitsland met zijn meer dan vijftig topstayers zaten ze echt niet op dat kereltje uit Holland te wachten. Piet, snakkend naar erkenning, sloop iedere koers tergend langzaam naar de definitieve top. De laatste drie seizoenen schurkte de Amsterdammer zich steeds vaker tegen de vedettenstatus aan want won toonaangevende wedstrijden.
Dat Piet van Nek zijn lotbestemming in een levensgevaarlijke stiel als het fietsen achter een zware motor gevonden had, was niet zó moeilijk. Zoals zoveel Amsterdamse renners waren de prestaties van stadsgenoot Piet Dickentman hem niet ontgaan. Met bewondering en een tikkeltje jaloezie zag de aankomende rolrijder hoe Dickentman ieder jaar rijker en welgestelder werd.  Dickentman, dé sportster van Amsterdam, verdiende als stayer in Duitsland bakken met goud.
In 1905 maakte Van Nek de overstap van ordinaire wegrenner naar stayer. Op de hoofdstedelijke Zeeburgbaan beleefde hij zijn debuut. Twee jaar later mocht Van Nek, als amateur, de eer van zijn land verdedigen in Parijs waar het  wereldkampioenschap gehouden werd. Met een verdienstelijke vierde plek kwam Piet terug in Mokum. Een jaar later achtte Van Nek zich goed genoeg om een proflicentie aan te vragen. Gekoerst werd voornamelijk in eigen land en een enkele keer mocht hij opdraven als programmavulling in Duitse koersen. Kansen welke Van Nek niet liet lopen.
Zoals in de Grote Prijs van Steglitz in 1907 waar hij, achter gangmaker Brettschneider, totaal onverwacht de overwinning greep. Tussen 1908 en 1913 begon zijn ster te rijzen en werd vijfendertigduizend goudmark op zijn bankrekening geschreven.  Tussen zijn Duitse contractuele verplichtingen in was Van Nek ook op de vaderlandse wielerbanen actief waar hij, in 1907 en 1913, de nationale titel pakte.
En dan is het 13 april 1914, de Grote Oostprijs van Leipzig. Met een vet contract op zak was Piet van Nek de te kloppen man. Het liep anders. Na een half uur koers waarbij de kilometerteller tegen de negentig liep kreeg Van Nek een klapband. Bewusteloos werd de Mokumse rolrijder naar het krankenhaus afgevoerd waar hij dezelfde nacht stierf.
Piet van Nek, 28 jaar, werd op de Amsterdamse Nieuwe Oosterbegraafplaats ten ruste gelegd. Van Nek, een doodgewone Amsterdamse jongen die aardig kon fietsen, was allang in de vergetelheid gezakt ware het niet dat op zijn graf een prachtig monumentaal gedenkteken opgericht werd, betaald door zijn vrienden en supporters. Anno nu is het graf van Piet van Nek een beschermd rijksmonument en een pronkstuk op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.

Foto 1: Het duo Albert Kaser en Piet van Nek.
Foto 2: Sleets, overbelicht en zwaar geretoucheerd maar toch een uniek document want de allerlaatste foto van Piet van Nek.
Foto 3: Het graf van Piet van Nek. Op het monument Piet mét stayersfiets in reliëf geflankeerd door twee figuren, voorstellend  De Roem en De Dood.

Bron: Radwelt jaargangen 1908 t/m 1914.