Overlever

Dan was er ook nog Willy Hesslich, man van vele veldslagen.  Een veteraan, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als Feldwebel, vocht voor zijn kaiser und vaterland. Willy, voor hij zijn plekje in de loopgraven innam, eerst gehard als gangmaker op de Duitse wielerbanen, waar de dood nooit ver weg was. Tientallen stayers  en gangmakers waren óf verongelukt, dan wel voor het leven getormenteerd.
Hesslich, overleefde de bloedlinke wielerbanen maar kwam ook ongeschonden van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Willy, sinds 1905 gangmaker, leidde twee jaar nadien  Kurt Rosenlöcher naar drieëndertig overwinningen. Een getal dat niet genoeg geroemd kan worden.  Hesslich, afkomstig uit Dresden, maakte van een ‘halve stayer’ een hele. Albert Schipke, een stayer van nét niet, zal zijn gangmaker altijd dankbaar zijn.  Willy voerde Albert in 1911 naar het Meisterschaft von Preusen.
Die ouwe Duitse gangmaker  kon je niets meer wijs maken. De man had zó vaak de dood recht in diens muil geloerd. Ook op de Rijswijkse wielerbaan van 27e mei 1923. Stayerskoers  over twee manches, waar Hesslich  samen met z’n renner Rosellen waren gecontracteerd.
Of Willy voor de start bang was? Hooguit maakte hij zich zorgen om de kwaliteit van z’n motor. De economie van Duitsland lag op z’n kont. Geldontwaarding. De Republiek van Weimar. Straatgevechten tussen communisten en ‘Freikorpsen.’
Niets meer te verkrijgen. Laat staan nieuwe banden voor z’n gangmaakmotor. En dat laatste kostte Willy letterlijk z’n kop. Bijna.
Willy Hesslich, man met een engel op z’n Teutoonse schouders. Tijdens de tweede manche  op volle snelheid sprong de achterband van z’n motor stuk. Willy, gevallen met zijn renner, en liggend onder de zware motor, stortte omlaag. Met een zware schedelbreuk werd Willy Hesslich afgevoerd richting ziekenhuis.
Waar hij niet de eerste gangmaker was die in dat gasthuis werd verwelkomt. Tijdens de eerste manche ontplofte ook de achterband van collega-gangmaker Claus Nachtmann. Claus, samen met renner  Thomas, stuiterden over het hout van de wielerbaan. Waar Nachtmann en Thomas, bloedend uit vele wonden, vanaf werden geschraapt.
Dat was zomaar een fijn dagje stayeren op de Rijswijkse Wielerbaan. En voor ik het vergeet: Willy Hesslich overleefde z’n zware val. Je bent een overlever of niet.

Bron: Sport-Album der Rad-Welt jaargang 1922, De Tribune, krant van Sociaal-Democratische Partij.

De HAV-Bank

Het stayerskampioenschap van  Nederland, anno 1928. Gehouden op de houten wielerbaan van Rijswijk, die uitermate geschikt was voor  stayerskoersen. Aan het vertrek de oude Piet Dickentman, Jan Snoek, Koos Storm, ene Asberg en Leo Leene.  De zondagen van eind jaren twintig, overvolle kerken, donderpreken vanaf de kansel, en vooral dodelijke saaiheid. Dan is een stayerskampioenschap garantie voor een volle bak. Ook op de ‘Rijswijk’. Waar behalve de hoofdrolspelers achter de zware motor, ook  de ongevallenverzekering van de HAV-Bank  prominent aanwezig was. Weliswaar op een groot reclamebord, maar toch.  Hoe cynisch wil je het hebben? Een ongevallenverzekering aanbieden bij een sport, waar op dat moment de teller van verongelukte stayers en gangmakers op drieënzestig stond.
De pr-man van de HAV-Bank zat daar duidelijk niet mee. ‘Rijden jullie je maar letterlijk te pletter jongens’, moet die gedacht hebben, nadat hij  z’n tekst aan de reclameschilder door gaf. Jan Snoek was dé favoriet voor de titel. Streekfavoriet Leo Leene, gegangmaakt door Stan Ceurremans junior, mocht knokken voor de resterende medailleskruimels. Leo Leene dus, een stayer van nét niet. Te licht bevonden voor de Duitse wielerbanen, maar goed genoeg voor de vaderlandse pistes.
Leo, duidelijk niet beschikkend over de gave van het Derde Oog. Anders was hij direct gestopt met dat malle koersen achter zo’n motor. En de opbeurende  boodschap van de HAG-Bank was hem ook ontgaan. Twee jaar na dat genoemde kampioenschap, want 1930. Leo  Leene gecontracteerd voor een stayerskoers op de Groningse Wielerbaan. Waar hij tijdens de koers ten val komt en niet veel later sterft. Leo Leene, dertig jaar, werd begraven op de Haagse begraafplaats Nieuw Eik. En dan was er ook nog Leo’s gangmaker Stan Ceurremans, die weliswaar niet stierf in het harnas. Maar wél zijn vader, ook Stan genoemd. Ook het  broertje van Stan junior, Frans genaamd, vertrok op jonge leeftijd naar de Grote Stayershemel.
Even vertellen over Stan senior. Als gangmaker een overlever van het grote bloedbad die plaats vond op de Duitse banen tijdens  de Belle Epoque. Bij de Grote Prijs van Elberfeld, gehouden in mei 1931 was het geluk van ouwe Ceurremans op, want  Stan Ceurremans senior, verongelukte   dodelijk.   Twee jaar later, want 1933 verongelukte ook z’n zoon Frans. Die trainend achter z’n broer Stan junior op die zelfde Rijswijkse wielerbaan, een klapband krijgt.  Vader en zoon rusten in één graf op de Algemene Begraafplaats in Den Haag. Wat dit dramatische verhaal wel weer mooi maakt.

Bron: Illustrierter Radrenn-Sport, Stuyfssportverhalen.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: