Aaien

Een klein schriel kereltje, een jochie nog, haast een kind. Maar geen wonderkind. Boksertje Moos Linneman amper zeventien jong, trainend in de legendarische boksschool van Dick Groothuis. De laatste had de handen vol om Linneman’s aanvalslust te beteugelen.

In het blad Sportief, jaargang 1950, geeft Groothuis een aardig kijkje in de  feodale verhoudingen ‘trainer versus pupil’, begin jaren vijftig. Groothuis roemt de inzet van zijn jongen, die volgens hem keihard iedere dag traint. Zodra de eerste gongslag klonk, stoof Moos op zijn tegenstander af, om, zoals Groothuis dat formuleerde ‘te gaan pompen’.  Volgens de journalist ter plekke,  maakte de Amsterdammer zijn tegenstanders duizelig door ze geen seconde rust te gunnen. Steeds maar weer vlogen vuisten naar het hoofd en ribben van Moos’ tegenstanders: om er maar een schepje boven op te gooien.

Linneman, Nederlands kampioen bij de vedergewichten, en weinig partijen verloren mocht zijn land op de Spelen van 1948 vertegenwoordigen. En verloor  de eerste beste partij tegen  de Ier Kevin Martin. Volgens Groothuis kwam dat omdat Moos in een zwaardere klasse moest uitkomen. Linneman had geen ‘punch’ op de Spelen. Zijn stoten kwamen over als ‘aaien’. Waarbij Groothuis haastte te vertellen dat dat kwam doordat hij in een zwaardere klasse uitkwam, en daardoor té geforceerd moest trainen.

Wat dat ‘aaien’ betreft, wél enige nuances op z’n plaats. Voordat Moos de finale van dat kampioenschap bereikte had hij negen achtereenvolgende wedstrijden gewonnen door knock out.  

Linneman, greep in 1950 de nationale titel in het weltergewicht, door de Hagenaar Schoenmaker te verslaan.  In de Warmoesstraat, midden in de Amsterdamse rosse buurt waar de gym van Groothuis zich bevond, werd met gemengde gevoelens op dat kampioenschap gereageerd. Moos’ z’n verdediging was niet goed, volgens Groothuis.  Moos ‘nam’ te veel, meer dan nodig was.  De Amsterdamse vuistvechter, kwam nog één keer uit op de Spelen van Helsinki waar hij sneuvelde in de kwart finales.

Moos Linneman, nog drie jaar actief als profbokser, vocht zestien partijen waarvan er vijftien werd gewonnen, werd na zijn  bokscarrière bloemenkoopman. Op het Amsterdamse Hoofddorpplein baatte hij jarenlang zijn bloemenstal uit.

Linneman, een echo uit een groots Amsterdams boksverleden, overleed afgelopen weekend. Linneman werd negenentachtig jaar.

Bron: ‘Sportief’, jaargang 1950. Cartoon: Bob Uschi.

Dat was 2018

Verwacht geen hoogdravende, lyrische beschouwing van 2018. Toch staat deze blog even stil bij het afgelopen jaar, want  die blijft geëtst als een jaar vol drama, en afscheid nemen. Zoals  van bokser Jan Huppen, links op de foto, een jeugdidool, en net als schrijver dezes, afkomstig uit de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt.  Jantje,  zoals hij liefkozend werd  genoemd,  trainend in de gym van Dick Groothuis gevestigd  in de Warmoesstraat,  held van de buurt, mocht twee keer de eer van zijn land verdedigen op de Olympische Spelen van Tokio én Mexico.
Hoewel Jan nooit verder kwam dan de tweede ronde schreef hij tóch geschiedenis.

Al was het alleen maar tijdens de historische judofinale in Tokio1964. Nadat Anton Geesink het goud won was het Jan Huppen, als toeschouwer aanwezig, die, onder het oog van televisie- én filmcamera´s, juichend de judomat opstormde. Dat hij direct door  Geesink werd weg gestuurd maakt niks uit, want Jan, op het celluloid gevangen, blijft op de film voor eeuwig die jongen afkomstig uit de Molensteeg.  Afgelopen oktober overleed Jan Huppen op de leeftijd van negenenzeventig jaar.
Ook in de persoonlijke sfeer was het een memorabele jaar. Half juli overleed, vólkomen onverwachts, mijn schoonzoon, de vader van m’n kleinzoons en dertig jaar deel uitmakend van  de familie. Zijn overlijden was, en is nog steeds, één groot, traumatisch, drama. Nog in shock, diepe rouw met de bijbehorende emoties, volgde twee weken later de genadeklap: het overlijden van Henny Marinus, een dierbare en lieve kameraad. Over Henny Marinus, (foto hieronder), én diens wielercarrière is op deze blog al genoeg gepubliceerd. Henny’s overlijden kwam keihard binnen.
Na het laatste, definitieve  afscheid van mijn schoonzoon, was die van Henny emotioneel té zwaar om daar bij te zijn. 
Dan was er ook nog het stoppen van de Wielersport.Slogblog.nl, dé wielerblog, ruim tien jaar gerund en volgeschreven door Fred van Slogteren. De Slogblog behoorde tot het dagelijkse ritme, want na het ontbijt en koffie, eerst even kijken wat daar op stond.
Behalve de columns en verhalen, was één van de hoogtepunten van deze blog, de soms oplaaiende polemiek tussen Van Slogteren en Han Gruiter.
De laatste,  sportjournalist in ruste, beschikkend over een vileine, scherpe, geestige pen, plaatste regelmatig, sarrende  reacties, waar  Van Slogteren op reageerde: smúllen voor de meelezende, buitenstaander.
Vorige week tikte Van Slogteren de acht kruisjes aan. Voor Fred, auteur van meer dan dertien wielerboeken, een leeftijd om het rustiger aan te doen. Waarmee definitief een punt werd gezet achter zijn prachtige blog. Enfin, de ochtenden worden nooit meer zoals het was.

En dan het volgende: na vijf jaar van lobbyen, brieven én mails sturen, tot het aanspreken van wijlen burgemeester Van der Laan, kreeg stayerslegende Piet Dickentman, eindelijk zijn lang verdiende erkenning: begin dit jaar werd de Piet Dickentmanbrug, op het Amsterdamse Zeeburgereiland, geopend.
Dat was het jaar 2018, die goddank tóch positief afsloot met de geboorte van Felix. Mijn allereerste achterkleinzoon.
André Stuyfersant

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: