Zwarte renner in eerste Parijs-Roubaix

Voor de pers hadden ze geen nationaliteit. Zwarte renners kwamen niet uit een land maar werden gewoon aangekondigd als ‘neger’. Het racisme was tenenkrommend en het vooroordeel hemeltergend. In het spierwitte Europa van honderd jaar geleden waren vier zwarte profs actief. Weinig, maar die schreven dan weer wél geschiedenis. Tijdens de eerste Parijs-Roubaix, gehouden in 1896, stuiterde en dokkerde over de kasseien ene Vendredi, een zwarte renner afkomstig uit Parijs.

Als je al een neger tegenkwam, was dat in een boksring. De zwarte medemens was in het Europa van honderd jaar geleden een zeldzaamheid en een zwarte sporter een unicum. Tot 1901, want vanuit Amerika maakte Arthur ‘Major’ Taylor zijn opwachting op de Europese wielerbanen. Taylor was in 1899 wereldkampioen sprint geworden. Om daar een extra dimensie aan toe te voegen: aan dat kampioenschap deden honderdtachtig renners mee.
Voor de roomblanke wielerliefhebber waren zwarte renners geen onbekend fenomeen. Woody Hedspath,Germain  Delayfleche en Vendredi, alle drie zwart en ook nog eens woonachtig in  Parijs, waren al jaren voor de komst van Taylor, actief.  Een zwarte renner moest niet alleen ‘goede benen’ hebben, maar ook over een dikke huid beschikken.
De naam Vendredi, oftewel Vrijdag, was hoogstwaarschijnlijk verzonnen door zijn manager. Altijd fijn om een zogenaamde ‘wilde’ te vernoemen naar een, tot christendom bekeerde, slaaf van Robinson Crusoe. Vendredi, wiens werkelijke naam Hypolite Figaro was met roots op het eiland Mauritius, was deelnemer aan koersen die later absolute wielergeschiedenis werden.
Zondag 19 april 1896. In de Bois de Boulogne staan vijftig profrenners aan de start voor de eerste Parijs-Roubaix. Tussen toenmalige vedetten als Fischer, Maurice Garin, Guignard, Vanderstuyft ook Vendredi. De laatste kwam meer dan vier uur achter winnaar Josef Fischer als zeventiende aan in Roubaix, maar was dan wel de eerste zwarte renner in Parijs-Roubaix.
Ook op de Nederlandse wielerbanen was Vendredi actief. In de zomer van 1898 werd op het  sportterrein van Den Haag een wielerkoers gehouden met als hoofdnummer een koers achter de zojuist geïntroduceerde zware motor. Aan de start Van der Meij uit Amsterdam en ‘den Parijsche neger’ zoals Vendredi op de aanplakbiljetten was aangekondigd.  Vendredi, die volgens het Nieuws van de Dag bitter tegenviel, want kon de motor niet voordurend volgen. Vendredi hoorde als stayer ook regelmatig het suizende geluid van Magere Heins zeis.
Bij een stayerskoers in het Keulen van 1903 ontsnapte de Parijzenaar maar nét  aan  de dood.  In de eerste ronde raakte de voetsteun van de motor van een ontketende Vendredi de baan. Vendredi, die de vreemde gewoonte had om zijn schoenen voor de start aan zijn pedalen vast te binden om daarna zijn voeten er in te doen, vloog het publiek in. Met lichte verwondingen kwam de zwarte rolrijder er genadig vanaf.
Stadsgenoot Woody Hedspath, geboren Amerikaan, zocht zijn geluk én het daaraan verbonden geld ook op de wielerbanen. Won in 1898, op eigen kracht, de Zesdaagse van Dayton en vertrok kort daarna naar Europa, waar de financieel aantrekkelijke stayerij lokte. Een  zwarte renner achter de zware motor is altijd leuk en aardig maar ze moeten wél hun plaats weten, iets waar Woody in september 1903 in Breda achterkwam. Op de lokale wielerbaan werd de tweestrijd Ceuremans versus Hedspath verreden, waarbij de laatste acht ronden aan zijn koersbroek kreeg. Aardig detail: Ceuremans reed achter een motor met achttien pk inhoud, de Afro-Amerikaan moest het doen met een motorinhoud van twee pk. Volgens de Tilburgse Courant juichte het publiek ‘den neger herhaaldelijk toe’.
Ook Amsterdam maakte in 1905 kennis met het fenomeen Hedgepath, en daar wilde het Nieuws van de Dag best aandacht aan besteden. Werden in de vooraankondiging de renners vermeld met afkomst van hun land, achter die van Woody stond gewoon ‘neger’.
In Groningen waar, op de lokale wielerbaan, een internationale stayerskoers verreden werd, pakte ‘den neger’ de winst. Voor plaatselijke hotemetoot J. Schouten, lid van de Eerste Kamer, een gelegenheid om Hedgepath een gouden medaille op te spelden. Of  hij daarbij Hedspath de hand drukte werd niet vermeld. Woody Hedgepath was tot zijn vijftigste jaar actief als stayer, ging na zijn loopbaan wonen in Belgie, huwde met een balletdanseres, en werd hulpje van stayerskampioen Vicor Linart.
Germain Ibron was voornamelijk in Frankrijk actief als renner. ‘De Neger’ zoals zijn bijnaam luidde was een verdienstelijk stayer, reed zesdaagsen, was in de loodzware Bol d’ Or van 1909, een koers over vierentwintig uur, vijfde. Kortom de man was een verdienstelijk coureur. Dat was de Duitse wielerploeg Opel niet ontgaan. Germain kreeg  een contract en kon als rariteit in Duitsland baankoersen rijden. Of De Neger dat erg vond is hoogst twijfelachtig. Geld verzacht altijd de pijn, want kreeg een maandloon van vijfduizend frank, een astronomisch bedrag. Nadat Ibron zijn fiets voor altijd aan de zolderhaak opgehangen had begon hij in Parijs een kroeg.

Bron: Radwelt jaargang 1903, Tilburgse Courant jaargang 1903, Nieuws van de Dag jaargang 1898, 1905 en 1908. Sport Revue jaargang 1934.

Foto 1: De start van de eerste Parijs-Roubaix. Tweede van links Vendredi. Foto Theo Buiting.

Foto 2: Arthur Major Taylor. Foto 3: Woody Hedgepath. Foto 4: Germain ‘de neger’ Ibron. Foto 5: Hypolite Figaro, oftewel Vendredi, foto: Theo Buiting.

Eén reactie to “Zwarte renner in eerste Parijs-Roubaix”


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: