Chiquita

v.l.n.r. Paul Guignard, George Sèrés, en Jan Olieslagers.

De belangrijkste personen? De bobo’s natuurlijk, een publiciteitsgeil mensensoort, dat van alle tijden is.  Op de Antwerpse Zurenborgbaan was dat niet anders. De Zurenborgbaan, vierhonderd meter lengte, waar stayers lekker hard konden rossen, waarbij de rol roodgloeiend stond. Ook op die zondag ergens in mei 1905, met een stayerskoers op het programma. Maar eerst poseren voor de fotograaf van dienst. Voor de aanwezige bobo’s hét sein, om schaamteloos strak in de lens van de camera te loeren.

Tsja, bobo’s waar schrijver dezes, tijdens diens zéér bescheiden wielercarrière, ook mee te maken had. Dat waren rancuneuze sujetten, gehuld in een blauwe blazer mét KNWU-embleem op de borst. Zoals Bram K. met z’n handlanger Jan S., een bij de renners berucht koppel, met sadistische trekjes. Vooral die Jan S. een klein kogelrond kereltje, wiens machtswellust geen grenzen kende. Ooit werd deze blogger uit een criterium  gehaald, wegens het ongeoorloofd dragen van een reclame-uiting. Een gênante vertoning, wat gepaard ging met het omroepen van je naam. Het vergrijp? Een minuscuul reclamestickertje, van het bananenmarkt Chiquita opgeplakt op z’n helm. De vernedering was dan nog niet voorbij. Als renner diende je dan te vervoegen, bij de zogenaamde jurywagen. Waar die Jan S., met een blik vol walging op je neerkeek. Jan S. valse oogjes, diep weg gezonken in vette, gelige oogkassen, genoot daar duidelijk van.  

Enfin, deze column gaat over de prachtige foto, gemaakt op de Zurenborgbaan waar renners Paul Guignard, George Sèrés én lokale favoriet Jan Olieslagers, duidelijk misprijzend het tafereeltje bekeken. En wat de uitslag van die koers was? Onbekend. Wat wél bekend is, dat gangmaker Devilly, –  op de foto Guignard vasthoudend – in het Parijs van 1919, onvoorzichtig de weg overstak. Een buitenkansje dat die ene Parijse taxichauffeur, zich niet liet ontnemen. Op de koude kasseien van een Parijse straat blies Devilly, zijn laatste adem uit.

Kroeg

De man was een stayer van nét niet. Stayers als een Jan van Gent, daar zaten ze in het Duitsland van voor de Eerste Wereldoorlog niet op te wachten. Een enkele keer mocht Jan bij de oosterburen zijn opwachting maken. Zonder noemenswaardig succes. Jammer voor Jan, want in Duitsland viel het gróte geld te verdienen.

Het karige beleg op zijn boterham, schraapte Jan bij elkaar op de kleine Nederlandse, Vlaamse en Franse wielerbanen, waar het ruig aan toe ging. Ook op de Antwerpse Zurenborgwielerbaan, ergens in 1915, waar zijn gangmaker Käser, tijdens de race ten val kwam. Jan van Gent, met tachtig kilometer, vliegt  over Käser heen. Waarbij de gangmaakmotor, als een losgeslagen projectiel over de houten wielerbaan stuitert. Om brullend tot stilstand te komen tussen het publiek.   

Van Gendt, Käser en drie toeschouwers worden zwaargewond, en bewusteloos afgevoerd richting hospitaal. Dat Jan van Gent in 1915 Nederlands stayerskampioen werd, was een kwestie van geluk. Grote kanshebbers als een Piet Dickenman, koersten die dag, ergens op een Duitse wielerbaan: uiteraard  voor een volle zak goudmarken.

En toch… Toch struikel in je in het archief van deze blog regelmatig over Jan’s naam.  Of Van Gent, daar blij om had moeten zijn?  De man beschikte namelijk over losse handjes. Met name op de Amsterdamse Zeeburgbaan had Jan een bedenkelijke naam op te houden. Razend achter de zware gangmaakmotor gaf Jan ooit, tijdens het passeren een tegenstander een muilpeer. Met die snelheid een prestatie op zich.

Ach, die Jan van Gent. De man had evengoed zijn verborgen kwaliteiten. Ondanks zijn bescheiden verdiensten, kon hij hoogstwaarschijnlijk goed met geld omgaan. Na zijn stayerscarrière opende Jan, in de Amsterdamse Ferdinand Bolstraat, een café.  Heineken Bier op tap, én twee elektrisch verwarmde Wilhelmina billards.  Jan van Gent, pedant poserend voor zijn kroeg. Bedenkelijk kijkend, op z’n hoede, alsof  hij ieder moment door een brullende gangmaakmotor te grazen wordt genomen.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: