Peter R.

Moord, doodslag, bedrog en dope. Dé ingrediënten voor een goed wielerverhaal. Dat Ottavio Bottecchia in 1924 en een jaar later de Tour won is aardig voor de statistieken. Dat de man bovendien ook nog eens dertig gele truien mee nam naar zijn dorp Friuli, Italië, dat was leuk voor hem. Maar dat Ottavio op een gewelddadige en geheimzinnige manier aan zijn einde kwam, dát bezorgde hem pas een plekje in de eeuwige cultgalerij.
Er gaat geen Tourstart voorbij, zonder dat Ottavio’s dood gememoreerd wordt. Wat geheimzinnigheid betreft, mocht die er wél zijn. Tot op de dag van vandaag is zijn dood nooit opgehelderd. En dat is maar goed ook. Stel je voor dat het een zogenaamde cold case gaat worden. Of nog véél erger, dat die Peter R. de Vries zich er mee gaat bemoeien. Je moet er toch niet aan denken. Deze moord mag namelijk nóóit opgelost worden. Want daarmee beroof je niet alleen een prachtige wielerlegende, maar ook Ottavio’s cultstatus.
Hoe de crimesetting van zijn dood was, dát behoort tot de algemene wielerkennis. En voor degene pas lid van de heilige wielerkerk: in juni 1927, tijdens een trainingstochtje kwam Ottavio niet meer thuis. Niet ver van zijn huis werd de voormalige Tourwinnaar in een wijngaard gevonden, met een ingeslagen schedel. Zijn fiets stond keurig tegen een boom geparkeerd.
Waarmee tot de dag van vandaag de vraag gesteld is wie de dader was. Tevens de aftrap voor de toenmalige complotgekkie’s met hun wilde theorieën. Zo werd Ottavio’s schedel ingeslagen door de fascisten van Mussolini. Ottavio, een vurig socialist wat hij ook liet merken. Ook meldde zich die ene ouwe boer, een streekgenoot van Ottavio. De man lag op sterven, voelde zijn einde naderen.
Hét sein om de pastoor te laten komen. En laat die boer, tijdens z’n biecht de pastoor nou toevertrouwen dat hij Ottavio Bottecchia gedood had. De man, eigenaar van het plaats delict want die wijngaard, had Bottecchia betrapt bij het stelen van druiven, en had vervolgens een steen naar zijn hoofd gegooid…
Dan is het 1973, als het stripalbum Heldenepos van de Ronde van Frankrijk verschijnt, getekend door de gereputeerde Yves Duval. De laatste duidelijk geen wielerkenner, gaf aan het ‘verhaal Ottavio’ zijn eigen draai. Duval, duidelijk een man van het betere horrorgenre liet Bottecchia sterven met een hooivork in z’n borst gestoken. Buitengewoon eng is de cartoon van de biecht. Een pastoor met een gulzige, hongerige blik, die vanuit  het donker spookachtig opduikt. In zijn hand een lichtgevend kruis. Dat gun je geen mens, zelfs een moordenaar niet…

Bron: Le Miroir des Sports jaargang 1925, Foto: Botteccia arriveert als eerste op de col de I’Izoard.

Strak in de leer

De dramatische val  Wim van Est in het ravijn van de Aubisque. Leuke wielergeschiedenis. Maar ook een  totaal afgegraasd onderwerp, dat jaarlijks bij iedere voorbeschouwing van de Tour, wel een keer langs komt. Meer dan  zes decennia kon het verhaal rijpen, waarbij  ongetwijfeld flink bij gefantaseerd werd. Heiligschennis om dat op de juiste feiten te controleren. Misschien daarom is de kukel van Van Est, hoog geëindigd op de parade van smakelijke sportanekdotes. Althans in dit land.
Dat twee jaar later, tijdens  de Ronde van Frankrijk 1953, ene Guy Buchaille, een jonge Franse regionale prof, op exact dezelfde plek ook in dat genoemde  ravijn lazerde,  weet niemand. Ook niet dat Guy, met aan elkaar geknoopte tubes omhoog werd gehesen. Jammer voor Guy, maar  goed voor de heldenstatus van Van Est. Want Buchaille’s val was daarmee ontsnapt aan de aandacht van striptekenaar Yves Duval.
De laatste, afkomstig uit de rijke school van Belgische striptekenaars. In 1973 verscheen het stripalbum, ‘Heldenepos van de Ronde van Frankrijk’. Waar in  veertig pagina’s  de geschiedenis van de ronde van Frankrijk langs komt.  De renners en het materiaal zijn met veel gevoel voor details door Duval getekend. Waarmee de mare, dat strips, vooral de Belgische uitgaves, pure kunst is, wordt bevestigd. Ondanks dat Duval zich goed in de materie had verdiept maakte hij toch zijn foutjes. 
Dat Fausto Coppi zijn hele carrière op een licht blauwe Bianchifiets koerste, en niet op ’n rood exemplaar is hem vergeven. Erger is dat andere kleine foutje. Ongetwijfeld opgevallen bij wielerkenners die strak  in de leer zijn.  De tekening van Van Est, open mond, neerstortend naar de bodem van het ravijn, en gevangen met het potlood van Dumas, die voor het dramatische effect zorgde met een vette,  in rood gekleurde schreeuw. Kunst op enkele vierkante  centimeters. Alleen jammer dat Duval bij Van Est iets vergeten was. Diens  polshorloge! Want hoe  zat het ook alweer? Was de  reclamekreet, waarmee Nederland in de fifties werd overspoeld niet,    ‘Van Ests hart stond stil, maar zijn Pontiac-horloge deed het nog’?

Tekening: Yves Duval, S. Ardan, Marc Hardy.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: