Smeris

Kenneth McArthur

Is het een vorm van zelfkwelling? Of overschatting? Van die vragen. Want het blijft een raadsel, wat  zo’n frisse, talentvolle polderatleet, bezield om voor de marathon te kiezen. Daar hebben ze helemaal niets te zoeken. De eerste dertig plekken op de uitslagenlijst, zijn per definitie gereserveerd voor de jongens van de Oost-Afrikaanse hoogvlaktes.

Wie ooit een stadsmarathon ter plekke zag, begrijpt wel waarom. Fiets maar eens achter de kopgroep aan, wat Stuyfssportverhalen deed, bij de laatste Amsterdam-marathon. De snelheid, souplesse  én het gemak waarmee die voormalige herders langs de boorden van de Amstel vlogen, dat was bizar, en ging de grenzen van het verbeeldingsvermogen vér voorbij. Voor onze Hollandse rennende houten klazen, is er geen hoop meer in bange dagen. Wat dat betreft had Kenneth Mc Arthur het gemakkelijker. Bij de Olympische marathon van 1912 ontbraken de Oost-Afrikanen.  

Langeafstandloper McArthur, een bonkig ogende politieagent afkomstig uit Johannesburg, Zuid-Afrika, rende zijn eerste marathon in 1908. Met een erelijst waarop ondermeer het nationale kampioenschap veldlopen, staat die smeris op veertien juli 1912 aan de start  van de genoemde Olympische ren, gehouden in Stockholm. Van deze marathon is niet veel bekend. Ja, dat het godsgloeiend heet was, en dat er achtenzestig atleten zich hadden ingeschreven. Van de weinige verslagen, komt er van Kenny McArthur een beeld tevoorschijn van een atleet, die het niet zó nauw nam met het begrip eerlijk. Daar kwam z’n landsman Christian Gitsham  pijnlijk achter.  

Gitsham, samen met Mc Arthur, namen een flinke voorsprong, waarbij de sterkere Christian zeker was van de overwinning. Enkele kilometers voor het eind stopte Gitsham, om even te drinken, niet nadat hij eerst met McArthur een afspraak had gemaakt, om even te wachten. Wát een groenzoeter die Gitsham. Want natuurlijk wachtte die McArthur niet. Sterker, terwijl de eerste slok water de huig van Grisham passeerde, spurtte die smeris voluit weg, en nam niet veel later zijn plekje op de Olympische eregalerij in. Politieagenten kun je dus nooit vertrouwen, en al helemaal niet uit Zuid-Afrika. Lullig voor die Gitsham, maar klein bier vergeleken bij de Portugese marathonloper Francisco Lázaro. De laatste, met een zonnesteek opgeven bij het 29-kilometerpunt, werd afgevoerd naar het lokale hospitaal. Een dag later meldde Francisco zich bij zijn Schepper.

Bron: La Vie au Grand Air jaargang 1912.

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: