Wie geeft het verlossende antwoord

Voor het gezin blijft het één grote ramp. Een schrijnende, open wond, die pas dicht gaat als er duidelijkheid is. De spoorloze verdwijning van Kenneth Hart heeft bij zijn familie diepe sporen nagelaten. Dagelijks vragen zijn moeder en drie zusjes zich af   wat er moet hun zoon en broer is gebeurd. Kenneth Hart, ooit een talentvolle jonge bokser verdween bijna dertig jaar geleden spoorloos.

Een maand voor de  verdwijning van Kenneth zag Jennifer Hart haar broertje voor het laatst. Jennifer herinnert zich die ontmoeting nog goed. Ook de herinneringen aan zijn bokscarrière zijn niet meer uit haar geheugen te verdrijven.  Jennifer vertelt hoe het hele gezin mee ging als Kenneth een wedstrijd had. Voor Jennifer, Daniella, en Audrey, de zusjes van Kenneth, waren die gevechten nogal saai. De wedstrijden van Kenneth waren dan ook, binnen één ronde afgelopen, verteld ze lachend. Kenneth’s tegenstander lag dan op het canvas zich vertwijfeld af te vragen of hij wel de juiste sport had gekozen.
Voor Kenneth was het boksen zijn leven. Daar deed hij alles voor. Met succes. Als jonge, zeer talentvolle pugilist vertrok hij voor maanden naar Los Angeles, voor een trainingskamp bij een zeer gerespecteerde gym.  Trainen werd afgewisseld met wedstrijden. Tijdens de Golden Gloves van Zuid-Californië maakte Kenneth diepe indruk door deze te winnen. En als de poorten van het  boksparadijs  zich openen,  slaat het noodlot toe. Een oogblessure! Met grote kans op blindheid ten gevolge.  Wat het begin werd van alle ellende. 
Kenneth Hart moet noodgedwongen stoppen met zijn passie. Zijn wereld stortte in. Depressies volgde.  Waarschijnlijk door dat laatste  kon het hem allemaal niet zo  veel meer schelen.  Kenneth, de ooit zo gedreven sportman  dreef naar de zelfkant van het leven, en begon niet veel later als uitsmijter op het Rembrandtsplein.
Volgens Jennifer begon dáár de ellende. Want van het één komt het ander. Het hoe en wat? Dat weet ze niet. Wél dat haar broertje op een dag spoorloos was verdwenen. Dat hij de verkeerde mensen was tegengekomen is nu wel zéker. Zijn verdwijning was voor de familie het begin van een tientallen jaren durende levende hel. Niemand kon uitsluitsel geven wat er gebeurd was.
Kenneth’s oma Paulina, waar de kinderen Hart zijn groot geworden, zijn moeder én  zusjes lieten het er niet bij zitten. Het gezin begon een jarenlange speurtocht naar Kenneth. Overal werd gezocht en vragen  gesteld, vragen wat er met Kenneth is gebeurd. Jennifer omschrijft het verdriet van haar oma  en moeder als immens. Moeder Hart bleef voor haar jongen knokken en schreef tientallen brieven naar de Telegraaf en andere media om de zaak onder hun aandacht te houden.
Op de vraag wat de Amsterdamse politie deed, is Jennifer nogal verbitterd, namelijk helemaal niets! De politie heeft nooit contact met de familie opgenomen. Inmiddels ligt de ‘de zaak Kenneth Hart’ op een plank in het hoofdbureau te verstoffen.
De kelk met ellende was voor het gezin Hart nog lang niet leeg. Er volgde nóg een diepe tragedie. Jaren na Kenneth’s mysterieuze verdwijning wordt zijn broertje Franklyn op straat neergeschoten. Franklyn, ernstig gewond afgevoerd naar het ziekenhuis waar hij niet veel later overleed. Hoe erg ook, dat heeft dat bij de familie Hart inmiddels zijn plaatsje gekregen.
Anders is het met Kenneth waar de familie nog steeds met vragen worstelt. Vragen en onzekerheid die opgelost kan worden als iemand zich meldt met het verlossende antwoord.

Geef ze een hand en je bent je Europese titel kwijt

Al zijn profpartijen weet hij nóg te herinneren. Totaal honderdzevenendertig ronden, die hij in detail kan reconstrueren. Behalve dat ene gevecht. Waarin hij zijn Europese titel verloor. Daar weet hij niets meer van. Duistere zaken waren de oorzaak. Verbitterd is hij niet. Daar heeft Pedro van Raamsdonk, met een profbokscarrière, die bestond uit twintig partijen, waar van vijftien gewonnen, geen rede voor. Wat zijn beste gevecht was? Tegen Europees kampioen Tom Collins. Die zijn titel meteen kwijt was.  Van Raamsdonk,  vers Europees kampioen, en al na tien partijen. Niet één bokser in Europa had dat kunstje geflikt. En niet denken dat die Tom Collins een opgewarmd lijk was. De man stond tweede op de toenmalige wereldranglijst.
Het profboksen! De wereld van managers en promotors, die je liever géén hand geeft. Kans dat je dan een ring mist. Of je titel kwijt raakt. Een omgeving waar louche praktijken nooit ver weg zijn. Als amateurbokser was hij daar jarenlang voor gewaarschuwd. Hij, de enige Hollandse vuistvechter die ooit meedeed aan de Golden Gloves in Amerika, maakte uiteindelijk tóch de overstap naar de beroepsrangen.
Profbokser in Nederland. Sappelen. Leven op het randje van het maatschappelijke bestaan. Wat Van Raamsdonk ook probeerde, geen sponsor was geïnteresseerd in hem. Medische verzorging? Ja, van een toenmalige manager van een professionele wielerploeg. Die Van Raamsdonk zo gek maakte om een keer langs te gaan bij de wielerploegarts. Die meteen met de testosteronspuit klaar stond. Van Raamsdonk weigerde.

Om je Europese topstatus te verdedigen vereist investering. Niet alleen met keiharde trainingen maar vooral met geld. Wat dacht je wat goede sparringpartners kostten? Van Raamsdonk had daar het geld niet voor. Als sparringpartner fungeerde zijn trainer Joop Kruis, toen dik in de veertig. Het leven is als een pijp kaneel. Waar Van Raamsdonk zijn deel rijkelijk van kreeg. Als Europees kampioen gaan ze je gebruiken, word je uitgemolken.
‘Ze’ dat was manager Ruhling, die beginnende aankomende boksers tegen je laat vechten. Dat geeft zo’n jongen status. Ook die ene uitdager die volgens Ruhling, niet veel voorstelde. Toevallig kon Pedro deze vechter nog uit zijn amateurtijd. De man, alles behalve een koekie, was ook ‘toevallig’ afkomstig uit het management van Ruhling. Voor de Amsterdamse champ de eerste signalen om na te denken over beëindigen van zijn sport.

Een proces dat versneld werd door zijn partij tegen uitdager Jan Lefeber in 1988. Een gevecht om de Europese titel gehouden in het Sportpaleis Ahoy. Vooraf aan de partij kreeg Van Raamsdonk een Spaatje-Rood aangeboden. Het voorspel voor een catastrofe.Van Raamsdonk houd nú nog vol dat daar ‘íets’ in zat wat niet hoorde.
Bij het binnenkomen van de boksring zag zijn familie en supporters meteen dat er iets mis was. Van Raamsdonk oogde  behoorlijk verdwaasd. Achteraf een wonder dat hij de hele partij op zijn benen bleef.

Dat de titel verloren werd, lag in het verschiet. Jan Lefeber wordt door Van Raamsdonk niets kwalijk genomen. Wél diens toenmalige equipage. Want had hij, Pedro van Raamsdonk,  vóór het titelgevecht niet meermalen aangedrongen op een dopingcontrole?  De manager van Jan Lefeber, weigerde. En zat in het begeleidingsteam van Lefeber niet die ene, indertijd, beruchte wielersoigneur?
Ach het is allemaal verleden tijd. Pedro van Raamsdonk heeft aan Stuyfssportverhalen zijn verhaal verteld. Zittend in een grand-café ergens aan de Amstel, drinkt hij zijn glas thee leeg. Voor hem op tafel liggen wat actiefoto’s van zijn bokscarrière. Een passerende dame ziet dat. Stelt zich direct voor, en vraagt of hij de man op de foto’s is. De gewezen kampioen lacht bescheiden en knikt vriendelijk.
Van Raamsdonk is een tevreden mens, waarmee het  maatschappelijke  best goed afgelopen is. Als brandwacht bij de Amsterdamse brandweer telt hij zijn zegeningen.

Tijdens uur U was zijn lijf gesloopt

Het knaagt, steekt. Met de jaren beseft hij wat een kans er is gemist. En toch, toch kan hij zich zelf niets verwijten. Aan zijn voorbereiding had het niet gelegen. Alles, maar dan ook alles had hij er voor gedaan. Alle voorgaande  internationale toernooien, waaronder het prestigieuze Golden Gloves van Californië, werden gewonnen. Een medaille bij de Olympische Spelen van Los Angeles, 1984, lag al klaar. Het Amerikaanse sportblad Sport Illustrated  tipte hem als dé favoriet. Door een boycot van de Olympiade deed  nummer één van de wereld, een Cubaan, niet mee. Voor Pedro van Raamsdonk, in 1984 tweede op de wereldranglijsten, kon er niets meer mis gaan. Of toch wel.
De Amsterdammer ging in  Californië de top van de Olympus beklimmen, maar bleef halverwege steken.  Tijdens het uur U was zijn lichaam gesloopt. Helemaal op. Overtraind. Zelf wijt hij dat aan een gebrek aan medische begeleiding. Pedro van Raamsdonk, middengewicht, schoon aan de haak 78 kilo. Voor zijn gewichtsklasse  drie kilo te zwaar.
In het bloedhete Los Angeles moest hij iedere dag die kilo’s aftrainen. Uren touwtje springen in een plastic jas. Dagen zonder water drinken. Met een uitgeput lijf wist Van Raamsdonk de eerste twee partijen nog te winnen. In de derde verging alle hoop. Pedro van Raamsdonk, gedoodverfd medaillewinnaar verloor: van een tegenstander die hij normaal niet ‘zag staan’.  Nog één keer werd de accu opgeladen. Een vijfde plaats was het hoogste op de Olympiade van 1984.  Geen medaille, maar een diploma. Dat laatste moet ergens in een brandweerkazerne, onder het stof, liggen.  Om zich nóg eens vier jaar op te laden, weer alles opzij te zetten, kon hij niet meer opbrengen. Een proflicentie werd aangevraagd.
Pedro van Raamsdonk stond tijdens zijn bokscarrière meer dan driehonderd keer in de ring. Werd Europees kampioen en tien keer kampioen van zijn land. Slechts dertig keer werd verloren. Negenentwintig jaar jong, werden de bokshandschoenen definitief opgeborgen. Werd taxichauffeur. Doodongelukkig zat hij aan het stuur. Een advertentie voor brandwacht in de krant veranderde zijn leven. Inmiddels werkt de voormalige Olympiër als hoofd brandwacht bij de Amsterdamse brandweer. Pedro van Raamsdonk, 51 jaar, maakt ondanks zijn Olympische echec een gelukkige indruk. Bij de brandweer is hij helemaal op zijn plaats. Met een aandoenlijke trots  laat hij Stuyfssportverhalen de brandweerkazerne zien: ‘de grootste van Europa’. En boksen? Als trainer, in  zijn vrije tijd, geeft hij nog les. Met iedere dag een lange duurloop houdt hij zijn lijf fit. Pedro van Raamsdonk, gewoon een aardige man. 

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: