Tour de France 1953, romantische tijd van de tube om de nek, fietspomp aan het frame, mannen zonder helm en Jan Cottaar op de buizenradio. Waarin renners van de soigneur een dexedrinetablet dan wel een andere fijne amfetaminepreparaat kregen. Niemand die daar moeilijk om deed. Ook het jaar waarin een jonge Vlaamse prof zijn tourdebuut maakte. Met succes.
De Tour van 1953. Zesde etappe Caen-Le Mans over tweehonderd kilometer. Aankomst op het beroemde autocircuit. De winst ging naar een renner van maar net eenentwintig jaar. Eigenlijk té jong om een Tour te rijden. Precies zestig jaar geleden dachten ze daar iets anders over. Laat maar proberen, gooi maar voor de leeuwen, en we zien het wel. Opportunisme, is zo oud als de wielersport. Voor Martin van Geneugden maakte dat eigenlijk niets uit. Die zat daar niet mee. Sprong een gat in de lucht dat hij voor de Belgische nationale ploeg was uitgekozen.
Van Geneugden, eerstejaarsprof met een razende sprint in de kuiten, kon zich geen betere Tour debuut voorstellen. Voor de Vlaming kwam een jongensdroom uit. In de slotfase van de zesde etappe ontsnapt met Louis Caput en Adolphe Delada. De laatste twee door de wol geverfde ouwe ratten. Twee dertigers die de buit onderling al verdeeld hadden. Caput en Deladda, Franse coureurs, azend op de zege. Martin van Geneugden, hondsbrutaal, trok zich daar niets van aan. Had maling aan gereputeerde namen.
Met de streep in zicht en een voluit daverend peloton hijgend in de nek, spurtte de inwoner van Zutendaal met volle bak uit het wiel. De debutant schreef zijn eerste Touroverwinning op zijn naam. Volgens fysiologische wetten is een jochie nog maar net droog achter zijn ogen, totaal opgebrand na een Tour. Die kan een verdere wielerloopbaan op zijn buik schrijven. Maar niet Van Geneugden. Die beschikte over een betonnen lijf en een ijzeren constitutie. Won in zijn tienjarige carrière in totaal zesenveertig koersen. Reed zeven keer een Tour en won zes etappes. Dat zijn lichaam geen sleet kende bewijst hij zestig jaar later nog steeds. Martin van Geneugden, nu eenentachtig jaar, nog recht van lijf en leden, heeft zijn twee medevluchters al lang overleefd.