De nacht is zwart, stil en kil, als de klok van de kerk van Briançon drie keer slaat. De haan in het kippenhok lazert van zijn stok, en mijnheer pastoor kruipt nog even tegen de pronte kont van zijn huishoudster aan. Maar op het plein is het hectisch. De vijftiende etappe Briançon-Evian editie, Tour de France 1926, staat op punt van beginnen. Onder de kleumende renners ook Jef van Dam. Jef, ultieme rennersnaam, woeste, harde kop, de huid als een trommelvel gespannen over jukbeenderen, staat strak geprepareerd, want zwarte koffie, gekluste eieren, cognac én wat strychninetabletjes. Om een etappe over driehonderd kilometer met de lugubere cols Galibier, Arravis en de Gets, te koersen op wat suikerklontjes, doen alleen braverikken, en voormalige misdienaars.
Jef van Dam, een man met een late roeping. Werd op zijn vierentwintigste beroepsrenner, en had een carrière als een scheet van ’n oud wijf. Kort, hard en schetterend. Slechts één keer de Tour de France gereden. Weinig. Maar wél genoeg voor decennia lang prachtige, heroïsche verhalen in de lokale staminees.
Van Dam, Flandrien avant la lettre, een kerel met een onheilspellende blik won namelijk drie etappes. Jef, wist wat hij waard was. De man afkomstig uit Willebroek, verhuurde zijn krachten aan een Italiaanse kopman. Ottavio Botteccia, frontman van Automoto, een Franse fabrieksploeg, was ongetwijfeld ingenomen met zo’n Vlaamse oermens als knecht. Jef mocht dan wel als Ottavio’s lijfeigene fungeren, maar ging in de koers ook zijn eigen weg. Waar de man met zijn krachten smeet.
Dat de Vlaming de zesde én de achtste etappe won, was een voorproefje. In de vijftiende etappe ging Jef pas echt los.
De prelude daarvoor vond plaats op de hellingen van de Galibier waar de ontsnapte Omer Huijse, nog zo’n Vlaamse krachtpatser, de top scheerde in ‘een zee van menschen’, zoals de Geïllustreerde Sportwereld schreef, om te vervolgen dat ‘d’n Vlaamsche Leeuw een donderende ovatie kreeg’.
Jef van Dam, met brandend stof in de longen, volgde stoempend op vijf minuten. Wedstrijdverslagen zijn taaie kost. We beperken ons maar tot de finale. Waarin Jef een definitieve kerf kraste in de balk van de Tourgeschiedenis. Aan de finish in Evian rekende d’n Jef vakkundig af met een kopgroep van zesentwintig renners.
Ook krachtmensen zijn aan slijtage onderhevig. Jef had toch iets te veel van dat sterke lijf gevergd. Twee jaar later hing hij wegens gezondheidsproblemen, de koersfiets aan de haak. Jef van Dam, die knoestige, uit Vlaams eikenhout gehakte kerel, stierf op vijfentachtigjarige leeftijd.
Foto 1: Rechts Ottavio Bottecchia met Jef van Dam. Foto 2: Links Dossche, zittend Van Dam, staand Omer Huijsse, rechts Mertens.
Bron: Geïllustreerde Sportwereld en Le Miroir des Sports jaargang 1926.