Carel

Twee seconden!  Oftewel één ademtocht. Of twee keer met je ogen knipperen. Dan wel een fluim uit rochelen. Maar ook de tijd om vier banden van een raceauto te wisselen. Tenminste, als dat gebeurd door de jongens van Max Verstappen’s raceteam.  De jongens van Max’  bandenafdeling. Tijdens de wintermaanden  wekenlang trainend op zo’n wissel: stopwatch in de aanslag.  Want stel je voor dat Max een seconde te lang in de pittstraat staat. Het Formule1circus, één groot futuristisch pretpark waar de romantiek ver weg is, als dat er ooit was.  Ooit schijnt het leuk geweest te zijn. Maar dan wel in de fifties en de opwindende sixties.

Dat was de tijd dat één of andere adellijke rakker, met té veel vrije tijd én geld in een privéauto mee kon scheuren. Zoals jonkheer Carel de Codin de Beaufort. Het doodsaaie leventje op kasteel Maarsbergen ontvlucht, ging Carel racen. In een Porsche550 Spyder  kachelde Carel, als privérijder zijn rondjes in die krankzinnige mallemolen genaamd Formule1. Die Carel toch, een man met een zekere fatalistische inslag. Want was het niet James Dean die enige jaren eerder, ook  in een Porsche 550 Spyder op een snelweg ten noorden van Los Angeles, zich te pletter reed?

Carel kende zijn klassiekers niet. Of misschien juist wel. Maakt nu ook geen meer moer uit. Indachtig de kreet ‘wild leven en jong sterven’,  haalde de jonker wél als eerste landgenoot punten in het Formule1. Je hoeft geen psych te zijn om te weten dat de jonkheer een  adrenalinejunk was, wat maar een aanname is. Ach, de rest is geschiedenis. Met het racen naderde het einde van Carel’s bobijntje angstig snel.

Op 1 augustus 1964, tijdens de kwalificatie voor de Grote Prijs van Duitsland, gehouden op de levensgevaarlijke Nurbugring verongelukte Carel dodelijk. Tsja, de twijfelachtige romantiek van het oeroude Formule1, die het beste tot uiting komt in de geïllustreerde sportbladen uit die tijd. Zoals de voorpagina van Bud Club, gepubliceerd  in het voorjaar van 1951.

Een in kleur gevangen tijdsbeeld van de Grote Prijs van België, gehouden  op het circuit van Francochamps.  Waar de Alfa Romeo van Guiseppe Farina, pitstop makend, besprongen wordt door mannen in overalls en alpinopet.  De  geur van verse zweet van de mecaniciens, olie, en uitlaatgassen, komen dampend van de pagina. Wat ook te maken kan hebben met de fantasie van schrijver dezes…

Geef een reactie

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: