Het lot

Magere Hein, mét zeis als gangmaker. Met achter zijn motor een jochie op een stayersfietsje,  begeleidt door de Doodsengel. Horror op een ansichtkaart.  Altijd leuk  om zo’n kaartje in je brievenbus te vinden.  Op 15 september 1905 verongelukte, tijdens het Europees kampioenschap Willy Schmitter dodelijk. Amper was de kist met zijn lijk in het graf gedaald, of de drukpersen van uitgeverij Martin, in Leipzig, draaide op volle toeren.
Met Willy’s hemelgang viel geld te verdienen.  Op de ansichtkaart, duidelijk ontworpen door iemand met een feilloos gevoel voor het macabere, ook de tekst Mit des Geschickes Machten. Zo iets als, dat je nooit het lot moet tarten. Schmitter  deed dat wel. En werd het twintigste slachtoffer – sinds 1900 de gangmaakmotor zijn opwachting maakte op de wielerbanen – van de stayerssport. Willy Schmitter een gewezen leerling apotheker, afkomstig uit Keulen. Won in drie seizoenen dertig grote stayerskoersen wat goed was voor bijna zesendertigduizend goudmark.
De apothekersleerling, dé favoriet tijdens het  Europees kampioenschap, gehouden in Leipzig. Tegenstanders, Robl, en de Franse stayers Guignard, Darragon en Contenet.  Willy kwam ten val en werd overreden door de achterop komende motor van Contenet. In het  jaarboek van Radwelt 1905, wordt pijnlijk nauwkeurig beschreven dat  hij, de zelfde nacht om twee uur stierf, aan de gevolgen van een gebroken bekkenfractuur, in combinatie met een schedelfractuur.
Willy’s begrafenis, was groots,  en dramatisch. Met toespraken dat hij nóóit vergeten gaat worden.  In de jaren zestig werd zijn graf geruimd… Helemaal vergeten is hij niet, want de grootste wielerclub van Keulen is naar de jonge Schmitter vernoemd.
Willy Schmitter, werd eenentwintig jaar.

Bron: Radwelt jaargangen 1903, 1904 en 1905.

Henny en Willy gescheiden door de tijd

Copy of duitslint 006Over de Jordaan hangt een grijze deken van mist. De keizerskroon op de Westertoren is onzichtbaar. Kale bomen aan de grachten druipen van het vocht. Voor het Anne Frankhuis staat een verdwaalde toerist te verkleumen. Kortom, december in Amsterdam. Maar op een bovenwoning in zo’n typisch Jordanees straatje mijmert een oude man over vroeger. In zijn handen rust een lint. Ooit behorend bij een overwinningskrans. De gedachten van Henny Marinus dwalen terug naar de zomer van 1957.  Hoe hij, een jochie van negentien jaar, afkomstig uit de Jordaan, zoon van een vishandelaar, het sportpaleis van Keulen op stelten zette. Notabene bij een internationale koppelkoers over honderd kilometer. Een koers waarvoor hij persoonlijk was uitgenodigd. De invitatie was te danken aan zijn overwinning in ‘Rund um Köln’. Zijn koppelgenoot mocht hij zelf uitkiezen. Het werd Frans Braat, een beul van een kerel.Copy of winnaarkraansschmit1903goudenwielvomrhein
De zwiepers bij de aflossingen van Frans, voelt hij nu nog. En dan dat geluid van de  stampvolle tribunes. Godsamme, dat wil je je niet weten. Opgezweept door adrenaline werd de honderd kilometer afgeraasd in twee uur en tien minuten. Dat was meer dan een halve eeuw geleden. De overwinningkrans is al lang vergaan. Het lint heeft Marinus nog.  Dem Sieger im 100 klm. Mannschafs-Rennen u.d. Domtrophäe von Köln 15 juni 1957. R.c. Schmitter 1930 Köln., staat in gouden letters. Het woordje ‘Schmitter’ intrigeert. De Keulense wielerclub werd vernoemd naar Willy Schmitter.
 Henny Marinus en Willy Schmitter. Gescheiden door de tijd. Maar vol overeenkomsten. Willy en Henny. Jongens nog. Alle twee levend in geleende tijd. Beide koersten achter de zware motor. Marinus werd profkampioen in 1964. Willy, eenentwintig jaar, afkomstig uit Keulen, won in 1905 vijftien koersen op rij. Was op slag dé grote favoriet voor het Europees kampioenschap. Een koers waarbij hij niet levend de finish haalde. Voor de begrafenis van Schmitter, op het lokale Südfriedhof  liep heel toenmalig Keulen uit.
Copy of hennyfransRoem verdampt even snel als de goedkope parfum van een bejaarde temeier. Willy is allang vergeten. In de jaren vijftig werd zijn graf geruimd.
Henny Marinus is nog onder ons. Maar wel in geleende tijd. Drie jaar geleden gaf de neuroloog van het OLVG de oud-stayerskampioen nog twee jaar. Marinus, gestaald en gehard in honderden profkoersen, is een overlever. Zo’n man die Hein er moeilijk onder krijgt. Voor Marinus is het leven als een wielerkoers. Die eindigt pas als de bel van de laatste ronde had geluid. De koersfiets is voor Marinus taboe. Hoeft ook niet meer. Een enkele keer peddelt hij op een gewone fiets door de stad. En buiten dat. Hij heeft genoeg aan zijn geheugen, die nog scherp is, en vol met herinneringen zit. Daar doet hij het mee. Marinus ruimt het lint op. Maakt zich op voor een wandeling met zijn hondje Kismo. Het carillon van de Westertoren slaat vijf keer, als Marinus langzaam oplost in de donkere straatjes van de Jordaan.

Foto 2: Willy Schmitter, winnaar Gouden Wiel van Keulen 1903. Foto 3: Links Henny Marinus met Frans Braat.

Snel leven en jong sterven

‘Jungen, doe het asjeblieft niet. Mutti maakt zich zo bezorgd over je, ik heb er slapeloze nachten van’. Ondanks de smeekbede van zijn moeder deed hij het tóch! Willy Schmitter, leerling apotheker, liet de pillen, potjes met zalf en hoestdrankjes voor wat ze waren en koos voor de levensgevaarlijke stiel van stayer. Willy, een jochie van nog geen twintig, tekende daarmee zijn eigen doodvonnis.

Willy was eigenlijk best tevreden met zijn leventje. Als leerling in de knusse apotheek, bij het goudgele licht van een olielamp, ontspannen, hoofdpijnpoeders in papiertjes vouwen, hoestdrankjes klaarmaken en, als de gelegenheid zich voordeed, even met de winkelmeid in het magazijn rollebollen. Zo kon hij wel honderd jaar worden. Maar Willy Schmitter maakte die ene fatale vergissing: hij bezocht, voor de eerste keer van zijn leven, de wielerbaan van Keulen.
De apothekersleerling was verkocht! Hij moest en zou ook wielrenner worden. Een koersfiets werd aangeschaft en Willy werd sprinter.
Schmitter, inwoner van Mülheim aan de Rijn, een voorstad van Keulen, was niet alleen handig met de distilleerkolven, kon als geen ander mooie, puntige zetpillen draaien, maar was ook op de piste talentvol. Net achttien jaar, ging hij, in thuisstad Keulen, met de prestigieuze Rheingold-Pokal aan de haal. In zijn eerste jaar won de jonge pillendraaier elf koersen, eindigde acht keer op de tweede plaats en pakte zeven keer het brons. Aardig maar niet meer dan dat. Als sprinter kon je wekelijks de spijkers uit de wielerbaan rijden, maar meer dan een tweekolomsberichtje in de plaatselijke Zeitung leverde dat niet op.
Nee, dan zijn stadsgenoot Peter Günther, die als stayer bakken met goudmarken verdiende, een lawine publiciteit kreeg en daardoor alle lekkere Keulse meiden achter zich aan kreeg.
Snel leven en jong sterven! Vijftig jaar voor James Dean met deze kreet aan de haal ging, was het al van toepassing op die jongens achter de zware motor. Ook voor Willy, die in 1904 zijn witte jasschort definitief omruilde voor een proflicentie.
Willy Schmitter, het ventje met een babyface, net droog achter de oren, werd stayer. Voor het komende succes werd geïnvesteerd. Een peperdure gangmaakmotor, – betaald door pa en ma Schmitter, die zich hadden neergelegd bij Willy’s bloedlinke sport – werd gekocht. Eerst met jeugdvriend Peter Eiffels en vervolgens met Charles Pequi op de motor, werden de wielerbanen bestormd.
Thaddy Robl, Piet Dickentman, Bobby Walthour, Paul Guignard, Bruno Demke, Thuur Vanderstuyft  en stadsgenoot Peter Günther, dé wereldklasse, de mannen die alle prijzen verdeelden, waar wekelijks honderdduizenden moffen naar kwamen kijken, kregen van het jeugdige duo ‘patje en klop’ waar ze maar wilden. Willy Schmitter, het jochie uit de apotheek, won vijftien koersen op rij, waarbij vijfentwintigduizend goudmark op zijn rekening werden gestort. Evenwijdig aan zijn bankrekening steeg ook zijn populariteit. Vooral in Keulen. ‘Ein Schmitter-Sieg’ was synoniem voor een Keulse uitbarsting van geestdrift als Willy weer een grote koers gewonnen had.
En dan is het 18 september 1905, het Europese kampioenschap, gehouden op de al wekenlang uitverkochte wielerbaan van Leipzig. Zenuwachtig om zich heen kijkend stond Willy naast Thaddy Robl, Paul Guignard, Louis Darragon, en Contenet. Hij kon het nog maar nauwelijks bevatten, als de motoren in de baan kwamen. Het startschot viel en Willy zal nooit meer het water door de Rijn zien stromen. Het Keulse bravourejochie dat dacht de hele wereld aan te kunnen, kwam ten val en werd door de motor van Contenet overreden. Met zware hersenletsel stierf Willy Schmitter, 21 jaar.
Nadat Willy zijn plekje in de Grote Stayershemel ingenomen had, werd hij Duitsland’s eerste cultheld. De media doken er massaal bovenop. De ansichtkaarten met Willy’s beeltenis waren niet aan te slepen: een horrorachtig plaatje van stayer Schmitter, met Mager Hein op de motor.   Willy’s laatste rit naar het kerkhof hoefde hij niet alleen af te leggen. Meer dan vijftigduizend  Keulenaars volgden de stoet, waarbij de politie de straten moest vrijhouden. Anno 2011 is Willy Schmitter in Keulen nog steeds niet vergeten. De grootste wielerclub van Rijnland draagt zijn naam.

Foto 1: De jeugdvrienden Peter Eiffels en Willy Schmitter.

Foto 2: Peter en Willy.

Foto 3: Het Europees kampioenschap, Schmitters laatste race. v.l.n.r. Schmitter, Robl, Guignard, Darragon en Contenet.

Foto’s: Archief Theo Buiting

Bron: Radwelt jaargang 1905

error: Content is protected !!