Gloria

De afgetrainde kont op een  koude, harde stoep.  Een nat zweetsjaaltje,  om de nek. Het hart bonkt nog op volle toeren.  Adrenaline raast door het lijf. Lurkend wordt een slok uit een  aluminium bidon genomen. Met een onzekere oogopslag wordt beduusd op de uitslag gewacht. De aankomst van de tweede etappe Virre-Reins. Ronde van Frankrijk anno 1939, kabbelend in een gezapige tijd, waarbij de  waanzin van hedendaagse Touraankomsten nog vér weg was. Dat laatste kwam bij  Jean Fontenay, 28 jaar, alleen in duistere en onheilspellende nachtmerries voor.
Maar nu was de man door twijfel gevangen. Had  hij nou wél of niet de gele trui veroverd? Jean Fontenay, afkomstig uit Bretagne, groot geworden als boerenzoon op het platteland van Bretagne,  waar de koers nooit ver weg was en is, kon gerust zijn.  
Bretagne dus, waar lokale wielerhelden, tot op hoge leeftijd, in de kroeg tot vervelens hun verhalen orareerde.
Misschien kreeg Jean Fontenay dáárvan wel zijn roeping.  Jean, een boerenknuppel, vers uit de stallen van zijn pa, werd renner en harde dagelijks urenlang zijn kloten op een  racezadeltje. Voor een handvol franken was Jean prof in de schaduw van het bestaan. Was in drie Tourversies tamelijk anoniem. Maar niet in 1939! Daar had de Bretonner een uitschieter, wat staat voor de gele trui en dat voor twee dagen. 
Fontenay en zijn koersmakkers,  de verloren, sneue fietsgeneratie. Daar zorgde de komende wereldbrand wel voor. Evengoed kon niemand  zijn gele truien meer afpakken. Voor Jean waren dat twee dagen in gloria. Tsja die Jean. Na de oorlog nog geprobeerd als renner aan de slag te komen. Werd in 1947 tijdens een training door een jeep aangereden. Exit wielercarrière. Jean Fontenay stierf op vierenzestig jarige leeftijd in zijn geliefde Bretagne.

Bron: Le Miroir des Sports jaargang 1939.

Polygoonjournaal

Eenzaam. Helemáál alleen. Het ooit atletische, getrainde lijf, afgetakeld, en versleten. Van een afstand kijkt De Dood, hongerig en wrijvend in zijn knokige klauwen, toe. Voor George Decaux, 85 jaar, maakte het niks meer uit.
Zijn leven zit er bijna op. Het was goed geweest. De herinneringen daaraan krikten zijn levenslust voor héél even op. Speciaal aan die ene snikhete dag ergens in juli 1952. Die dag, dát moment, vergat hij nóóit meer. Het werd de drijvende dobber van zijn sportjeugd.
Hoe hij, jochie nog, net droog achter de oren, zijn debuut maakte in de Ronde van Frankrijk. Nog maar eenentwintig jaar. Te jong? Ja natuurlijk!
Helemaal in die rauwe, opportunistische wielertijd van vlak na de oorlog. De tijd dat renners voor een scheet en drie knikkers voor de leeuwen werden gegooid. En door obscure soigneurs geprepareerd werden, tot het de oren uit spoot. Ook voor George. Georgie, talentvol rennertje afkomstig uit het troosteloze noordwesten van Frankrijk, had voor zichzelf besloten het te maken.
Decor, de etappe Avignon-Perpignan, onder godsgloeiend hete omstandigheden, met extra dimensie een afstand van  méér dan tweehonderdvijftig lange, slopende kilometers. Op George maakte dat geen indruk. Je bent jong, vurig, en heb het gevoel dat  je je stuur kan opvreten.  Het werd zo’n prehistorische etappe waar het Polygoon bioscoopjournaal een patent op had en waarbij journaalcommentator Philip Bloemendal met enge holle stem, neuzelde dat ‘renners door de roodgloeiende ploert werden gebakken’.
Maar dit is een eerbetoon aan George Decaux die op die ene dag in zijn leven het Nirvana van zijn korte wielerloopbaan beleefde. Decaux was op die dag niet te houden. Met resultaat een lange ontsnapping. Met acht minuten voorsprong op de Italiaanse knecht Corrieri en meer dan twintig minuten op het peloton maakte George Decaux zijn eigen wielergeschiedenis. Het werd niet alleen zijn enige grote overwinning in zijn korte maar heftige wielercarrière, maar tevens zijn enige deelname een de Ronde van Frankrijk.
George Decaux, inwoner van Abbeville stierf op maandag 12 oktober 2015 in het ziekenhuis van zijn geboorteplaats. George werd 85 jaar.

Bron: Le Miroir des Sports jaargang 1952. En de site van de gemeente Abbeville.

Jammerlijk

Col du Portet. Een steile stinkcol van ruim tweeduizend meter hoogte, gelegen op de grens met Spanje. Domein van schaapsherders. Van die morsige, stinkende kerels, met téveel hormonen in het lijf, die maandenlang, zonder vrouw,  met hun kudden op zo’n berg bivakkeerden en waar je er maar niet aan moet denken wat ze s ´nachts met die schapen uitspookten.  Maar dáár ging het anno 1936 even niet over. De  Col fungeerde tóen als scherprechter tijdens de vijftiende etappe Perpignan-Luchon, over meer dan driehonderd kilometer. Met Sauveur Ducazeaux, een Bask afkomstig uit Frans Baskenland, in een hoofdrol. Sauveur, als eerste renner aan de top, en werd hartstochtelijk verwelkomd door een massieve mensenmassa, waarvan je nu  afvraagt hoe deze in godsnaam naar boven zijn gekomen. Dat laatste zal hem ongetwijfeld een rotzorg zijn geweest. De man, stumperend op een fietsje zonder versnellingsapparaten, had wel iets anders aan zijn kop, want had urenlang, tegen die steile hellingen met God ‘zitten praten’. Gelukkig voor hem naderde de verlossing want de afzink: de opmaat voor zijn enige Toursucces.
Sauveur Ducazeaux, drie keer aan de start van een Tour. Wat een dunne erelijst opleverde. Sauv kende maar één groot koerseuforie. En die vond plaats op die genoemde Col du Portet. En dát sprak evengoed tóch aan. De Bask werd daarom niet helemaal mister anonymous.
Daar zorgde het wielerblad Le Miroir des Sports wel voor. De clichémaker van dienst had het druk om de foto’s met  Sauveur, te ´rasteren.´ Decazeaux, kende een jammerlijke wielercarrière. Want aan de oostgrens van de Republiek waren de troepen van de Wehrmacht druk in training. De naderende wereldoorlog werd voor jongens als Sauv de dood in hun wielerpot.
Twintig jaar na zijn enige Toursucces liet hij nog één keer van zich horen. Als ploegleider leidde hij in 1956 Walkowiak naar diens enige winst in een Ronde van Frankrijk. Ach gossie, Roger Walkowiak, die arme man, die zijn leven lang kwalijk werd genomen dat hij op de erelijst stond van Tourwinnaars.
Sauveur en Roger: zal het dan tóch waar zijn dat sjlemielen elkaar aantrekken? Enfin, de Franse Bask had niet gefrustreerd hoeven te zijn over zijn wielercarrière. Per slot zijn er duizenden renners die bereid zijn om een vinger bij zich af te laten hakken voor één etappezege. Sauveur Ducazeaux stootte op zevenenzeventigjarige leeftijd zijn laatste adem uit.

Bron: Miroir des Sports jaargang 1936.

error: Content is protected !!