De Neger

Duitse troepen hadden amper hun gespijkerde laarzen gelicht. Of Parijs-Roubaix werd gehouden. Met de juiste ingrediënten van dienst. Zoals de stenen. De smerige, bolle strontweggetjes. Dreigende luchten. Storm. Regen. De armoedige dorpen. Maar vooral de kolenmijnen. En die waren nog in vól bedrijf. Misschien dankzij dát, verkreeg Olimpio Bizzi zijn broodnodige morele steun. Want de Noord-Franse kolenmijnen, vanouds hét domein van de Italiaanse gastarbeiders. En die stonden op zondag zes april 1947, met tienduizenden  hun Olimpio aan te moedigen.
Tifossi´s, zet ze aan het front en als Italiaanse renner heb je géén dope meer nodig.  Dat dacht Olimpio Bizzi ook. Olimpio, bijgenaamd de Neger van Livorno. Ach gut, nou maar niet hopen dat die Silvana Simons dit leest.
We gaan verder. Parijs-Roubaix dus, waar de hedendaagse massahysterie nog ver weg was. Maar waar het wél guur, koud, nat was.
Olimpio, Toscaan, met dertien gewonnen Giro-etappes, smeerde hem direct na de start. In gezelschap van Fazio en een zekere Vlaeminck, de laatste getrokken uit de Vlaamse klei. Bizzi, van de Toscaanse God los, met een paar supersnelle benen, koerste vrijwel nóóit buiten De Laars. En nu ramde hij op zijn Viscontea-koersfietsje vér voor de meute uit. Voor de Neger lag eeuwige roem te wachten. Want zeg nou zelf. Je naam op de erelijst van Parijs-Roubaix, daar zijn renners bereid voor, om een vinger bij zich zelf af te laten hakken.
En dan is het zeventien kilometer voor het velodrome van Roubaix. Een gat in de weg. En dat zag de Neger van Livorno nou nét niet. Gebroken achterwiel. En geen materiaalwagen in de buurt. Met slechts veertig seconden voorsprong vecht de depanneerde Bizzi, met de moed der wanhoop verder. En tsja, dan krijg je dat geneuzel wat koersverslag wordt genoemd. Stuyfssportverhalen doet daar nooit aan mee. Die houd zich bij de dramatische feiten. Zoals dat Olimpio Bizzi, uiteindelijk teruggepakt en als zesde huilend – je bent Italiaan of niet –  over de eindstreep komt.
Olimpio Bizzi, inmiddels al tot stof vergaan, want de man overleed op zestigjarige leeftijd in 1976, maar de iconische foto van zijn drama, bevindt zich na zeventig jaar , in het archief van deze blog.

Frumselhaartje

Godsamme! Het gevaar spat van de foto af. De schrik slaat je om het hart. En de vraag was dan ook niet hóe, maar wanneer. Want dat er ongelukken gingen gebeuren, dát was zeker.
Stayeren in de Belle Epoque: voor gekkies en andere vermetele. Jongens, draaiend in de mallemolen van het leven.
Zoals Joe Nelson, afkomstig uit Chicago. Joe, gegangmaakt door ene Stinson. Achter een motor waarvan een visuele gehandicapte kan zien, dat je je leven daarachter, niet zeker was. Dat had die Stinson ook bedacht. Om te voorkomen dat zijn voorband in de bochten, er af vloog, had hij deze met tape vastgemaakt. Nog even doorgaan over die motor. Die altijd goed was voor zo’n tachtig kilometer per uur. Maak met die snelheid maar eens een smakkerd…  

Of die Joe daar van doordrongen was? Ja! Maar dáár kom ik straks op terug.  Wat die jongen bezielde? God, zal ongetwijfeld het antwoord weten. En anders stond dat wél in de sterren geschreven. Ik bedoel Joe, goed getraind, kaggelde met zo’n tachtig kilometer achter dat ding. Die was doordrongen van het gevaar.
Dat Joe geen helm droeg was een issue. Erger was dat achter die motor, voor de veiligheid van de renner, geen meedraaiende rol had. Zo’n rol, die voorkwam dat de renner tegen de motor aan reed. De afstand voorwiel/achterkant motor, was een kwestie van een  frumselhaartje…
Tijdens een stayerskoers gehouden in het New Yorkse Madisdon Square Garden,  anno 1904, realiseerde Joe dat ongetwijfeld ook.  
Joe, volle snelheid,  raakte inderdaad héél even de motor. Joe Nelson, werd eenentwintig jaar. Hoe het dáárna, met zijn  moeder was gesteld, daar durf ik, anno nu,  niet eens aan te denken. Drie jaar eerder want september 1901, op dezelfde baan, en óók tijdens een stayerskoers, verongelukte namelijk  haar andere zoon, Johnny, 23 jaar.
Joe Nelson had dus gewaarschuwd moeten zijn…

Schimmen

En daar was die opeens! Jan Zagers! En nog wel tijdens de klassieker  Parijs-Brussel, anno 1953. Waar die Jan,  op de gevreesde kasseien van Braine-le-Comte , een demarrage plaatste van jewelste.  
Ach, die Jan toch, een profje uit de buurt van Antwerpen. Pas tweeëntwintig jaar. Ga maar op avontuur jongen. Doe maar lekker gek. Laat je zien. Het geluk is voor de opportunist.
Alleen jammer dat Jan, door Loretto Petrucci, werd terug gepakt (zie foto). Jan en Loretto. Schimmen uit het wielerverleden. Opgelost in de tijd. Zoals die Petrucci, een geheimzinnige, mystieke Italiaanse coureur. Die er óók opeens was. En ook zomáár weer verdween. Van uit het vólkomen  niets, won die Loretto, amper droog achter de oren,  Milaan-San Remo van 1952. En net als je dacht aan die ene  blinde kip, die wel zijn graantje meepikt, flikt die Loretto dat een jaar later weer. Dat  hij deze Parijs-Brusssel ook won, is ter kennisgeving. Ook dat hij nadien nóóit meer een platte prijs reed.
Maar goed, deze column gaat over Jan Zagers.  In de fifties, tien jaar profrenner om een schrale boterham. Met een uitslagenlijst waarvan niemand van wakker ligt. Evengoed was de man in het cyclisme, géén toevallige voorbijganger. Zagers, winnaar van onder meer van de Vlaamse semi-klassieker, Nokere-Koers, en werd ook nog eens tweede in een Luik-Bastenaken-Luik en won daarnaast, nog een rits kermiskoersen: ik bedoel maar.
Maar dáár gaat het nu niet om. Wél dat die Zagers, na zijn profcarrière een racefietsennering begon in Brasschaat. Voor ons, koersende, Hollandse jongens van de geboortegolf, een  begrip. Ging je naar d’n Bels om daar een koersje te rijden, dan ontkwam je gewoon niet aan fietsenhandel Zagers. Want de grens overgestoken bij Wuustwezel, en rijdend over de Bredabaan,  grijnsde de zaak van Jan je tegemoet.
Mijn god, de eerste keer daar de drempel gepasseerd! De bek viel open. Wát een aanbod. Rekken vol frames. Italiaanse koersfietsen, gespoten in geraffineerde kleuren. Stapels tubes. Kasten vol koerskleding. En nog een stuk goedkoper dan in Amsterdam: per slot zijn we wél Hollanders. En natuurlijk Jan himself, die je met een prachtig Vlaams accent ter woord stond.
Tsja, dan de wielerzaken in Amsterdam. Wát een armoede. Zoals het befaamde RIH-Sport, op de Westerstraat. Granieten vloer, een paar fietsjes in de etalage, wat foto’s aan de muur, en dat was het. Wilde je een frame kopen, dan diende je eerst op audiëntie te gaan bij framebouwer Bustraan. Die dan héél bedenkelijk keek. Alsof hij je een gunst verleende. En dan kon je nog een half jaar wachten voor het frame gebouwd was. Niet bij Jan Zagers. Daar verliet je de zaak met een koersfiets aan de hand.
Het is decennialang geleden dat Stuyfssportverhalen gekoerst had. Maar de fietsenzaak van Jan Zagers bestaat nog steeds, uitgebaat door diens zoon. Trouwens, de ouwe Jan ook, want die is inmiddels achtentachtig jaar.

Vijftien centimeter korter

Voor gokkers was er niet veel aan. En verrassingen waren er ook niet. De winnaar stond bij voorbaat vast. Dat Reinier Honig met de nationale stayerstitel aan de haal ging was zeker. Zo zeker, dat bij het gangmakergilde, vóór de koers daar over  werd gemord. Met als strekking dat een professional, want Honig, niets te zoeken had bij dit kampioenschap. Honigs concurrentie, waaronder enkele grote aanstormende stayerstalenten, bestaat uit jongens die, óf werken of nog studeren. Maar goed, dat maakte de pret er niet minder om. Bij dit kampioenschap kwamen de stayersadepten aan hun trekken: met de  nodige spanning en sensatie. Ga maar na.  
In de series, op volle snelheid krijgt die Honig een lekke band, een nachtmerrie voor iedere stayer. Honig, reservefiets naast de baan, wisselde razend vlug van fiets en wist de schade te beperken. Maar dat waren de series. Er was ook nog de finale over tweehonderd ronden. Waar de redelijk bevolkte tribune goed voor ging zitten. Het was Luuk Jansen, verrassend goed rijdend, die er meteen vandoor ging. Wat kenners met hun hoofd deden schudden. Een zelfmoordpoging of had die Jansen zulke goede benen? Laten we het maar op het laatste houden.
Jansen door Sam Mooij vakkundig gegangmaakt, hield hét heel lang vol. Maar eerst even vertellen dat Ocko Geserick, op de tweede plaats, gegangmaakt werd door Willem Fack. De laatste een man van tradities. Neem alleen al de helm van Fack. Geërfd van wijlen Martin ‘tuut’ Huizinga, een  gangmaker uit een ver verleden,  die decennialang geleden, zijn plekje in de Grote Stayershemel had ingenomen.
We gaan verder. Geserick op de tweede plek gevolgd door Honig. Wedstrijdverslagen, áltijd oervervelend. Daarom  meteen naar de tachtigste ronden. Voor Honig tijd  om op jacht te gaan naar zijn achtste nationale titel. Honig tweede bij het laatste gehouden Europees kampioenschap, maakte er geen half werk van. Plat op de fiets schokkend met de schouders werd het gat met iedere ronde kleiner. Tot het moment dat Jansen zal worden opgeraapt. En daar ging het bijna mis.
Jansen liet zich niet zomaar afslachten en hield Honig van het lijf. De laatste moest de rol laten gaan. En eerlijk is eerlijk, daar kwamen de stayerskwaliteiten van Honig aan te pas. Die bleef zo’n vier meter achter de motor, in de vuile wind,  vol door gaan. Aardig was de strijd om de tweede plaats. Met nog vijftien ronden te gaan wist Geserick, met opkomende kramp in de benen, nog langs de moe gestreden Jansen te glippen. Wat meteen de einduitslag was.
Dat was het nationale kampioenschap stayeren. Waarvoor, én het Alkmaars Sportpaleis maar ook de nieuwe lichting gangmakers niet genoeg voor geprezen kunnen worden. En als er dan toch iets te zeiken valt: jammer dat de rol achter de motor té ver staat. Volgens Stuyfssportverhalen moet deze minstens vijftien centimeter dichter tegen de motor aan.

Uitslag nationaal kampioenschap stayeren: 1, Reinier Honig, 2, Ocko Geserick, 3, Luuk Jansen. Foto 1: Reinier Honig, Foto 2, Willem Fack met Ocko Geserick.

Zware klus

Wie zijn grootste supporter is? Zijn opa van 87 jaar (zie foto). Trouwens de hele familie zit komende zaterdag, tijdens het nationale kampioenschap stayeren,  op de tribunes van het Alkmaars Sportpaleis. Het  stayeren  is voor Jeroen Kaldenbach een  familieaangelegenheid. Oom Patrick Besteman is zijn gangmaker. Dat laatste is wél  zó fijn, in het stayerswereldje, waar gangmakers nou niet zijn omringt met het aureool van eerlijkheid.
Jeroen Kaldenbach, 25 jaar, een stayer in opkomst. Met op zijn conduitestaat al drie keer een tweede plaats bij het nationale kampioenschap. Ook internationaal werden grote stappen gemaakt. Afgelopen zomer was de combinatie Kaldenbach-Besteman regelmatig te vinden op de Duitse en Engelse wielerbanen. Waar dicht ‘tegen het podium’ werd geëindigd. Met  als hoogtepunt het Europese kampioenschap in het Duitse Erfurt, waar hij zich via de series wist te plaatste voor de finale waar hij zesde werd.
Stayers, vaak harde, volgroeide kerels op leeftijd, en gepokt en gemazeld. Wat dát betreft moet Kaldenbach sterker worden, maar ook meer gogme krijgen.  Tijdens de wekelijkse trainingen in  het Alkmaarse Sportpaleis, met zes renners in de baan, wordt daarom veel op snelheid getraind.
Jeroen Kaldenbach, behorend tot de stayerstop, is wat je noemt een outsider. Om hem daarom  tot  dé komende  titelkandidaat te benoemen, wordt voor hem een zware klus.  Dé favoriet voor de titel, is en blijft zevenvoudig nationaal kampioen Reinier Honig. Probeer die maar eens te kloppen.  Maar de wonderen zijn de wereld niet uit. Aan Jeroen Kaldenbach gaat het niet leggen.
En wie daar van getuige wil zijn, moet zich komende zaterdag spoeden naar het Alkmaars Sportpaleis.

Nederlands Kampioenschap stayeren, zaterdag 19 januari. Aanvang series 18.00 uur, 19.00 uur jeugdwedstrijden, Finale stayeren om 20.30 uur.
Toegang 3 euro. Parkeren gratis.

Debuut

‘Piet, jongen, dat is iets voor jou’, sprak Piet Dickentman in 1898. Dickentman, als negentienjarig renner,  aanwezig op de wielerbaan van Wenen, maakte voor het eerst kennis met een gangmaakmotor: een lullig ééncilindermotortje, die amper de vijftig  kilometer per uur aantikte. Dickentman, jongen van de Amsterdamse Westerstraat, had een profetische blik. Een  paar dagen later, op een gewone baanfiets, maakte Piet, gegangmaakt door de Berlijnse broers Lehmann, zijn debuut als stayer. Het succes van Dickentman als stayer was navenant aan de snelheden, én de bijbehorende gevaren, van de zware gangmaakmotor.
In 1900 maakte  de loeizware, Brennabormotor zijn debuut op de wielerbanen. Het echte tijdperk van het stayeren had een aanvang genomen: garantie voor spanning en sensatie, vooral op de Duitse wielerbanen.  Dat het hard ging bewees Piet op 18 juni 1905  tijdens de Preis der Stadt Leipzig waar hij de  honderd kilometer afraasde in een tijd van 1 uur en 12 minuten. 
Van Piet Dickentman, de allerbeste stayer uit de geschiedenis, weet deze blog, regelmatig, zeer zeldzame  foto’s, van te scoren. Maar ook feiten en verslagen, gevonden in volkomen onbekende jaargangen van sportbladen, uitgegeven tijdens Dickentmans carrière. Kortom, Stuyfssportverhalen komt daar in  2019 nog op terug.

De Vrome

‘…en tot slot  smeek ik,  of  U er voor kan zorgen dat morgen, de dope goed mag aanslaan’, waren zijn laatste stichtelijke woorden. Met een uitgestreken,  schijnheilig hoofd, voorzien van een  hemelseblik, beëindigde Fiorenzo Magni zijn vurige gebed. Naast Fiorenzo was Gino Bartali, nog druk in ‘gesprek’ met zijn schepper.  
Fiorenzo, en Gino, beiden zwaar van ‘het houtje’, en tijdens de Tour van 1950, collega’s, én concurrenten. Het was diezelfde Ronde van Frankrijk, waar de tiende etappe finishte in Lourdes: vanouds dé hangplek voor kreupelaars, behoeftige en ander soort trekkebenen.
En waar ben je dichter bij de Heer dan in dit merkwaardige bedevaartsoord? Zeg nou zelf. Daaróm, grijp je kans. Ga voor een wonder. Wat kan het je schelen,  niet geschoten, áltijd mis. Voor jongens als  Magni en Bartali, dan ook een buitenkansje.
Na de massages werd een sprint getrokken richting kathedraal.
Tsja, die Bartali, een getormenteerde Roomse rakker, bijgenaamd de Vrome, maar tóch ontsnapt aan de aandacht van het klooster. Gino,  renner op leeftijd, droeg, tijdens de koers,  zijn eigen kruis, want had de grootste moeite om Magni van het lijf te houden.
Maar eerst even de volgende vraag stellen: waar zijn de beminde gelovigen het meest bang voor? De gekwelde vrees voor het hiernamaals natuurlijk! De angst voor hellevuur, én het voorgeborchte: altijd latent aanwezig. Maar dát zijn zorgen voor later.
De mens, speciaal een wielrenner,  is een geboren opportunist, die gaat voor het ‘hiér en nú’. Ook op die elfde juli 1950, in de basiliek van Lourdes. Waar boven de brandende kaarsen en het wierook uit,  de  penetrante geur van angstzweet dwarrelde, afkomstig van het Italiaanse duo. Dat er gehuiverd werd was terecht. Een dag later stond de apocalyptische, bergetappe over colls zoals de Aubisque, Tourmalet en de Aspin, op de rol.
Overbodige zorgen. Geef je over aan Hem. Ga in gebed! Al Uw smeekbedes worden verhoord. De Heer is namelijk grootmoedig.  En houd ook nog eens van de Koers. Dat laatste was mooi meegenomen. Zeker voor Gino Bartali en Fiorenzo Magni.
De gevreesde bergetappe, Pau-Saint Gaudens, over tweehonderddertig kilometer, werd gewonnen door Bartali. En wie de gele trui kreeg? Fiorenzo Magni! Je zou er bijna gelovig van worden.

Schlemiel

Copy of parentpillasRoem en drama, gingen hand in hand tijdens zijn leven. Stuyfssportverhalen had daarom al eerder over hem geschreven. George Parent, afkomstig uit Frankrijk,  behoorde dan ook tot de allerbeste stayers uit de geschiedenis. Van George zijn niet zóveel foto’s bekend. En die er zijn, zijn  dikwijls  dezelfde, want vaak genomen tijdens een start van een stayerskoers. Maar een enkele keer  duikt er een zeldzame plaat op.  Zoals de bijbehorende, op een digitale veiling gescoord.
George achter gangmaker Pillas. Een geposeerde foto, maar geeft evengoed een griezelige inkijk in het stayeren van vóór de Eerste Wereldoorlog. Waar het begrip veiligheid vér weg was. Georgie vlák achter die motor, een monster die met gemak de negentig kilometer haalde. Parent zal tijdens de koers vaak van de motor gereden zijn. Dan was het voor zo’n stayer zaak om het gaatje snel dicht te rijden. Wat altijd gepaard ging met een botsing tegen de  meedraaiende rol.
Mijn gód, met dié snelheden, je moet daar toch niet aan denken. Je weet meteen waarom, tijdens het maken van deze foto, want 1909, al drieëndertig stayers én gangmakers op het kerkhof lagen te wachten op de ‘jongste dag’. Alléén al die lange gebogen stuurpen van Georges fiets…
Je hoeft geen Pieter van Vollenhoven te zijn om te beseffen dat zo’n pen, -ongetwijfeld door een dorpssmid in elkaar geknutseld – met die botsingen af kon breken als een luciferhoutje. George, honderden koersen gereden was een overlever.  Evengoed was zijn laatste oordeel al geveld, daarover straks meer. Parent, met dat treurige hoofd achter gangmaker Pillas, koerste voornamelijk op de Franse, Vlaamse en Hollandse wielerbanen. Op de Duitse banen,de premier-league  van het stayeren, was George niet zó vaak actief. Toch behoorde  de man tot de allersterkste stayers uit de geschiedenis. Georgie werd namelijk drie jaar achtereen wereldkampioen: in een periode dat er meer dan vijftig kanshebbers waren.
Ach ja, die arme George Parent.  Vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog voor zijn land, en overleefde de hel van Verdun. Schlemielig dat de vroegere wereldkampioen  in oktober 1918, stierf aan de gevolgen van de Spaanse Griep. George Parent werd drieëndertig jaar.

Handvol Lires

Prijs de knecht waar alle zeges vandaan komen. Speciaal de Italiaanse gregario, want slaafse en gehoorzame kerels. Door hun mama´s gedrild. En als jochies gehersenspoeld door de Roomse kerk. Waar mijnheer pastoor er in stampte dat ´Gij Uw Heer Moet Dienen´, ondertussen wellustig loerend naar z’n misdienaartje. Die Vaticaanse rukkers wisten preciés hoe je de beminde gelovige er geestelijk onder kon houden.
Italië, land van feodalisme, fascisme, hiërarchie en waar de Capo di Tutti nooit ver weg was. Hele generaties jongens kwamen getormenteerd in de maatschappij terecht. En als zo´n kereltje ging koersen had de ideale gregario zich aangemeld. Zo’n stiekemerd, die bereid was om de kont van zijn kopman af te vegen. Kerels zonder eergevoel. Die ziel en zaligheid verkwanselde voor een handvol lires. Hoeren op de koersfiets.
Fausto Coppi, rock ’n roll, a vant la lettre, had ze voor het uitzoeken. Coppi, schijt aan de Roomse kerk én diens hypocriete wetten, een overtuigde atheïst, maar vooral een onovertrefbare minnaar. Naast alle trainingen, koersen en andere plichtplegingen in binnen en buitenland, klopte Il Campionisimo jarenlang zijn pijp leeg bij zijn minnares Giulia Occhini. Alleen al dát maakte de man legendarisch…
Wat tegen het zere been was van de Paus, die prompt weigerde om de start van een toenmalige Giro d’ Italia te zegenen. Réken maar dat Coppi met dat laatste in zijn maag zat: máár niet heus.
Enfin, we gaan verder met Fausto, en diens greagario’s, die de winter van 1953 trainend doorbrachten. Wat staat voor helse, barre tochten door de Apennijnen. Fausto, knickerbocker én kniekousen, op zijn Bianchifietsje mét spatbordjes, had dan wel een goddelijke status, maar fietsheiligen kunnen óók getroffen worden door een lekke tube. Die door zijn knechten werd omgewisseld.
Hét kenmerk van een Heilige is nederigheid. Dat Jezus indertijd de voeten van zijn discipelen waste, was daar een staaltje van. Maar de Heer had nooit op koersfiets gezeten. Fausto Coppi wel. Maar die kon dan weer niet over water lopen…

Koning Eenoog

Revanches werd het genoemd. Wat natuurlijk niet zo was. Het was een strak geregisseerd spel. Ordinaire volksverlakkerij. Doorgestoken kaart.  Met de wereldkampioenen van dienst in de hoofdrol. De jaren vijftig en zestig. Geen of nauwelijks wielrennen op de televisie. De liefhebber werd via radioreportages op de hoogte gehouden. Of anders met opgesmukte verhalen in de krant. Na afloop van  zo’n wereldkampioenschap trok het rondreizend wielercircus langs de Europese wielerbanen. De regenboogtruien werden verzilverd. Dat laatste verpakt als een ‘revanche’. Waar van te voren de winnaar al bekend was.
Een enkele keer was er een onverlaat die schijt had aan de opgelegde rangorde. Zoals  Henny Marinus, – stayer afkomstig uit het van oudst  vrijgevochten en  tikkeltje anarchistische Jordaan, – die tijdens zo’n ‘revanche’ in een vol Olympisch Stadion, dwars door de combine heen reed. Over deze koers is inmiddels al het nodige geschreven.
De Revanches, waar, voor aanvang,  eerst de kampioenen werden gehuldigd. Een ceremonie van een treurige, tenenkrommende, lulligheid. Een bos bloemen, een toespraak én een ereronde voor de kampioenen.
Ook in 1964 in Amsterdam, waar onder meer verse kampioenen als een Jaap Oudkerk,  en Tiemen Groen deze kwelling moesten ondergaan. Oudkerk en Groen ’s werelds beste  amateur-stayer én achtervolger. Tussen Jaap en Tiemen in de Spaanse profstayer Guillermo Timoner: met op zijn erelijst zes wereldtitels achter zware motoren. En sindsdien door het leven ging als de ‘beste stayer ooit’: een hardnékkig misverstand! Dat was en is gewóón niet waar.
Timoner, was een aardige, begenadigde  rolrijder. De beste van zijn generatie. Maar absoluut niét de beste óóit.
De man was Koning Eenoog in het land der blinden, want kende vrijwel geen concurrentie en hoefde maar rekening te houden met een tiental stayers.
Voor de criticasters en andere Timoner-adepten: in de ranglijsten van deze blog staat  de Spanjaard niet eens bij de top-7.Tijdens de Belle Epoque én de tijd tussen de wereldoorlogen in, waren honderden topstayers, onderverdeeld in drie klassen, actief.
Kerels die meerdere keren per week hun kloten achter die pokkemotor, moesten schroeien om de broodnodige contracten te krijgen. Probeer daar maar eens de beste van te zijn.

En wie dat zijn? Op basis van uitslagen, de concurrentie én het aantal verreden koersen waren dat George Parent, Bobby Walthour, Taddy Robl, Piet Dickentman, Paul Guignard en Victor Linart. Op deze ranglijst hobbelt Timoner daar vér achter aan.
Het stayeren, is van het mondiale titeltoernooi verbannen: met dank aan een handvol corrupte, criminele gangmakers. Ook de ‘revanches’ zijn een zachte dood gestorven. En alleen de ouderen onder ons weten zich de wielerbaan, inmiddels gesloopt, van het Stadion te herinneren.

error: Content is protected !!