Puntige beha’s

De storm van mijn jeugd overleeft, en al zestig jaar  in m’n bezit. Een wonder op zicht. De ESSO-voetbalplaten, uitgegeven in 1959 door de gelijknamige oliemaatschappij. Negenenveertig kleurenfoto’s, afgedrukt op groot formaat, van elftallen uit het toenmalige betaalde voetbal:  bij elkaar gehouden in grote enveloppen.  Clubs met obscure namen als Rigtersbleek, NOAD, Stormvogels, Volewijckers en meer. Verenigingen, allang opgelost in de geschiedenis. Kleurige platen, negenentwintig centimeter breed,  geschoten  in knusse stadionnetjes, waarmee duizenden jongenskamers werden behangen.
Foto’s  met elf knoestige kerels, uitgeschoren nekken, in de kousen betonnen scheenbeschermers, die  voor een handvol knaken,  de eer van het dorp of stadswijk verdedigde.  Fanatiek  aangemoedigd door mannen met  alpinopetten en  stompjes sigaren tussen de lippen.  Voetballers getraind door een lokale feldwebel, die zijn jongens in de koude avonduren liet opdraven. Op de houten tribunes geen malligheid zoals van hedendaagse, rellende supporters. De enige die regelmaat over de schreef gingen, waren de keepers van dienst. Kerels met een geduchte reputatie. Die bij hoge voorzetten stompend naar de bal gingen en daarbij ‘per ongeluk’ het hoofd van de gevaarlijkste tegenstander raakte. Goddank kwam de VAR alleen maar voor in koortsige dromen. Of er met een systeem gespeeld werd? Ja, met   een ‘stopperspil’, die, als het hem uitkwam, je rücksichtlos het ziekenhuis in schopte.  Enfin, de avonturen van Kick Wilstra waren nooit ver weg…
Dat was dus 1959,   met radio Luxemburg,  –  de laatste Amerikaanse rock ’n roll-platen- , meiden,  angoratruitjes en puntige beha’s, achterop de brommer. Waarbij je enige zorg was dat je genoeg  brillantine in je haar had. En zondagsmiddags, op de buizenradio  Frits van Turenhout, die met sonore stem, alsof er zojuist een wereldoorlog was uitgebroken,  de voetbaluitslagen voorlas.
Tsja, de fifties, fijne tijden, met  de Esso-voetbalplaten als laatste tastbare icoon.

Foto: Stormvogels uit IJmuiden met zittend, tweede van rechts, Henk Groot, de man met de fluwelen techniek, die als enige van al die honderden spelers, echt doorbrak als voetballer. Eerst bij Ajax en later in Oranje.

De gouden jaren van voetbalicoon Rinus Israel

Rinus Israel, de beste verdediger die Nederland ooit kende. De man met de lange pass, die als keiharde verdediger niet te passeren viel. Maar ook een bikkelharde, cynische, rancuneuze en gemene speler. Die er niet mee zat om tijdens trainingspartijtjes zijn clubgenoten tanden uit de mond te slaan of anders wel zwaar te blesseren. En dat allemaal omdat Rinus niet tegen zijn verlies kon. Ron Jans, nu trainer in het betaalde voetbal, weet daar alles van. Als negentienjarige speler van PEC Zwolle waagde Jans het tijdens een trainingspartijtje de bal door de benen van Israel te spelen. Even later krijgt Jans van Rinus een bewuste ‘elleboog’. Het kostte Jans een tand.
In het zojuist uitgekomen boek ‘IJzeren Rinus’ heeft auteur Harry Walstra geen half werk verricht. Met een vlotte pen neemt Walstra de lezer mee naar het Amsterdam-Noord in de jaren vijftig. Om precies te zijn het Floradorp, de geboortegrond van Rinus. Waar de laatste  bij buurtvereniging DWV op zeventienjarige leeftijd zijn opwachting maakte in het eerste elftal. Floradorp, waar zijn voetbaltalenten door de Volewijckers, spelend op het legendarische Mosveld, zo’n honderd meter van Israëls huis, over het hoofd werden gezien.
Stadsgenoot DWS had een betere scout. In 1963 maakte Rinus, met een jaarcontract van 12.000 gulden zijn debuut in het betaalde voetbal. DWS werd dat seizoen landskampioen, onder meer door Israels verdedigende talent. Niet veel later wordt de verdediger door Feyenoord ingelijfd.
Walstra beschrijft de carrière van Israel zonder opsmuk, duikt diverse archieven in, en laat ook veel van zijn vroegere medespelers aan het woord.
Rinus met zijn fabelachtige voetbalinzicht én meedogenloze acties. Voor dat laatste had iedere ‘aanvaller’ de nodige angst. Maar niet iedere voetballer. Er was één speler waar Israël geen vat op had. Of zoals hij dat door Walstra laat optekenen: ‘Met Cruijff had ik als verdediger de meeste problemen gehad. Hem intimideren lukte niet. We hadden vaak geprobeerd hem hardhandig af te stoppen. Het is zelden gelukt.’
In ‘IJzeren Rinus’, beschrijft  Walstra  Rinus’  interland- én trainerscarrière, met alle ups en downs, maar ook andere  anekdotes. Kortom, ‘IJzeren Rinus’ beschreven in vierenveertig hoofdstukken, verveelt nergens. Daarvoor was de carrière van Rinus Israel te kleurrijk en hectisch.

‘IJzeren Rinus’
Uitgever: Just Publishers.
ISBN: 9789.0897.50280.
Paperback
Prijs: 19,95 euro.

error: Content is protected !!