Gebutst en geschaafd naar het zilver

almaarvalgroenNee, geen trauma. Ook is hij niet bang geworden. De man is namelijk stressbestendig. En keihard voor zich zelf. Wat moet er eigenlijk gebeuren om Dex Groen uit balans te krijgen? Daar moeten we maar niet aan denken. Afgelopen zondag, tijdens het nationale stayerskampioenschap maakte hij een ware doodssmak. Met als extraatje een zware 450 cc gangmaakmotor boven op zijn lijf. En schoof vervolgens onder de motor meters door op de houten wielerbaan. Waarbij de poorten van de hel héél even open ging. Met apocalyptisch geraas van brullende motoren, brekend en splinterend hout, en een collectieve schreeuw van afschuw afkomstig van de volle tribune. Als de stofwolk is opgetrokken zijn er drie  slachtoffers:  gangmaker Uwe Smit en de renners Marc Oostendorp en Dex Groen. Vooral de laatste. Die bleef roerloos op de baan liggen. Heel even maar. Groen stond op. Een wonder. Shirt helemaal aan flarden. Rug, armen en benen onder de brandplekken en schaafwonden.  Voor stayers die bang zijn is maar één remedie: de fiets pakken en opstappen. Groen deed dat gewoon. In het Sportpaleis gaf geen zinnig mens één eurocent  voor hem en zijn titelaspiraties. En te bedenken dat Groen tot het moment suprême bezig was om Patrick Kos, de kanshebber, met een mooie en harde koers het zo moeilijk mogelijk te maken.dexmooij
Gebutst, gekneusd en gewond, ging de Noord-Hollander opnieuw van start. Groen, gegangmaakt door Sam Mooij, startte rustig. Bungelend op de vijfde plaats, draaide Sam Mooij rustig aan de gashendel. Mooij en Groen stoomden langzaam, ronde voor ronde op. De eerste plaats was al vergeven aan de ongenaakbare Patrick Kos. Wat restte was het gevecht om het zilver. Waar Groen met pijn in zijn hele lijf op een bewonderwaardige manier naar toe knokte. Wat niet gemakkelijk was. De oude en taaie Raymond Rol hield nog het langst stand. Om in de laatste vijf ronden het hoofd te buigen.
Tijd om een feestje te vieren, laat staan te herstellen was er niet. Dex Groen, zilveren medaille, vertrok een dag later richting Spanje voor een  trainingskamp. Waar hij laat weten zich lichamelijk niet zó goed te voelen. Hij is stijf, voelt zich koortsig en heeft pijn in zijn hele ‘lijer’. Slapen of zitten in een stoel is heel lastig. Maar ondanks dát traint hij dagelijks. Weliswaar op een klein programma, maar toch. Dex Groen wil in de voorjaarsklassiekers er ‘staan’. Ook als stayer blijft hij actief . Wat mooie tijden belooft in het Alkmaarse sportpaleis.

Pronte meiden én fietskoeriers…

Het blijft wennen, de nationale baankampioenschappen tussen de feestdagen in. Maar zet je daar over heen en je krijgt drie dagen lang topsport in het sportpaleis van Alkmaar. Met op het middenterrein de klassieke dwangneurotische rituelen van wielrenners vlak voor een titelrace wat staat voor ritmisch geraas van dansende fietsen op rollenbanken, gapende renners lurkend uit bidons of hangend op een bankje: slaafse ouders in de schaduw.
De tijdrit over vijfhonderd meter voor vrouwen neemt een aanvang en dat betekent twee rondjes razen over het hout. Aan de start pronte, stevige meiden, met volle derrières. Een holle stem roept  renster Willy Kanis (foto) aan het vertrek.
Trainingsjack gaat uit, de muts achteloos opzij gegooid, de spacy helm  op, en de armen liggend op het ossenkopstuur. Van kop tot aan haar tenen is Kanis gemotiveerd. Ze is kwaad, zeg maar gerust razend. Ze voelt zich namelijk door de wielerbond genaaid, gepasseerd, in de steek gelaten.
Maandenlang had ze van de KNWU niets vernomen, moest ze het helemaal alleen uitzoeken. Voor de goede orde: Kanis is één van de weinige medaillekanshebbers bij de volgende wereldkampioenschappen. Razernij én gebrek aan waardering is de beste dope voor een wielrenner, daar kan geen pil, spuit of wat voor preparaat tegen op.
Met imposante én gespannen dijen gaat ze van start. Twee ronden rammen, het hart tot angstaanjagende hoogte jagen, de verzuring door de spieren voelen kolken. De rondebel klingelt en een kaalhoofdig  jurylid met gekwelde blik slaat het rondebord om, alsof de renster in kwestie niet tot twee kan tellen…
Als  Willy Kanis bezig is het baanrecord te verpulveren, wat weer goed is voor een nationale titel, verschijnt op het middenterrein Amsterdams aller-snelste fietskoerier: Levi Heimans, heeft zijn entree gemaakt…
Heimans zien is, altijd, bij jezelf de vraag stellen of hij niet op de verkeerde sportlocatie is beland. Met zijn baard van een week oud, op zijn rug een fietskoerierstas oogt hij meer als een skateboarder die zichzelf vertwijfeld afvraagt in wat voor rare halfpipe hij nou is beland. In plaats van een board hangt er aan zijn hand een ‘tijdritmachine’.
Levie Heimans, student, fietskoerier, tijdrijder, én de machinist van de nationale achtervolgingsploeg, kijkt rond, knikt, maakt een praatje, schudt een hand, en loopt met dromerige oogopslag, uiterst relaxt naar een bankje: als een panter die klaar is voor de beslissende, dodelijke  sprong.
Nadat Willy Kanis haar zoveelste kampioenstrui op het schavotje aangereikt kreeg, worden rollenbanken ingeklapt, fietsen gedemonteerd, tassen ingepakt. Na twee rondjes fietsen verlaten de meiden het sportpaleis en is het wisseling van de wacht. Heimans en zijn collega’s maken hun opwachting voor de kilometer-tijdrit.
Dat waren dus de nationale fietskampioenschappen tussen kerst en oud en nieuw in. En nu maar hopen dat het een traditie wordt…

Foto: bf-one.com