Dof gerommel

De Scheldestraat 66. Ooit een begrip in het vooroorlogse Amsterdam.  Het was  dan ook het adres van  de fietsenzaak van  Piet Dickentman, die in 1928 voor de eerste keer zijn  winkeldeur opende. Dertig jaar lang had de oude Dickentman, als stayer achter zware motoren, zo’n beetje heel Europa vermaakt en laten sidderen met bloedstollende duels. Met de opbrengst van het prijzengeld, verdiend met  bloed, zweet en tranen, had Piet zijn winkel gefinancierd.  En net als tijdens zijn stayerscarrière stond de naam ‘Dickentman’ voor kwaliteit. En buiten dat: geholpen worden door een voormalige wereld- en Europees kampioen, gaf voor de clientèle een extra dimensie.
Dat de zaak gerund werd door de állerbeste stayer uit de wielergeschiedenis, liet geen twijfel. Tot diep in de jaren 70 stond in de etalage Piets stayersfiets. Aan de muur foto’s en overwinningslinten.
Nadat Dickentman in 1950 zijn laatste adem uitblies nam diens zoon, Piet junior, de nering over. Tot 1975 bleef de fietsenwinkel in familiebezit. Inmiddels, vele eigenaars later,  bestaat de zaak nog steeds. Dit jaar negentig jaar. Een jubileum:  maar wél een trieste.
‘Scheldestraat 66’ is inmiddels afgezakt tot een bedenkelijk niveau. Nadat de politie had vastgesteld dat in de zaak gestolen fietsen werd verhandeld is, op last van de Amsterdamse burgemeester, de zaak voorlopig gesloten.
In  de knekelput op het Nieuwe Oosterbegraafplaats, Piets laatste rustplaats, klonk een dof gerommel…