‘Eene hardrijderij om poen, spek en bonen’

hardschaatsen_amstel02513Amsterdam, eind negentiende eeuw. De Jordaan, Kattenburg en andere toenmalige Vogelaarwijken werden geteisterd door honger, armoede, kraamvrouwenkoorts en andere enge besmettelijke ziekten. Gewoond werd in vochtige, koude kelders en krotten.  Pieter-Jelle Troelstra kraaide zijn revolutie, en een arbeider verdiende amper tien gulden in de week maar moest daarvoor wél zestig uur aan de bak. Máár een ijspret dat ze hádden…!

 

Neem de winter van 1879. Eind november begon het te vriezen en 16 december hield de Amsterdamse Skatingclub op de Keizersgracht, tussen de Reguliersgracht en Vijzelstraat, een wedstrijd in het schoonrijden.

 

En op twintig december schreef de Amsterdamse IJsclub ‘eene hardrijderij’ uit op het ijs van de Amstel. Vierenzeventig schaatsers, voornamelijk Friezen, gingen de strijd aan om de hoofdprijs van tweehonderd zilveren guldens.

Trijpen pantoffels

Het werd een volksfeest op de Amstel  (plaatje links boven) waarbij de aanwezige kinderen het, voor ouders altijd opbeurende, liedje over een zekere Gijs zongen: (Zeg Moeder waar is Gijs, Zeg Moeder waar is Gijs. Daarginder, onder het ijs…!)

Het was  Marten Castelein (foto rechts) uit Saarwoude, schaatsend op trijpen pantoffels mét houten ‘doorlopers’,  die met de buit naar It Heitelân toog. De Amsterdamse IJsclub had de smaak te pakken en schreef op 1 februari 1881 een ‘groote internationale wedstrijd-hardrijderij’ uit met over de duizend gulden aan prijzen. Maar met het naderen van de wedstrijddag begon het te dooien. marten-castelein1

Op 28 januari 1885 was het dan zover: de eerste internationale schaatswedstrijd in Nederland.   Plaats van handeling: de Groote Wielen bij Leeuwarden waar een baan uitgezet was met een lengte van 1600 meter met één keerpunt. De uitnodigingen waren de deur nog niet uit of daar was die brief van de Noor Axel Paulsen, de zich zelfbenoemde World Champion Speed and Figure Skater

Axel, die er duidelijk trek in had, kon een gebrek aan onzekerheid niet ontzegd worden. In zijn brief daagde hij iedere Hollander én Fries uit voor ‘match’ met inzet van 1200 piek.  Of de organisatoren dat maar even aan zijn toekomstige tegenstanders bekend wilden maken, zo besloot Paulsen. Een boodschap die je wel aan  de jongens van de toenmalige schaatsenrijdersbond kon toevertrouwen.

Brandewijn

Op 21 januari kwam Paulsen in Leeuwarden aan. Dezelfde dag vertrok hij, schaatsend, vanaf zijn herberg, naar de Grooten Wielen, waar de schrik hem om zijn hart sloeg. Op de bijbanen trainden, getergd én gemotiveerd tot in het merg van hun botten, Axels toekomstige tegenstanders, die met ‘forschen  slaagen bijna onhoorbaar over het ijs flitsen’. Hoogstwaarschijnlijk werd er getraind op adviezen van trainer De Salis: en die hield er merkwaardige opvattingen op na. Zo adviseerde hij zijn rijders hun liezen en kuiten in te smeren met brandewijn.

Axel_Paulsen.jpgTerug naar Axel Paulsen (foto links). die een dag later heimelijk Leeuwarden uitsloop. De wedstrijd, waarvoor deelnemers zes gulden inschrijfgeld moesten neerleggen, werd bezocht door duizenden bezoekers.  Winnaar werd P. Bruinsma uit Sneek die het duizelingwekkende bedrag van zeshonderd  gulden in zijn boezeroen kon steken. Tweede werd Renke van der Zee uit Workum. Renke ving driehonderd gulden. En T. Veninga kreeg voor zijn inspanningen nog altijd 120 piek. De wedstrijd was niet alleen een Fries onderonsje maar ook een uitbarsting van nationalisme. Leeuwarden stond op zijn kop en tot diep in de nacht  klonk het ‘Fryslân boppe’.

Arrenslede

En  dan  was het opeens 25 november 1890! Het begin van een winter waar Erwin Krol, Gerrit Hiemstra, Piet Paulusma en Helga van Leur superlatieven voor te kort zouden komen. Op die dag kwam de wind uit het noordoosten en binnen twee dagen was het Monnickerdammergat bevroren. Eind november was de ijslaag al tien centimeter en op 5 december lag de Zuiderzee dicht.

Op de Amsterdamse grachten reden arrensleden en op de Gouwzee bij Monnickendam werd een ijskermis gehouden, waarbij zes Markers door het ijs zakten. Hoewel het ijs in de provincie steeds dikker werd, zakten er op 17 december twaalf schaatsers doorheen en verdronken.

De orgelman

Niet alleen schaatsers liepen risico. Ook die ene orgelman, die, onbedoeld, de hoofdrol vervulde in zijn eigen smartlap. Tijdens de korte baanwedstrijden in Bergambacht had hij, met zijn vrolijke deuntjes, de boel nog opgeleukt. Zijn orgel duwend tegen een snijdende noordoosterwind, toog hij terug naar ‘huis en haard’. Een dag later, op de weg tussen Stolwijk en Gouda, werd zijn ontzielde lichaam gevonden. Met zijn  handen bevroren aan het pierement had de orgelman de geest begeven. Vader Abraham had het niet beter kunnen bedenken.

Jeroen Bosch

‘Voor niks gaat de zon op’ moeten ze in Drente gedacht hebben. De lokale ijsclub wilde best iets doen tegen de heersende honger maar daar moest wel ‘iets’ tegen over staan. Op 24 december hield de Hoogeveensche IJsclub een hardrijderij voor mannen boven de twintig jaar met inzet levensmiddelen. Hongerige Drenten kregen de kans hun voorraadkast te vullen met spek, bonen, erwten, vet en andere ‘lekkernijen.’

Meer dan tachtig stakkers die dachten te kunnen schaatsen meldden zich. Een lege maag doet gekke dingen met de mens…

Op klompen en soms op kousen werd er over het ijs gestumperd. Het moeten taferelen zijn geweest waar Jeroen Bosch patent op had. Met die sukkelaars wist de uiteindelijke winnaar, Cornelis Zwart,  een uitgevroren schipper afkomstig uit Noordbarge, wel raad.   De verliezers deden letterlijk mee voor ‘spek en bonen’ want kregen als beloning voor het volksvermaak, brood met spek en een ‘mok’ koffie.  10321

Legende

Heel wat sjieker moet het toegegaan zijn op het hoofdstedelijke Museumplein (foto rechts) waar  in het weekeinde van  13 en 14 januari 1892 het eerste officiële  wereldkampioenschap schaatsen  plaats vond. De organisatie was in handen van de Amsterdamse IJsclub. Kaartjes kosten  één gulden maar ondanks die woekerprijs passeerden duizenden toeschouwers de kassa. En niet voor niks, want ze waren getuige van de opkomst van een Legende.

Jaap Eden greep niet alleen zijn eerste wereldtitel in het schaatsen, maar brak ook nog eens het wereldrecord op de 1500 meter in een tijd van 2.35

Bronnen o.a.:  Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijdersbond, jaarverslagen vanaf  1882-1892. ‘De barre winter van 1890/1891, Drente’

error: Content is protected !!