Jongens waren het nog

Tien minuten voor de start. De koersdirecteur had met een reuzentoeter de renners al opgeroepen. Op het middenterrein staat Piet Dickentman. Hij is nerveus. Gespannen tot in alle  vezels van zijn afgetrainde, pezige lijf. Niet alleen hij. Ook zijn gangmakers. Dan komt ook nog die klotefotograaf met zijn kiekkast aan. Met strakke, wit weggetrokken koppen en in zichzelf gekeerde blikken wordt geposeerd. De Grote Prijs van Leipzig een koers over honderd kilometer staat op punt van beginnen. Het stadion met veertigduizend man is uitverkocht.
Ondanks de reuring horen de vijf mannen niets. Ieder is met zijn eigen gedachten bezig. Het is 1903 en nog maar drie jaar daarvoor was de zware motor op de wielerbaan ingevoerd. Piet voelde het litteken op zijn rug trekken. Overgehouden aan zijn eerste koers in Wenen waarbij hij ten val kwam. Dagen had hij in coma gelegen. Zal hij er mee stoppen? Is dat het allemaal waard? Toch maar doorgaan, hield hij zich zelf voor. Nog een paar jaar op dat niveau koersen en hij zal zich financieel nooit meer zorgen hoeven te maken. Maar daar waren die vreselijke gedachten weer. De eerste doden, jongens die hij persoonlijk kende, waren al te betreuren. In Dickentmans hoofd ketst een verchroomde flipperkastballetje tussen de hersenstammen. Vragen, vragen en nog eens vragen. Zijn gangmakers werden er dol van. Of er genoeg benzine in de tanks zit. Voor de zoveelste keer worden de banden nagekeken.
Gestart wordt achter Adolf Thorman met aan het stuur Ernst Wolf. Voor de twintigste keer wordt de aflossing besproken. Na vijftig kilometer is de benzine op. In volle vaart komen dan Gerrit de Regt en Joseph Schwarzer in de baan. Met tachtig kilometer in het uur wipt Piet dan even over. O, mijn god als ze maar snelheid houden, schiet het bij de Amsterdammer door zijn hoofd. Even niet opletten en ik zie nooit meer de Westertoren. 
Piet, Gerrit, Joseph, Ernst en Adolf, jongens van nog geen vijfentwintig jaar. Iedere koers gaven ze waar voor hun geld. Vlogen er vol jeugdig enthousiasme erin. Ook in Leipzig. De moffen stonden na afloop op de banken. De winnaar werd Pruisisch toegejuicht. Minzaam zwaaide Dickentman met de bloemen. De overwinningsklokken luidden voor hem en zijn jongens. En toch… Als je goed luisterde, hoorde je ook een heel klein doodsklokje er tussen klepperen.
Vier jaar later. Op de wielerbaan van Dresden verongelukt Ernst Wolf, achtentwintig jaar. Een jaar daarvoor stond Piet Dickentman ook aan het graf van Joseph Schwarzer, zevenentwintig jaar en te pletter gevallen tijdens de Grote Prijs van Dusseldorf…

 Foto 1: Vlak voor de start van de Grote Prijs van Leipzig wordt met strakke koppen geposeerd.
Foto2: Piet Dickentman trainend achter zijn jongens. Op de motor Adolf Thorman die Dickentman ook naar zijn enigste wereldtitel leidde. Aan het stuur Ernst Wolf. Rechts Josef Schwarzer met stuurman Gerrit de Regt.
Foto 3: De Grote Prijs van Leipzig staat op Dickentmans naam.  De smoelen nog steeds strak. De dood was dan ook niet ver weg geweest.

Een levenlang Herr Oberweltmeister

Het nieuws vloog als een razend vuur door Berlijn. Binnen enkele uren was het stadion uitverkocht.  Kaartjes gingen op de zwarte markt voor een veelvoud van de hand. In de Stubes werd over niets anders gesproken. Het zinderde in de stad. Er hing iets in de lucht. Krantenkoloms werden vol geschreven. Spektakel in overtreffende trap. Maar daarvoor was eerst een conflict nodig. De UCI, de internationale wielerbond, lag in conflict met de Duitse manager Knorr: die alle topstayers onder contract had. Prompt vaardige Knorr een oekaze uit. Niet één van zijn jongens mocht meedoen aan het wereldkampioenschap stayeren, gehouden in Brussel.
Uit rancune organiseerde Knorr een eigen kampioenschap. Het Ober-Weltmeisterschaft, de overtreffende trap van Weltmeister, werd verreden op de baan van Steglitz.  Met als extra dimensie dat er liefst acht voormalige wereldkampioenen aan de start stonden. Voor de winnaar lag aan de finish een pot gevuld met drieduizend goudmark. Het publiek voelde aan zijn water dat er spektakel zat aan te komen.
Godsallemachtig, het ging dan ook wel om iets. Combines zijn uitgevonden door stayers, die onderling nog wel eens iets willen ritselen. Maar niet tijdens het Ober-Weltmeisterschaft van 1910. Daarvoor stond er iets te veel op het spel. Dat geld kon ze gestolen worden. Het ging om de eer. Zo’n sterk deelnemersveld zal nooit meer aan één koers meedoen. Voor meer dan dertigduizend toeschouwers werd ‘rechtuit’ gereden.
Aan de start ook Piet Dickentman.  Piet gaf gangmaker  Brettschneider de opdracht de gashandel open te houden. ‘Ik klopte ze allemaal’, vertelde de Amsterdammer  in 1949 tegen een verslaggever van Het Nieuws van de Dag. Dickentman, de rest van zijn leven door de Duitse pers Herr Ober-Weltmeister genoemd, reed meer dan dertig jaar achter de motor. Was wereld- én Europees kampioen, verbrak snelheidsrecords,  won honderden koersen en schreef tientallen Grote Prijzen op zijn naam. Maar wat zijn mooiste overwinning was, wist hij bijna veertig jaar later precies. Het Ober-Weltmeisterschaft, vertrouwde hij de krant toe.
Over zijn zege in Steglitz was hij tot aan zijn dood zo trots als een pauw.  Dickentman, een man van het volk, calvinist, wars van kapsones,  pronkte op officiële gelegenheden  met zijn gouden overwinningsmedaille, gespeld op de revers van het colbert.
Twee jaar geleden: Stuyfssportverhalen op zoek naar nazaten van Dickentman weet zijn inmiddels tweeënnegentig jarige dochter Lotti op te sporen.
Lotti Dickentman vertelde niet alleen het prachtige levensverhaal van haar vader, maar liet ook een paar gouden medailles, hangend aan een gerafeld horlogebandje, zien. Totale verbijstering en verbazing bij Stuyfssportverhalen. De ene was Piet’s overwinningsmedaille van zijn enige wereldtitel. De ander van wat Dickentman zelf zijn mooiste zege vond: het Ober-Weltmeisterschaft.

Foto 1: Voor de start van wat later de belangrijkste koers uit het stayeren werd. Tweede van rechts Piet Dickentman. 
Foto 2: De gouden overwinningsmedaille in bezit van de familie Dickentman.
Foto 3: Tot aan zijn dood mocht Dickentman graag pronken met zijn medaille.
Bron: ‘Flirt met de Dood’ uitgegeven door Stuyfssportverhalen. Lotti Dickentman.  

Je moest namelijk de plekken weten

Ze noemen het de tijd waarin alles vijftig jaar later gebeurde. Saaiheid troef. Maar dat is geleuter. Niets van waar. Laat die historici maar kletsen. Je moest namelijk de plekken weten! Wist je die, dan zat je geramd. En dat voor een luttel bedrag. Het bloed spatte je dan om de oren. Levens hingen aan zijden draadjes. Alsof je een blinde trapezewerker zonder vangnet in actie zag. Dat soort werk. Fijne tijden voor een adrenalinejunk  zo rond 1900.
Ook op de Amsterdamse Wielerbaan, begin september 1901. Tribunes vol met strohoeden en korsetten. Opgewonden wachtend op de tweestrijd Emile Bouhours tegen Piet Dickentman. Een race achter motortandems. Motoren werden aangeduwd. Harde plofgeluiden over de baan. Rillingen in onderbuiken. Natte plekken op houten banken.  Amsterdamse Piet, toffe jongen uit de Jordaan, was dé favoriet. Dickentman, pas een jaar stayer, glorieerde op de Duitse wielerbanen.  Was in Germanenland een  opkomende ster. Iedere maandag deden de lokale kranten verslag. Verbaast dat Pietje die fietsende moffen het leven zo zuur maakte.  En dat wilden Amsterdammers wel eens met eigen ogen zien. Die kregen waar voor hun stuivers.
Spektakel in de zesde ronde. De ketting van Bouhours motor vloog er vanaf. Kwam terecht in  het achterwiel.  Nadat de stuurman van de wielerbaan was geschraapt, werd er overgestart. Bouhours achter de reservemotor, kreeg de geest, en jakkerde ver voor  Dickentman uit. Op het moment dat Piet gedubbeld werd, gebeurden spannende zaken. De voorband van Piets motor, met tachtig in het uur,  vloog er af.  Dickentman, én zijn gangmakers Adolf Thormann en Jozef Schwarzer, gietijzeren cowboys uit Berlijn, werden gelanceerd.
De catastrofe  was nog niet compleet. In een flits stuurde de stuurman van Bouhours zijn motor omhoog. Ontzetting op de tribune. Ga er maar even aan staan. Alsof een rijdende bom op je afstormt. Stuurman en balustrade werden verpletterd. Gedeelte smart is natuurlijk géén halve smart.   Piet Dickentman en zijn jongens lagen te krimpen van de pijn en werden, volgens het Nieuws van den Dag ‘deerlijk gewond met bloedende wonden aan hoofden, armen, borst en beenen’, afgevoerd richting Wilhelmina Gasthuis. 
Bij Piet Dickentman, als stayer actief tot in 1928, hoorde ongeluk én dood als een papegaai op de schouder van een piraat. Stuyfssportverhalen heeft uitgerekend dat de Amsterdamse rolrijder  meer dan twintig keer aan de groeve van een verongelukte collega stond. Zelf crashte hij meer dan tien keer. Waarbij hij dagen in coma lag. Piet, zeventig jaar geworden, kon het nog navertellen. 

Foto1: Piet Dickentman, achter de motortandem, Foto 2: Fransman Emile Bouhours en Piet Dickentman, wereldtoppers. Foto 3: De begrafenis van motorhelper Orlemans, gesneuveld in 1922 in het Amsterdamse Stadion. Eén van de slippendragers was Dickentman, rechts.

Bron: Nieuws van den Dag, jaargang 1901.

Als beloning een monumentaal graf

Copy of piethaberePubliek, organisatie en renners, iedereen had er trek in. Na een barre winter was de Grote Oostprijs, een koers over honderd kilometer, de eerste grote internationale stayerswedstrijd in het Leipzig van 1914. Meer dan dertigduizend liefhebbers hadden de weg gevonden naar de lokale wielerbaan.  Aan het vertrek de Duitsers Peter Günter, Arthur Stellbrink, de Deen Gustav Janke, de Spanjaard Miquel en de Amsterdammer Piet van Nek. Nog één minuut voor het vertrek! Renners werden door verzorgers vastgehouden, de motoren aangeduwd, de starter controleerde zijn pistool en de fotograaf drukte nog één keer af. Voor één renner werd het de allerlaatste foto. Een half uur later lag hij stervend op de baan. 

Aan zijn voorbereiding had het niet gelegen. Nooit eerder had Piet van Nek zich zó serieus op een nieuw seizoen voorbereid. De winter werd doorgebracht op de Parijse winterbaan waar Van Nek zich de pokken trainde. Afgetraind, pezig, broodmager, maar tjokvol ambitie, meldde de Amsterdammer zich in het vroege voorjaar in Dresden waar de puntjes op de i geplaatst ging worden. Achter zijn nieuw gecontracteerde gangmaker, Albert Käser, werd dagelijks op  koerssnelheid geoefend. Hij wist dat zijn doorbraak een kwestie van weken was. vanneklaatstekoers2
Voor Van Nek was de tijd van oogsten aangebroken. Meer dan zeven jaar had Piet in zijn sport geïnvesteerd: harde jaren van zelfopoffering waarin hij zich in iedere koers de ballen van het lijf had gereden. In het stayersmaffe Duitsland met zijn meer dan vijftig topstayers zaten ze echt niet op dat kereltje uit Holland te wachten. Piet, snakkend naar erkenning, sloop iedere koers tergend langzaam naar de definitieve top. De laatste drie seizoenen schurkte de Amsterdammer zich steeds vaker tegen de vedettenstatus aan want won toonaangevende wedstrijden.
Dat Piet van Nek zijn lotsbestemming in een levensgevaarlijke stiel als het fietsen achter een zware motor gevonden had, was niet zó moeilijk. Zoals zoveel Amsterdamse renners waren de prestaties van stadsgenoot Piet Dickentman hem niet ontgaan. Met bewondering en een tikkeltje jaloezie zag de aankomende rolrijder hoe Dickentman ieder jaar rijker en welgestelder werd.  Dickentman, dé sportster van Amsterdam, verdiende als stayer in Duitsland bakken met goud.
In 1905 maakte Van Nek de overstap van ordinaire wegrenner naar stayer. Op de hoofdstedelijke Zeeburgbaan beleefde hij zijn debuut. Twee jaar later mocht Van Nek, als amateur, de eer van zijn land verdedigen in Parijs waar het  wereldkampioenschap gehouden werd. Met een verdienstelijke vierde plek kwam Piet terug in Mokum. Een jaar later achtte Van Nek zich goed genoeg om een proflicentie aan te vragen. Gekoerst werd voornamelijk in eigen land en een enkele keer mocht hij opdraven als programmavulling in Duitse koersen. Kansen welke Van Nek niet liet lopen.
Zoals in de Grote Prijs van Steglitz in 1907 waar hij, achter gangmaker Brettschneider, totaal onverwacht de overwinning greep. Tussen 1908 en 1913 begon zijn ster te rijzen en werd vijfendertigduizend goudmark op zijn bankrekening geschreven.  Tussen zijn Duitse contractuele verplichtingen in was Van Nek ook op de vaderlandse wielerbanen actief waar hij, in 1907 en 1913, de nationale titel pakte.
En dan is het 13 april 1914, de Grote Oostprijs van Leipzig. Met een vet contract op zak was Piet van Nek de te kloppen man. Het liep anders. Na een half uur koers waarbij de kilometerteller tegen de negentig liep kreeg Van Nek een klapband. Bewusteloos werd de Mokumse rolrijder naar het krankenhaus afgevoerd waar hij dezelfde nacht stierf.
Piet van Nek, 28 jaar, werd op de Amsterdamse Nieuwe Oosterbegraafplaats ten ruste gelegd. Van Nek, een doodgewone Amsterdamse jongen die aardig kon fietsen, was allang in de vergetelheid gezakt ware het niet dat op zijn graf een prachtig monumentaal gedenkteken opgericht werd, betaald door zijn vrienden en supporters. Anno nu is het graf van Piet van Nek een beschermd rijksmonument en een pronkstuk op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.

Foto 1: Het duo Albert Kaser en Piet van Nek.
Foto 2: Sleets, overbelicht en zwaar geretoucheerd maar toch een uniek document want de allerlaatste foto van Piet van Nek.
Foto 3: Het graf van Piet van Nek. Op het monument Piet mét stayersfiets in reliëf geflankeerd door twee figuren, voorstellend  De Roem en De Dood.

Bron: Radwelt jaargangen 1908 t/m 1914.



Met getrokken pistool bij de motor…

Foto 1

Na een jaar speuren en onderzoek verschijnt het boek ‘Flirt met de Dood’, dat, gezien de recensies en verkoop,  een succes blijkt te zijn. Maar het verhaal vertoont toch ‘witte vlekken’, feiten waar niet meer achter te komen is. Om de biografie van Piet Dickentman, Amsterdams allereerste international sportheld, te schrijven was een heidense klus, want de man was meer dan honderd jaar geleden actief. Dan is het maanden na het uitkomen van het boek! Struinend op een boekenmarkt worden drie vooroorlogse jaargangen  van een het Vlaamse sportblad  gescoord. Beduimelde, fragiele en kwetsbare tijdschriftjes maar barstensvol wielerverhalen, uitslagen én foto’s. En bladerend in één van die blaadjes stuit Stuyfssportverhalen op een interview met…Dickentman. In het drie pagina lange verhaal vult   Piet, dan vier jaar gestopt als stayer, de ‘witte vlekken’ in . Een nachtmerrie voor de biograaf, maar ook weer niet. Want Mokums allereerste wereldkampioen vertelt een prachtig, smeuïg verhaal over de ‘cowboytijd’ van het stayeren waarbij renners miljonair werden maar ook als witjes dood vielen. De lezers maar ook de vaste bezoekers van deze blog, willen we dat niet onthouden…
‘Ik ben begonnen op de fameuze quint Mulder’, begint Piet zijn verhaal. ‘Wij reisden heel Europa af en op één van deze reizen ontdekte ik mijzelf als stayer. Piet, jongen, daar zit wat in, dacht ik. Ik probeerde het en het ging meteen goed, ik maakte naam waarna ik mij in Berlijn vestigde.’
Voor Dickentman was Berlijn het middelpunt van waaruit hij heel Duitsland en Frankrijk bestreek: de stayerslanden bij uitstek. ‘In mijngoede tijd’, gaat hij verder, ‘Was het stayeren de hoofdschotel van elk programma. Iedere zondag waren de banen afgestampt vol, of het nu in Berlijn, Dresden, Parijs, Maagdenburg of waar dan ook was.’Volgens Dickentman was dat geen kleinigheidje, want de Amsterdammer kon en moest volle bak geven. ‘Elke koers moest je de volle honderd kilometer rijden en goed ook, want steeds wist je dat je gevaarlijke concurrenten had, die op je plaats loerden. Die je wilden verdrijven.’

Foto 2

Brandenburg
In de geraadpleegde archieven kwam een beeld naar voren dat Dickentman een trainingsbeest was dat zijn lijf goed verzorgde, maar in de Sport Revue geeft hij nog niet bekende details prijs. ‘Het publiek eiste veel, het publiek eiste alles en daarom moest je je body tot het uiterste trainen. Zo reed ik steevast iedere morgen achter de motor, maar dat was nog niet alles. Vrijwel ieder dag ging ik de weg op en reed van Berlijn naar Brandenburg en terug en dat is een afstand van honderdveertig kilometer.’ Van Dickentman was ook bekend dat hij regelmatig op de fiets naar Amsterdam reed.
Ruige wereld
In Kopenhagen 1903 behaalde Dickentman de wereldtitel bij de profstayers, de enige in zijn indrukwekkende carrière die bijna dertig jaar duurde. Het prehistorische stayeren was een ruige wereld waarin renners en gangmakers wekelijks hun leven op het spel zetten, en dat laatste leverde bij de beoefenaars een bepaalde vorm van fatalisme op, dat op de toenmalige wielerbanen tot uiting kwam in een woeste, en wilde mores. Ook bij de wereldtitelstrijd in Denemarken.
‘Het was een mooie maar uiterst moeilijke race’, vertelt Dickentman. ‘De toestand was nogal gespannen. De nacht voor de race sliep mijn gangmaker met een getrokken pistool bij zijn motor. Zo bang waren wij dat de concurrentie de motor zou saboteren, want dat was géén bijzonderheid in die dagen. Robl (dé onklopbare stayer in die dagen: Stuyfssportverhalen), die ook in 1901 en 1902 de wereldtitel veroverde, was de grote favoriet. De avond voor de koers trakteerde hij al zijn vrienden op champagne, zó zeker was hij van zijn overwinning. Verder waren Contenent en Görnemann ernstge kandidaten voor de titel. Zestig kilometer lang heb ik gestreden voordat ik hen, maar vooral Robl, van mij afgeschud had. Maar het lukte, want daarna was ik zeker van de overwinning. Robl liet ik ten slotte negen ronden achter mij, terwijl Görnemann vijftien banen verloor. Later heeft de koning van Denemarken, die de gehele race meemaakte, mij eigenhandig de overwinningsmedaille uitgereikt’.
Herr Knorr
De wereldtitel was lekker meegenomen, verhoogde zijn marktwaarde maar was niet zijn belangrijkste overwinning. ‘Mijn mooiste overwinning was op de wielerbaan van Steglitz in het Berlijn 1910. Herr Knorr (dé allerbelangrijkste manager in die tijd: Stuyfssportverhalen) had ruzie met de UCI en wij, zijn renners, mochten van hem niet aan het wereldkampioenschap in Antwerpen meedoen. Als wraak organiseerde Knorr, in Berlijn, het Oberweltmeisterschaft. Daar deden tien gewezen wereldkampioenen aan mee. Deze honderd kilometerrace die de mooiste van mijn leven was, won ik. De Steglitzbaan was binnen een dag uitverkocht. Er zaten meer dan dertigduizend man. De minste plaatsen kosten toen drie mark, in die tijd een heel bedrag. Knorr heeft er schatten aan verdiend. Toen ik na afloop van die wedstrijd aan hem vroeg of het goed gegaan was met de financiën, antwoordde hij met Nah gerade ausgekommen. Hij vroeg er ook bij of ik ’s nachts om vier uur met mijn automobiel even op de baan wilde komen. Om hem met iets te helpen. Ik ben gegaan en zal die tocht nooit meer vergeten. Samen hebben wij het geld, dat Knorr die avond verdiend had, in mijn wagen geladen. Tientallen zakken met klinkende munt heb ik toen naar de bank gereden, omdat mijnheer Knorr Gerade auskomen was.’

Foto 4:

Foto 1: Vlak voor het startschot van de Grote Prijs van Berlijn. Rechts Piet Dickentman, naast hem, met witte pet, herr Knorr, en uiterst links Franz Krupkat: in 1927, tijdens de Grote Prijs van Leipzig doodgevallen.

Foto 2: Diploma behorende bij de wereldtitel en hangend in de kantine van Olympia, de club van Piet Dickentman.

Foto 3: De strijd is gestreden en Piet Dickentman heeft de wereldtitel binnen. Links gangmaker Adolf Thormann. De twee mannetjes naast Dickentman zijn bondsbobo’s  Jacq Heck en J. Gelderman.

Foto 4: de kantine van de Amsterdamse wielervereniging Olympia waar zich de fiets, shirts, diploma en overwinningslint van Piet Dickentman zich bevinden. Belangrijke Nederlandse sportrelikwieën dat eigenlijk in een museum thuis hoort.

Foto’ s: Archief Stuyfssportverhalen, Hilco Koke



Giromania in het Stadsarchief Amsterdam

Bezweet en verwaaid kwam ze binnen stormen. Haar fiets had ze even daarvoor tegen de gevel van het Stadsarchief gekwakt. Dat ze zojuist over een gedeelte van het tijdritparkoers van de Giro d ‘ Italia had gefietst ontging haar. Ze had haast! Tussen de coalitiebesprekingen deed ze snel, maar wel gepassioneerd, de opening van de foto-expositie ‘Giromania’ welke in teken staat van de geschiedenis van het hoofdstedelijke wielrennen.
Na de ontvangst van een bloemetje stormde  wethouder Carolien Gehrels de trappen van het Stadsarchief af, sprong op haar karretje en raasde terug naar de Stopera.
Theo de Groot, beleidsmedewerker van het stadsarchief, kondigde vervolgens  Stuyfssportverhalen
, gevolgd door Steven Rooks, aan voor een lezing. Het publiek  van onder meer topambtenaren, Giromedewerkers maar ook twee oud-wereldkampioenen, Piet van Heusden en Henk Faanhof, hoorde Stuyfssportverhalen een lans breken, maar ook om erkenning vragen, voor  Amsterdams allereerste wielerheld Piet Dickentman.
De laatste heeft door middel van zijn sport héél véél betekent voor zijn stad.
De liefde bleek niet wederzijds te zijn want Dickentman is in het collectieve stadhuisgeheugen totaal weggezakt… Het  minste wat Amsterdam voor één zijner allergrootste  sportheld kan doen is het benoemen van een straat…
Om het Stadsarchief, een monumentaal gebouw van de voormalige Nederlandse Handel-Maatschappij,   te bezoeken geeft een aparte dimensie, want een architectonische schoonheid.  En in de kluizen van de voormalige bank bevindt zich de kleine maar prachtige foto-expositie over het Mokumse wielrennen.
Aan parafernalia is ook gedacht. In vitrines bevinden zich de regenboogshirts en de kampioenstruien van Piet van Heusden, vijftig jaar geleden wereldkampioen achtervolging. De  weduwe van Gerrie Knetemann had de kledingkast ook opengetrokken. Onder het glas lag het ontroerendste stuk van de expositie, een door haar gebreide onderhemd zonder welke Gerrie niet op de fiets stapte.
De expositie, met onder meer de thema´s ´Amsterdam: de fiets als dagelijks vervoersmiddel´  is gratis te bezoeken en duurt tot  16 mei. Openingstijden: dinsdag t/m vrijdag 10.00-17.00 uur. Zaterdag en zondag van 11.00-17.00 uur. Stadsarchief Amsterdam Vijzelstraat 32 Amsterdam.

Als jullie nog niet op mijn boek “Flirt met de Dood’gestemd hebben…tot 21 april is dat mogelijk! http://nicoscheepmakerbeker.nl/index.php?module=boeken&s=lijst#WIELRENNEN

 

‘Flirt met de Dood’ bestellen of kopen

Na de mooie recensies die ‘Flirt met de Dood’ ten deel vielen, ook even de adressen waar het boek te verkrijgen is.

Ger Bikes, Brink 15, Amsterdam-Watergraafsmeer,
Stadsboekenwinkel, Vijzelstraat 32 in de hal van het Gemeente-Archief,
Het Martyrium, Van Baerlestraat 170-172, Amsterdam,
Beekhoven, Zuideinde 477 Amsterdam-Noord.
Boekhandel Pantheon Sint Antoniebreestraat 132-134 Amsterdam
Boekhandel Voorhoeve Kerkstraat 77-79 Hilversum
De Hilversumse Boekhandel Leeuwenstraat 36 Hilversum
Cycletrend Bussum Brinklaan 84   Bussum

Natuurlijk kan het boek ook besteld worden via www.stuyf@msn.com



‘Flirt met de Dood’

kaft andreStayeren in de oertijd was Russische roulette op twee wielen! Horror op de wielerbaan! Want de veiligheid was net zo zeldzaam als een ijsschots in de Sahara.  Het werd een bloedbad. Binnen korte tijd vonden bijna veertig renners de dood. Het aantal ongelukken waarbij stayers het nog na konden vertellen bedroeg een veelvoud.
Renners gingen niet lang mee, want als ze al niet verongelukten, was de angst voor valpartijen té groot.

Amsterdammer Piet Dickentman was, vanaf 1900 tot 1928 actief achter de motor! Een prestatie die niet genoeg geroemd kan worden. ‘Flirt met de dood‘ beschrijft het fascinerende leven van Piet Dickentman. Stuyfssportverhalen dook hiervoor in de archieven. Een duik die bijna een jaar duurde. Maar niet alleen in stoffige en dorre archieven werd gezocht, ook werd gesproken met Lotti Dickentman, Piet’s negentigjarige dochter, én Pieter Dickentman, de kleinzoon van de stayerslegende.  Voor ‘Flirt met de dood’ stelden Lotti en Pieter tientallen nooit eerder gepubliceerde foto’s beschikbaar.

● Maar meer, want de zoektocht naar sporen van Amsterdams eerste sportheld voerde ook naar de Scheldestraat: de straat waar Dickentman, tot zijn dood, gewoond had. En daar blijkt de ‘ouwe krijger’ nog steeds niet vergeten te zijn…
● Bij het onderzoek naar Piet Dickentman werden ook de namen van de verongelukte stayers boven water gehaald. Wie waren die jongens? Wat bezielde ze om wekelijks hun leven op het spel te zette? Hoe zagen ze er uit? Wat was hun maatschappelijke afkomst? En tot slot waar beëindigde ze hun korte leven…?
● Neem Willy Schmitter, in dagelijks leven drogist in het vreedzame dorp Mühlheim aan de Rijn. Willy had met zijn nerinkje in pillen en poeders rustig oud kunnen worden. Totdat… totdat Willy begon te stayeren…! Willy zal nooit meer het water door de Rijn zien stromen!
● Of neem de  ‘de schooljongen van Roxbury’, wiens leven én dood zich laten beschrijven als een heuse smartlap…!

‘Flirt met de dood’ is een monumentje voor Piet Dickentman, een al lang vergeten sportheld,  en telt honderd pagina’s vol ‘leesplezier’ met tientallen unieke foto’s.

Uitgave: Stuyfssportverhalen
Het boek, onder vermelding van naam en adres, is te bestellen door overmaking van
14.95 euro, (incluis  verzendkosten) op ING-rekening 2828253
t.n.v. A. Stuyfersant.

Het boek is ook te verkrijgen bij:

Ger Bike’s
Brink 15 Watergraafsmeer/Amsterdam (Betondorp)

Stadsboekenwinkel
Vijzelstraat 32 Amsterdam

Beekhoven Bikes
Zuideinde 477 Amsterdam-Noord

Info: stuyf@msn.com

error: Content is protected !!