Helden gaan niet écht dood

Copy of italie2014 029De poortwachter van het kerkhof voldeed aan alle daarvoor gestelde eisen, want een sinistere ogende simpelaar, voorzien van een hoge rug. Dát was tenminste mooi meegenomen. Minder was  dat  de man geen uitsluitsel kon geven waar het graf zich bevond. Geen verrassing. Niemand op die dodenakker kon daar antwoord op geven. Op het Sudfriedhof in Keulen was de Deutsche Gründlicheit vér te zoeken. De administratie op het kantoor was van onthutsende eenvoud. Een tiental ordners en geen computer. Goddank was daar ene Claus, doodgraver van dienst. Een zwijgzame kale man in fluorescerend jack. ‘Ah, dem Radfahrer’, riep de delver op de vraag. Vijf minuten later stond Stuyfssportverhalen aan het graf van Peter Günther.
Peter Günther meer dan vijftien jaar profstayer. Won in zijn carrière honderdvijftig koersen, waaronder in 1911 het wereldkampioenschap. Gunther werd met zijn sport een ‘gevuld’ man, want verdiende  een kwart miljoen goudmark. Met zoveel poen was  Günther evengoed een somberaar. Op alle foto’s van hem kijkt  een angstig, schichtig  en depressief Peter je aan.  Godsamme, de man had dan ook wél wat meegemaakt. Begon al bij zijn debuut achter de zware motor op vijf juli 1903. Op de  wielerbaan van thuisstad Keulen. Met de hele familie Günther op de tribunes. In de derde ronde knalden twee motoren tegen elkaar. De aanstormende Peter, achter gangmaker Otto, kon het inferno niet ontwijken. Peter Günther voor dood van de wielerbaan geschraapt, verbleef vier maanden in het Krankenlager. In latere jaren klopte de Keulenaar  nog een paar keer op de deur van het hospitaal. De man had daaruit lering moeten trekken. Maar zeg dat maar eens tegen een adrenalinejunk. Die gaan door. Ook Peter.Copy of italie2014 038
7 Oktober 1918, de Grote Herfstprijs van Düsseldorf. De laatste koers van het jaar. Ook voor Peter Günther. Letterlijk. In de negenenveertigste ronde krijgt zijn motor pech. Peter Günther, vijfendertig jaar, maakt een fatale kukel, en sterft een dag later aan een schedelbreuk. Dat Franz Krupkat deze race uiteindelijk wint is kattengespin. Het lot van Franz lag al vast. Negen jaar later verongelukte ook Krupkat achter de zware motor. Maar dit gaat over Peter Günther die op het Sudfriedhof in Keulen al bijna een eeuw ligt  te wachten op de komst van de Hemelse Heerscharen. 
Het zijn de laatste mooie dagen van het jaar. De herfst hangt in de lucht. De geur van dood is aanwezig.  Op de uitgestorven begraafplaats is alleen zachte geschraap van harkende tuinmannen te horen. Onder dennenbomen staat een bemoste en iets gebutste sarcofaag. Het is de rustplaats van de wereldkampioen. Aan de voorkant een medaillon met de afbeelding van de ongelukkige stayer.
Copy of gunterDe zijkanten van de stenen doodskist zijn bedekt met teksten. Een klein plantje piept tussen het sarcofaag en de drempel er tussen uit. Op de deksel in steen uitgehakt en door een lauwerkrans omgeven  helm die Peter had moeten beschermen.  Peter Günther, de man die ooit  honderdduizenden mensen naar de wielerbanen trok. En is nu totaal vergeten. Maar Helden gaan niet écht dood. Die bleven in herinnering.  Daar zorgt Stuyfssportverhalen wel voor.

Bron: diverse jaargangen Radwelt. Ook dank voor Renate Franz, die de juiste tip gaf.

De lijdensweg van een kampioen

Vijf juli, voor hem was dat een pikzwarte ongeluksdag vol rampspoed, een dag voor altijd in zijn hersenen gekerfd. Al kwamen de baandirecties met zulke vette contracten, op die datum bleef hij thuis, ging niet de deur uit. Vijf juli bleef voor Peter Günther, de rest van zijn leven  een trauma. En niet alleen voor Peter maar voor zijn hele familie.

Na achttien overwinningen op de weg vond de eenentwintigjarige Günther het tijd om de overstap als stayer te maken. Koersen op de weg was voor dwangneuroten, waar geen hond naar kwam kijken en dat bovendien geen pfenning opleverde. Roem, publiciteit maar vooral het grote geld vielen achter de zware motor te verdienen. Op vijf juli 1903 was het dan zover: in thuisstad Keulen, maakte Günther zijn debuut als stayer.
Vader, moeder, broertjes, zusjes, ooms, tantes, neven, nichten en de hele straat zaten op de tribunes om hun Peter aan te moedigen. Tegenstanders waren Vendrudi en Heni. Achter de rug van gangmaker Otto werd razend gestart. In de derde ronde kreeg, vermoedelijk, de hele familie Günther een hartverzakking toen de motoren van Vendredi en Heni op elkaar knalden. De aanstormende Otto, met poulain Günther, kon het  inferno niet ontwijken. Peter Günther  voor dood van de wielerbaan geschraapt werd met ernstige inwendige kwetsuren, gebroken ribben, én een gebroken bekken naar het Krankenlager afgevoerd, waar hij vier maanden verbleef.
‘Zie je  wel, jungen’, moet zijn moeder gezegd hebben, ‘Dat komt er nou van met dat gekke gedoe.’ Vier maanden helse pijn met een lijf verpakt in het gips, dat doet een normaal mens nadenken. Hoogstwaarschijnlijk zat aan Peter een steekje los, want eenmaal uit het ziekenhuis besloot hij zijn loopbaan als stayer te vervolgen. Een fatale beslissing!  Peter Günther die sinds zijn val niet meer zonder pijnstillers kon, nam zijn plaatsje achter de motor weer in. In 1904 streed Günther volop mee in de voorste loopgraven. Mannen als een Robl, Piet Dickentman, Bobby Walthour en Bruno Demke, de gevestigde orde, hadden hun handen vol aan der Kölner.
Met zeventien overwinningen én achttienduizend goudmark in zijn buidel, werd het seizoen afgesloten. Peter Günther, half invalide, zat definitief bij de stayerstop. Tot 1918 won Günther meer dan honderdvijftig koersen, en doneerde daarbij ruim een kwart miljoen goudmark. Of Peter, in 1911 Duits kampioen én wereldkampioen, arbeidsvreugde kende is hoogst twijfelachtig.  Op foto’s zie je een somber, angstig kijkende man die zich vertwijfeld lijkt af te vragen waar hij in Godsnaam mee bezig is. Terecht! Peter Günther een volksjongen uit Keulen maakte op ‘zijn werk’ de meest vreselijke dingen mee. En alsof de duivel er mee speelde gebeurde dat altijd op ‘zijn’ Keulse wielerbaan.  Zoals op 9 juli 1905.
Tegenstanders waren Willy Schmitter en Cesar Simar. Die koers was een herhaling van zetten, want na een botsing van twee motoren werd Günther wakker in het ziekenhuis waar hij enkele weken verbleef. Na nog twee ongelukken op dezelfde baan te hebben overleefd, is het 7 september 1913 als de Grote Prijs van Keulen verreden wordt. Nadat de voorzitter van de Kölner-Renn-Verein, Max Hellrung, de week eerder wereldkampioen geworden Guignard had gehuldigd, viel het startschot voor wat de geschiedenisboeken zal ingaan als één van de bloederigste stayerskoers ooit.
Met vlaggen strak aan de mast, volle tribunes,  warme worstverkopers die goede zaken deden, ging de koers van start. Heel Keulen had er zin in, wilde zien hoe hun Peter de Fransman Guignard het leven zuur ging maken. Spektakel kwam er. Door een klapband kwam de motor van gangmaker Gus Lawson ten val.  Peter Günther vloog er rakelings langs.  Lawson en de aanstormende Richard Scheuerman hadden dat mazzeltje niet. Gezamenlijk kwamen ze aan hun eind.
Peter Günther voor militaire dienst afgekeurd, stierf uiteindelijk tóch op het veld van eer. Op 6 oktober 1918, tijdens de Grote Herfstprijs van Düsseldorf, verongelukte de Keulse rolrijder. Bij een aanval op concurrent Wiszmann stopte de motor van Günther plotseling. Met een schedelbreuk werd Peter Günther naar het ziekenhuis gebracht waar hij dezelfde nacht overleed. Günther werd 36 jaar.

Foto 1: Peter Gunther, 22 jaar.

Foto 2: ‘Op foto’s zie je een somber, angstig kijkende man die zich vertwijfeld lijkt af te vragen waar hij in Godsnaam mee bezig is’.

Foto 3: Keulen 1 oktober 1905, de Herfstprijs. Links, Rossini, Dubois, Gunther, de later doodgevallen Louis Darragon en Bruno Salzmann.

Foto 4: Grote Prijs van Keulen, 7 september 1913. Vlak voor de fatale race met wereldkampioen Guignard op de foto.  Links Peter Gunther, Richard Scheuermann, een half uur laterdood, Guignard en Stellbrink.